De Vaticaanse Bibliotheek, de Biblioteca Apostolica Vaticana, is de nationale bibliotheek van de Heilige Stoel, het Vaticaan.

Doelstelling Paus Nicolaas V verklaarde op 30 april 1451 dat pro communi doctorum virorum commodo, in het algemeen belang van de geleerden, er een bibliotheek moest worden opgericht.

Paus Sixtus IV, die ook de Sixtijnse Kapel liet bouwen, stichtte de bibliotheek en vermeldde in zijn pauselijke bul van 15 juni 1475 dat de bibliotheek ad decorem militantis Ecclesiae, fidei catholicae augmentum, eruditorum quoque ac litterarum studiis insistentium virorum commodum et honorem opgericht was, "tot een sieraad van de strijdende Kerk, tot vermeerdering van het katholieke geloof, en tot gemak en eer ook van geleerde lieden en zij die zich beijveren om de studie der letteren".

De bibliotheek weerspiegelt het beleid en de missie van de Heilige Stoel en ondersteunt tegelijk de katholieke visie op de cultuur en de wetenschappen. Om deze opdracht in relatieve onafhankelijkheid te kunnen verrichten, valt de leiding organisatorisch niet onder de Curie. De bibliotheek wordt sinds 2018 geleid door aartsbisschop José Tolentino Mendonça.

Tot 14 juni 1966 diende de bibliotheek ook als achtergrondcollectie van op de Index van verboden boeken geplaatste boeken.

Aan de bibliotheek is een bibliotheekacademie, de Scuola Vaticana di Biblioteconomia, verbonden.

Geschiedenis thumb|360px|Petrusbrief uit de derde eeuw na Christus (Papyrus Bodmer VIII - Papyrus 72). Oorsprong Al vanaf de vierde eeuw was er sprake van het Scrinium (letterlijk schrijn) van de Rooms-katholieke kerk. Dit scrinium was een documentenverzameling die als bibliotheek en archief diende. Al in de zesde eeuw werd de bibliotheek een primaire taak genoemd en werd onder primicerius notariorum geplaatst. In 680 bijvoorbeeld stuurt paus Agatho boeken aan de keizer in Byzantium, Constantijn IV om hem te documenteren met stellingen tegen het Monotheletisme ter voorbereiding van het Concilie van Constantinopel III waar die leer zou worden besproken (en veroordeeld). Ook het fameuze florilegium (bloemlezing) dat aan de basis lag van de veroordeling van het iconoclasme op het tweede Concilie van Nicea in 787 werd opgesteld in het paleis van Lateranen aan de hand van de pauselijke bibliotheek.Alexander Alexakis, Codex Parisinus Graecus 1115 and Its Archetype (Washington,D.C., 1996), pp. 255–60. De bibliotheek was dus wel degelijk een beleidsinstrument.Carmela Vircillo Franklin, Pro communi doctorum virorum comodo: The Vatican Library and Its Service to Scholarship in Proceedings of the Ameican Philosophical Society Vol. 146, N°. 4, December 2002, 363-384, p. 367.

Aan het eind van de achtste eeuw, in 784, werd de eerste bibliothecaris benoemd door Paus Adrianus I, een zekere Theophylactus, die tevens als kanselier dienstdeed. Deze verzameling ging in de eerste helft van de dertiende eeuw verloren.Vatican Library-History

Een nieuwe verzameling werd opgebouwd, waarvan de inhoud nog steeds bekend is dankzij een inventaris gemaakt onder Bonifatius VIII. De bibliotheek moest echter zo vaak verhuizen vanwege de conflicten tussen de paus en de Duitse keizer en later tussen pausen en tegenpausen, dat er domweg door dat verhuizen al vele documenten verdwenen, zeker nadat paus Bonifatius VIII in 1303 stierf. De boeken verhuisden in de veertiende eeuw eerst naar Perugia dan naar Assisi en uiteindelijk met de pausen mee naar Avignon.

In Avignon begon paus Clemens V met de heropbouw van een bibliotheek en paus Johannes XXII (overleden in 1334) verzamelde handschriften voor deze derde bibliotheek, maar toen de pausen terugkeerden naar Rome na de ballingschap te Avignon, was hun eerste zorg de pauselijke archieven. De bibliotheek keerde in stukken en brokken terug naar Rome en kreeg aanvankelijk waarschijnlijk geen vaste plaats. Een deel van de Avignonese bibliotheek belandde in de 17e eeuw in particuliere handen, namelijk in die van de familie Borghese, en werd pas in 1891 terug verworven.

Van Nicolaas V tot Sixtus V Het jaar 1376, de terugkeer van paus Gregorius XI kan gezien worden als de start van de moderne Vaticaanse bibliotheek hoewel de historici opteren voor ofwel het pontificaat van paus Nicolaas V of voor 15 juni 1475 de datum van publicatie van de bul Ad decorem militantis ecclesiae door paus Sixtus IV.

Een inventaris van paus Eugenius IV (overleden in 1447) beschreef een collectie van 350 Latijnse, sommige Griekse en slechts enkele Hebreeuwse werken. Zijn opvolger paus Nicolaas V (overleden in 1455) begon verwoed manuscripten aan te kopen en te laten kopiëren. Hij kocht bijvoorbeeld een aantal werken uit de vroegere keizerlijke bibliotheek van Byzantium die door de Turken waren verspreid."The Vatican Palace, as a Scientific Institute", lemma in Catholic Encyclopedia, 1913 — The Vatican Library – History of the Library Tomaso Parentucelli da Sarzana, zoals Nicolaas V voor zijn pontificaat heette, was al voor hij paus werd een bekend geleerde en bibliofiel. Het was hij die Cosimo de’ Medici raad gaf bij de organisatie van de Medicibibliotheek van San Marco in Firenze. Hij maakte de werken toegankelijk voor geleerden en voor studiedoeleinden zodat we vanaf dat ogenblik van een bibliotheek kunnen spreken. De bekende Florentijnse librariër Vespasiano da Bisticci bevestigde ons dat “[i]ntentione di papa Nicola era di fare una libraria in Sancto Piero per comune uso di tutta la corte di Roma”Vespasiano da Bisticci, La vita di Nicolao P.P. V in Le Vite , ed. Aulo Greco, 2 vols., Florence, 1970. en zelf schreef hij over het doel van zijn project: "ut pro communi doctorum virorum comodo habeamus librorum omnium tum latinorum tum grecorum bibliothecam condecentem pontificis et sedis apostolicae dignitati"vrij vertaald: om een bibliotheek te hebben van Latijnse en Griekse boeken voor gebruik door de geleerden zoals het past bij de waardigheid van de paus en de heilige stoel. In de tijd van Nicolaas V bestond de bibliotheek uit één enkele leeszaal. Vlak na zijn dood in 1455 omvatte de collectie al 800 Latijnse en 353 Griekse codices.Carmela Vircillo Franklin, 2002, p. 372.

thumb|Situeringsplan van de bibliotheek van Sixtus IVHet bibliotheekproject van Nicolaas V werd terug opgenomen en tot een goed einde gebracht door paus Sixtus IV (overleden in 1484). Hij schreef de pauselijke bul Ad decorem militantis ecclesiae die op 15 juni 1475 verscheen. Hierin zette hij een juridisch kader op voor de bibliotheek en benoemde de eerste bibliothecaris, de humanist Bartolomeo Platina. In de bul voorziet de paus ook in ruimte voor de bibliotheek in een klein paleis aan de cortile del Papagallo en de cortile del Belvedere, waarvan de benedenverdieping ingericht werd als archief en bibliotheek. Sixtus IV liet de bibliotheekruimtes decoreren door Ghirlandajo, Melozzo da Forlì en Antoniazzo Romano, de glasramen werden gemaakt door Hermannus Teutonicus. Er waren vier kamers in de bibliotheek: de Bibliotheca Latina en de Bibliotheca Graeca voor respectievelijk Latijnse en Griekse werken; de Bibliotheca Secreta voor werken die niet algemeen toegankelijk waren en de Bibliotheca Pontificia voor de pauselijke archieven.

De boeken moesten ter plaatse gelezen en bestudeerd worden en er golden strikte regels. Niettemin werden er ook boeken uitgeleend, de lijsten van de boeken die uitgeleend werden tussen 1475 en 1547 zijn nog altijd beschikbaar.Vat. Lat. 964 en 966. De collectie bleef groeien, in 1475 waren er 2.527 manuscripten en in 1481, nauwelijks zes jaar later, waren dat er al 3.498. Ook in de 16e eeuw, vooral tijdens het bewind van Leo X, die systematisch handschriften maar ook de nieuwe gedrukte boeken liet opkopen. Hij schonk zijn eigen collectie van Griekse codices aan de bibliotheek. Op het einde van zijn pontificaat waren er 4.070 manuscripten in de bibliotheek, een zeer groot aantal voor die tijd.

De bibliotheek werd regelmatig uitgebreid met donaties, de broers GuglielmoGuglielmo Sirleto was kardinaal en geleerde, hij werd beschouwd als de grootste taalkundige van zijn tijd. Hij was bibliothecaris van de Vaticaanse bibliotheek en Tommaso Sirleto,Tommaso Sirleto was bisschop van Squillace Antonio Carafa,Antonio Carafa was kardinaal en bibliothecaris van de Vaticaanse bibliotheek; en Marcantonio Colonna droegen hun collecties van manuscripten en drukken over aan de Vaticana. Ook de bekende geleerde Fulvio Orsini schonk zijn collectie aan de Vaticaanse bibliotheek. Het was de grootste privécollectie van de 16e eeuw en ze omvatte 413 manuscripten waarvan 30 Italiaanse, 270 Latijnse en 113 Griekse naast een groot aantal gedrukte werken.

thumb|De Sixtijnse zaal in de bibliotheek gebouwd door Sixtus V Door de continue aanwas van de collectie werd het gebouw snel opnieuw te klein en Paus Sixtus V (overleden in 1590) gaf architect Domenico Fontana opdracht een nog groter gebouw neer te zetten, dat vandaag nog steeds deel uitmaakt van het bibliotheekgebouw. De bovenverdieping bestaat uit een grote (70 x 15 m) prachtig gedecoreerde zaal die men de Salone Sistino (Sixtijnse zaal) noemt.

Zeventiende en achttiende eeuw Onder Gregorius XIII was men al begonnen met de archieven te scheiden van de eigenlijke bibliotheek, maar het zou pas onder Paulus V zijn dat in 1612 het archief afgesplitst werd van de bibliotheek en dat de beroemde Geheime Vaticaanse Archieven ontstonden.

De zeventiende eeuw was de periode dat verscheidene prinselijke en private bibliotheken door de Vaticaanse bibliotheek werden opgeslorpt. In 1623 kwamen vele drukken en handschriften uit de Biblioteca Palatina te Heidelberg naar het Vaticaan, de basis van het fonds Palatini. De Palatina werd samen met de universiteitsbibliotheek van Heidelberg door Maximiliaan van Beieren aan paus Gregorius XV geschonken na de verovering van Heidelberg op de protestanten.William Durant, The Age of Reason Begins: A History of European Civilization in the Period of Shakespeare, Bacon, Montaigne, Rembrandt, Galileo, and Descartes: 1558-1648, New York: Simon and Schuster, 1961, p. 558. De Palatina was bij het begin van de Dertigjarige Oorlog met meer dan 3.500 manuscripten, de grootste bibliotheek in Europa. Op die wijze werden er ca. 2.000 Latijnse en 430 Griekse codices aan het fonds toegevoegd en 8.000 incunabelen en gedrukte boeken. Ironisch genoeg is het dankzij deze behandeling als oorlogsbuit dat de Palatina heeft overleefd. In 1689 en 1693 werden de gebouwen in Heidelberg waar de Palatina was ondergebracht door brand vernield.

In 1657 volgde de bibliotheek van de hertogen van Urbino die grotendeels was samengebracht door Federico da Montefeltro maar uitgebreid door zijn zoon Guidobaldo en door de laatste hertog van Urbino Francesco Maria della Rovere. In zijn tijd bevatte de bibliotheek meer dan 1800 manuscripten en 1000 gedrukte boeken. De bibliotheek gaat over in de handen van paus Alexander VII met 1767 werken in het Latijn en Italiaans, 165 Griekse en 128 Hebreeuwse en Arabische boeken.

De Codices Reginenses is de collectie die door koningin Christina van Zweden werd opgebouwd vooral via oorlogsbuit met onder meer de Olmütz bibliotheek, de bibliotheek van Nikolsburg met de befaamde Dietrichstein collectie en de keizerlijke bibliotheek van Praag. De collectie werd na haar aftreden verder aangevuld door aankoop van belangrijke collecties in de Nederlanden en in Frankrijk. Zo kocht ze de collecties van Hugo Grotius en die van Alexander Petau. Christina stierf op 19 april 1689 en haar erfgenaam was kardinaal Decio Azzolino die zelf stierf op 8 juni van datzelfde jaar. Paus Alexander VIII kocht in 1690de bibliotheek van de neef van kardinaal Azzolino. In totaal ging het over 2102 Latijnse en 190 Griekse manuscripten.

miniatuur|Byzantijnse munt (collectie Palazzo Massimo)