Giovanni Trapattoni (Cusano Milanino, 17 maart 1939) is een Italiaans voormalig profvoetballer en voetbaltrainer. Als speler verdedigde hij meer dan tien jaar de kleuren van AC Milan en won hij twee keer de Europacup I. Hij kwam ook zeventien keer in actie voor het Italiaans voetbalelftal en nam deel aan zowel de Olympische Spelen van 1960 als het WK 1962.

Als trainer kende hij nog meer succes. Trapattoni, die bekendstond om zijn defensieve speelstijl, brak in de jaren '70 door als trainer van Juventus. Hij was in totaal meer dan tien jaar trainer van de club uit Turijn en won in die periode onder meer zes landstitels, de Europacup I, Europacup II en de UEFA Cup. In de jaren '80 maakte hij zijn reputatie van opvliegende succestrainer ook waar bij de topclubs Internazionale en Bayern München. Van 2000 tot 2004 was hij bondscoach van Italië, met wie hij deelnam aan het WK 2002 en Euro 2004. Later nam hij als bondscoach van Ierland ook deel aan Euro 2012. In 2013 zette de Italiaan een punt achter zijn trainerscarrière. Trapattoni behoort tot de vier trainers die in vier verschillende Europese landen kampioen werden. De andere trainers zijn José Mourinho, Ernst Happel en Tomislav Ivić. Trapattoni was ook de tweede voetballer in de geschiedenis die als speler én als trainer de Europacup I won, na Miguel Muñoz. Trapattoni is tevens de enige trainer ooit die de Europacup I, Europacup II, UEFA Cup, Europese Supercup en wereldbeker voor clubteams wist te winnen.

Carrière als speler left|thumb|Trapattoni (tweede van rechts) na het winnen van de Europacup I in 1969. Giovanni Trapattoni werd geboren in Italië, in de tijd dat het land nog een koninkrijk was. Hij kwam uit een arbeidersgezin en verloor reeds op jonge leeftijd zijn vader. Als tiener sloot hij zich aan bij de jeugd van AC Milan. In 1957 werd Giuseppe Viani aangesteld als coach van AC Milan, waarna jongeren als Giovanni Trapattoni, Sandro Salvadore en Mario Trebbi de overstap maakten naar het eerste elftal. De 18-jarige Trapattoni, die bij de Rossoneri een ploegmaat werd van toppers als Nils Liedholm, Cesare Maldini en Ernesto Grillo, kwam aanvankelijk niet veel aan spelen toe. In 1958/59 speelde hij slechts twee wedstrijden in de competitie, maar werd Milan wel kampioen. Pas in het seizoen 1960/61 groeide hij uit tot een vaste waarde op het middenveld. In het team van trainer Nereo Rocco speelde de verdedigend ingestelde Trapattoni vooral in dienst van de creatieve middenvelders Liedholm, Gianni Rivera en Giovanni Lodetti. In 1962 won hij zijn tweede landstitel met Milan.

Het grootste succes volgde een jaar later. Trapattoni bereikte met de Italiaanse kampioen de finale van de Europacup I. In het Wembley Stadium in Londen nam Milan het op tegen het Benfica van de Portugese stervoetballer Eusébio. De Italianen wonnen met 2-1 na twee treffers van spits José Altafini.

Na de eindzege in de Europacup I werd Luis Carniglia trainer van Milan, maar de Argentijn werd al snel vervangen door oud-speler Nils Liedholm. Pas eind jaren 60, na de terugkeer van Nereo Rocco, wist Milan terug prijzen te veroveren. Trapattoni, die nog steeds een vaste waarde was bij Milan, won in 1967 voor het eerst de Coppa Italia. Een jaar later veroverden de Rossoneri een nieuwe landstitel en sleepten ze ook de Europacup II in de wacht. In De Kuip in Rotterdam wonnen Trapattoni en zijn ploegmaats met 2-0 van Hamburger SV.

In 1969 trof Milan het Ajax van trainer Rinus Michels in de finale van de Europacup I. De wedstrijd, die werd gespeeld in het Estadio Santiago Bernabéu in Madrid, werd met 4-1 gewonnen door Milan dankzij een hattrick van Pierino Prati. Enkele maanden later veroverde Milan voor de eerste keer de wereldbeker voor clubs, maar Trapattoni kwam in zowel de heen- als terugwedstrijd tegen Estudiantes niet in actie.

In 1971 maakte de inmiddels 32-jarige Trapattoni de overstap naar het bescheiden Varese, waar hij na een seizoen een punt zette achter zijn spelerscarrière.

Statistieken Seizoen Club Competitie Wedstrijden Doelpunten 1958/59 AC Milan Serie A 0 0 1959/60 2 0 1960/61 30 1 1961/62 32 0 1962/63 30 0 1963/64 28 1 1964/65 30 0 1965/66 18 1 1966/67 23 0 1967/68 24 0 1968/69 22 0 1969/70 20 0 1970/71 15 0 1971/72 Varese 10 0TOTAAL 284 3

Nationale ploeg Op 10 december 1960 maakte Trapattoni tegen Oostenrijk zijn debuut voor het Italiaans voetbalelftal. Datzelfde jaar nam hij met Italië ook deel aan de Olympische Spelen in Rome. De Azzurri wonnen hun groep en mochten het daardoor in de halve finale opnemen tegen Joegoslavië. Het duel eindigde na verlengingen in een 1-1 gelijkspel. Na het tossen van een muntstuk werd Joegoslavië als winnaar uitgeroepen. In het duel om de bronzen medaille verloor Italië met 2-1 van Hongarije.

De verdedigende middenvelder van Milan speelde bij de nationale ploeg regelmatig als centrale verdediger. In 1962 werd hij door bondscoaches Giovanni Ferrari en Paolo Mazza geselecteerd voor het WK 1962 in Chili. Italië belandde tijdens het toernooi in de groep van gastland Chili, West-Duitsland en Zwitserland. Trapattoni kwam tijdens het WK geen enkele keer in actie en zag zijn land derde worden in groep 2.

Trapattoni was tot 1964 international. Hij speelde in totaal 17 interlands en wist daarin één keer te scoren. Op 9 juni 1963 won Italië met 0-1 van Oostenrijk. Trapattoni maakte toen na 57 minuten het enige doelpunt van de vriendschappelijke wedstrijd.

Interlands van Giovanni Trapattoni voor № Datum Wedstrijd Uitslag Competitie Doelpunten Als speler van AC Milan 1 10 december 1960 – 1 – 2 Vriendschappelijk 0 2 25 april 1961 – 3 – 2 Vriendschappelijk 0 3 24 mei 1961 - 2 - 3 Vriendschappelijk 0 4 15 juni 1961 - 4 - 1 Vriendschappelijk 0 5 15 oktober 1961 - 2 - 4 WK-kwalificatie 0 6 4 november 1961 - 6 - 0 WK-kwalificatie 0 7 13 mei 1962 - 1 - 3 Vriendschappelijk 0 8 11 november 1962 - 1 - 2 Vriendschappelijk 0 9 27 maart 1963 - 0 - 1 EK-kwalificatie 0 10 12 mei 1963 - 3 - 0 Vriendschappelijk 0 11 9 juni 1963 - 0 - 1 Vriendschappelijk 1 12 13 oktober 1963 - 2 - 0 EK-kwalificatie 0 13 10 november 1963 - 1 - 1 EK-kwalificatie 0 14 14 december 1963 - 1 - 0 Vriendschappelijk 0 15 11 april 1964 - 0 - 0 Vriendschappelijk 0 16 10 mei 1964 - 3 - 1 Vriendschappelijk 0 17 5 december 1964 - 3 - 1 Vriendschappelijk 0

Carrière als trainer AC Milan Na zijn spelerscarrière ging Trapattoni aan de slag bij de jeugd van AC Milan. Op 9 april 1974, na het ontslag van hoofdtrainer Cesare Maldini, werd hij coach ad interim van het eerste elftal. Hij maakte het seizoen 1973/74 af en werd nadien opgevolgd door Gustavo Giagnoni. Trapattoni werd aanvankelijk assistent-coach, maar keerde al snel terug aan het hoofd van de A-kern. Op 1 oktober 1975 vertrok Giagnoni en nam Trapattoni samen met zijn vroegere coach Nereo Rocco de sportieve leiding over. De 63-jarige Rocco werd technisch directeur en Trapattoni werd de nieuwe trainer. In mei 1976 maakte Trapattoni plaats voor Paolo Barison.

Juventus thumb|In 1982 sloot de Franse spelmaker Michel Platini zich aan bij het Juventus van trainer Trapattoni. Na twee korte periodes aan het hoofd van Milan ging de 37-jarige Trapattoni aan de slag bij Juventus, waar hij in de voetsporen trad van zijn landgenoot Carlo Parola. Bij de Oude Dame kreeg de temperamentvolle Trapattoni talentvolle spelers als Dino Zoff, Franco Causio, Claudio Gentile, Marco Tardelli en Gaetano Scirea onder zijn hoede. In zijn eerste seizoen werd hij met Juventus meteen kampioen. Bovendien won de club onder zijn leiding voor het eerst een Europese trofee. Juventus, dat in die dagen kon rekenen op de doeltreffende spitsen Roberto Boninsegna en Roberto Bettega, veroverde in mei 1977 de UEFA Cup na een nipte zege (1-0) en een kleine nederlaag (2-1) tegen Athletic Bilbao.

In 1978 loodste Trapattoni zijn team naar een tweede titel op rij en een jaar later won hij ook de beker. In de finale van de Coppa Italia werd Palermo na verlengingen verslagen. Causio scoorde enkele minuten voor het einde van de tweede verlenging het winnende doelpunt.

Na de bekerfinale zag Trapattoni zijn spits Boninsegna naar Hellas Verona vertrekken. Juventus won geen enkele prijs in het seizoen 1979/80, maar desondanks behield de trainer het vertrouwen van het bestuur. In 1981 werd hij met de Oude Dame voor de derde keer kampioen. Nadien kocht de club jeugdproduct Paolo Rossi, die weliswaar een lange schorsing uitzat, terug en werd ook Massimo Bonini aan de selectie toegevoegd. In 1982 werd Juventus voor de tweede keer op rij kampioen, waarna het bestuur met Michel Platini en Zbigniew Boniek twee opvallende versterkingen aan de selectie van Trapattoni toevoegde. De Franse spelmaker en de Poolse vleugelspits werden samen met de uit schorsing terugkerende Rossi belangrijke schakels in het elftal van de Italiaanse trainer en zorgden ervoor dat Juventus opnieuw uitgroeide tot een Europese topclub. Een treffer van Rossi en twee doelpunten van Platini bezorgden Juventus in 1983 de Coppa Italia. Dat jaar bereikte de club ook de finale van de Europacup I. Het elftal van Trapattoni verloor in de finale met 1-0 van het Hamburger SV van de Oostenrijkse succescoach Ernst Happel. In 1984 stuwde de soms opvliegende Trapattoni zijn team naar een nieuwe titel en veroverde hij ook voor het eerst de Europacup II. In de finale van de beker der bekerwinnaars werd met 2-1 gewonnen van FC Porto.

In het seizoen 1984/85 sleepte de Oude Dame voor het eerst de UEFA Super Cup in de wacht. Trapattoni's team won in januari 1985 met 2-0 van Europacup I-winnaar Liverpool, dat enkele maanden later in de finale van het kampioenenbal opnieuw tegenover Juventus stond. De finale van de Europacup I vond op 29 mei 1985 plaats in het Heizelstadion in Brussel. De aftrap van de wedstrijd werd uitgesteld omdat een muur van het stadion instortte door hevige rellen tussen de Engelse supporters en een neutraal vak dat grotendeels gevuld was met Italiaanse supporters. Meer dan 30 supporters kwamen om het leven en zo'n 600 mensen raakten gewond. Ondanks het Heizeldrama dat zich net had afgespeeld, werd uit vrees voor nog meer geweld besloten om de finale toch te laten doorgaan. Juventus versloeg Liverpool met 1-0 via een strafschopdoelpunt van Platini. Trapattoni evenaarde zo het record van de Duitser Udo Lattek, die net als hij de drie belangrijkste Europese bekers (Europacup I, Europacup II en UEFA Cup) had gewonnen. De Italiaan was wel de enige die de drie prijzen bij dezelfde club won.

In het seizoen 1985/86 breidde de Italiaanse succescoach zijn erelijst verder uit. Juventus won in 1985 na strafschoppen de wereldbeker voor clubs. Enkele maanden later werd de Oude Dame voor de zesde keer onder Trapattoni kampioen van Italië.

Internazionale thumb|In 1988 belandde Lothar Matthäus bij het Internazionale van Trapattoni. De twee vonden elkaar later terug bij Bayern München. In 2006 werd de Duitser de assistent van Trapattoni bij Red Bull Salzburg. Na tien uitermate succesvolle jaren bij Juventus maakte Trapattoni in 1986 de overstap naar Internazionale, waar hij onder meer Karl-Heinz Rummenigge, Daniel Passarella, Giuseppe Bergomi, Walter Zenga en Alessandro Altobelli onder zijn hoede kreeg en opnieuw verenigd werd met middenvelder Marco Tardelli.

Aanvankelijk kende Trapattoni, die de competitie met een nederlaag tegen Empoli begon, weinig succes in Milaan. Het resultaatvoetbal dat de erg verdedigend ingestelde coach van zijn spelers eiste, leverde niet altijd mooi voetbal op. In de kwartfinale van de UEFA Cup nam Inter het op tegen Göteborg. Spits Altobelli moest in de heenwedstrijd tot in zijn eigen strafschopgebied terugzakken om mee te verdedigen. Inter schoot in dat duel niet één keer op doel.IFK Göteborg - Torna a spirare il vento freddo del nord Storie di Calcio Het duel eindigde in een scoreloos gelijkspel. In de terugwedstrijd werd het 1-1, waardoor de Zweden naar de halve finale mochten.