Jacob Mossel (Enkhuizen, 28 november 1704 – Batavia, 15 mei 1761) was van 1750 tot 1761 gouverneur-generaal van Oost-Indië voor de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Biografie Jacob Mossel werd op 28 november 1704 geboren te Enkhuizen als zoon van Pieter Jacobszn Mossel en Geertruyde Leydecker. Jacob vertrok op vijftienjarige leeftijd als lichtmatroos op het fluitschip de Haringthuyn naar Indië. Omdat zijn familie een wapen had, kreeg hij een voorkeurspositie; zijn schrijfvaardigheid deed Dirk van Cloon hem bovendien aannemen als functionaris aan de kust van Coromandel (1721). Op 30 maart 1730 trouwde hij met Adriana Appels, de 14-jarige stiefdochter van de gouverneur van de Coromandelkust, Adriaan van Pla. Jacob Mossel werkte zich uiteindelijk op tot gouverneur en directeur van de Coromandelkust (1738). In 1740 werd hij extra-ordinaris lid (lid zonder stemrecht) van de raad van Indië en in 1742 werd hij in Batavia lid van de Raad van Indië. In 1745 werd hij de eerste directeur van de Amfioensociëteit, een organisatie in handen van een aantal VOC-ambtenaren die het alleenrecht kreeg op de handel in opium in het klein. In 1747 volgde een benoeming tot directeur-generaal, de op één na hoogste functie in Indië. In 1750 trad hij aan als gouverneur-generaal van Oost-Indië, na het overlijden van Van Imhoff, en vervulde dit ambt tot aan zijn dood in 1761.
Mossel bestuurde Indië in een periode waarin het steeds slechter ging met de VOC. Hij voerde bezuinigingen door en staakte de strijd in Bantam nadat hij erkende dat zijn voorganger verkeerd had gehandeld. De VOC boette in aan macht door expansie van de Engelse Oost-Indische Compagnie. In de strijd om Bengalen verloor Mossel het van de Engelsen. Mossel was voorstander van het toestaan van privéhandel door ondernemers in het Indisch gebied. Het ging dan in het bijzonder om de kleine handel waarop de compagnie geen winst kon maken. Als gevolg daarvan onderging Batavia opnieuw een periode van bloei, die door belastingmaatregelen van zijn opvolgers weer teniet werd gedaan. De VOC had last van corruptie en zelfverrijking door haar ambtenaren. Ook Mossel deed daaraan mee. Zijn grote vermogen (3,2 miljoen gulden bij zijn overlijden)Zandvliet, K. (2020) De 500 rijksten van de Republiek. Zutphen: Walburgpers kon hij in ieder geval niet uit zijn officiële inkomen hebben vergaard. Naast zijn aandeel in de Amfioensociëteit nam hij deel in negen suikermolens en een arakbranderij. De maatregelen die hij nam om de corruptie tegen te gaan waren niet erg effectief. Om pracht en praal uit te bannen vaardigde hij in 1754 het "Reglement ter beteugeling van Pracht en Praal" uit, waarin exact stond voorgeschreven welke uiterlijke rijkdom VOC-ambtenaren mochten vertonen. Dat varieerde van het aantal knoopsgaten tot de grootte van het huis. Het reglement gold echter niet voor hemzelf. Toen zijn dochter trouwde, ging dat gepaard met een uitbundig feest. Nadat hij in 1761 aan een slopende ziekte was overleden, werd hij met veel vertoon begraven. thumb|700px|center|Rouwstoet voor gouverneur-generaal Jacob Mossel (1761)
Categorie:Gouverneur-generaal van de VOC Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw