De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal in Nederland leidt als bovenpartijdige, neutrale persoon de plenaire debatten van de Tweede Kamer en ziet toe op het uitvoeren van de genomen besluiten. Het is een van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en wordt door de andere leden verkozen. Tevens is hij of zij voorzitter van het Presidium van de Tweede Kamer en de commissie voor de Werkwijze. Verder vertegenwoordigt de voorzitter de Tweede Kamer naar buiten toe, bijvoorbeeld in contacten met buitenlandse parlementen.

De voorzitter neemt bij lidmaatschap van een partij deel aan de fractievergaderingen en brengt een stem uit bij stemmingen. Alleen Tweede Kamerleden kunnen zich verkiesbaar stellen voor het voorzitterschap.

Taken De voorzitter heeft een divers takenpakket. Ten eerste leidt de voorzitter de plenaire debatten. Dit betekent dat de voorzitter ze opent en sluit en bepaalt wie het woord voert en wanneer. De voorzitter dient boven de partijen te staan. De Tweede Kamer- en kabinetsleden spreken nooit direct tegen elkaar, maar altijd via de voorzitter. Het idee daarachter is dat de debatten dan zakelijk blijven.

Net als alle andere leden van de Tweede Kamer neemt ook de voorzitter deel aan de stemmingen van de Kamer. Naast het leiden van de plenaire vergaderingen vertegenwoordigt de voorzitter de Tweede Kamer als geheel, bijvoorbeeld bij ceremonies en bij bezoek van buitenlandse staatshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders.

Vanaf 1919 kan een voorzitter een spreker het woord ontnemen, zonder daarvoor de toestemming van de Kamer nodig te hebben. Het woord kan ontnomen worden als de spreker bijvoorbeeld beledigingen uit. De voorzitter kan ook besluiten om uitspraken niet in de Handelingen op te nemen, het verslag van de plenaire vergadering, bijvoorbeeld bij bewoordingen die beledigend zijn. Ook kan de voorzitter sinds dat jaar tuchtrechtelijk optreden tegen een spreker die de wet overtreedt.Fockema, Andreae S.J. & Hardenberg, H. (redactie) (1964) 500 jaren Staten-Generaal in de Nederlanden, p. 312+313 Sinds 1934 heeft de voorzitter het recht om zonder toestemming van de andere Kamerleden een Kamerlid uit de vergaderzaal te laten verwijderen. Alleen langdurige verwijderingen dienden nog aan de Tweede Kamer te worden voorgelegd.List, Gerry van de (2018) Boven de partijen. De voorzitter van de Tweede Kamer, p. 18

Als voorzitter van het Presidium (dagelijks bestuur) speelt de voorzitter een rol bij het vaststellen van de begroting van de Tweede Kamer, het vaststellen van de agenda van de Kamer en de benoeming van het leidinggevende personeel van de Tweede Kamer.

Ondersteuning De voorzitter wordt ondersteund in zijn of haar taken door een team van ondervoorzitters, verdeeld in een eerste ondervoorzitter, tweede ondervoorzitter en de overige ondervoorzitters, die ook allemaal lid van de Tweede Kamer zijn. In het geval dat de voorzitter niet in staat is een vergadering te leiden (de voorzitter is afwezig of neemt zelf deel aan het debat) wordt de vergadering geleid door de eerste ondervoorzitter. Regelmatig hebben vergaderingen geheel of gedeeltelijk een ander lid van het Presidium als voorzitter.

De huidige ondervoorzitters zijn, in volgorde van rang: Wieke Paulusma (D66) als eerste ondervoorzitter en Geert Wilders (PVV) als tweede ondervoorzitter. Vervolgens maken Ingrid Michon-Derkzen (VVD), Marjolein Moorman (GroenLinks-PvdA), Harmen Krul (CDA) en Joost Eerdmans (JA21) deel uit van het presidium als ondervoorzitters.

Regelgeving De vergaderregels voor de Tweede Kamer en voorzitter zijn opgenomen in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer. De taken van de Kamervoorzitter zijn vastgelegd in artikel 6 RvO II. Zo ziet de voorzitter er op toe dat de sprekers in een debat niet afwijken van het onderwerp. Er zijn ook ongeschreven regels. Zo spreken de Kamerleden via de voorzitter en niet direct tegen elkaar. De gedachte daarachter is dat het debat om de inhoud gaat en niet om personen. Hoewel het zelden voorkomt, mag de Kamervoorzitter meediscussiëren tijdens debatten; zolang het onderwerp waarover de voorzitter spreekt aan de orde is, leidt een van de ondervoorzitters de vergadering (art. 55 RvO II).

Voor de verkiezing stelt de Tweede Kamer een profielschets op. In principe kan ieder Tweede Kamerlid solliciteren voor de functie. De verkiezing is geheim. Er wordt schriftelijk gestemd, zo nodig in meerdere rondes. Een kandidaat moet de absolute meerderheid van stemmen behalen om gekozen te worden.

Geschiedenis miniatuur|Instelling van de Staten-Generaal door koning Willem I, Brussel, 21 september 1815, schilder: Johann Nepomuk Gibèle (mogelijk), naar Denis-Sebastien Leroy Het Kamervoorzitterschap bestaat sinds de oprichting van de Tweede Kamer in 1815. De grondwetsartikelen in 1814 en 1815 gaven nauwelijks richtlijnen voor de werkwijze van de Tweede Kamer. Daardoor konden Tweede Kamerleden werkwijzen uit de Staten-Generaal van de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden meenemen naar het nieuwe staatsrechtelijke instituut.

De functie van voorzitter werd bij het instellen van de Tweede Kamer met opzet klein gehouden. Het was een eretitel voor het na een jaar wisselende lid dat de plenaire vergaderingen leidde, maar zonder over de politieke inhoud te mogen meepraten. Meestemmen mocht de voorzitter vanaf het begin wel, maar pas als laatste om geen invloed op anderen uit te oefenen. Het gebruik dat de voorzitter als laatste stemde werd door Kamervoorzitter Dick Dolman in 1983 afgeschaft.Hoetink, A.C. (2018) Macht der gewoonte. Regels en rituelen in de Tweede Kamer na 1945, p. 127

Kamerleden hechtten net als voorheen de regenten, aan bedaard overleg, consensusgericht wetgeven en instandhouden van persoonlijke relaties. Daarvoor vond men het noodzakelijk dat een hoogstaand persoon de debatten in goede banen zou leiden. Als eerste Kamervoorzitter werd jonkheer Jan Elias Nicolaas van Lynden van Hoevelaken gekozen, een patriciër die in de oude Staten-Generaal gedeputeerde van Gelderland was en het voorzitterswerk in de traditie van de Republiek regentesk vorm gaf.

In de beginjaren heette de voorzitter nog "president". Sinds 1842 heet de functie officieel "voorzitter", maar het duurde nog een tijd voordat alleen nog de term "voorzitter" gebruikt ging worden.List, Gerrie van der (2018) Boven de partijen. De voorzitter van de Tweede Kamer, p. 12 De functie werd eerst voor een jaar door eenzelfde persoon vervuld. In de tijd van de Verenigde Nederlanden (1815-1830) was afwisselend iemand uit het noorden of zuiden voorzitter; daarna wisselden de Kamerleden uit de verschillende provincies het voorzitterschap af.List, Gerrie van der (2018) Boven de partijen. De voorzitter van de Tweede Kamer, p. 11-12 Elke volgende voorzitter kwam indertijd uit een andere provincie, een overblijfsel uit de tijd van de Republiek waar vertegenwoordigers van de provincies aan het overleg deelnamen. Soms werd iemand voor een tweede keer voorzitter.

Het was Johan Rudolph Thorbecke die op 13 februari 1850 als eerste zijn toespraak begon met: Mijnheer de voorzitter ... Tot dan werd Mijne heren ... gebezigd. De aanhef van Thorbecke werd pas in de jaren zeventig van de negentiende eeuw gemeengoed.List, Gerry van de (2018) Boven de partijen. De voorzitter van de Tweede Kamer, p. 12-13 Toen Joke Stoffels-van Haaften (VVD) als tweede ondervoorzitter op 29 september 1959 als eerste vrouw de voorzittershamer hanteerde, wisten diverse Kamerleden niet goed hoe haar aan te spreken. Door Pieter Oud (VVD) werd ze toegesproken met Mevrouw de voorzitster. Sieuwert Bruins Slot (ARP) hield het op Mevrouw de presidente.List, Gerrie van der (2018) Boven de partijen. De voorzitter van de Tweede Kamer, p. 30 Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA) werd in 1998 de eerste vrouwelijke vaste voorzitter.

Anne Vondeling pleitte voor "zinvol" decorum en schafte daarom als voorzitter het aanspreken van vrouwelijke leden met "mevrouw" of "mejuffrouw" af. Ook gaf hij de Kamerleden de gelegenheid om zich naar eigen voorkeur op de namenlijst te vermelden met voornaam of roepnaam in plaats van met voorletters.Hoetink, A.C. (2018) Macht der gewoonte. Regels en rituelen in de Tweede Kamer na 1945, p. 174

De langstzittende voorzitter was Rad Kortenhorst met veertien jaar en vijf maanden. Hij was in functie van augustus 1948 tot aan zijn overlijden op 13 januari 1963.List, Gerrie van der (2018) Boven de partijen. De voorzitter van de Tweede Kamer, p. 32 De jongste voorzitter bij zijn aantreden was Willem Hendrik Dullert die in 1852 35 jaar en 80 dagen oud was. Thom van Campen werd in 2025 de op een na jongste met 35 jaar en 304 dagen.

Sinds 1922 is het voorzitterschap een bezoldigde functie.Fockema, Andreae S.J. & Hardenberg, H. (redactie) (1964) 500 jaren Staten-Generaal in de Nederlanden, p. 314+315

Verkiezing voor 1983 Vanaf de instelling van de Tweede Kamer werd de voorzitter jaarlijks gekozen door de Tweede Kamer en benoemd door de Kroon. Aan het begin van ieder zittingsjaar stelde de Kamer een lijst met drie kandidaten samen die aan de Koning werd aangeboden om één ervan te benoemen. De drie kandidaten waren gerangschikt naar voorkeur van de Kamer. Zo stemde men eerst over de als eerste geplaatste, vervolgens over de als tweede geplaatste en ten slotte over de als derde geplaatste kandidaat. Per stemming was een absolute meerderheid van de aanwezige Kamerleden nodig om te worden verkozen. De benoeming door de Koning was louter symbolisch, zonder uitzondering werd altijd de eerst geplaatste van de lijst benoemd. Mocht een voorzitter afwezig zijn, dan werden de honneurs waargenomen door het oudste aanwezige Kamerlid.

Verkiezing na 1983 Bij de wijziging van de Grondwet in 1983 werd opgenomen dat de Kamer zelf een voorzitter benoemt. Tevens is toen bepaald dat een voorzitter niet meer voor één zittingsjaar zetelt, maar voor een gehele kabinetsperiode. Met de uitbreiding van het presidium is er verandering gekomen in procedure die leidt tot de verkiezing van de voorzitter van de Tweede Kamer. Dat gebeurt in beginsel kort na de installatie van een nieuwe Kamer. De leden van de Tweede Kamer kiezen de voorzitter uit hun midden door schriftelijke en geheime stemming. De Tweede Kamer koos daarbij voor een open procedure. Een voorzitter wordt gekozen bij absolute meerderheid van stemmen.

Per 2016 is de stemprocedure als volgt: in de eerste twee stemronden kan ook gekozen worden uit Kamerleden die zich niet kandidaat hebben gesteld. Een eventuele derde stemming wordt gehouden tussen maximaal vier kandidaten. Als in de tweede stemronde op niet meer dan vier personen gestemd is, doen in de derde stemronde alleen de twee kandidaten mee die de meeste stemmen behaald hebben. Eventueel is er een vierde stemronde met maximaal twee kandidaten. Mocht dan nog niemand gekozen zijn, dan wordt geloot.

Stemmingen vanaf 2002

2002 Na het terugtreden van Jeltje van Nieuwenhoven (PvdA), die tijdelijk haar fractie ging leiden, was de VVD'er Frans Weisglas vanaf 16 mei 2002 waarnemend voorzitter. Op 28 mei van dat jaar werd hij tot voorzitter gekozen door Jim Janssen van Raaij (LPF) en partijgenote Annemarie Jorritsma-Lebbink te verslaan. Weisglas deed mee op eigen titel. Zijn partij had alleen Jorritsma gekandideerd."De liberaal Frans Weisglas forceerde in het revoltejaar 2002 de eerste vrije verkiezing door zich met succes op eigen titel te kandideren." Trouw, 17 januari 2016, Hans Goslinga, opinie

2003 Bij de verkiezingen van 2003 werd Weisglas herkozen. Tegenkandidaten waren Thom de Graaf (D66) en Gerda Verburg (CDA).

2006 In 2006 hadden Henk Kamp (VVD), Maria van der Hoeven (CDA) en Gerdi Verbeet (PvdA) zich kandidaat gesteld. Nadat in de eerste twee stemronden geen van de kandidaten een meerderheid hadden gehaald, viel Kamp af omdat hij de minste stemmen had. In de derde ronde versloeg backbencher Verbeet Van der Hoeven met 78 tegen 66 stemmen.

2010