De Geschiedenis van Noord-Brabant beschrijft de gebeurtenissen van het verleden van de landstreek die in de 21e eeuw de provincie Noord-Brabant vormt.

De eerste mensen arriveerden omstreeks 10.000 v.Chr. In 3000 v.Chr. ontstonden de eerste nederzettingen en het gebied werd rond het begin van de jaartelling veroverd door de Romeinen. Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk namen Germaanse stammen de streek in bezit. In de 12e eeuw ging het gebied deel uitmaken van het Hertogdom Brabant.

Tijdens de Nederlandse Opstand veroverden Staatse troepen de landstreek, die in 1648 bij de Vrede van Münster definitief bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kwam. Het werd een Generaliteitsland zonder een eigen stem in het landsbestuur. Deze situatie duurde tot 1796, toen het gewest met autonome status toetrad tot de Bataafse Republiek. Bij de stichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 werd de huidige provincie Noord-Brabant gevormd.

Prehistorie thumb|Een ringwalgrafheuvel, ca. 1350 v. Chr., nabij Toterfout in de gemeente Veldhoven De oudste menselijke bewoning van het huidige Noord-Brabant dateert van 10.000 v.Chr. De eerste bewoners waren jager-verzamelaars die in kleine groepen rondtrokken. Rond 3000 v.Chr ontstonden de eerste agrarische nederzettingen. De boeren gebruikten aanvankelijk nog stenen werktuigen, maar rond 1900 v.Chr. deed brons zijn intrede in het gebied en rond 800 v.Chr. verschenen er de eerste ijzeren objecten. Veel archeologische vondsten getuigen van de vroege historie. Er zijn in Noord-Brabant uit de steentijd en de bronstijd honderden grafheuvels gevonden, evenals urnenvelden uit de ijzertijd. Verder zijn op een groot aantal plekken grondsporen gevonden van nederzettingen uit de ijzertijd. Op vele plaatsen zijn vuurstenen pijlpunten en bronzen bijlen opgegraven. Door de hele provincie zijn duizenden artefacten aangetroffen van aardewerk, bouwkeramiek, natuursteen, vuursteen, been, metaal en glas.

Romeinse tijd thumb|De Peelhelm, 320 n.Chr., gevonden in 1910 in Helenaveen De legers van het Romeinse Rijk veroverden het gebied dat nu Noord-Brabant heet in 57 v.Chr. Dat gebied was in die tijd nagenoeg geheel bedekt met oerbos, afgewisseld door moerassen. Een van de overwonnen volken was de stam van de Eburonen. Zij leefden onder andere in de streek waar nu de Kempen ligt en in 54 v.Chr. kwamen zij in opstand. Negenduizend Romeinse soldaten verloren daarbij het leven. De Romeinen namen wraak door de Eburonen vrijwel geheel uit te roeien. Ruim een eeuw later kwamen de Bataven in opstand. Ook nu wisten de Romeinen hun gezag te herstellen.

Daarna brak een lange periode van welvaart aan waarin de inheemse bevolking romaniseerde en in omvang toenam. Veel bos werd gekapt om als akker te dienen waarop graan werd verbouwd dat werd verhandeld met de Romeinen. Naar Romeins voorbeeld werden hier en daar villa's gebouwd. Vanaf eind 3e/begin 4e eeuw deden Germaanse stammen steeds vaker invallen in het Romeinse territorium. Hoewel veel Salische Franken zich in het gebied vestigden, wisten de Romeinen hun gezag te handhaven. Tot het Romeinse rijk door interne machtsstrijd zo verzwakt was dat het zich in 406 n.Chr. genoodzaakt zag het noordelijke deel van het rijk op te geven. Veel geromaniseerde bewoners volgden het terugtrekkende leger waarna de landstreek in bezit werd genomen door de Salische Franken.

De Romeinse periode heeft veel sporen nagelaten in het huidige Noord-Brabant. Bij Cuijk zijn resten gevonden van een Romeinse brug. In Hoogeloon is een Romeinse villa opgegraven en bij Oss een aan een villa verwante boerderij. In Nispen werd een potstalboerderij uit de 2e of 3e eeuw gevonden. Onder andere in Kessel, Empel en Lieshout zijn crematie-graven blootgelegd, met in de naaste omgeving ruimtes met altaarstenen en bijgiften, onder andere van 'terra sigillata’ (rood aardewerk), en militaire uitrustingstukken. In de Deurnese Peel is in 1910 nabij Helenaveen een Romeinse ruiterhelm gevonden. De vergulde zilveren helm werd waarschijnlijk door een Romeinse officier in een ven achtergelaten als zoenoffer aan de goden.

Middeleeuwen thumb|Kaart van hertogdom Brabant in 1477 Vanaf de 5e eeuw werden de gronden in het latere Brabant – met toestemming van de koning der Franken – in bezit genomen door leden van de lagere adel. De edelen brachten die nieuw verworven gronden in cultuur in domeinen. Zo'n domein bestond uit het landgoed van de heer, hof of vroonhof genaamd, met daaromheen hoeven die in gebruik werden gegeven aan horigen, halfvrije boeren. Ook vrije boeren sloten zich aan bij domeinen, op zoek naar bescherming tegen rondtrekkende bendes. Zo ontstonden overal dorpen die later, omdat ze eigendom waren van een heer, heerlijkheden werden genoemd.

Na de dood van Karel de Grote in 814 viel het Frankische Rijk uiteen. Eeuwenlang streden edellieden om de macht over de verschillende delen van het oude rijk. In het gebied waar nu Noord-Brabant is gelegen, ontstond rust toen in 1183 het hertogdom Brabant werd gevormd. Brussel werd de hoofdstad van het hertogdom dat was verdeeld in vier kwartieren, te weten Leuven, Brussel, Antwerpen en ’s-Hertogenbosch. De hertog stelde in het laatst genoemde kwartier een meier aan als bewindhebber. Het kwartier, dat werd aangeduid als Meierij van 's-Hertogenbosch, was weer onderverdeeld in vier kwartieren: Peelland, Kempenland, Oisterwijk en Maasland, en omvatte daarnaast enkele oostelijk van de Meierij gelegen gebieden. De Baronie van Breda en het Markiezaat Bergen op Zoom ressorteerden onder het kwartier Antwerpen. De stad Grave en de heerlijkheden Steenbergen, land van Cuijk en Willemstad vielen niet onder een van de kwartieren maar behoorden wel tot het hertogdom Brabant.

Door innovaties in de landbouw als de haam, de keerploeg en het drieslagstelsel, nam de voedselproductie sterk toe. Boeren verhandelden overschotten aan voedsel op marktplaatsen die uitgroeiden tot steden. Door de uitbreiding van het landbouwareaal en het gebruik van hout voor de bouw van steden en voor het koken, verdween bijna het gehele Brabantse oerbos. Dit zorgde voor het ontstaan van heidegronden die door de vele schapen werden kaalgevreten, waardoor grote zandverstuivingen ontstonden. Om de schaarste aan hout te bestrijden introduceerde de hertog van Brabant rond 1400 het recht van voorpoting. Dit hield in dat hij aan de ingezetenen van dorpen het recht verleende om bosbouw te plegen op woeste grond die hem toebehoorde. Meestal betrof dat bermen van wegen en delen van zandverstuivingen.

De hertogen van Brabant verleenden in het gebied dat thans tot de provincie behoort aan enkele tientallen steden stadsrechten, in ruil voor steun. Om hun macht te consolideren voerden de Brabantse hertogen vele oorlogen, zowel binnen als buiten Brabant. Dat leidde tot de aanleg van kastelen, en het versterken van steden met grachten, stadsmuren en poorten. In 1270 lukte het de hertog van Brabant om voor zijn steden het recht te verwerven Engelse wol te kopen en het daarmee geweven laken in Engeland af te zetten. Brabant werd een bloeiende textielproducent met naast Engeland ook Italië, Spanje en de Oostzeelanden als afzetgebied. Belangrijke handelscentra waren 's-Hertogenbosch en Bergen op Zoom. De welvaart die ontstond mondde uit in de Brabantse Gouden Eeuw, een bloeiperiode die viel tussen 1430 en 1550. In Brabant floreerden architectuur, schilderkunst, literatuur en muziek, en het hertogdom was het bestuurlijk en economisch kerngebied van de Nederlanden.

Veel bouwwerken uit de Brabantse Gouden Eeuw zijn bewaard gebleven zoals de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch, het Markiezenhof in Bergen op Zoom, de Grote- of Onze Lieve Vrouwekerk in Breda, de Sint-Petrusbasiliek in Oirschot en het kasteel van Helmond.

Tachtigjarige Oorlog (1568–1648)

miniatuur|Kaart met in geel het hertogdom Brabant en in rood de scheidingslijn uit 1648 tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden Vanaf omstreeks 1560 kreeg het calvinisme in Brabant steeds meer aanhang. De Beeldenstorm die in de zomer van het jaar 1566 in West-Vlaanderen losbarstte en zich over de gehele Nederlanden verbreidde, was in Brabant bijzonder hevig. De Spaanse koning Filips II, die ook de titel 'heer der Nederlanden' voerde, stuurde het Spaanse leger naar de Lage Landen met de opdracht de opstand te onderdrukken. In de Tachtigjarige Oorlog die toen uitbrak heeft Brabant een centrale rol gespeeld, al vonden de belangrijke gevechten de eerste tien jaar buiten Brabant plaats.

Als gevolg van langdurige problemen met soldijbetaling sloeg het Spaanse leger in 1576 aan het muiten. Antwerpen werd door Spaanse troepen geplunderd en in brand gestoken. De onlusten duurden drie dagen en kostten volgens schattingen 7000 mensen het leven. Daarop riepen de Staten van Brabant de Staten-Generaal van de Nederlanden bijeen. Brabant wist in samenwerking met Willem van Oranje de gematigde en de radicale opstandelingen op één lijn te krijgen. Zij sloten de Unie van Brussel en eisten het vertrek van de Spaanse troepen. Spanje zwichtte en trok zijn troepen terug.

De rust duurde slechts kort en in 1579 hervatten de Spanjaarden de strijd, die zich naar Brabant uitbreidde. Er ontstond een scheuring in de Unie van Brussel. Enkele gewesten kozen de kant van de Spanjaarden en stichtten de Unie van Atrecht. De opstandige gewesten verenigden zich in de Unie van Utrecht. Breda sloot zich aan bij de Unie van Utrecht. 's-Hertogenbosch twijfelde aanvankelijk, maar na een mislukte machtsgreep van de Bossche calvinisten, koos de stad voor de Unie van Atrecht. Twee jaar later, op 25 juli 1581, namen de Staten-Generaal van de Nederlanden het Plakkaat van Verlatinghe aan, de onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Een van de ondertekenaars was het hertogdom Brabant.

De dag daarna, op 26 juli 1581, namen de Spanjaarden Breda in. De hoofdstad van Brabant, Brussel, viel in maart 1585 in Spaanse handen en Antwerpen in augustus van dat jaar. Als gevolg van die ontwikkeling moesten de afgevaardigden van het gewest Brabant hun zetels in de Staten-Generaal opgeven. De delen van Brabant die nog aan de kant van de opstandige gewesten stonden, waaronder Bergen op Zoom, verloren hun zelfstandigheid en vielen vanaf dat moment rechtstreeks onder het gezag van de Staten-Generaal. Het opstandige Bergen op Zoom wist in 1588 het Spaanse beleg te trotseren en in 1590 heroverde Maurits van Nassau Breda op de Spanjaarden door een list met een turfschip.

Bij het ingaan van het Twaalfjarig Bestand in 1609 waren het westen en noorden van het latere Noord-Brabant in handen van de Republiek der Verenigde Provinciën. Het oosten was nog Spaans met 's-Hertogenbosch als bolwerk. Na de hervatting van de oorlog lukte het Spanje om in 1625 Breda in te nemen, maar daarna keerden de kansen. Frederik Hendrik veroverde 's-Hertogenbosch in 1629 en Breda in 1637, waarmee het noordelijk deel van Brabant geheel in Staatse handen kwam. Bij de Vrede van Münster in 1648 stond Spanje de soevereiniteit over noordelijk Brabant af aan de Staten-Generaal.

De Tachtigjarige Oorlog is voor Brabant een barre tijd geweest. De regio lag vrijwel voortdurend in een brede frontzone. Breda en 's-Hertogenbosch moesten langdurige belegeringen doorstaan, evenals Bergen op Zoom, dat zich nooit aan de Spanjaarden heeft overgegeven. Kleine steden, zoals Eindhoven en Helmond, werden dan door de Staatsen en dan weer door de Spanjaarden onder de voet gelopen. Het platteland werd geplunderd door beide partijen, rondtrekkende legers vernielden de oogsten, de bevolking van de Meierij werd door de Staatsen uitgehongerd en in heel Brabant raakten dorpen ontvolkt.

Staats-Brabant (1648–1795)

thumb|Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en haar generalisatielanden