Tomislav Ivić (Split, 30 juni 1933 – aldaar, 24 juni 2011Legendarische trainer Tomislav Ivic overleden, De Standaard, 24 juni 2011) was een Kroatisch voetballer en voetbaltrainer.

Carrière als speler Tomislav Ivić werd in 1933 geboren in Split, dat destijds behoorde tot het Koninkrijk Joegoslavië. Hij voetbalde als middenvelder bij de jeugd van RNK Split, dat hem in 1953 liet debuteren in het eerste elftal. In die periode studeerde hij ook aan de industriële school van Split om scheepsmachinist te worden. Ivić kwam 125 keer in actie voor de arbeidersclub en maakte in 1957 de overstap naar stadsrivaal Hajduk Split, waar hij een ploegmaat werd van onder meer Zlatko Papec, Zvonko Bego en Vinko Cuzzi. Ivić speelde elf wedstrijden voor Hajduk en zette op 30-jarige leeftijd een punt achter zijn spelerscarrière.

Carrière als trainer Beginjaren Na een trainersopleiding van drie jaar te hebben gevolgd in Belgrado startte Ivić, die timmerman van beroep was, in 1967 zijn trainerscarrière bij zijn ex-club RNK Split. Hij trainde de club een seizoen en ging dan aan de slag als jeugdcoach bij Hajduk Split. Reeds in die periode was Ivić geobsedeerd door spelpatronen.Steegen, D. & Van Loock, S. (2008) 100 jaar Royal Sporting Club Anderlecht. Leuven: Uitgeverij Van Halewyck Zo investeerde hij veel geld om met zijn echtgenote naar Brussel te reizen om de speelwijze van het Anderlechtse trio Coeck-Vercauteren-Rensenbrink, dat hij op televisie aan het werk had gezien, te doorgronden.Sys, J. (2002) Trainerspraat. Roeselare: Roularta

Hajduk Split In 1972 werd Ivić voor het eerst hoofdcoach van Hajduk. Hij volgde Slavko Luštrica op en leidde de club uit Split naar bekerwinst. In de finale versloeg zijn team Dinamo Zagreb met 2-1. In het seizoen 1972/73 trainde hij het bescheiden HNK Šibenik, dat in de tweede divisie uitkwam. Nadien keerde hij als hoofdcoach terug naar Hajduk Split, waar hij ditmaal in de voetsporen van trainer Branko Zebec trad. Het was het begin van een van de succesvolste periodes uit de geschiedenis van de club. Ivić, die bij Hajduk enkele van zijn vroegere jeugdspelers onder zich kreeg, won in 1974 de dubbel. Een jaar later wist Hajduk zijn landstitel te verlengen. In het seizoen 1975/76 veroverde Ivić met zijn elftal opnieuw de Joegoslavische beker en bereikte de club ook de kwartfinale van de Europacup I, waarin het werd uitgeschakeld door PSV. Hajduk won de heenwedstrijd met 2-0, maar verloor de terugwedstrijd in Eindhoven na verlengingen met 3-0.

Joegoslavië Van 19 december 1973 tot 3 juli 1974 maakte Ivić ook deel uit van de selectiecommissie van het Joegoslavisch voetbalelftal. De technische staf, die geleid werd door Miljan Miljanić, bestond verder uit Milan Ribar, Sulejman Rebac en Milovan Ćirić. In 1974 nam Joegoslavië deel aan het WK in West-Duitsland. Het land werd in de poule van onder meer titelverdediger Brazilië groepswinnaar. In de tweede groepsfase werd Joegoslavië laatste in de poule van latere winnaar West-Duitsland.

Ajax right|thumb|300px|Tomislav Ivić geeft instructies aan Tscheu La Ling, Freek Lamain en Aitze Bouma tijdens een training van Ajax op 26 september 1977, 2 dagen vóór de wedstrijd Ajax-Lilleström (4-0). In 1976 ruilde de 43-jarige Ivić de gouden generatieHajduk Split (1975-1976) Old School Panini, maart 2011 van Hajduk in voor Ajax, dat na drie seizoenen zonder prijs met slechts 3 3de plaatsen op rij in de competitie, hunkerde naar nieuwe successen. De Joegoslaaf, die in Amsterdam trainer Rinus Michels opvolgde, liet zijn elftal onaantrekkelijk, maar efficiënt countervoetbal spelen, hoewel dat tegen de clubcultuur indruiste.Tomislav Ivic Ajax.nl Barry Hulshoff, die na een proefperiode bij Manchester United naar Ajax was teruggekeerd, werd een belangrijke pion in het team van IvićVan Praag, M. & Van Liempt, Ad. (2011) Jaap & Max: Het verhaal van broer Van Praag. Amsterdam: Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar, die ondanks zijn behoudende en resultaatgerichte speelstijl in 1976/77, naast ervaren krachten als Piet Schrijvers, Wim Suurbier, Pim van Dord, Ruud Krol, Jan Everse, Hans Erkens, Dick Schoenaker, René Notten, Ruud Geels, en Geert Meijer, ook jonge talenten als Frank Arnesen, Søren Lerby, Tscheu La Ling, en Simon Tahamata liet doorbreken ("Arnesen, Lerby, Ling en Tahamata zijn net mijn kinderen.").Oud Ajax-coach Tomislav Ivic overleden AFCA Supportersclub, 24 juni 2011 In zijn eerste seizoen als Ajaxcoach, 1976/77, werden de Amsterdammers meteen kampioen, na 3 seizoenen op rij slechts als 3de te zijn gefinisht. In het KNVB beker-toernooi werd Ajax echter al bij het eerste optreden, in de 2de ronde, uitgeschakeld (FC Utrecht-Ajax 2-1 op 21 november 1976), ondanks het feit dat Ajax sedert het debuut van Simon Tahamata op 24 oktober 1976 (Ajax-FC Utrecht 7-0) in de competitie duidelijk een sterk opwaartse lijn te pakken had, na een zwakke competitiestart tussen eind augustus en half oktober 1976. In de UEFA Cup werd Ajax in de 2de helft van september 1976 al in de eerste ronde uitgeschakeld door Manchester United. Het won de thuiswedstrijd in Amsterdam met 1-0 na een treffer van Ruud Krol, maar verloor vervolgens 2 weken later de uitwedstrijd in Engeland op Old Trafford met 2-0.Ajax redde het in 1976 net niet Ajax.nl, 23 februari 2012

In het seizoen 1977/78 mocht Ajax na 4 jaar eindelijk weer eens deelnemen aan de Europacup I voor landskampioenen. Het team van Ivić schakelde in de herfst van 1977 zonder veel moeite het Noorse Lillestrøm en het Bulgaarse Levski-Spartak uit. In de kwartfinale trof Ajax het Juventus van trainer Giovanni Trapattoni. Zowel de heen- als terugwedstrijd eindigde in een 1-1 gelijkspel in maart 1978. In de strafschoppenreeks trok de Italiaanse club in de 2de wedstrijd in Turijn aan het langste eind. Ook in eigen land kon Ajax geen prijzen meer veroveren. De Amsterdammers werden in 1978 nog wel vicekampioen met vier punten achterstand op kampioen PSV, met een beter doelsaldo dan Ajax in het seizoen 1976-1977 behaalde (+49 (85-36) tegen +36 (62-26)) en met toch wat offensiever spel dan in het seizoen 1976-1977. In de finale van de KNVB beker verloor het elftal van Ivić in Amsterdam met het kleinste verschil van AZ'67 na een treffer van Henk van Rijnsoever (0-1), waardoor het ook in dit toernooi als runner-up, als 2de finishte. In de oefenwedstrijden boekte Ajax in het seizoen 1977-1978 veel hogere en veel betere uitslagen dan in het seizoen 1976-1977. Ajax was na 3 enigszins magere jaren (1974, 1975, 1976) in ieder geval weer terug bij de top 2 in Nederland. Na een seizoen zonder nieuwe trofee in 1977-1978, mocht de verdedigend ingestelde trainer evenwel vertrekken.

Hajduk Split Na twee seizoenen in Nederland keerde de Joegoslaaf half 1978 terug naar Hajduk Split. Hoewel hij in tegenstelling tot zijn voorganger Vlatko Marković niet op spits Slaviša Žungul kon rekenen, wist hij opnieuw de titel te veroveren met Hajduk. In het daaropvolgende seizoen speelde de Joegoslavische topclub een vriendschappelijk duel tegen Anderlecht. Ivić, die na de 0-1 nederlaag tegen de Brusselaars een innemende toespraak hield in het Marjan Hotel in Split, maakte indruk op het Anderlechtbestuur, dat na het teleurstellende seizoen 1979/80 op zoek was naar een nieuwe coach. Dankzij de bemiddeling van de Hongaarse spelersmakelaar Jenő Békeffy, die goede relaties had met de clubs Anderlecht, Ajax, Feyenoord en PSV, tekende Ivić in 1980 een contract bij Anderlecht.Van Loock, S. (2004) Michel Verschueren: De zilveren vos van Anderlecht. Leuven: Uitgeverij Van Halewyck

Anderlecht Net als bij Ajax in 1976 introduceerde Ivić in Brussel een defensieve speelstijl die tegen de clubcultuur indruiste. De club nam in de zomer van 1980 afscheid van sterkhouders als Rob Rensenbrink, Gilbert Van Binst, François Van der Elst en Nico de Bree, en haalde onder meer Morten Olsen naar het Astridpark. De Deense middenvelder werd door Ivić, die bij Anderlecht voor een 5-3-2-formatie koos, omgevormd tot de libero van het elftal. Om zijn team te vervolledigen haalde Ivić de snelle verdediger Luka Peruzović weg bij zijn ex-club Hajduk.

De aanpak van Ivić zorgde ervoor dat Anderlecht in het seizoen 1980/81 al snel afstand nam van de overige titelkandidaten. Toen de club tijdens de winterperiode door de komst van de creatieve middenvelder Juan Lozano versterkt werd, kon niemand het elftal van Ivić nog afstoppen. Anderlecht werd in 1981 voor eerst in zeven jaar kampioen. Het beëindigde de competitie, dat toen nog beschikte over een tweepuntensysteem, met elf punten voorsprong op vicekampioen KSC Lokeren.

In het daaropvolgende seizoen zag Anderlecht de Nederlanders Arie Haan en Johnny Dusbaba naar rivaal Standard Luik vertrekken. Ivić zelf versterkte zijn team met onder meer Mićun Jovanić, die de coach nog kende van zijn periode bij Hajduk, en de Deense middenvelder Per Frimann. Maar desondanks was het Standard dat in het seizoen 1981/82 uitgroeide tot het sterkste team in de competitie. Anderlecht verloor in zijn eerste supercup na strafschoppen van Standard en moest later ook de landstitel aan de Rouches laten. In de Europacup I presteerde Anderlecht beter. De club behaalde in 1982 onder Ivić zijn beste resultaat in de Europacup voor landskampioenen. De Brusselaars schakelden onder meer Juventus en Rode Ster Belgrado uit, en werden zelf pas in de halve finale uit het toernooi gewipt door Aston Villa. Anderlecht verloor de heenwedstrijd in Villa Park met 1-0 en raakte voor eigen volk niet verder dan een scoreloos gelijkspel.

In de zomer van 1982 haalde voorzitter Constant Vanden Stock het spitsenduo van de Belgische nationale ploeg, Erwin Vandenbergh en Alex Czerniatynski, naar Anderlecht, hoewel de twee spitsen volgens Ivić niet geschikt waren voor de hoge pressing die hij van zijn aanvallers verlangde. Anderlecht kon in het seizoen 1982/83 opnieuw geen afstand nemen van Standard en het bezeten gedrag van de trainer zorgde steeds vaker voor gemor in de spelersgroep. In september 1982, na een 2-1 nederlaag tegen KSV Waregem, werd Ivić ontslagen. Onder zijn opvolger Paul Van Himst veroverde Anderlecht dat seizoen de UEFA Cup.

Galatasaray In 1983 ging Ivić aan de slag bij het Turkse Galatasaray. De club uit Istanboel was al sinds 1973 op zoek naar een nieuwe landstitel. Maar de Joegoslaaf, die in Turkije spelers als Fatih Terim, Tarik Hodžić en Mustafa Denizli onder zijn hoede kreeg, slaagde er niet in om prijzen te veroveren met Galatasaray. De club werd nog wel derde in de competitie en werd in het bekertoernooi in de kwartfinale uitgeschakeld door Karşıyaka. Na het seizoen mocht Ivić opnieuw vertrekken en stelde voorzitter Ali Uras de West-Duitse bondscoach Jupp Derwall aan als zijn opvolger.

Dinamo Zagreb De inmiddels 51-jarige Ivić keerde terug naar zijn geboorteland, waar hij ditmaal coach werd van Dinamo Zagreb. De club speelde onder zijn leiding geen rol van betekenis in de competitie. Zagreb eindigde buiten de top vijf en dwong geen Europees voetbal af. In de beker kende het team van Ivić meer succes, maar desondanks werd de Joegoslaaf nog voor het einde van het seizoen ontslagen. Zijn assistent Zdenko Kobešćak nam het roer over en bereikte nadien nog de bekerfinale, maar verloor daarin van Rode Ster Belgrado.

Avellino In 1985 kreeg Ivić de functie van technisch directeur bij het Italiaanse US Avellino, omdat in die periode buitenlandse trainers in Italië geen hoofdcoach mochten zijn. Het team, dat beschikte over bekende spelers als Batista, Ramón Díaz, Fernando De Napoli en Angelo Alessio, belandde in het seizoen 1985/86 al snel in de middenmoot, ondanks een knappe 1-0 zege tegen latere vicekampioen AS Roma. Op 24 februari 1986 werd de samenwerking met Ivić stopgezet na een 1-1 gelijkspel tegen Pisa.Il calcio piange Ivic: ma l’Italia ed Avellino non lo capirono Notizie.it, 26 juni 2011 Assistent-trainer Enzo Robotti nam nadien tijdelijk de sportieve leiding over.

Panathinaikos