thumb|318px|Inscriptie Šilhak-Inšušinak I uit Susa, ca. 1140 v.Chr. Het Elamitisch is de uitgestorven taal van het oude rijk Elam, dat in de vroege oudheid gelegen was in het uiterste zuidwesten van het huidige Iran. Er zijn teksten in deze taal uit een tijdsbestek dat reikt van 2400 tot 350 v.Chr. De taal heeft daarmee een geattesteerde geschiedenis van ruim twee millennia.

Het Elamitisch wordt door de meeste taalkundigen beschouwd als een isolate taal. Het is niet verwant aan enige andere taal in de streek waar het gesproken werd. Het behoort noch tot de Semitische talen (zoals het Akkadisch), noch tot de Indo-Europese talen (zoals het Hettitisch of het Medisch en het Perzisch). Ook met de taal van de eertijdse buren, het Sumerisch, is het zeker niet verwant. Er zijn taalkundigen die een (verre) verwantschap met de Dravidische talen geponeerd hebben zoals deze vandaag op het Indische subcontinent nog gesproken worden. Die verwantschap is omstreden, alhoewel er zeker maritieme handelsbetrekkingen bestonden met het Indiase subcontinent, meer bepaald met de Indusbeschaving.

De Elamitische teksten zijn in drie verschillende schriftsystemen bewaard gebleven. Twee daarvan gaan op het Mesopotamische spijkerschrift terug, terwijl het derde - het lineair schrift - een ontwikkeling van eigen bodem lijkt te zijn.

Benaming van land en volk thumb|300px|Het gebied van Elam is op de kaart aangeduid in het rood. De wetenschap van de Elamitische taal, cultuur en geschiedenis heet de Elamistiek. De geschiedenis van Elam kan slechts bij stukken en brokken uit meestal vreemde (Mesopotamische) bron ontsleuteld worden; er is namelijk maar weinig geschiedschrijving in de eigen taal.

De Elamieten duidden zelf hun land aan met haltamti of hatamti. De Sumerische buren maakten daar echter elama van. Daaruit ontwikkelden zich de Semitische aanduidingen elamtu (Akkadisch) en elam (Hebreeuws). Hoe de Elamieten hun eigen taal noemden is niet bekend. De moderne aanduiding Elamitisch gaat terug op Archibald Sayce die in 1874 de Engelse aanduiding elamite baseerde op het Akkadische voorbeeld., The languages of the cuneiform inscriptions of Elam and Media, in Transactions of the Society of Biblical Archaeology 3 (1874), pp. 465-485.

Relatie tot andere talen Een belangrijke reden waarom het moeilijk is Elamitische teksten te interpreteren is dat de taal een isolaat is, waardoor het niet mogelijk is bij de etymologie van verwante talen te rade te gaan. Men heeft daarom bij herhaling getracht om een verband met andere talen vast te stellen. Vroege pogingen de taal met het Sumerisch te verbinden leden al snel schipbreuk. Een verband met de taal van de Kassieten of de Guti is ook moeilijk te leggen, alleen al omdat er van hun talen vrijwel niets over is. Het meest vruchtbaar leek het mogelijke verband met de Dravidische talen.

De Elamo-Dravidische hypothese Al in 1856 sprak R.A. Caldwell het vermoeden uit dat er verband tussen Elamitisch en de Dravidische taalfamilie zou kunnen zijn., A comparative grammar of the Dravidian, or, South-Indian family of languages, Londen, 1856, p. 65 ("de taal van de Sycthen in het Medisch-Perzische rijk"). Vgl. , Neolithic correlates of ancient Tibeto-Burman migrations, in (edd.), Archaeology and Language, II, Londen - New York, 1998, p. 90. Deze veronderstelling werd in de jaren 1970 opnieuw opgenomen. Het was vooral David McAlpin die in 1981 een uitgebreide studie publiceerde waarin hij het bestaan van een Elamo-Dravidische taalfamilie postuleerde., Proto-Elamo-Dravidian. The Evidence and its Implications, Philadelphia, 1981. Een ander naam voor deze voorgestelde familie is Zagrossisch, genoemd naar het Zagrosgebergte van westelijk Iran, de voorgestelde bakermat van de taalfamilie.

De volgende opvallende overeenkomsten werden aangevoerd om de hypothese te ondersteunen dat Elamitisch en Proto-Dravidisch tot dezelfde taalgroep behoorden. De eerste twee argumenten zijn overigens geheel typologisch en worden daarmee niet als erg doorslaggevend voor de genetische verwantschap beschouwd.

Beide talen zijn agglutinerend en gebruiken vrijwel uitsluitend achtervoegsels. De structuur van de werkwoordsvormen komt in grote mate overeen. Een aantal achtervoegsels van het naamwoord is vergelijkbaar (het voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud en een aantal naamvalsuitgangen). Het Elamitische achtervoegsel /-ka/, dat een naamwoord van handeling uit een werkwoord afleidt, komt overeen met een achtervoegsel in het Proto-Dravidisch. Het achtervoegsel /-ta/, dat in Elamitisch de voltooide tijd aangeeft, komt overeen met het achtervoegsel van het Dravidische deelwoord. Verder stelde McAlpin ongeveer tachtig woordovereenkomsten vast.

De Nostratisch-Afro-Aziatische hypotheses In de jaren 1990 leverde V. Blažek kritiek op het werk van McAlpin., Elam: A Bridge between Ancient Near East and Dravidian India?, in (edd.), Archeology and Language, IV, Londen, 1999, pp. 48-78 (= Mother Tongue 7 (2002), pp. 123-146.). In plaats van Elamitisch te vergelijken met Dravidisch stelde hij woordherkomsten voor op basis van een vergelijking van meer dan honderd woorden met Afro-Aziatische talen. Hij bestreed echter de overeenkomsten die McAlpin had voorgesteld niet. In plaats daarvan trachtte hij het Elamitisch in een veel breder verband te plaatsen binnen de hypothese van een Nostratische superfamilie die naar zijn mening behalve Elamitisch en Dravidisch ook Afro-Aziatisch, Indo-Europees, Oeralisch, Altaïsch en Kartvelisch zou omvatten. Zijn Nostratische gedachte krijgt echter slechts in beperkte kring aanhang. De meeste taalkundigen zijn op dit punt uiterst sceptisch gebleven. De hypothese tracht namelijk iets te zeggen over gebeurtenissen die zo ver in de tijd terug liggen dat er meer ruimte voor speculatie is dan voor harde conclusies., Elam: A Bridge between Ancient Near East and Dravidian India?, in (edd.), Archeology and Language, IV, Londen, 1999, pp. 48-78 (= Mother Tongue 7 (2002), pp. 123-146.), , Some New Dravidian - Afroasiatic Parallels, in Mother Tongue 7 (2002), pp. 171-199.

Starostins kritiek In 2002 publiceerde Georgi Starostin een artikel waarin hij zowel het werk van McAlpin als dat van Blažek aan een kritisch onderzoek onderwierp., On the Genetic Affiliation of the Elamite Language, in Mother Tongue 7 (2002), pp. 147-170. Gearchiveerd op 10 oktober 2022. De overeenkomsten met Dravidisch die McAlpin had opgemerkt plaatst ook hij in een breder verband van een mogelijke Nostratische supergroep, eerder dan ze te zien als een teken van directe verwantschap. Hij merkt onder andere op dat de overeenkomsten in naamvalsuitgangen niet tot Elamitisch en Dravidisch beperkt zijn maar dat er vergelijkbare achtervoegsels in de Oeralische, Altaïsche en Kartvelische talen te vinden zijn. De etymologische overeenkomsten met Dravidisch en Afro-Aziatisch vindt hij echter weinig overtuigend. In plaats daarvan past hij glottochronologie toe op basis van de lijst van honderd woorden van Morris Swadesh, What is glottochronology?, in , The origin and diversification of languages, Londen, 1972, pp. 271–284. en komt tot de conclusie dat de afstand van het Elamitisch tot zowel Sinokaukasich als Nostratisch (en vooral Dravidisch) erg groot is. Als er al een verband is, ligt dat waarschijnlijk wel erg ver terug in de tijd en is het beter Elamitisch als isolaat te beschouwen. De Elamo-Dravidische hypothese is sinds Starostins werk niet meer van stal gehaald.

De Elamitische schriftsystemen en hun ontcijfering Uit de vroegste fase, circa 3100-2600 v.Chr., zijn nog geen directe geschreven bewijzen gevonden waaruit de etnische identiteit vastgesteld zou kunnen worden. Er is echter wel sprake van een naadloze culturele overgang van deze periode naar de volgende Oud-Elamitische periode. Het ligt daarom voor de hand dat de dragers van de Proto-Elamitische cultuur in Susiana al Elamieten waren. Naar voorbeeld van het slechts weinig oudere archaïsche schrift van Sumer ontwikkelde zich het tot dusver niet ontcijferde Proto-Elamitische beeldschrift dat gebruikt werd in de administratie van de lokale economie. Vondsten hiervan dateren vooral uit de periode 3050 tot 2800 v.Chr. In de Oud-Elamitische periode ontwikkelde Elam zijn eigen lineair schrift, hoewel dat slechts korte tijd (rond 2200) gebruikt is. Verder pasten zij het spijkerschrift van de buren aan aan hun eigen behoeftes en zo ontstond een in de loop van de tijd sterk veranderd Elamitisch spijkerschrift.

Vanaf 350 v.Chr. verdwijnt het geschreven Elamitisch voorgoed. Men vermoedt echter dat de taal nog tot aan het eind van het eerste millennium na Chr. in Khoezistan gesproken is. De gegevens daarover zijn echter omstreden

Proto-Elamitisch beeldschrift

Kort na het ontstaan van het oudste schrift van Sumer wordt ook in Elam in de periode 3050 tot 2800 v.Chr. een beeldschrift aangetroffen dat sterk op het archaïsche beeldschrift van de stad Uruk gelijkt. De voornaamste vindplaats van dit proto-elamitische beeldschrift is Susa met zo'n 1600 kleitabletten en sporadische vondsten worden gedaan in het gehele zuidwestelijke maar ook oostelijke deel van het huidige Iran. Het is tot dusver niet mogelijk gebleken dit schrift te ontcijferen, maar in hun structuur en hoogstwaarschijnlijk ook in hun inhoud lijken de tabletten sterk op de archaïsche Sumerische tabletten die uitsluitend voor administratieve doeleinden gebruikt werden. Het schrift omvat ongeveer 1000 tekens die in zo'n 5000 varianten optreden.

Het talstelsel van deze inscripties is bijzonder ingewikkeld. Afhankelijk van wat er geteld wordt worden er - net zoals in de teksten van Uruk - andere eenheden gebruikt. Het werk van Englund en van Damerow, The Proto-Elamite Texts from Tepe Yahya, Cambridge (Mass.), 1989, , art. Elam. iii Proto-Elamite, in Encyclopaedia Iranica 8 (1997), pp. 325—330. leverde de volgende telwijzen op.

Verschillende talstelsels van het proto-elamitische schrift

VoorwerpenTalstelselGebruikte eenhedenMensen, dierendecimaal1 - 10 - 100 - 1.000 - 10.000telbaar niet-levendsexagesimaal1 - 10 - 60 - 600 - 3.600hoeveelheden graan(bi)sexagesimaal1 - 10 - 60 - 120 - 1.200inhoudsmaten (graan)gemengd1 - 2 - 4 - 12 - 24 - 60 - 360 - 3.600 etcoppervlaktematengemengd1 - 6 - 18 - 180

Omdat niet voor iedere eenheid van de verschillende stelsels weer een eigen teken bestond, hangt de waarde van een bepaald teken sterk af van het stelsel waarbinnen het gebruikt wordt.

Het is nauwelijks te verwachten dat de toekenning van deze teksten - zelfs als zij geheel ontcijferd zouden worden - ooit met zekerheid gedaan zal kunnen worden omdat er vele niet van de taal afhankelijke ideogrammen (woordtekens) in voor komen. De huidige stand van zaken wordt uitvoerig door Robinson op een rijtje gezet., The Proto-Elamite Script, in , Lost Languages. The Enigma of The World's Undeciphered Scripts, New York, 2002, pp. 200-217.

Elamitisch 'lineair schrift' thumb|Tablet in Elamitisch 'lineair schrift'.