Juha Matti Pellervo Kankkunen (Laukaa, 2 april 1959) is een Fins voormalig rallyrijder. In zijn carrière, die zich over ruim twintig jaar strekt, greep hij naar 23 overwinningen in het wereldkampioenschap rally, en schreef hij vier keer de wereldtitel op zijn naam. Daarmee was hij enige tijd recordhouder, maar inmiddels heeft Sébastien Loeb de meeste rijderskampioenschappen op zijn naam staan. Tot dusver heeft echter niemand Kankkunen weten te evenaren door met drie verschillende automerken wereldkampioen te worden.

Kankkunen is ook in andere disciplines succesvol geweest. In 1988 won hij de toenmalige Parijs-Dakar-rally voor het team van Peugeot en zegevierde datzelfde jaar eveneens in de inaugurele Race of Champions; een resultaat dat hij in 1991 weer zou neerzetten. Begin 2007 wist hij in Finland het wereldsnelheidsrecord op ijsvlakte neer te zetten achter het stuur van een Bentley Continental GT.

Na zijn actieve carrière als rallyrijder, die in 2002 eindigde, is Kankkunen in de zakenwereld en de politiek gestapt. Kankkunen woont in Monaco, maar verblijft nog regelmatig in zijn geboorteplaats Laukaa, in Finland, waar hij ook nog een collectie historische rallyauto's beheert. In 2008 scheidde hij van zijn vrouw Pirjo Kankkunen.

Carrière Vroege carrière Juha Kankkunen groeide op in het Finse Laukaa, op de boerderij van zijn familie, niet ver van Jyväskylä af, de stad waar de Rally van Finland zijn basis kent. Via zijn vader, die als hobby aan rallyevenementen en ijsraces meedeed, raakte Juha geïnteresseerd in de autosport. Op 7-jarige leeftijd begon hij al met auto's op ijsvlaktes te rijden. Zijn debuut in de rallysport kwam uiteindelijk in 1978, en het jaar daarop reed hij ook zijn eerste rally in het wereldkampioenschap rally, in Finland, waar hij achter het stuur van een Ford Escort RS2000 verdienstelijk als 14e in eindigde. Zijn vader was goed bevriend met Timo Mäkinen, die in de jaren zestig en zeventig een succesvol rallyrijder was en die als coach voor de nog jonge Juha optrad. Met financiële steun van Timo Jouhki, de latere manager van Kankkunen en vervolgens ook van verschillende andere Finse rallyrijders zoals Tommi Mäkinen en Mikko Hirvonen, kon hij vaker aan rally's deelnemen en meer ervaring opdoen.

Wereldkampioenschap rally 1983-1985: Toyota 250px|thumb|De Safari Rally winnende Toyota Celica TCT van Kankkunen uit 1985 In het tijdsbestek van vier jaar begon Kankkunen zich te profileren als een rallyrijder van topallure. Na een aantal goede resultaten voor Toyota Finland in lokale evenementen in 1983, kreeg hij een uitnodiging van Toyota's fabrieksinschrijving, het team onder leiding van voormalig rallyrijder Ove Andersson, om een aantal wedstrijden in het WK af te werken. In Finland, waar hij zijn eerste optreden maakte voor het team, debuteerde Toyota eveneens hun Groep B Toyota Celica TCT. Terwijl Kankkunens teamgenoot, de voormalig wereldkampioen Björn Waldegård uitviel, reed de Fin naar een verdienstelijke zesde plaats in het eindklassement. Later dat jaar maakte hij nog eens twee optredens in het WK, met nog een top tien finish als zevende in Groot-Brittannië. In het seizoen 1984 reed Kankkunen wederom in een geselecteerd programma voor Toyota in het WK en ook wederom wist hij zijn beste resultaat neer te zetten in zijn thuisrally, deze maal eindigend als vijfde. Kankkunen ging in het seizoen 1985 onder deze roulatie verder. Zijn eerste optreden in het WK kwam tijdens de Safari Rally in Kenia, een van de twee langeafstandsevenementen op de kalender dat jaar. Zijn teamgenoot Waldegård won de rally in 1984, en Toyota werd tijdens deze editie gezien als een van de favorieten. Het team moest zich echter lange tijd achter de fabrieks Opel Manta's dulden, maar nadat die problemen ondervonden, wisten Kankkunen en Waldegård een één-twee te versieren voor Toyota, met Kankkunen op de hoogste trede van het podium, die hiermee tijdens zijn debuut in de Safari Rally zijn eerste WK-rally won. Een identiek resultaat werd later dat jaar neergezet in Ivoorkust, een soortgelijk evenement, en Kankkunen sloot zijn eerste periode bij Toyota af met een vijfde plaats in Groot-Brittannië.

1986: Peugeot 250px|links|thumb|Kankkunen actief voor Peugeot tijdens de Rally van San Remo in 1986, in het jaar waarin hij naar zijn eerste wereldtitel greep Zijn bemoedigende ontwikkeling die hij meemaakte bij Toyota, bleef niet onopgemerkt, en Kankkunen kreeg voor het seizoen 1986 een plaats binnen het team van Peugeot, dat onder leiding stond van Jean Todt. Het merk was met de 205 Turbo 16 op dat moment zowel regerend wereldkampioen bij de rijders als bij de constructeurs. Kankkunen verving hierin zijn landgenoot Ari Vatanen, die op dat moment nog in revalidatie was na een bijna fataal ongeluk in Argentinië 1985. Oorspronkelijk kreeg Kankkunen de rol weggelegd als buffer voor teamgenoot Timo Salonen, de regerend wereldkampioen, echter wist Kankkunen deze regel gedurende het seizoen van zich af te werken. Al tijdens de tweede ronde van het kampioenschap in Zweden, won hij zijn eerste rally van het seizoen, en die voor Peugeot. Later dat jaar volgde er ook overwinningen in de gravelevenementen in Griekenland en Nieuw-Zeeland, op het moment dat zijn teamgenoot Salonen nog droog stond. Het seizoen werd aan de andere kant geplaagd door een serie van dodelijke ongevallen, en na het fatale ongeluk van collega-rijder Henri Toivonen en navigator Sergio Cresto in Corsica, kreeg de Groep B klasse een competitie verbod opgelegd, ingaand vanaf 1987. Het seizoen werd uiteindelijk een tweestrijd tussen Kankkunen en Lancia-rijder Markku Alén, waarin de twee vaak goede en mindere resultaten met elkaar af wisselden, waardoor het kampioenschap beslist moest worden tijdens de seizoensafsluiter in de Verenigde Staten. Alén won daar vóór Kankkunen op een tweede plaats, en zo verloor hij in eerste instantie het rijderskampioenschap aan de ervaren Fin. Niet lang daarna kwam de overkoepelende organisatie FIA echter terug op een eerder genomen beslissing. Tijdens de eerder dat jaar verreden rally in San Remo, werd het gehele Peugeot team door de organisatie uit de wedstrijd gehaald, nadat de technische commissie de conclusie had getrokken dat het merk gebruik maakte van zij-skirts aan de onderzijde van de auto, die niet gehomologeerd waren. Peugeot mocht niet onder protest verder rijden (Kankkunen lag op dat moment aan de leiding) en werden direct uitgesloten. Teamleider Jean Todt twijfelde er echter niet aan om dit na afloop van het evenement aan te tekenen bij de FIA, die door verschillende omstandigheden pas na het einde van het seizoen een uitspraak deden over de zaak, maar uiteindelijk tot de uitspraak kwamen dat Peugeot onrechtmatig behandeld was, en besloten de resultaten van de rally te annuleren. Hierdoor ontstond er een schifting in het rijderskampioenschap, ditmaal in het voordeel van Kankkunen. Hij was op dat moment op 26-jarige leeftijd de jongste wereldkampioen die het kampioenschap tot dan toe had gekend.

1987: Lancia De perikelen rondom de gebeurtenissen in San Remo, en het vrij acuut verbod op de Groep B klasse, deed Peugeot besluiten niet meer terug te keren in het seizoen 1987. Kankkunen maakte niet geheel onverwacht de overstap naar Lancia, die met de Delta HF het best voorbereid leken op de nieuwe Groep A klasse. Kankkunen moest tijdens de seizoensopener in Monte Carlo al kennismaken met teamorders, toen hij op de voorlaatste klassementsproef zijn leidende positie moest afstaan aan teamgenoot Miki Biasion. Dit incident viel niet goed bij Kankkunen, maar desondanks wist hij gedurende het seizoen zijn frustratie binnen te houden, en liep het zonder controverse succesvol uit voor de Fin. Hij won in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, de laatst genoemde waar hij zijn teamgenoot Alén versloeg om de titel in het rijderskampioenschap, dat nu voor een tweede keer op rij op naam kwam van Kankkunen. Onderbuikgevoelens over het beleid van Lancia deden hem voor het seizoen 1988 desondanks een terugkeer maken bij Toyota.

1988-1989: Toyota Een andere reden voor zijn terugkeer bij Toyota was het feit dat het merk dat jaar de Groep A Celica-GT Four (ST165) introduceerde in het kampioenschap. Kankkunens eerste optreden dat jaar kwam tijdens de Safari Rally, waar het team nog aan de start kwam met het alternatieve model; de Supra Turbo. Hij wist hiermee een vijfde plaats te bemachtigen, wat naderhand zijn enige finish van het seizoen zou worden. In Corsica debuteerde het merk de Celica GT-Four, en in de daaropvolgende rally's bewees de auto zijn potentieel, echter was de betrouwbaarheid van de auto nog een probleempunt, en zag Kankkunen een potentiële overwinning in zowel Finland als Groot-Brittannië door zijn vingers glippen. Een groot deel van de problemen leken gedurende het seizoen 1989 opgelost te zijn, maar op beslissende momenten deed het Kankkunen kostbare kampioenschapspunten kosten. Dit deed Kankkunen de beslissing maken om voor het seizoen 1990 wederom te tekenen bij Lancia. Desondanks kwam er voor Kankkunen nog wel een hoogtepunt, toen hij de Celica een debuutzege kon schenken in Australië, en hij uiteindelijk nog als derde eindigde in het rijderskampioenschap.

In deze periode maakte Kankkunen ook verscheidene uitstappen naar andere disciplines. In januari 1988 nam hij voor Peugeot deel aan de wereldberoemde Parijs-Dakar-rally, die hij met een 205 Turbo 16 vrij verrassend won, nadat teamgenoot Ari Vatanen in de vernieuwde 405 Turbo 16 gedurende de rally uitgesloten werd in het klassement. Later dat jaar reed hij met de 405 T16 ook de Pikes Peak International Hillcimb, een heuvelklim evenement, waarin hij ditmaal achter Vatanen als tweede eindigde. Tevens won Kankkunen in december 1988 de inaugurele editie van de Race of Champions, een evenement georganiseerd ter nagedachtenis aan Henri Toivonen, dat sindsdien onafgebroken georganiseerd wordt.

1990-1992: Lancia In hoop op meer consistentie maakte Kankkunen in 1990 de terugkeer bij Lancia. Die was er in zekere zin wel, maar de ironie had het dat Toyota die dat jaar ook had gevonden, en met Carlos Sainz wereldkampioen werden in het rijderskampioenschap. Kankkunen won slechts eenmaal, nu wederom in Australië, maar wist met teamgenoten Miki Biasion en Didier Auriol wel de reeks aan constructeurstitels van Lancia voort te zetten, die zijn begin zag in Kankkunens succesjaar in 1987. De start van het seizoen 1991 was niet overtuigend, maar een ommekeer kwam er met een tweede overwinning in de Safari Rally, ditmaal met de Delta Integrale. Kankkunen won vervolgens in Griekenland, Finland, zijn eerste zege voor thuispubliek, en Australië, waardoor de rijderstitel uiteindelijk beslist zou worden tijdens de seizoensafsluiter in Groot-Brittannië, die Kankkunen dat jaar op intens niveau uitvocht met Carlos Sainz. Kankkunen greep hierin naar zijn vijfde seizoensoverwinning en daarmee zijn derde wereldtitel, waarmee hij een recordhouder werd. Kankkunen maakte een goede start mee in het seizoen 1992, onder andere met een overwinning in Portugal. Dit zou dat jaar de enige keer zijn dat hij op de hoogste trede van het podium eindigde, waar hij namelijk in een groot deel van de resterende rally's de andere twee plaatsen bezat. Dit niveau van consistentie zorgde ervoor dat hij tot de laatste ronde titelkandidaat bleef, maar ditmaal het kampioenschap zal verliezen aan Sainz. Ondanks de zes overwinningen van teamgenoot Auriol, eindigde Kankkunen vóór hem op een tweede plaats, terwijl het duo Lancia zijn laatste wereldtitel bracht.

1993-1996: Toyota