De tabernakel (Hebreeuws: , misjkān), ook wel de ontmoetingstent of tent der samenkomst genoemd, was volgens de Hebreeuwse Bijbel een verplaatsbare tent die dienstdeed als plaats van aanbidding voor de Israëlieten en symbool stond voor Gods verblijf in hun midden.Exodus 25:8 Het verhaal in de Bijbelboeken Exodus, Leviticus en Numeri verhaalt hoe de tent werd vervaardigd en in gebruik genomen overeenkomstig de instructies die Mozes volgens de Bijbel van God had gekregen op de berg Sinaï.

Er is geen archeologisch bewijs dat de tabernakel werkelijk heeft bestaan. De hedendaagse consensus is dat de verhalen rondom Mozes en de omzwervingen in de Sinaïwoestijn mogelijk historische elementen bevatten, maar toch vooral als verhalen moeten worden gelezen. Het concept van de tabernakel is waarschijnlijk etiologischR. Schmitt (1972): Zelt und Lade als Thema alttestamentlicher Wissenschaft, Gütersloh en kreeg volgens de documentaire hypothese als onderdeel van de priestercodex definitief vorm in de periode rond 450 v.Chr., maar zeker na de Babylonische ballingschap.M.J. Boda, J. Novotny (uitg.) (2010): From the Foundations to the Crenellations. Essays on Temple Building in the Ancient Near East and Hebrew Bible (AOAT 366), Münster thumb|Model van de tabernakel in de Timnavallei in Israël BiblePlaces.com: Tabernacle Replica Sleutelteksten in de Bijbel Eerste offers Genesis 4:3-5: Kaïn en Abel brengen het eerste offer Genesis 8:20: Noach offert reine dieren Geschiedenis van de tabernakel Exodus 25:8-9: Mozes krijgt de opdracht een tabernakel te bouwen Numeri 7: Inwijding van de tabernakel Numeri 14:34: Start zwerftocht door Sinaï Jozua 4:19: De tabernakel in Gilgal Jozua 18:1: De tabernakel in Silo 1 Samuel 21:1: De tabernakel in Nob 1 Samuel 21:29: De tabernakel in Gibeon 1 Koningen 8: Salomo wijdt de tempel in Symboliek Ezechïel 40-42: Tempelbeschrijving in een visioen van Ezechiël Matteüs 27:51: Scheuring van het tempelgordijn Hebreeën 8-9: Uitlegging symboliek van de tabernakel Openbaring 21:3: Tabernakel in Johannes' visioen Beschrijving De historisch-kritische exegese heeft twee verschillende verhalen over de tabernakel in Exodus geïdentificeerd: een kortere versie van de Elohist en een langere van de priestercodex. Traditionele commentators geloven dat de kortere versie een ander object beschrijft, misschien Mozes' persoonlijke tent.Charles Léon Souvay (1913): Tabernacle, in Charles Herbermann (red.): Catholic Encyclopedia, New York: Robert Appleton Company De Hebreeuwse benamingen in de twee verhalen verschillen. De ene wordt meestal vertaald met "ontmoetingstent", de andere meestal met "tabernakel".

Versie van de Elohist Exodus 33:7–10 verwijst naar de "ontmoetingstent", in sommige oudere vertalingen "tent der samenkomst"Exodus 39:32 (Statenvertaling), die buiten het kamp werd opgezet. Als Mozes met God sprak, stond een "wolkkolom" naast de ingang.Exodus 33:7-11 Het volk richtte hun aanbidding tot dit centrale punt.F.L. Cross (red.) (2005): Tabernacle, in The Oxford Dictionary of the Christian Church, New York: Oxford University Press Deze beschrijving wordt in de documentaire hypothese toegeschreven aan de Elohist (E), waarvan wordt aangenomen dat deze rond 850 v.Chr. of later ontstond.Stephen L. Harris (1985): Understanding the Bible, Palo Alto: Mayfield, pag. 48

Versie van de priestercodex In Exodus 25-27 en 35-40 staat een veel gedetailleerder beschrijving van de tabernakel. Er wordt gesproken over een door een gordijn (parochet) afgescheiden, binnenste schrijn (het Allerheiligste) waar de ark van het verbond stond, en een buitenste kamer (het Heilige), waar een reukaltaar, een lampenstandaard (menora) en een tafel voor het toonbrood stonden. Deze ruimtes werden omsloten door een voorhof waar een brandofferaltaar stond en een koperen bekken waar de priesters zich konden wassen. Deze beschrijving wordt in de historisch-kritische exegese geïdentificeerd als onderdeel van de priestercodex (P), die zijn definitieve vorm kreeg in de 6e of 5e eeuw v.Chr.

Sommige geleerden geloven dat deze beschrijving ver na Mozes' tijd ontstond en de structuur van de tempel van Salomo weerspiegelt; anderen vermoeden dat de passage een pre-monarchale schrijn beschrijft, misschien het heiligdom van Silo. Traditionele commentators geloven dat het een werkelijke tabernakel beschrijft die in de tijd van Mozes en daarna werd gebruikt. Zij baseren dat vooral op het zeer gedetailleerde verhaal in Exodus 36-39 hoe de bouw van de tabernakel verliep in de tijd van Mozes.Rabbi Avigdor Miller (1991): A Nation is Born: Comments and Notes on Shmos, Israel Bookshop Publications. pag. 231

Naamgeving thumb|De Israëlieten werden bij de tabernakel vergaderd om naar Gods instructies te luisteren, daarom wordt deze ook de tent der samenkomst genoemd.Illustratie uit de Holmanbijbel (1890) De tabernakel wordt meer dan tweehonderd maal in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst genoemd. , The Bible with Sources Revealed (Harper Collins, 2009) Gebruikte uitdrukkingen voor de tabernakel in de tekst zijn מִשְׁכַּן (misjkan, "verblijfplaats"), Strong's Hebrew Lexicon: "mishkan" אֹ֫הֶל (ʼohel, "tent") Strong's Hebrew Lexicon: "ohel" en מִקְדָּשׁ (miqdasj, "heiligdom"). Strong's Hebrew Lexicon: "miqdash or miqqedash" In de Griekse manuscripten wordt het woord σκηνή (skènè, "tent") gebruikt. Strong's Hebrew Lexicon: "skéné" Het Nederlandse woord tabernakel is afgeleid van het Latijnse woord tabernāculum, dat weer is afgeleid van het Latijnse woord taberna, wat "hut", "winkel" of "taveerne" (herberg) betekent. De Romeinen gebruikten het woord tabernāculum voor elk soort van onderkomen voor soldaten, dat gewoonlijk bestond uit een tent van leer. Brill Online: "Tabernaculum"

Andere uitdrukkingen in oudere vertalingen van de Hebreeuwse Bijbel voor de tabernakel zijn "tent der getuigenis",Numeri 14:10 "woning der getuigenis" of "tabernakel der geboden".Numeri 10:11 volgens de Statenvertaling, de Visscherbijbel en de Leidsche Vertaling In het Nieuwe Testament wordt de tabernakel in Hebreeën genoemd,Hebreeën 8:5; 9:21 als vertaling van het Griekse σκηνή, skènè, "tent".

Historische context Tentheiligdommen zijn bekend uit een Hettitisch ritueelOorkonde in spijkerschrift uit Boğazköy, zie H. Kronasser (1963): Die Umsiedelung der schwarzen Gottheit. Das hethitische Ritual KUB XXIX 4 (des Ullippi), Graz et al en uit Carthago.Diodoros van Sicilië XX.65.1Zie ook Euripides, Ion 806 Ook bij Oud-Egyptische feesten om Min te eren, speelden tenten een rol. In Timna werd een Midjanitisch heiligdom ter ere van Hathor uit de 12e eeuw v.Chr. uitgegraven dat oorspronkelijk met rode en gele tentpanelen was overdekt, maar daarna door een muur werd omsloten. Deze vondst versterkte het vermoeden dat het concept van de tabernakel door de Israëlieten werd overgenomen van de Midjanieten.

Interpretatie achteraf In de meeste hedendaagse godsdiensthistorische werken wordt de tabernakel beschouwd als een etiologische hineininterpretation (interpretatie achteraf) van de tempel in Jeruzalem. De verovering van Jeruzalem en de vernietiging van de Tempel van Salomo in 587/586 v.Chr. schokte de toenmalige tempeltheologie. Zion, de Tempelberg, kon niet meer zo vanzelfsprekend als woonplaats van JHWH gezien worden, zoals geformuleerd bij de inwijding van de tempel.1 Koningen 8:12-53 Een mogelijkheid om hiermee om te gaan, was JHWH te beschouwen als tegenwoordig "in het midden" van de Israëlieten.Michael Emmendörffer (2019): Gottesnähe: Zur Rede von der Präsenz JHWHs in der Priesterschrift und verwandten Texten, in Wissenschaftliche Monographien zum Alten und Neuen Testament deel 155, Vandenhoeck & Rupprecht, Göttingen, pag. 171 De tekst in het boek Exodus over de bouw van de tabernakel moet in dit verband worden beschouwd: JHWH is onderweg met Zijn volk; in het tentenkamp scharen de stammen zich in een bepaalde volgorde rondom de tent van JHWH in het midden. Volgens Franziska Bark ontvouwt de heilige ruimte van de tabernakel zich bij het lezen: "Als tekstueel construct is de miškan [tabernakel] a-historisch en onafhankelijk van de toenmalige mobiele omstandigheden. Op deze manier opgevat, is het tentheiligdom met het oog op de veronderstelde existentiële situatie van de redactie een manier om om te gaan met het verlies van plaats en tempel, land en mensen."Geciteerd uit: B. Janowski (2012): Das Geschenk der Versöhnung. Leviticus 16 als Schlussstein der priesterlichen Kulttheologie, in: Thomas Hieke, Tobias Nicklas (uitg.): The Day of Atonement. Its Interpretation in Early Jewish and Christian Traditions. Brill, Leiden / Boston, pag. 3–32, hier pag. 25 opm. 56; (PDF) vergelijk ook: Reinhard Gregor Kratz (2005): Gottesräume: Ein Beitrag zur Frage des biblischen Weltbildes, in: Zeitschrift für Theologie und Kirche, 102/4, pag. 419–434, hier pag. 429-30

Het tentheiligdom in het boek Exodus heeft zowel betrekking op de eerste tempel (van Salomo) als op de Tweede Tempel en verschaft continuïteit. Het verbindt de ark van het verbond, die alleen in de eerste tempel nog bestond, met de zevenarmige kandelaar (menora), een nieuw cultusvoorwerp dat nog niet bestond ten tijde van de eerste tempel,Rachel Hachlili (2001): The Menorah, the Ancient Seven-armed Candelabrum: Origin, Form, and Significance. Brill, Leiden, pag. 9: „… the seven-armed menorah does not antedate the Second Temple period“, en pag. 36: „The record in Exodus of the tabernacle menorah is a retrojection of the Second Temple type“. maar die in de cultus van de Tweede Tempel een belangrijke rol had; hetzelfde geldt voor de tafel met toonbroden en de priesterlijke kleding. Volgens Dominik Markl "overbruggen de heiligdomteksten de golf van ballingschap en het gebrek aan identiteit tussen de pre- en post-exilische tempel, aangezien deze laatste ook kan aansluiten bij het oorspronkelijke heiligdom."Dominik Markl (2016): Zur literarischen und theologischen Funktion der Heiligtumstexte im Buch Exodus, Stuttgart, pag. 77-78

Geschiedenis volgens de Bijbel Volgens de Bijbelse chronologie zou de tabernakel als joods heiligdom worden gebruikt in de tweede helft van het 2e millennium v.Chr. Er zijn uit deze periode geen primaire bronnen die melding maken van de tabernakel — in aanmerking nemend dat de Thora in de uiteindelijke vorm het resultaat is van een vele eeuwen durend redactieproces, zoals gereconstrueerd in de documentaire hypothese. Geschiedschrijvers en rabbijnen borduurden kennelijk meestal voort op het verhaal in de Bijbel., p. 5-12 Over het algemeen wordt aangenomen dat veel zaken die direct of indirect in relatie staan tot de tabernakel, mogelijk een historische kern hebben, maar de verhalen in de loop van de tijd zijn gemythologiseerd. Voorbeelden hiervan zijn de uittocht uit Egypte en de historische Mozes.

Voorgeschiedenis thumb|Noach offerde op een reukaltaar nadat hij en zijn gezin de Zondvloed overleefden. Landschaft mit dem Dankopfer Noahs door Joseph Anton Koch (ca. 1803) Volgens de verhalen in de Bijbel werden al vroeg in de geschiedenis offers aan God gebracht. Kaïn en Abel, de eerste zonen van Adam en Eva, offerden 'vruchten van de aardbodem' en 'eerstgeborenen van het kleinvee'.Genesis 4:3-5 In het verhaal over de Zondvloed staat de eerste vermelding van een reukaltaar, dat Noach bouwde nadat hij de Ark verliet.Genesis 8:20 Ook de aartsvaders Abraham, Isaäk en Jakob bouwden altaren voor God. In de Bijbel staat beschreven dat deze altaren gebouwd werden na een speciale gebeurtenis, zoals een ontmoeting met God.Genesis 12:7, 13:18, 26:23-25, 35:6, 7