Het hertogdom Gulik (Duits: Herzogtum Jülich, ook: Land van Gulik, Gulikerland) was eerst een graafschap en vanaf 1356 een hertogdom dat tot het Heilige Roomse Rijk behoorde. Het gebied omvatte een gebied tussen de Maas en de Rijn met de Roer als de centrale as. De hoofdplaats was Gulik (Jülich), een aan de Roer gelegen vestingstad. Deze stad ligt ongeveer halverwege op de lijn Maastricht-Keulen. Het gelijknamige hertogdom grensde aan het hertogdom Limburg en aan de twee naburige hertogdommen in het Rijnland, te weten Berg en Kleef. Met uitzondering van enkele plaatsen in het huidige Nederlands-Limburg (waaronder Tegelen, Sittard, Born en Susteren) lag het geheel in het huidige Duitsland. Het hertogdom was binnen het Heilige Roomse Rijk ingedeeld bij de Nederrijns-Westfaalse Kreits.

Grensland met de Nederlanden

Dit Land van Gulik lag tussen het gebied van de bisschop van Keulen (het keurvorstendom Keulen) en dat van Luik. Het gebied grensde direct aan het huidige Nederlands Zuid-, Midden- en Noord-Limburg. Het oude hertogdom Limburg en de (Brabantse) Landen van Overmaas lagen dus ingeklemd tussen deze beide 'buitenlandse' gewesten. Door zijn ligging en omvang zou dit kreits-grensland dan ook gezien kunnen worden als een Nederrijnse voorloper of pendant van de huidige Nederlandse provincie, die toen zelf nog verre van een eenheid vormde. Ook taalkundig sluit het bij Limburg aan. De Limburgse dialecten lopen aan de oostzijde over in de Nederrijnse.

Geschiedenis Voorgeschiedenis en graafschap Gulik was oorspronkelijk een Romeinse pleisterplaats, in het Latijn Juliacum, gelegen aan de rivier de Roer. Na de Grote Volksverhuizing vestigden de Franken zich op deze plaats en ze maakten Gulik de hoofdplaats van de Gulikgouw. Rond 900 werden het ambt en de titel graaf erfelijk en de opeenvolgende heersers beschouwden hun graafschap Gulik nu als een privé vorstendom dat ze voortdurend probeerden te vergroten.

Het graafschap ontstond rond 900 toen Gerard van de Metzgau, een van de eerste graven, koning Zwentibold van Lotharingen versloeg en vervolgens trouwde met diens weduwe, Oda van Saksen. Het bezit en de rijkdom van het graafschap werd door een ander huwelijk in 1172 zeer vergroot. thumb|275px|Kasteel van de hertogen van Gulik in Monschau (Duitsland). Het graafschap wist door een geschikte huwelijkspolitiek aan status te winnen. Dit bleek opnieuw in 1266, toen Willem V van Gulik trouwde met Maria van Dampierre, een dochter van graaf van Vlaanderen Gwijde van Dampierre en Mathilde van Béthune. Dit resulteerde in een bondgenootschap met het Graafschap Vlaanderen. Willems broer Walram stond in 1288 tijdens de Slag bij Woeringen tegen Keulen aan de kant van de overwinnaars waardoor het graafschap definitief onafhankelijk bleef. Een andere belangrijke graaf was Willems zoon Willem de Jongere die tegenwoordig als Willem van Gulik bekendstaat. Hij was plaatsvervangend graaf van Vlaanderen tijdens het gevangschap van Gwijde en speelde een zeer belangrijke rol bij het verzet tegen de annexatiepolitiek van de Franse koning Filips de Schone en tijdens de Guldensporenslag in 1302.

Hertogdom thumb|300px|Het dubbelhertogdom Gulik-Berg in 1477 300px|thumb|Willem V's bezittingen 1539-1543 De heren van Gulik wisten door politiek voordelige huwelijken en duidelijke erfopvolging hun macht steeds te vergroten. In 1356 werd het graafschap een hertogdom, graaf Willem VI van Gulik werd verheven tot hertog door Keizer Karel IV.

In 1371 werd Willem van Gelre, zoon van hertog Willem II van Gulik na de eerste Gelderse Successieoorlog opvolger van de kinderloos gestorven oom, hertog Reinoud III van Gelre. Later in 1393 volgde hij zijn vader op in Gulik. In 1423 stierf Reinoud IV van Gelre zonder directe troonopvolging en slaagde Adolf, hertog van Berg, erin het hertogdom Gulik te erven. Zijn mislukte aanspraak op het Hertogdom Gelre leidde tot de tweede Gelderse Successieoorlog en tot de splitsing van de personele unie tussen de hertogdommen Gelre en Gulik. In 1448 verkocht Adolf zijn aanspraken op Gelre aan de Bourgondische hertog Filips de Goede.

Na 1423 kan men niet meer spreken van het hertogdom Gulik in engere zin. Dit kwam omdat Gulik dan niet langer een eigen staatje was, maar een onderdeel werd van een gedislokeerde politieke eenheid, Gulik-Berg, gelegen aan beide zijden van de Nederrijn, waartussen het Aartsbisdom Keulen een wig vormt. De belangrijkste stad van het land was sinds 1423 Düsseldorf, voorheen deel van het graafschap Berg, waarvan het de westelijke grenspost vormde. Na de Slag bij Woeringen in 1288 verleende graaf Adolf V van Berg het dorp Düsseldorf stadsrechten. In 1385 verklaarde de hertog van Berg dit Düsseldorf tot zijn residentie.

In 1511 trouwde Maria van Gulik, erfdochter van Willem II van Gulik-Berg, met Jan III van Kleve van het huis van der Mark, vanaf tevens 1522 na de dood van zijn vader, tevens hertog van hertogdom Kleef en het graafschap Mark en werd het gebied nog verder vergroot. Hun zoon, de hertog Willem de Rijke van Kleef en Gulik, erft van de kinderloze Karel van Gelre opnieuw het hertogdom Gelre. Het bezit van dit hertogdom werd echter betwist door keizer Karel V. In het Traktaat van Venlo van 7 september 1543 verviel Gelre en het daartoe behorende graafschap Zutphen ten gunste van de keizer, die het gebied bij zijn Nederlandse bezittingen voegde. Hiermee kwam een einde aan de Gelderse Oorlogen, die in 1502 begonnen met Filips I van Castilië en later door Karel V tegen Karel van Gelre werd gevoerd. Karel van Gelre werd gesteund door de Fransen. In het tractaat behield Willem Gulik, waartoe ook Tegelen, Sittard, Born en Susteren behoorden, en Kleef. Aanvankelijk was dit deel eveneens door de Habsburgers bezet. Hij diende het katholieke geloof te behouden.

Kennelijk hechtte Karel V meer belang aan de inlijving van Gelre. Gelre werd onderdeel van de Zeventien Provinciën. Kleef en Gulik daarentegen, hoewel hier eveneens Nederrijns-Dietse dialecten werden gesprokenDit territorium werd vervolgens aangeduid met de wisselende termen Pays-Bas, Nederland, Belgia, of de Nederlanden. Bron: 2000: Histoire du sentiment national en Belgique des origines à 1918, tome 1, Les Racines de la Belgique, éditions Racine, Bruxelles, p. 77., bleven deel uitmaken van de Nederrijnse en Westfaalse Kreits, een van de tien kreitsen binnen het Heilige Roomse Rijk, de oostelijke buur en een soort pendant van Karel V's Bourgondische Kreis.In de 16de eeuw werd deze kreits nog Nederlands-Westfaalse Rijkskreis genoemd. Bron: 1998: Die deutschen Reichskreise (1383-1806), Stuttgart, 297; online bij Google books. De Duitse gebieden van de Westfaalse Kreits liggen thans geheel binnen de bondsstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen.

Het bestuur van de kreits werd aanvankelijk gevoerd door de hertog van Gulik, later werd deze gedeeld door de bisschop van Münster, de hertog van Kleef en de hertog van Gulik. Het archief van de kreits bevond zich in Düsseldorf.

Gulik en Berg thumb|300px|Gulik als grensland van de Nederlanden 1559-1609 thumb|300px|Kaart van het Hertogdom Gulik-Berg in de Atlas Blaeu, 1645 Toen het regerend geslacht van Gulik-Kleef-Berg met hertog Johan Willem van Kleef en Gulik op 25 maart 1609 uitstierf, vochten de erfgenamen een militaire strijd uit, die duurde tot 1614 en bekendstaat als de Gulik-Kleefse Successieoorlog (Duits: Jülich-Klevischer Erbfolgestreit). De bezittingen werden verdeeld tussen de hertog van Palts-Neuburg (Gulik en Berg) en de keurvorst Johan Sigismund van Brandenburg (Kleef en Mark). In 1713 werd bij de Vrede van Utrecht de Gelderse enclave Erkelens toegevoegd aan Gulik.

Bij het overlijden van de laatste hertog van Palts-Neuburg in 1742 gingen Gulik en Berg over naar de hertog van vorstendom Palts-Sulzbach, die vanaf na 1777 ook hertog van Beieren werd. Daarmee was Gulik in feite gedegradeerd tot de verre bezitting van een hogere heer.

Onder Franse bezetting Het hertogdom Gulik ging in 1797 op in de Cisrheniaanse republiek. Tijdens de Franse bezetting van het Rijnland (vanaf 1803), die tot aan de Rijn strekte, vormden de voormalige hertogdommen Gulik en Kleef een deel van de (eerste) Franse republiek en later van het Keizerrijk Frankrijk. Ook het keurvorstendom Keulen en de stad Aken vielen onder de bezetting. Zo werden de voormalige rivalen Keulen en Gulik voor het eerst in eenzelfde bestuurlijk verband gebracht. Het Roerdepartement werd samengesteld door de samenvoeging van het graafschap Gulik, het hertogdom Kleef, de vrije stad Aken, een deel van Keur-Keulen en het Pruisische deel van Gelder. In 1805 werd er nog de stad Wesel aan toegevoegd. De hoofdstad was Aken. Het District (arrondissement) Aken, met daarin onder meer de kantons Aken, Heinsberg, Monschau en Sittard, nam min of meer de functie van Gulik over als grensprovincie van het eveneens nieuw gevormde departement Nedermaas op het latere Limburgse grondgebied. Het District (arrondissement) Kleef omvatte de volgende kantons in het Land van Kleef en van Gelre: Kleef, Gelderen (Geldern), Goch, Horst, Kalkar, Kranenburg, Wankum, Wesel en Xanten. Een deel van het latere Nederlands Noord-Limburg viel hieronder.

Gebiedsdeling tussen Nederland en Pruisen Na de nederlaag van Napoleon in 1814 annexeerde het koninkrijk Pruisen het Rijnland. Van dan af gebruikten de Pruisische koningen en de Duitse keizers de titel van hertog van Gulik. Op het Congres van Wenen in 1815 werden beide departementen verdeeld tussen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en Pruisen. Bij de Nederlandse provincie Limburg kwam alles aan de linkeroever van de Maas, alsmede een smalle strook op de rechteroever met inbegrip van Gennep, Tegelen en Sittard. De rest was voor het koninkrijk Pruisen, dat al het verdere gebied links van de Rijn in zijn bezit kreeg. Samen met het hertogdom Berg, delen van het voormalige hertogdom Gelre, het vorstendom Meurs en het groothertogdom Beneden-Rijn werd dit hele gebied aan de Beneden-Rijn verenigd tot de grote Rijnprovincie van dat koninkrijk. Thans is deze provincie weer over twee deelstaten verdeeld. Het noordelijke deel vormt nu de helft van de deelstaat Noordrijn-Westfalen, het andere maakt nu het noordelijk deel uit van Rijnland-Palts.

In het westen kwam het voormalige Gulikse gebied dus niet geheel in Pruisische handen. Bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waartoe Rusland belangrijke steun verleende, moest Pruisen enkele strategische Gulikse bezittingen aan de Maas prijsgeven aan de Nederlanden.

Sittard miniatuur|Limburg na de Franse tijd (1815-1839) - Geel: het voormalige Franse departement Nedermaas- Groen: delen van het voormalige Franse Roerdepartement- Rode lijn: splitsing van 1839- H: Horst, - R: rechter Maasoever - S: Sittard en Susteren, geannexeerd in 1815, - N: Nederkruchten, in 1815 afgestaan aan Pruisen - T: Tegelen, - M: Melick en Herkenbosch, in 1817 met Pruisen geruild voor -H: 's-Hertogenrade

De eerste betrof het meest westelijke stukje, namelijk het ambt (district) Born met de plaatsen Susteren, Sittard, Born, Grevenbicht (zie ook hierna), Urmond en Berg, waar Gulik altijd toegang tot de Maas had gehad en tol had kunnen heffen bij Urmond. Zie de ligging van dit district als een smalle westelijke uitstulping op het nevenstaande kaartje, dat de situatie in 1477 weergeeft. In deze grenssituatie zou tot aan de Franse tijd geen verandering komen.

Sittard is bijna vier eeuwen lang Guliks geweest. Rond 1200 maakte het al wel deel uit van het hertogdom Limburg, dat Sittard in 1243 stadsrechten verleende. Later kwam de heerlijkheid Sittard onder de Valkenburgers. In 1400 echter werd Sittard, samen met Born en Susteren voor 70.000 goudgulden verkocht aan de hertog van Gulik. De stad behoorde tot aan de Franse tijd (1794) bij dit hertogdom, dat zich daarmee een kostbare en lucratieve toegang tot de Maas had verschaft.