Guided by Voices is een Amerikaanse indierockband uit Dayton, Ohio. De band werd in 1983 opgericht door zanger en songwriter Robert Pollard, gitarist Ed Dwyer, bassist Mitch Mitchell en drummer Kevin Fennell. Guided by Voices groeide uit tot een van de invloedrijkste indierockbands in de periode waarin alternatieve rock zijn hoogtepunt bereikte. Gedurende zijn bestaan heeft de band vele wisselingen in de bezetting doorgemaakt. Pollard was steeds de constante factor. Wat hij later de classic lineup noemde, bestond uit Pollard, gitarist Tobin Sprout, Mitchell, bassist Greg Demos en Fennell.

Geschiedenis Voorgeschiedenis en oprichting (1975-1985)

De geschiedenis van Guided by Voices begint in de periode dat zanger Robert Pollard studeerde aan Wright State University. Hij werd door zijn vader van jongs af aan aangespoord om aan atletiek te doen, maar eenmaal aan Wright State realiseerde Pollard dat hij het talent noch de drive had om een carrière in de sport na te streven. Nadat hij zichzelf gitaar had leren spelen, richtte Pollard in 1975 de band Anacrusis op (Nederlands; opmaat of anacrouse), een naam die hij passend vond. Het eerste optreden van de band was in 1976.

Anacrusis speelde tegen het einde van de jaren 1970 covers van heavy metal en progressieve rock in plaatselijke kroegen. In 1981 begonnen ze eigen muziek te spelen van de hand van Pollard. Volgens gitarist Mitch Mitchell werd het spelen van covers toen maar saai. In 1982 werden voor het eerst opnames gemaakt van eigen werk. De band trad in deze periode onder verschillende namen op maar uiteindelijk werd in 1983 gekozen voor Guided by Voices. De naam verwijst naar de stemmen uit het verleden van de rockmuziek waardoor Pollard zich geleid voelt bij het schrijven van muziek. Al in de beginjaren was de bezetting aan sterke wisselingen onderhevig; dit zou zo blijven gedurende het bestaan van de band.

Stamboom tot en met de eerste incarnatie van Guided by Voices volgens Greer (2005) aangevuld met latere gegevens.

Beginjaren en lo-fi periode (1986-1997) In 1986 verscheen het eerste werk van de band, de ep Forever Since Breakfast. De ep werd opgenomen in een 24-sporenstudio. Pollard was erg ongelukkig met het werk, dat werd uitgebracht op het kleine platenlabel I Wanna. De slechte ervaring bracht Pollard ertoe om bij de opnames van het volgende werk zelf alle beslissingen te nemen, zonder te kijken naar de kwaliteit van de productie. Hierna begonnen uitgaven elkaar in snel tempo op te volgen - wat kenmerkend zou blijken voor Pollard en daarmee ook voor Guided by Voices. Na de ep verschenen de albums Devil Between My Toes (1987), Sandbox (1987), Self-Inflicted Aerial Nostalgia (1989) en Same Place the Fly Got Smashed (1990), allemaal op kleine onafhankelijke labels. De albums verschenen in kleine oplagen (enkele honderden) per stuk en circuleerden niet buiten familieleden, vrienden en een bescheiden schare fans.

Tegen 1992 verkeerde de band in geldnood. Er zou nog één album uitgebracht worden. Hoewel Propeller werd opgenomen in een professionele studio, werd er gebruikgemaakt van 4-track cassettes en lo fi-opnametechnieken. Pollard had er geen behoefte aan dat het album gerecenseerd zou worden. Toch stuurden manager Pete Jamison en bassist Greg Demos het album naar tijdschriften en plaatselijke uitgevers waarna de aandacht voor het album groeide. Na het horen van het album raakte Robert Griffin, oprichter van Scat Records, geïnteresseerd in de band. Hij nam contact op met Pollard en stelde voor om een ep op te nemen. In eerste instantie dankte Pollard voor het aanbod, omdat volgens hem de band was opgeheven, maar daar kwam hij vrijwel meteen op terug. Zeven dagen later ontving Griffin een demo van de ep The Grand Hour. Scat bracht de ep in 1993 uit. In hetzelfde jaar verscheen er meer werk van de band, waaronder het album Vampire on Titus.

In 1994 kreeg de band voor het eerst bredere aandacht, onder andere in het tijdschrift Spin. Op 21 juni kwam Guided by Voices met Bee Thousand. Het was dit album waarmee de band doorbrak in indiekringen. Het album werd uitgegeven door Scat, met een distributiedeal met Matador. Enkele maanden later, op 31 oktober (Pollards verjaardag), tekende de band bij Matador. In 1995 debuteerde de band met Alien Lanes op het label. Beide albums groeiden uit tot klassiekers in de indierock.

In 1996 werd Under the Bushes Under the Stars opgenomen. Het was het eerste album dat een professionelere benadering kreeg; de opnames vonden plaats in een 24-sporenstudio. Ondertussen begon het vele toeren zijn tol te eisen onder de "classic lineup". Deze bezetting bestond naast Robert Pollard uit de gitaristen Tobin Sprout en Mitch Mitchell, bassist Greg Demos en drummer Kevin Fennell. Sprout besloot niet langer de weg op te gaan. Hij verlegde zijn aandacht naar zijn gezin, zijn schilderkunst en zijn solocarrière. Demos had in 1994 een diploma in de rechten behaald en werd advocaat. Pollard, altijd al druk met nevenprojecten, bleef onverminderd doorgaan op dezelfde weg. In 1997 wist hij leden van Cobra Verde aan zich te binden; met deze nieuwe bezetting werd Mag Earwhig! (1997) opgenomen.

Hogere productiewaarde, terugkeer naar Matador en opheffing (1998-2004) Met de nieuwe bezetting begon de band te experimenteren met beter gepolijste productie. Guided by Voices tekende bij het grotere label TVT. Het album Do the Collapse (1999) werd geproduceerd door Ric Ocasek (The Cars, Nada Surf, Weezer). Het album werd matig ontvangen. Fans misten de lo-fi-benadering waar de band bekend om stond. Wel kwam er meer airplay, vooral dankzij "Teenage FBI" en "Hold on Hope", beide afkomstig van Do the Collapse. De bezetting van de band was ondertussen wederom veranderd; alleen Pollard en gitarist Doug Gillard (afkomstig van Cobra Verde) bleef aan. Oudgedienden Demos en Macpherson keerden terug. Vóór de opnames van Isolation Drills (2001) sloot ook Nate Farley (The Amps, The Breeders) zich bij de band aan. Het album werd geproduceerd door Rob Schnapf (Beck, Heatmiser, Elliott Smith).

miniatuur|Van voor naar achter: Nate Farley, Chris Slusarenko en Robert Pollard tijdens een optreden met Guided by Voices in 2004. Ondanks de toegenomen airplay genereerden de laatste twee albums niet het succes waar wel op gehoopt werd. Pollard was ongelukkig met de zakelijke gang van zaken bij TVT waar de focus meer lag op hitpotentie. Hoewel Do the Collapse werd uitgebracht op dat label, werd het album gefinancierd door Matador. Nadat Guided by Voices TVT verliet, wilde Matador de band graag terug. De onderhandelingen over een nieuw contract namen slechts enkele dagen in beslag. In 2002 verscheen het "mid-fi-album" Universal Truths and Cycles waarmee de band brak met de hogere productiewaarde van Do the Collapse en Isolation Drills. In 2003 volgden Earthquake Glue, de boxset Hardcore UFOs: Revelations, Epiphanies and Fast Food in the Western Hemisphere en het verzamelalbum The Best of Guided by Voices: Human Amusements at Hourly Rates.

In maart 2004 kondigde Pollard aan dat de band werd opgeheven. Guided by Voices hield een afscheidstournee die door Pollard Mission Accomplished: The Electrifying Conclusion werd genoemd. Het laatste optreden van de tournee vond plaats op 31 december 2004 in het poppodium Metro in Chicago. De show werd bezocht door oud-bandleden en familieleden, maar ook door leden van The Strokes, The Smashing Pumpkins en Andrew W.K. Het vier uur durende optreden verscheen op de dvd The Electrifying Conclusion.

Solo- en nevenprojecten (2005-2009) Nadat de band was opgeheven, gingen de leden door met eigen (solo)projecten. Gitarist Nate Farley begon direct met het schrijven van eigen materiaal. Hij richtte Shawen Acres op in 2005. De band bracht één album uit, The Precious Blood Festival. Drummer Kevin March werd manager bij School of Rock, een internationale organisatie voor naschoolse muziekopleidingen. Hij droeg daarnaast bij aan albums van Bloodthirsty Lovers (met wie hij ook toerde), Hot One en Craig Wedren. Met Nina Perssons project A Camp nam March het album Colonia op dat in 2009 werd uitgebracht. Gitarist Doug Gillard bracht zijn soloalbum Salamander uit in 2004. Drie jaar later trok hij naar New York, waar hij muziek opnam met Richard Buckner, The Hold Steady en Boston Spaceships.

Robert Pollard bracht meerdere albums uit van zijn diverse projecten, waarin hij samenwerkte met onder anderen oud-leden van Guided by Voices. In 2007 verscheen het verzamelalbum Crickets: Best of the Fading Captain Series 1999-2007. Het album bevat een verzameling van nummers die afkomstig zijn van studioalbums die tussen 1999 en 2007 waren uitgegeven in de Fading Captain Series. Pollard riep deze reeks in het leven om werken uit te kunnen brengen buiten Guided by Voices om. Ook in 2007 bracht het label New West het livealbum Live from Austin, TX uit met de opnames van een concert van Guided by Voices.

Reünie en tweede opheffing (2010-2014)

Van 1 tot en met 3 oktober 2010 vierde Matador haar 21e verjaardag in het Palms Casino Resort in Las Vegas. Bands die (ooit) onder contract stonden bij het label gaven acte de présence. Hoewel Pollard in eerste instantie bedankte voor de uitnodiging, bracht hij voor het evenement de "classic line-up" bij elkaar nadat hem meer geld werd aangeboden voor het optreden. Over deze bezetting zei Pollard dat hij beter was dan de oorspronkelijke bezetting, waar ook zijn broer Jim deel van uitmaakte. Mitchell zorgde voor een opstootje toen hij het podium beklom tijdens het optreden van Yo La Tengo en omvergeworpen werd door een beveiliger. Mitchells actie paste bij de rivaliteit die tussen de bands heerste sinds Pollard zich tijdens een show in 2000 negatief uitliet over Yo La Tengo.

Al in juli 2010 waren er geruchten dat een tournee zou volgen op het optreden op Matadors verjaardagsevenement, die later werden bevestigd. Pollard had eerst geen zin maar stelde later een volwaardige reünie voor. Hij had het album Let's Go Eat the Factory en een heuse comeback in gedachten al uitgewerkt hoewel hij een nieuw album tijdens een interview met Spinner op 23 december 2010 nog een "long shot" noemde. De opnames vonden plaats in Sprouts thuisstudio maar verliepen moeizaam, onder andere door technische problemen. Later dat jaar ving de tour aan en trad de band door het hele land op in grotere clubs dan toen de band in 2004 werd opgeheven. Veel shows waren al snel uitverkocht. De Hallway of Shatterproof Glass Tour werd door Tyler Clark van Consequence of Sound in 2019 uitgeroepen tot een van de 25 beste tournees van de jaren 2010. In december 2011 werd Let's Go Eat the Factory uitgebracht.

In 2013 probeerde Fennell zijn drumstel via eBay voor $ 55.000 te verkopen. De relatie tussen Pollard en Fennell raakte ernstig gebrouilleerd waarna de drummer in oktober werd ontslagen. Aan het ontslag ging een uitwisseling van e-mails tussen Fennell en Pollard vooraf die Fennell openbaarde op de speciaal voor de verkoop aangemaakte Facebookpagina. Pollard haalde in zijn e-mails hard uit naar Fennell. Uit het e-mailverkeer werd duidelijk dat Fennell hoopte geld te kunnen verdienen met het drummen voor de band, maar hij vond dat er te weinig shows werden gegeven. Hij werd vervangen door Kevin March.

Bijna een jaar later, op 18 september 2014, gaf de band plots een verklaring af op hun website en Facebookpagina waarin ze aankondigden te stoppen. Kaartjes die al verkocht waren voor een aanstaande tour werden vergoed. In een e-mail naar de New York Times gaf Pollard als reden op dat het onderste uit de kan was bereikt. De band heeft in de periode 2004-2010 zes albums uitgebracht.

Record Store Day en Suitcase 4 (2015)