thumb|Overlevenden van de Armeense genocide, ontdekt in Salt en naar Jeruzalem gestuurd in april 1918 thumb|De hoofden van onthoofde Armeniërs geplaatst op palen thumb|Armeniërs worden opgehangen door Turkse bewakers De Armeense genocide (Armeens: Հայոց ցեղասպանություն, Hayots tseghaspanutyun, Turks: Ermeni Soykırımı), door Armeniërs traditioneel aangeduid met Medz Yeghern (Armeens: Մեծ Եղեռն, "Grote Misdaad") is de naam voor de volkerenmoord gepleegd op tussen de 1 en 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk ten tijde van het regime van de Jonge Turken.Matiossian, Vartan, The Self-Delusion of 'Great Calamity': What 'Medz Yeghern' Actually Means Today, The Armenian Weekly, 12 januari 2013. Gearchiveerd op 14 november 2021.Schaller, Dominik J; Zimmerer, Jürgen (2008). "Late Ottoman genocides: the dissolution of the Ottoman Empire and Young Turkish population and extermination policies – introduction". Journal of Genocide Research 10 (1), pp. 7-14. doi:10.1080/14623520801950820.Description and History, genocide-museum.am. Gearchiveerd op 20 september 2021. De startdatum is 24 april 1915, de dag dat de Ottomaanse autoriteiten ongeveer 250 Armeense intellectuelen en leiders van de gemeenschap in Istanbul oppakten en arresteerden. De genocide werd tijdens en na de Eerste Wereldoorlog in twee fases uitgevoerd: het grootschalig doden van de weerbare mannelijke bevolking door middel van massamoord en onderwerping door het leger van dienstplichtigen tot dwangarbeid, gevolgd door de deportatie van vrouwen, kinderen, ouderen en zieken die op dodenmarsen moesten naar de Syrische Woestijn. De gedeporteerden waren verstoken van voedsel en water en werden onderworpen aan diefstal, verkrachting en moord.Kieser, Hans-Lukas; Schaller, Dominik J. (2002), Der Völkermord an den Armeniern und die Shoah [De volkerenmoord op de Armeniërs en de Shoah] (Duits), Chronos, p. 114, Walker, Christopher J. (1980), Armenia: The Survival of A Nation, Londen: Croom Helm, pp. 200–3Bryce, Viscount James; Toynbee, Arnold (2000), Sarafian, Ara, ed., The Treatment of Armenians in the Ottoman Empire, 1915–1916: Documents Presented to Viscount Grey of Falloden (ongecensureerde uitgave), Princeton, NJ: Gomidas, pp. 635-649, De genocide was niet alleen gericht tegen de Armeniërs. Zo werden ook Arameeërs en Grieken het slachtoffer van deze genocide.Gaunt, David (2006), Massacres, Resistance, Protectors: Muslim-Christian Relations in Eastern Anatolia during World War I, Piscataway, NJ: Gorgias.
De Armeense genocide wordt gezien als een van de eerste moderne genocides,Brief aan Erdoğan van de American Historical Association op 13 juni 2005, genocidewatch.orgCouncil of Europe Parliamentary Assembly Resolution, armenian-genocide.org. Gearchiveerd op 5 januari 2022.Ferguson, Niall (2006). The War of the World: Twentieth-Century Conflict and the Descent of the West. New York: Penguin Press. p. 177. . waarbij wetenschappers wijzen op de georganiseerde wijze waarop de moorden op de Armeniërs werden uitgevoerd."Senate Resolution 106 — Calling on the President to ensure that the foreign policy of the United States reflects appropriate understanding and sensitivity concerning issues related to Human Rights, Ethnic Cleansing, and Genocide Documented in the United States Record relating to the Armenian Genocide". Library of Congress. Het is na de Holocaust de meest bestudeerde casus van genocide.Rummel, RJ (1 april 1998), "The Holocaust in Comparative and Historical Perspective", The Journal of Social Issues 3 (2).
Robert Fisk stelt in zijn boek "De grote beschavingsoorlog" dat de Armeense genocide een voorloper van de Holocaust was, waarbij ook een aantal Duitse officieren betrokken waren door het geven van 'adviezen' aan het Ottomaanse regime. Dit zou kunnen worden gezien als blauwdruk voor de nazi's om deze uitroeiings- en verzwijgingstactieken enige decennia later opnieuw toe te passen. Winston Churchill waarschuwde herhaaldelijk tegen deze praktijken: "De geschiedenis zal vruchteloos speuren naar het woord 'Armenië'."Robert Fisk - De grote beschavingsoorlog, Een deel van de historici, inclusief verschillende Turkse historici, zoals Taner Akçam, Fatma Muge Gocek en Halil Berktay, zijn het over het algemeen eens dat een genocide plaatsvond. Een ander deel van de historici, waaronder enkele Westerse historici die gespecialiseerd zijn in de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk zoals Bernard Lewis, Justin McCarthy en Gilles Veinstein, houden het bij deportatie en massamoord van Armeniërs, waarbij vaak etnische zuivering wordt erkend. Zij vinden het echter niet bijzonder afwijken van andere totalitaire oorlogssituaties en daarom vinden zij het niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Holocaust.Statement of Professor Benard Lewis Princeton University Distinguishing Armenian Case from Holocaust, ataa.org (14 april 2002). Gearchiveerd op 14 december 2019. De internationale discussie richt zich vooral op wat de precieze definitie van genocide is en wie in deze bepaalt dat ze hier daadwerkelijk van toepassing is.
Turkije, de staat die het Ottomaanse Rijk opvolgde, ontkent dat het woord genocide een goede term is voor de massamoord op Armeniërs die in 1915 begon onder de Ottomaanse heerschappij.Q&A: Armenian 'genocide', news.bbc.co.uk (12 oktober 2006). In Turkije wordt de genocide dan ook vaak de Armeense kwestie genoemd. Andere landen, inclusief de Verenigde Staten tijdens de regering-Biden, Duitsland, Frankrijk, Italië, Canada, Brazilië en Rusland, hebben de massamoord officieel erkend als genocide, een standpunt dat wordt gedeeld door de meeste wetenschappers en historici.A Brief History of The Armenian Genocide, genocideeducation.org. Gearchiveerd op 15 september 2012.Scott Jaschik, Genocide Deniers, historynewsnetwork.org (18 oktober 2007). Gearchiveerd op 22 september 2021.https://www.nytimes.com/ref/timestopics/topics_armeniangenocide.html. Gearchiveerd op 10 maart 2018.https://www.salon.com/2007/10/16/armenian_genocide/. Gearchiveerd op 10 april 2021.
Van 1920 tot 1922 werd een Armeense task-force opgericht door de Dashnak om wraak te nemen en verschillende personen die zij verantwoordelijk vonden voor de genocide te vermoorden. Deze operatie wordt ook Operatie Nemesis (Նեմեսիս» գործողություն) genoemd.
Verloop van de gebeurtenissen thumb|De regio's met Armeense populatie in het oosten van Anatolië en Transkaukasië in 1896 thumb|Armeense partizaneneenheid staat in gevechtslinie tegen het Turkse leger rond de stad Van in mei 1915
Achtergrond Sinds 1454 maakte Armenië deel uit van het Ottomaanse Rijk. Dit rijk raakte in de loop van de achttiende en negentiende eeuw langzaam in verval. In de verschillende Russisch-Turkse oorlogen had het rijk steeds meer terrein verloren aan Rusland. Ook in het Middellandse Zeegebied verloor het rijk gebieden en invloed. Sinds het Verdrag van Küçük Kaynarca van 1774 stonden de Armeens orthodoxe christenen in het Ottomaanse Rijk onder bescherming van Rusland.
Het Ottomaanse Rijk begon economisch steeds afhankelijker te worden van westerse landen en het kon deze staten ook militair niet meer bijbenen. Westerse landen waren zich bewust van deze zwakte van het Ottomaanse rijk en gingen zich steeds meer bemoeien met het rijk. In diplomatieke kringen onderling besprak men dit in wat bekend staat als de Grote Oosterse Kwestie. In die tijd werd het Ottomaanse rijk spottend "de zieke man van Europa" genoemd.
Eind negentiende eeuw was het rijk sterk beïnvloed door Westerse ideeën over nationalisme en patriottisme. Deze ideeën ondermijnden de structuur van de millets, de verschillende geloofsgemeenschappen, van het Ottomaanse rijk.Bernard Lewis (1995) Het Midden-Oosten: 2000 jaar culture en politieke geschiedenis, p. 320 Op de Balkan vochten de verschillende christelijke groeperingen voor hun onafhankelijkheid en na de onafhankelijkheid van Bulgarije (1878) werd het duidelijk dat wellicht ook voor de Armeniërs onafhankelijkheid mogelijk was. De overwegend Armeens-orthodoxe Armeniërs eisten hervormingen, waaronder de invoering van stemrecht en een constitutionele regering, en een einde aan discriminatie van christenen. Sultan Abdul Hamid II reageerde met harde onderdrukking, wat het nationalisme van de Armeniërs deed toenemen. Uiteindelijk werden bij pogroms, die plaatsvonden met oogluikende toelating of misschien zelfs aanmoedigingRev. E.M.Bliss, Turkey and the Armenian atrocities - a reign of terror., Hubbard Publishing Co., Philadelphia PA (1896),zie hoofdstuk 25 Character of the Massacres, Library of Congress USA door de sultan, tussen 1894 en 1896 vele tienduizenden Armeniërs gedood (zie: massamoorden op Armeniërs).Jelle Verheij (1999) Die armenischen Massaker von 1894-1896. Anatomie und Hintergründe einer Krise, in: Kieser, Hans-Lukas (ed), Die armenische Frage und die Schweiz (1896-1923) / La question arménienne et la Suisse (1896-1923) (Zürich, Chronos, 1999) pp.69-132
Naast buitenlandse bemoeienis woedde er ook voortdurend een binnenlandse machtsstrijd. In 1908 vond de Jong-Turkse revolutie plaats, waarbij de Jong-Turken naar de macht grepen. De Jong-Turken bestonden uit een groep Ottomaanse officieren die voor het instellen van een constitutionele regering waren. In het begin werd deze machtsovername actief ondersteund door de Armeniërs en zij hoopten dat de nieuwe regering veel van hun problemen zou oplossen. In het begin leek dit de goede kant op te gaan. Zo werd de extra hoge belasting voor de Armeniërs afgeschaft en werden Armeniërs verkozen in het Ottomaans parlement. Echter, na verloop van tijd zouden de zaken een andere wending nemen.
De eerste problemen ontstonden in 1909, toen soldaten die loyaal waren aan sultan Abdul Hamid II een tegencoup probeerden uit te voeren tegen de Jong-Turkse regering, om zo de sultan weer aan de macht te krijgen. Hoewel de tegencoup in het begin gericht was op de Jong-Turken, werd met name in de stad Adana ook hevig gevochten tussen de Armeniërs en de soldaten van de sultan. Dit resulteerde in een groot aantal Armeense doden. De tegencoup mislukte echter en de Jong-Turkse regering bleef aan.
In 1911 raakte het Ottomaanse Rijk verzeild in de Italiaans-Turkse Oorlog, al snel gevolgd door de Balkanoorlogen. Deze oorlogen verliepen desastreus voor het Ottomaanse Rijk en veel grondgebied werd verloren aan Italië en de Balkanlanden. Het verlies van de Balkan bracht een grote vluchtelingenstroom voort van islamitische Ottomanen naar het Ottomaanse rijk. Naar aanleiding van het slechte verloop van de oorlog besloot in 1913 de extremistische vleugel van de Jong-Turken een nieuwe staatsgreep te plegen. Een triumviraat, bestaande uit Talaat Pasja, Enver Pasja en Djemal Pasja vestigde een repressieve dictatuur, gestoeld op een agressief Turks nationalisme. Al spoedig bleek dat in het nieuwe Turkije dat de Jong-Turken voor ogen stond voor de Armeniërs geen plaats was. De Jong-Turken droomden van een groot aaneengesloten Turks rijk, dat zich uitstrekte van de Balkan tot Centraal-Azië, waarin alle Turkssprekende volkeren verenigd zouden zijn. In deze beweging, pan-Turkisme geheten, was geen plaats voor de Armeniërs en andere niet-Turkse volkeren. De Armeniërs, die immers geografisch precies tussen de verschillende Turkse broedervolkeren in leefden, vormden opeens de voornaamste belemmering voor dit pan-Turkisme.