De geschiedenis van Italië is een lange geschiedenis, waarin de stad Rome kwam te overheersen, hoewel er ook buiten Rome veel interessante ontwikkelingen waren.
Etymologie van de naam Italië miniatuur|Evolutie van het begrip "Italië" tijdens de Romeinse periode De naam Italië (Italia) is een oude naam voor het land en de volkeren van Zuid-Italië. Zijn oorsprong is onduidelijk, maar zou Grieks zijn voor "het land van vee", "Kalveren" of "Kalfsvlees". Volgens Massimo Pallottino was de naam voor het gebied oorspronkelijk afgeleid van de Itali, een bevolkingsgroep afkomstig uit het huidige Calabrië. De Grieken gingen geleidelijk de naam voor een groter gebied gebruiken, maar het was pas de tijd van de Romeinse verovering dat de term werd uitgebreid tot het hele schiereiland., A History of Earliest Italy, Ann Arbor, 1991, p. 50. Munten die de naam Italia dragen werden gemunt door een bond van Italische volkeren (Sabijnen, Samnieten, Umbriërs en anderen) die met Rome wedijverden in de 1e eeuw voor christus
Omstreeks de tijd van keizer Augustus werd het multi-etnische gebied van Italië in de provincia Italia als centrale eenheid in het Romeinse Rijk opgenomen; Gallia Cisalpina, de Povlakte en omliggende gebieden in het noorden, kwam bijvoorbeeld in 42 v.Chr. bij Italia. Na de val van het West-Romeinse Rijk en de Lombardische invasies, werden "Italië" of "Italiaan" geleidelijk de collectieve naam voor verschillende staten die op het schiereiland verschijnen en hun overzeese eigendommen.
Prehistorie Er zijn sporen gevonden van de cardiaal-impressocultuur uit het zevende millennium voor Christus.
Bronstijd Nuraghencultuur De vroegste cultuur in Italië was waarschijnlijk de Nuraghencultuur (vanaf 6e millennium v.Chr.) op Sardinië, die gekenmerkt werd door de hoge ronde ruwstenen torens.
Terramarecultuur De TerramarecultuurDeze alinea is gebaseerd op het artikel 'History of Italy' van de Engelstalige Wikipedia. ontleent haar naam aan de residu's van zwarte aarde (terremare) van nederzettingsheuvels, die lange tijd aan de nood aan vruchtbare aarde voor plaatselijke boeren voldeed. De nederzettingen van de mensen uit dit tijdperk mogen gerust worden vergeleken met die van hun neolithische voorgangers. Zij waren nog steeds jagers, maar hadden dieren reeds gedomesticeerd; zij waren tamelijk bekwame metaalbewerkers, en goten brons in stenen en kleien gietmallen, en zij waren ook landers, die bonen, wijnstokken, tarwe en vlas cultiveerden. Men is de mening toegedaan dat de Terremarecultuur een vroege cultuuruiting van de Italischsprekende Indo-Europeanen zou kunnen zijn.
IJzertijd Villanovacultuur
Oudheid Etrusken
De Etrusken (Gr. Τυρσηνοί/Tyrsênoi of Τυρρηνοί/Tyrrhênoi; Lat. Tusci of Etrusci; Etr. Rasenna of Rasna) vormden een bevolkingsgroep die van omstreeks de negende tot en met de eerste eeuw v.Chr. het gebied tussen de rivieren de Arno en de Tiber (thans Toscane, Umbrië en Latium) in Italië bewoonde. Dit gebied noemt men in dit kader Etrurië.
Magna Graecia
Magna Graecia, Latijn voor Groot-Griekenland was de antieke benaming voor Zuid-Italië en Sicilië. Deze gebieden waren door de Grieken gekoloniseerd vanaf ongeveer 800 v.Chr. (Tot op de dag van vandaag is er een kleine Griko sprekende minderheid in Zuid-Italië.) Een aantal belangrijke kolonies van Magna Graecia, zoals Neapolis (huidige Napels) en Syracuse, hebben een belangrijk aandeel gehad in de culturele vorming van de Romeinen.
De Grieken vestigden zich altijd dicht bij de kust. In het binnenland handhaafden zich inheemse Italische volkeren. In Sicilië waren die (Siculi, Sicani, Elymi) zo verzwakt dat ze geen ernstige bedreiging meer vormden voor de Griekse koloniën, maar in het zuiden van het Italiaanse schiereiland was dat anders. Hier ontpopten zich vanaf de 5e eeuw v.Chr. vooral de Samnieten als gevaarlijke tegenstanders.
Romeinse Rijk
miniatuur|Noord-Italië in de derde en vierde eeuw voor Christus De geschreven geschiedenis van Italië begint wanneer de Grieken enkele steden stichten in het zuiden van het land. In het noorden van Italië woonden de cisalpiene Kelten (het latere Gallia Cisalpina). In het centrum heersten de Etrusken en in het zuiden de Grieken, en precies tussen die twee gebieden lag het omstreden Latium, waar de Latijnen, een Italisch volk, woonden. Rome werd de belangrijkste stad van dit gebied en kreeg steeds meer macht. Nadat de Romeinen eerst de omliggende steden hadden veroverd, versloegen ze in de 4e eeuw v.Chr. de Etrusken en in de 3e eeuw v.Chr. de Grieken in het zuiden. Later versloegen ze ook de Galliërs in de Povlakte. Zo verkregen zij uiteindelijk het gehele Italiaanse schiereiland. In de derde eeuw werd het Roomse koninkrijk omgevormd tot een republiek. De Romeinen begonnen hun vele expansie-oorlogen onder leiding van bekende generaals als Scipio Africanus, Aemilius Paullus, Scipio Aemilianus, Gaius Marius, Lucius Sulla, Pompeius en Julius Caesar.
thumb|300px|Het Romeinse Rijk op zijn hoogtepunt, onder keizer Trajanus In de 3e en 2e eeuw v.Chr. werden de Punische oorlogen tegen de stad Carthago uitgevochten. Hierbij trok de beroemde Carthaagse generaal Hannibal met zijn hele leger via Spanje over de Alpen en vocht in geheel Italië voordat hij verjaagd kon worden. Nadat Carthago in 146 v.Chr. definitief was verslagen hadden de Romeinen de macht in het gebied van de Middellandse Zee. Veel oorspronkelijk Carthaagse en Griekse kolonies in Afrika, Frankrijk en Spanje behoorden nu tot het Romeinse Rijk. Rond 200 v.Chr. kwam ook Griekenland zelf onder Romeinse heerschappij en daarbij de Griekse kolonies in het oosten, zoals Klein-Azië Syrië Palestina en Egypte.
Julius Caesar veroverde tussen 60 en 50 v.Chr. heel Gallië. 27 v.Chr. vormde de start van het Romeinse Keizerrijk en de start van de Pax Romana, een vredevolle periode waarin Rome tot bloei kwam en de culturele, politieke en economische hoofdstad van (bekende) wereld werd: het Caput Mundi. Het was Keizer Claudius die 100 jaar later Britannia aan het rijk toevoegde. Trajanus was de laatste grote veroveraar. Hij veroverde aan het begin van de 2e eeuw Dacië en grote delen van het Parthische rijk al moest dat gebied al snel weer opgegeven worden. Onder Trajanus bereikte het Romeinse Rijk zijn grootste omvang. Het grondgebied liep van Noord-Engeland tot Egypte. Zijn opvolgers consolideerden de grenzen. Alle pogingen om de Germanen te verslaan en hun grondgebied te bezetten mislukten. Een lange periode van relatieve vrede brak aan. De Romeinen verspreidden het Latijn en hun cultuur over hun rijk. Germaanse stammen werden aan de grenzen toegelaten en mochten in bijvoorbeeld België wonen als ze zich maar aan de Romeinse regels hielden. De dood van Marcus Aurelius in 180 en de crisis van de derde eeuw markeerden het einde van het gouden tijdperk van Rome en het begin van het verval. In 284 werd het rijk gesplitst in een West-Romeins Rijk en een Oost-Romeins Rijk. Het Westelijke Rijk ging in 476 ten onder door de Germaanse volksverhuizing.
Twee rijken en hun verval Omdat het Romeinse Rijk een zo grote omvang had, was het niet goed te verdedigen en werd het uiteindelijk opgedeeld in twee verschillende rijken. Het westelijke deel omvatte de tegenwoordige landen Italië, Frankrijk, Spanje, Portugal, Zwitserland, Oostenrijk, delen van Duitsland en Nederland, België en een deel van Hongarije en Joegoslavië. Het oosterse rijk omvatte Griekenland, Turkije, Syrië, Libanon, Israël, Egypte, en delen van Libië, Tunesië en Algerije.
In 286 verhuisde keizer Diocletianus de hoofdstad van West-Romeinse Rijk naar Milaan. Constantijn de Grote maakte van Byzantium de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk (330), dat hij Nova Roma noemde, maar al gauw als Constantinopel bekendstond. In 402 verhuisde keizer Honorius voor een tweede maal de hoofdstad van West-Romeinse Rijk, ditmaal naar Ravenna.
Het Oost-Romeinse Rijk hield vast aan de oude gebruiken, maar het westelijke deel nam steeds meer Germanen in dienst als soldaten en zelfs als senatoren. Aan het eind van de 4e eeuw kwam de Grote Volksverhuizing op gang. Dit leidde ertoe dat Germaanse en andere barbaarse volkeren de Romeinse grens overstaken en het rijk van binnenuit verzwakten en de macht overnamen. Dit leidde tot grote onrust en op den duur trokken de Romeinen zich uit Noordwest-Europa terug. De macht van het West-Romeinse Rijk was niet groot meer en de laatste keizer werd door een Germaan, Odoaker, in Romeinse dienst in 476 afgezet. Slechts rond de Franse rivier Loire wist een klein Romeins rijk zich nog enige jaren te handhaven tegen de Germanen, het rijk van Syagrius.
Na de val van het westelijke rijk vestigden Goten en Longobarden zich in Italië, al deed de Oost-Romeinse keizer Justinianus in de 5e eeuw nog een mislukte poging het oude Romeinse Rijk te herstellen Italië, Noord-Africa en delen van Spanje te veroveren en te bezetten.
De Germaanse stammen deden ook een aanval op het oosterse rijk, maar wisten daar geen blijvende veroveringen te verwezenlijken, slechts een deel van Afrika werd veroverd.
Middeleeuwen Rijk van Odoaker en Ostrogotische Rijk (476 - 550)
Het Rijk van Odoaker bestond van 4 september 476 tot 15 maart 493 en was de staatkundige opvolger van het West-Romeinse Rijk in het Romeinse kerngebied Italië. Odoaker was een Germaanse huurling die de laatste Romeinse keizer verdreef. Odoakers rijk besloeg aanvankelijk slechts het vasteland van Italië. In 477 werd Sicilië veroverd op de Vandalen. Voormalig keizer Julius Nepos, maakte in Dalmatia nog steeds aanspraak op de Westelijke keizerstitel, maar werd vermoord door generaal Ovida. In december 481 of 482 versloeg Odoaker diens leger en voegde Dalmatia bij zijn rijk. Later ondernam hij twee veldtochten tegen de Rugiërs in de voormalige provincie Noricum in het noordoosten, die hij beiden won. De verdreven Rugiërs verbonden zich daarop echter met de Oost-Goten, die in 489 gesteund door het resterende Romeinse Rijk het rijk van Odoaker aanvielen. Onder leiding van Theoderik de Grote behaalden de Oost-Goten een reeks van zeges en belegerden zij de hoofdstad Ravenna. Uiteindelijk sloten Odoaker en Theoderik op 2 februari 493 een verdrag om ieder over de helft van Italië te heersen. Bij een feestmaal om dit verdrag te vieren op 15 maart, doodde Theoderik, Odoaker waarop het Rijk van Odoaker overging in het Ostrogotische Rijk.
Toen Theodorik de Grote stierf in 526 werd zijn dochter Amalasuntha koningin der Ostrogoten. Zij wist het rijk echter niet bijeen te houden en de katholieke Romeinen en de ariaanse Ostrogoten groeiden uit elkaar. Dit zette de Romeinse keizer Justinianus er toe aan de Ostrogoten de oorlog te verklaren. Rond 550 was het rijk nagenoeg vernietigd en maakte geheel Italië weer deel uit van het Romeinse Rijk. thumb|400px|Het "Oost"-Romeinse Rijk rond 555 na de veroveringen door Justinianus.
Oost-Romeinen en Longobarden (568 - 774)
miniatuur|Het Oost-Romeinse deel (oranje) en het Longobardische Rijk (blauw) in 590 Onder druk van de Avaren verlieten in 568 de Longobarden en een deel van de Gepiden de Balkan, trokken de Alpen over en vielen Italië binnen. Keizer Justinus II had niet de middelen om ze tegen te houden. Hoewel ze er niet in slaagden om de ommuurde steden in te nemen, veroverden ze een groot deel van Noord- en Midden-Italië. De stad Pavia in de Povlakte werd de hoofdstad van het koninkrijk nadat het in 572 was ingenomen. Italië werd verdeeld tussen de Longobarden en de Oost-Romeinen. Dit betekende het einde van de politieke eenheid van Italië, tot in de 19e eeuw. De Oost-Romeinen hadden het exarchaat Ravenna, het gebied rond Rome (hertogdom Rome), hertogdom Perugia, enkele kuststeden, en delen van Zuid-Italië. De Longobarden hadden het hertogdom Friuli, hertogdom Ivrea, hertogdom Tridentum, hertogdom Spoleto en het hertogdom Benevento. Dit laatste deel van het Longobardische Rijk zou relatief zelfstandig worden.