thumb|Een klodder acrylverf, die al de typische vervloeiing vertoont Acrylverf of polymeerverf is een sneldrogende verf die bestaat uit een kleurend pigment met een bindmiddel van kunststof polymeerhars uit de acrylgroep.

Bindmiddel De basis van acrylverf is een acrylaatharsdispersie van minuscule deeltjes acrylaat verdeeld in water. Deze dispersie ziet eruit als een melkachtige vloeistof maar droogt helder op door de verdamping van het water, waarbij de deeltjes op de ondergrond neerslaan in een flexibele (copolymere) laag. De bindmiddellaag is na droging transparant en toont dan de natuurlijke pigmentkleur. Acrylverf kan worden verdund met water of tolueen, en is na droging watervast. Het drogingsproces is onomkeerbaar.

Tijdens het drogen wordt de kleur van acrylverf iets donkerder en vindt er door de verdamping ook een aanzienlijk volumeverlies plaats. Om een controleerbaar impasto-effect met acrylverf te bereiken is het daarom nodig een vulmiddel te gebruiken.

De samenstelling van acrylverf is vrij complex. Meestal wordt een mengsel gebruikt van twee polymere bindmiddelen, een zacht als hoofdbindmiddel, de ander harder (de laatste 20% van de "natte" massa inclusief het water); een dispergant vloeimiddel zoals Tamol 731 (25% van de natte massa); een verdikker en een pigmentbevochtiger zoals Triton CF-10. Het vloeimiddel moet mede voorkomen dat het bindmiddel als een lijm aan de kwast gaat plakken. Goedkopere acrylverfsoorten hebben vaak maar één bindmiddel, zodat de verflaag na droging te zacht of te hard wordt.

Voor acrylverf is in de loop der jaren een groot aantal speciale schildersmedia ontwikkeld. Die bestaan uit een — of een combinatie — van de polymere bindmiddelen, puur of aangevuld met verdikkingsmiddelen en/of vulmiddelen. Deze media maken allerlei glaceer- en impastotechnieken mogelijk, mede doordat ze de verhouding tussen de componenten wijzigen. Door de media toe te voegen aan aquarelverf of inkten verkrijgen deze de eigenschappen van acrylverf. De beperkingen in pigmentkeuze bij normale acrylverf kunnen hierdoor omzeild worden.

Pigment Bij acrylverf is de pigmentconcentratie meestal lager dan bij olieverf vanwege de vele toevoegingen: de helft van de verfmassa bestaat uit water of oplosmiddelD. Kraaijpoel & C. Herenius, 2007, Het kunstschilderboek — handboek voor materialen en technieken, Cantecleer, p. 34 — en omdat de fabrikanten, ook als dit voor een bepaald pigment op zich niet nodig is, altijd een constante hoeveelheid bindmiddel gebruiken om te voorkomen dat de verf bij droging door ongelijke krimpspanning gaat scheuren. Daardoor lijken de kleuren minder verzadigd en is het moeilijker dekkend details aan te brengen. Dat laatste wordt nog verder bemoeilijkt doordat de verf erg viskeus ('stroperig') is, maar het gebruik van tolueen als oplosmiddel vermindert dat probleem. Ondanks, of door, de stroperigheid is de verf "lang": de penseeltoetsen vervloeien weer. Over het algemeen hebben de goedkopere "studieverven" minder (en goedkoper) pigment. Sommige merken gebruiken geen vloeimiddelen zodat de pigmentconcentraties hoger zijn, zoals Golden Artist Acrylics.

Sommige pigmenten, zoals Pruisisch blauw, chromaatgeel, kraplak of zinkwit, kunnen niet met een acrylaatbindmiddel gecombineerd worden, omdat dit alkalisch is. Toen in de jaren vijftig de eerste commerciële acrylverf op waterbasis voor kunstschilders op de markt kwam, was de pigmentkeuze nog heel beperkt; langzaam is het assortiment steeds groter geworden, een proces dat vooral sterk bevorderd werd door het ontwikkelen van kleuren voor autolak. Tegenwoordig worden nieuwe pigmenten meestal eerst in acryl uitgebracht; verouderde pigmenten die alleen nog om traditionele redenen in olieverf gebruikt worden, ontbreken echter: zo is het pigmentaanbod in acrylverf wat moderner dan in olieverf.

Om het pigment goed met het bindmiddel te vermengen, moeten de verschillende componenten nauwkeurig met de correcte bevochtiging en in de juiste volgorde samengevoegd worden. Dit luistert zo nauw dat het voor de schilder niet doenlijk is zelf met losse pigmenten acrylverf te maken. De bereidingsvolgorde is meestal dat men eerst door middel van een dissolver (mengmachine bestaande uit een mengas en dispergeerschijf) het water vermengt met het pigment via een pigmentbevochtiger die als dispergeermiddel voorkomt dat het pigment gaat klonteren en schiften en daarna met de snelmenger de acrylaatharsdispersie(s) toevoegt gevolgd door het coalescentiemiddel (het dispergant vloeimiddel dat de menging van bindmiddel en pigment verbetert), een conserveringsmiddel en het verdikkingsmiddel.D. Kraaijpoel & C. Herenius, 2007, Het kunstschilderboek — handboek voor materialen en technieken, Cantecleer, p. 182

Dragers Door de extreem goede hechting kan een groot aantal dragers gebruikt worden, vaak zonder enige preparatie van een ondergrond; het acrylaat wordt daardoor immers niet geabsorbeerd. De ondergrond mag echter niet vettig zijn daar dit de waterige acrylverf afstoot en doet parelen. Ook een grondverf is meestal overbodig, behalve als glad metaal beschilderd moet worden. Acrylverf kan goed gebruikt worden op een textiele drager, zoals linnen of katoen en bijvoorbeeld ook op T-shirts. Het hecht zich goed aan de stof, waarna het al dan niet gefixeerd kan worden. Bij het werken met deze verfsoort moet men er rekening mee houden dat de verf snel droogt en dan niet makkelijk te verwijderen is; het is daarom aanbevelenswaardig oude kleding aan te trekken of een schort voor te doen. Soms lukt het om katoen of wol mechanisch (afkrabben) schoon te maken na inweken met heet water en zeep of chemisch met aceton dat eveneens gebruikt kan worden om ingedroogde kwasten te behandelen.

De gebruikelijke materialen waarop in de kunst geschilderd wordt, zoals papier en schilderdoek, zijn in principe zonder problemen te gebruiken; wel moet het papier dik genoeg zijn (en dus eigenlijk karton) of opgespannen worden om een sterk golven of bobbelen te voorkomen bij het opdrogen: door het volumeverlies krimpt de verflaag ook horizontaal. Door het papier van achteren te bevochtigen kan de verfdroging gevarieerd worden.D. Kraaijpoel & C. Herenius, 2007, Het kunstschilderboek — handboek voor materialen en technieken, Cantecleer, p. 180

Geschiedenis thumb|350px|Acrylverf wordt tegenwoordig geleverd in potten, flacons en tuben Commerciële acrylaatdispersies, een uitvinding van Otto Röhm uit de vroege 20e eeuw, werden vanaf 1931 verkocht door het Duitse Röhm & Haas als metaal, muur- en houtverf. In 1947 ontwikkelde het Amerikaanse bedrijf Bocour Artist Colors een methacrylaatdispersie in een oplossend mengsel van terpentijn, xyleen en tolueen, te verdunnen met terpentine, dat het in 1949 als kunstenaarsverf uitbracht onder de merknaam Magna. Deze nieuwe verf werd niet echt populair, hoewel hij tot in de jaren zeventig geproduceerd zou worden in een gewijzigde vorm als wasverf. De droogtijd was extreem kort, de verf was mengbaar met olieverf en na droging weer oplosbaar in terpentine. De verffilm was vrij hard, omdat er zich geen copolymeren vormden bij droging. Een gelijksoortig modern product is Mineral Spirit Acrylic Conservation Paints van het bedrijf Golden Artist Colors. left|thumb|Plastic tuben werden in de eenentwintigste eeuw erg populair In 1954 kwam het Amerikaanse bedrijf Permanent Pigments voor de kunstenaar met de eerste acrylverf op basis van een dispersie in water: Liquitex, dat zoals de naam al aanduidt ook de textielschilder als doelgroep had. Als basis werd het polymeer Rhoplex AC-34 gebruikt; tot in de jaren zeventig bleef het gebruikelijk de naam "polymeerverf" te reserveren voor de dispersies in water en "acrylverf" voor dispersies in minerale oplosmiddelen, maar dat naamonderscheid is nu verdwenen. Liquitex werd eerst in erg dunne vorm verkocht in flacons, als een zogenaamde low body acrylic met een vrij hoge pigmentconcentratie. In 1962 kwam er een dikkere vorm in tuben op de markt: Hyplar Acrylic Colors uitgebracht door Grumbacher, een bedrijf dat al kunststofverf produceerde op polyvinylacetaat-basis; de hardere vinylverf voor de kunstenaar bestaat al vanaf 1938. Binnen een jaar kwamen vijf andere merken: Shiva, Liquitex, Aqua-tec, Politec en Cryla, met een gelijksoortige dikkere acrylverf, een high body acrylic die anders dan men zou denken juist een wat lagere pigmentconcentratie heeft omdat de verf niet door meer pigment die "body" verwerft maar door een speciale verdikker. Het verdikkende middel is een polyacrylaat: natriumpolyacrylaat of ammoniumpolyacrylaat. Om de dikkere verffilm iets harder te maken, werd vaak ook het polymeer Rhoplex B85 toegevoegd. In de vroege jaren zestig werd zulke tubeverf met succes gepromoot voor gebruik in de kunstklassen van Amerikaanse middelbare scholen en colleges en verdrong daar al snel het meer bewerkelijke olieverfschilderen. Tegelijkertijd verving het binnen enkele jaren de meer kwetsbare plakkaatverf in de decoratieschildering, terwijl ook illustratoren het gemak van de sneldrogende verf ontdekten. Alle grote fabrikanten namen gedurende de jaren zestig de verfsoort in hun assortiment op. Langzaam werd het medium ook door de professionele kunstschilder aanvaard. Werken in deze techniek door David Hockney behaalden in de eenentwintigste eeuw de hoogste veilingprijzen ooit voor schilderijen van nog levende kunstenaars.

Tegenwoordig wordt er meer acrylverf dan olieverf in tuben geproduceerd die de laatste jaren vaak van plastic worden gemaakt om uitdroging te voorkomen. De grote massa van de acrylverfproductie is echter voor industriële, decoratieve en bouwkundige doeleinden. Een recente ontwikkeling is dat de huisschilder om gezondheidsredenen van alkydverf naar acrylverf overstapt; giftige oplosmiddelen die niet meer verenigbaar zijn met de wettelijk verplichte arbeidsomstandigheden, worden zo in principe vermeden — veel commerciële merken industriële acrylverf bevatten overigens wel degelijk organische oplosmiddelen, sommige van een minder schadelijke soort zoals alcoholen of glycolether, om de uitstrijkbaarheid op grote oppervlakten en de vorstbestendigheid te verbeteren.

Vergelijking met andere technieken 300px|miniatuur|Techniek om met acrylverf overgangen te maken. Vanop afstand lijken ruw geborstelde partijen in elkaar over te vloeien: klik om te vergroten. Acrylverf is in staat een hele reeks andere technieken na te bootsen. Bij sterk verdund opbrengen kan een effect verkregen worden als bij een aquarel, waarbij het papier door de pigmentkorrels heen zichtbaar blijft. Na droging is de verf echter niet meer verwasbaar.

Meer gebruikelijk is het acrylverf dik aan te brengen en lijkt het resultaat sterk op dat van olieverf. De mogelijke hoogglans van olieverf ontbreekt echter, maar die kan achteraf worden aangebracht door een glanzend vernis, of verkregen door het gebruik van een speciaal glansmedium.

Acrylverf biedt bepaalde voordelen boven olieverf. De korte drogingstijd maakt het mogelijk veel sneller te werken. De stinkende en giftige oplosmiddelen van olieverf, zoals terpentijn, kunnen vermeden worden. Onder de kraan kunnen de kwasten eenvoudig schoon worden gemaakt, tenzij de verf geheel is ingedroogd. In dat geval kunnen de kwasten slechts met grote moeite worden gereinigd door met veel heet water en zeep de verf van de haren van de kwast los te wrijven. Acrylschilders laten hun kwasten daarom vaak continu in water staan, tot zij de tijd hebben deze met de nodige zorg schoon te spoelen en te drogen.