thumb|Gefantaseerde afbeelding van Pherecydes van Syros Pherecydes van Syros (Oudgrieks: , Ferekydēs) was een filosoof, mythograaf, etymoloog en kosmoloog uit de 6e eeuw v.Chr., afkomstig van het Griekse eiland Syros. Over zijn leven en dood is weinig bekend. Volgens sommige bronnen was hij een leerling van de filosoof Pittacus, de leraar van Pythagoras en een bereisde autodidact die geheime Fenicische boeken had bestudeerd. Hij zou wonderen hebben verricht, gestorven zijn aan vlektyfus en op Delos begraven zijn door Pythagoras.
Sommigen rekenen Pherecydes tot de Zeven Wijzen. Aristoteles beschouwde hem als een van de vroegste denkers die afstand deden van de traditionele mythologie om tot een systematische verklaring van de wereld te komen. Dat deed hij – als eerste – in proza, maar van dit werk, de Heptamychos, is nagenoeg niets bewaard gebleven. Uit testimonia en fragmenten blijkt dat Pherecydes in reïncarnatie geloofde en dat hij een unieke (allegorische) kosmogonie bedacht. Die vertoont overeenkomsten met Midden-Oosterse mythologie, maar ook met het orfisme, dat hij mogelijk beïnvloedde.
In de kosmogonie zijn er eerst de eeuwige Chronos (Tijd), vormloze Chthoniê (Aarde) en Zas (Zeus). Chronos schept met zijn zaad de elementen en andere goden in holtes binnen de aarde. Later verslaat hij de draak Ophioneus in een strijd om de opperheerschappij. Dan trouwt Zas met Chthoniê, die vervolgens de herkenbare aarde (Gê) wordt met bossen en bergen. Chronos trekt zich als schepper terug uit de wereld, waarna Zas hem opvolgt als heerser en alle wezens hun plaats toekent in de schepping.
Leven Over de identiteit van Pherecydes bestond in de oudheid onduidelijkheid omdat er twee auteurs met die naam waren die beiden over mythologie schreven: Pherecydes van Syros en Pherecydes van Athene (of Leros). De laatstgenoemde wordt doorgaans in de 5e eeuw v.Chr. geplaatst. Vaak nemen onderzoekers aan dat het om twee verschillende personen gaat.Voor een beknopte opsomming, zie bijvoorbeeld Munn 2006, blz. 48, noot 125. Over Pherecydes van Syros en zijn werk zijn zo'n honderdtachtig testimonia en een paar citaten bewaard gebleven in klassieke bronnen. Meestal voegen die inhoudelijk weinig toe. Honderdveertig fragmenten zijn scholia (commentaar in de marges van handschriften). Die zijn dikwijls uitgebreider dan de vermeldingen bij auteurs als Strabo, Plutarchus en Athenaeus. Hellenistische en Romeinse mythografen zoals pseudo-Apollodorus en Hyginus vermelden hem wel, maar vaak niet in detail.Cameron 2004, blz. 115. miniatuur|Gefantaseerde afbeelding van Pythagoras. Hij zou de leerling geweest zijn van Pherecydes. Volgens een traditie verzorgde hij hem tijdens zijn ziekte tot aan zijn dood, waarna hij hem begroef op Delos. Over Pherecydes' leven is bijna niets met zekerheid bekend. De meeste biografische informatie is waarschijnlijk fictief, maar de onduidelijkheid en tegenstrijdigheden suggereren dat in de hellenistische tijd niet langer betrouwbare biografische gegevens beschikbaar waren.
Zijn vader was Babys, die vermoedelijk uit zuidelijk Anatolië kwam.R. Osborne, in Taylor (red.) 2005, blz. 14. Pherecydes leefde halverwege de 6e eeuw v.Chr. Klassieke bronnen verschillen echter over de jaartallen. Hij zou geboren zijn tijdens het bewind van koning Alyattes in Lydië (circa 605-560 v.Chr.) en was een tijdgenoot van de Zeven Wijzen in de vroege 6e eeuw, of van Cyrus in de tweede helft van diezelfde eeuw, of zijn bloeitijd lag rond de negenvijftigste olympiade (544-541 v.Chr.). Volgens een andere bron was hij een generatie jonger dan de filosoof Thales (624-545 v.Chr.) en dus een oudere tijdgenoot van de presocraat Anaximander.Kirk & Raven 1975, blz. 49. Munn 2006.
De datering van Pherecydes als een oudere tijdgenoot van Anaximander past bij de pythagoreïsche traditie waarin Pherecydes als leermeester geldt van Pythagoras.Kirk & Raven 1975, blz. 49, Munn 2006. Heraclitus verwees tegen 500 v.Chr. naar Pythagoras' studies en 'veelweterij',Heraclitus, fragment DK 12B40. en omdat in de 6e eeuw niet veel prozatraktaten bestonden, nam Pythagoras mogelijk kennis van Pherecydes' werk en nam hij het idee van reïncarnatie over.Schibli 1990, blz. 12. De historiciteit van de connectie tussen beiden is echter bediscussieerd, omdat hun filosofieën verder geen verwantschap vertonen, en omdat Pythagoras in de loop der tijd allerlei leermeesters kreeg toegedicht.Zhmud 2012, blz. 80. Aristoteles stelde in de 4e eeuw v.Chr. niettemin dat beiden bevriend waren, en het verhaal over hun vriendschap stamt zeker uit de 5e eeuw v.Chr. Dat beide filosofen elkaar ooit hebben ontmoet wordt aangenomen.Zhmud 2012, blz. 79-80. Ook Riedweg 2008, blz. 9.
Volgens de doxograaf Diogenes Laërtius zou Pherecydes onderwezen zijn door Pittacus,Diogenes Laërtius, Leven en leer van beroemde filosofen, I, § 116, Jamblichus, Leven en leer van Pythagoras, §9, § 11. maar volgens de Suda onderwees hij zichzelf nadat hij de hand wist te leggen op 'de geheime boeken van de Feniciërs'.Suda, phi, 214. Dit wijst erop dat in de late oudheid geen leermeester meer bij naam bekend was.Kirk & Raven 1975, blz. 52. Pherecydes werd aangeduid als 'wijze' (sophos), maar alleen Servius noemt hem een filosoof (philosophus).Servius, In Vergilii Aeneidem commentarii, III, 76. Aristoteles plaatst hem tussen theologen en filosofen in, omdat hij zich niet meer volledig mythisch uitdrukte in zijn onderzoek.Aristoteles, Metaphysica, N, 1091b.Lamberton 1992, blz. 383.
Pherecydes was volgens een brief van pseudo-Thales 'honkvast',Diogenes Laërtius, I, § 43. maar volgens andere bronnen reisde hij door het Griekse cultuurgebied, met bestemmingen als Delphi, de Peloponnesus, Efeze en Samos. Samos is niet onwaarschijnlijk, omdat daar het beroemde Heraion stond. Volgens Flavius Josephus en Byzantijnse schrijvers zou Pherecydes tevens een reis hebben gemaakt naar Egypte. Zo'n reis is echter een topos dat ook deel uitmaakt van andere filosofenbiografieën.Schibli 1990, blz. 11.
Wonderbaarlijkheden Aan Pherecydes werden diverse wonderbaarlijkheden toegeschreven. Hij zou bijvoorbeeld op Syros een voorspelling hebben gedaan over een aardbeving na het drinken van water uit een put. Wandelend op het strand van Samos voorspelde hij het vergaan van een voorbijvarend schip, dat vervolgens zonk. In Messene waarschuwde hij zijn vriend Perilaüs dat de stad veroverd zou worden. Tot slot zou Heracles hem in een droom hebben opgedragen om tegen de Spartanen te zeggen dat zij geen waarde moesten hechten aan zilver of goud, en diezelfde nacht zou Heracles de koning van Sparta in zijn slaap gezegd hebben naar Pherecydes te luisteren.Diogenes Laërtius, I, § 116-117. Die wonderen werden echter ook aan Pythagoras of Epimenides toegeschreven.
Volgens Apollonius de Paradoxograaf deed Pythagoras Pherecydes na in zijn 'wonderwerken'.Apollonius Paradoxographus, Historiae Mirabiles, 6.Kirk & Raven 1975, blz. 50-51. Ook Burkert 1972, blz. 144-145. De verwarring bij latere auteurs over het toeschrijven van de wonderwerken is misschien terug te leiden tot het gedicht van Ion van Chios (5e eeuw v.Chr.): 'Zo blonk hij [Pherecydes] uit in mannenmoed en waardigheid, Ook dood is het leven voor zijn ziel een feest. Indien althans Pythagoras, de wijze, echt Het denken kende van alle mensen en dat doorhad.' Hieruit kon men een vriendschap tussen beide mannen afleiden, waardoor verhalen over de een bij de ander konden gaan horen.Kirk & Raven 1975, blz. 51-52. Het gedicht wordt gegeven in Diogenes Laërtius, I, § 120.
Dood Volgens één verhaal zou Pherecydes zijn gedood en gevild als offer door de Spartanen, en bewaarde hun koning de huid uit respect voor Pherecydes' wijsheid.Plutarchus, Pelopidas 21, 2; Agis en Cleomenes 10, 3. Hetzelfde verhaal werd echter ook verteld over Epimenides.Munn 2006, p. 48. Diogenes Laërtius geeft andere verhalen. De filosoof zou omgekomen zijn bij de strijd tussen Efeziërs en Magnesiërs, of hij zou naar Delphi gegaan zijn om zich van de berg Corycus te werpen, of hij zou bezweken zijn aan vlektyfus ('luizenziekte').Diogenes Laërtius, I, § 117-118. Volgens Aelianus was die ziekte een straf voor zijn goddeloosheid.Varia Historia, 4, 28. Dat laatste verhaal was al bekend bij Aristoteles en kan ontstaan zijn door het idee dat wijze mannen zich niet om lichamelijke verzorging bekommerden.Schibli 1990, blz. 10.
Andere verhalen verbinden Pherecydes' dood met Pythagoras. Toen laatstgenoemde nog op Samos woonde, zou hij Pherecydes op Delos bezocht en later begraven hebben.Aristoteles, fragment 611.32, ook fragment 191. Aristoxenus, Over Pythagoras en zijn volgelingen, vermeld in Diogenes Laërtius I, § 118. Ook Dicaearchus. Een vroege variant hierop plaatst deze gebeurtenis later in Pythagoras' leven, toen hij in Croton woonde. Zijn bezoek aan de zieke man verklaarde zijn afwezigheid tijdens de opstand van Cylon in die stad. Deze verhalen zijn wellicht voortgekomen uit het verhaal dat Pythagoras een leerling was.Schibli 1990, blz. 13.
Volgens Diogenes Laërtius luidde Pherecydes' grafschrift als volgt: 'In mij is alle wijsheid bij elkaar; indien er grotere wijsheid is, zeg dat die bij mijn vriend Pythagoras te vinden is omdat hij de eerste van alle Grieken is; ik lieg met deze woorden niet.'Duris, Seizoenen, II, vermeld in Diogenes Laërtius, I, §120. Editie R. Ferwerda 2000, blz. 59.
Gedachtegoed thumbnail|Het orfische ei met de oerslang volgens de orfische theogonieën. Volgens Apollonius van Rhodos (Argonautica, I, 503) waren de slangengod Ophion en zijn vrouw Eurynome de eerste vorsten. Van Pherecydes' wetenschappelijke, theologische en filosofische activiteiten is weinig bekend. Hij zou vertrouwd zijn geweest met orfische dichtwerken, geloofd hebben in reïncarnatie en astronomisch onderzoek hebben gedaan. Diogenes Laërtius vermeldde dat op Syros nog altijd Pherecydes' zonnewijzer (gnomon) bestond. De historiciteit van dit alles is echter discutabel.Kirk & Raven 1975, blz. 52-53. Het staat wel vast dat Pherecydes de Heptamychos schreef, dat een kosmogonie (verklarend model voor het ontstaan van het universum) en een theogonie (verklarend model voor de goden) bevatte. Dit werk brak met de poëtische en theologische traditie en vertoont oosterse invloeden.
Reïncarnatie en het orfisme Tussen Pherecydes, Pythagoras en het orfisme, een mysteriecultus, bestaan enkele verbanden die al door klassieke auteurs werden gelegd. Pythagoras en orfici geloofden in reïncarnatie (metempsychosis), een begrip dat afkomstig is uit India. Wellicht beschouwde Pherecydes de ziel minstens als onsterfelijk deel van de lucht of ether.West 1984, blz. 108. Kirk & Raven 1975, blz. 60. Cicero schreef niettemin dat Pherecydes de eerste in Griekenland was met reïncarnatie als leerstelling.Suda, phi, 214, Aponius, DK 71A5, Cicero, Tusculanae disputationes, I, § 16. Cicero noemt Pherecydes de eerste filosoof die in reïncarnatie geloofde. Mogelijk was het echter een leerstelling van Pythagoras, niet van Pherecydes, en zijn de ideeën van de twee in latere tijd met elkaar verward.Diogenes Laërtius, VIII, 1, §4. Toch is er een kort fragment waarin Pherecydes het heeft over ambrozijn (godendrank) van de maan.Philodemus, Over piëteit, 47, 14 (DK 7B13). Die voorstelling heeft parallellen in Indiase teksten. Daar is de maan een vat waaruit de goden soma (godendrank) drinken en is ze belangrijk in de reïncarnatietheorie als bewaker van de hemel.West 1971, blz. 62-63.