300px|thumb|De 20 kieskringen voor de Tweede Kamerverkiezingen
Een kieskring, soms ook wel kiesdistrict genoemd, is een geografisch afgebakend gebied waarbinnen verkiezingen worden gehouden en waaruit een bepaald aantal volksvertegenwoordigers wordt gekozen. Dit systeem wordt gebruikt om verkiezingen te organiseren, volksvertegenwoordigers een mandaat toe te kennen en om regionale belangen te vertegenwoordigen.
Nederland kent een kieskringenstelsel waarbij een politieke partij per kieskring beslist of zij mee wil doen aan de verkiezingen en of zij daar een eigen kandidatenlijst indient. Wanneer er gebruikgemaakt wordt van kiesdistricten is er sprake van een districtenstelsel.
Zowel in Nederland als in België is een kieskring een verzameling van een aantal kleinere stemdistricten. Deze stemdistricten zijn elk belast met de organisatie van een stembureau en bedient ongeveer 1000 kiezers. Elke kieskring heeft daarbij een hoofdstembureau dat de uitslag van een kieskring officieel bekend maakt. Over het algemeen mogen alleen kiezers die in een kiesdistrict of kieskring wonen, stemmen bij verkiezingen die daar worden gehouden. De stemmen die in een kieskring worden uitgebracht, worden alleen binnen dat gebied geteld.
Natuurlijke kiesdrempel Kiesdistricten vormen door hun grootte een natuurlijke kiesdrempel: hoe meer zetels er in een district te verdelen zijn, hoe lager de effectieve drempel, en hoe meer partijen kans maken op zetels. De grootte van kiesdistricten heeft zo een directe invloed op de balans tussen representatie en de band tussen kiezer en gekozene.
Verschijningsvormen Enkelvoudige kiesdistricten (zoals in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) hebben als voordeel dat ze een sterke band creëren tussen de kiezer en gekozene, omdat één persoon direct verantwoordelijk is voor een specifiek gebied. Dit bevordert lokale betrokkenheid en verantwoording. Het nadeel is echter dat dit systeem zonder evenredige vertegenwoordiging vaak leidt tot een scheve landelijke zetel-stemverhouding. Kleinere partijen hebben bovendien weinig kans op zetels.
Meervoudige kiesdistricten (zoals in Denemarken en Zweden) verdelen meerdere zetels per district, wat een betere afspiegeling van de stemverdeling mogelijk maakt. Dit systeem biedt een balans tussen regionale vertegenwoordiging en diversiteit in representatie. Het nadeel is dat de band tussen kiezers en hun vertegenwoordigers iets losser is dan bij enkelvoudige districten en dat compensatiemechanismen zoals vereffeningszetels nodig zijn om de zetelverdeling evenrediger te maken. Hierbij wordt soms ook gebruikgemaakt van een dubbelevenredige zetelverdeling.
Nationale kiesdistricten (zoals in Nederland en Israël) waarbij het hele land als één kieskring fungeert, bevorderen evenredigheid en veelkleurige representatie. De alomvattende grootte van dit type kiesdistrict voorkomt dat stemmen verloren gaan en zorgt er voor dat ook kleine partijen kans maken op zetels. Het nadeel is dat de band tussen kiezer en vertegenwoordiger zwakker is dan bij kleinere kiesdistricten, omdat politici meer gericht zijn op nationale (partij)belangen.
Districtsgrootte Wetenschappers stellen dat een evenredig meerpartijenstelsel een districtsgrootte van minimaal vijf zetels vereist om stemmen effectief naar parlementszetels om te zetten. Naarmate de omvang van een kiesdistrict toeneemt, verbeteren zowel de evenredigheid als de diversiteit en vermindert het aantal verspilde stemmen. Daarnaast bestaat er overeenstemming dat districten met een oneven aantal zetels in de praktijk beter functioneren dan districten met een even aantal.
Toch neemt het voordeel van grotere meervoudige kiesdistricten sterk af naarmate deze groeien. Een district wordt 'te groot' genoemd wanneer het mandaat van individuele kandidaten zo verwatert dat de verantwoordingsplicht richting kiezers in het geding komt. Dit kan het vertrouwen van kiezers ondermijnen en de legitimiteit van gekozen volksvertegenwoordigers schaden. Bovendien gaan kiesstelsels grotere districten vaak gepaard met politieke versplintering en moeizame coalitievorming.
Onderzoek toont aan dat kiesdistricten vanaf 15 á 20 zetels vaak te maken krijgen met een afnemende meerwaarde in evenredigheid, terwijl het individuele mandaat van politici verzwakt. Kiesstelsels met open lijsten zijn doorgaans minder gevoelig voor corruptie, vooral in districten met minder dan 10 zetels. Echter, bij districten met meer dan 20 zetels neemt de kans op corruptie juist toe. Om die reden wordt vaak gezocht naar een optimale balans: regionalisering met districtsgroottes die voldoende groot zijn om evenredigheid en diversiteit te waarborgen, maar klein genoeg om nadelen zoals afnemende betrokkenheid tussen kiezer en gekozene te vermijden.
Nederland De kieskringen in Nederland zijn in 1917 opgericht nadat werd overgegaan van een meerderheidsstelsel met enkelvoudige kiesdistricten naar een lijstenstelsel met evenredige vertegenwoordiging. Omdat Nederland sindsdien praktisch gezien één nationaal kiesdistrict hanteert, functioneren kieskringen met name voor de administratie van de verkiezingen.
Europees Parlement Bij de verkiezing van het Europees Parlement kent Nederland maar één nationale kieskring. Elke partij kan dus maar één lijst indienen. Eerste Kamer De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van de Provinciale Staten. Hierbij vormt elke provincie één kieskring die fungeert als een kiescollege.
Tweede Kamer Voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer is Nederland verdeeld in 20 kieskringen (19 in Europa en 1 in Caribisch Nederland). In iedere kieskring is een hoofdstembureau gevestigd, dat de uitslag van de kieskring rapporteert aan het Centraal Stembureau (de Kiesraad) in Den Haag.
Hoewel het mogelijk is om per kieskring een eigen lijst in te dienen, wordt in de praktijk vaak dezelfde lijst in iedere kieskring ingediend. Sommige partijen reserveren enkele plaatsen op de kieslijsten voor regionale kandidaten, die dus per kieskring verschillen.
Een partij of beweging die in een kieskring mee wil doen aan de verkiezingen, dient een kandidatenlijst in bij de voorzitter van het betreffende hoofdstembureau. Op deze lijst mogen maximaal 50 namen van kandidaten staan. Partijen die bij de vorige Tweede Kamerverkiezing meer dan 15 zetels hebben behaald mogen 80 kandidaten op de lijst plaatsen.
Bij partijen die geen zetel hebben behaald bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen moet de lijst vergezeld gaan van minimaal 30 ondersteuningsverklaringen, ondertekend door kiezers uit de betreffende kieskring. Voor kieskring 20 (Caribisch Nederland) volstaan 10 ondersteuningsverklaringen omdat daar een beperkter aantal kiesgerechtigden woont.Kiesraad, Ondersteuningsverklaringen | Verkiezingen | Kiesraad.nl, geraadpleegd op 2 april 2017. Gearchiveerd op 3 april 2017.
Na controle van de lijst, stuurt het hoofdstembureau de lijst naar het Centraal Stembureau, waar de lijsten worden genummerd. Deze genummerde lijsten worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Overzicht kieskringen voor de Tweede Kamer Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer is dit de indeling van de 20 kieskringen. Elke kieskring wordt genoemd naar de plaats waar het hoofdstembureau is gevestigd. De indeling is vastgelegd in een bijlage bij de Kieswet.Tabel bedoeld in artikel E 1, eerste lid, van de Kieswet. Geraadpleegd op 7 januari 2023. Nummer Tot de kieskring behorende gebieden Hoofdstembureau na 1989 t/m 1989 1 XVI Provincie Groningen Groningen 2 XIV Provincie Friesland / Provincie Fryslân Leeuwarden 3 XVII Provincie Drenthe Assen 4 XV Provincie Overijssel Zwolle 5 Ingesteld op 01-01-1986. Voorheen waren de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad en Zeewolde deel van kieskring III en de gemeenten Noordoostpolder en Urk (als onderdeel van de provincie Overijssel) en het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders deel van kieskring XV. Provincie Flevoland Lelystad 6 IV Provincie Gelderland: gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel Nijmegen 7 III Provincie Gelderland: gemeenten die niet tot kieskring 6 behoren Arnhem 8 XIII Provincie Utrecht Utrecht 9 Provincie Noord-Holland: gemeente Amsterdam Amsterdam 10 XI Provincie Noord-Holland: gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Diemen, Gooise Meren, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Wijdemeren, Zandvoort Haarlem 11 X Provincie Noord-Holland: gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Edam-Volendam, Enkhuizen, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Landsmeer, Medemblik, Oostzaan, Opmeer, Purmerend, Schagen, Stede Broec, Texel, Uitgeest, Waterland, Wormerland, Zaanstad Den Helder 12 VI Provincie Zuid-Holland: gemeente 's-Gravenhage en kiezers in het buitenland Den Haag 13 V Provincie Zuid-Holland: gemeente Rotterdam Rotterdam 14 VIII Provincie Zuid-Holland: gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Delft, Dordrecht, Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Hoeksche Waard, Maassluis, Midden-Delfland, Molenlanden, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rijswijk, Schiedam, Sliedrecht, Voorne aan Zee, Vlaardingen, Westland, Zwijndrecht Dordrecht 15 VII Provincie Zuid-Holland: gemeenten die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren Leiden 16 XII Provincie Zeeland Middelburg 17 II Provincie Noord-Brabant: gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Woensdrecht, Zundert Tilburg 18 I Provincie Noord-Brabant: gemeenten die niet tot kieskring 17 behoren 's-Hertogenbosch 19 XVIII Provincie Limburg Maastricht 20Toegevoegd op 10-10-2010. - Caribisch Nederland: Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba Bonaire
Provinciale Staten Een aantal provincies is voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten verdeeld in meerdere kieskringen. Het betreft hier de provincies die ook bij de Tweede Kamerverkiezingen in meerdere kieskringen zijn verdeeld, namelijk Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. De indeling van deze kieskringen is gelijk aan die van de kieskringen voor de Tweede Kamerverkiezingen. Daarnaast is de provincie Limburg bij de Statenverkiezingen verdeeld in twee kieskringen: een noordelijke kieskring met het hoofdstembureau in Venlo en een zuidelijke met het hoofdstembureau in Maastricht.
Tot de wijziging van de Kieswet in 1989 was elke provincie voor de Provinciale Statenverkiezingen verdeeld in twee tot tien zogenaamde Statenkieskringen, met dezelfde functie als de huidige kieskringen.
Gemeenteraden Bij de verkiezing van de gemeenteraad vormt de gehele gemeente één kieskring. Bij de verkiezing van een deelgemeenteraad vormde de hele deelgemeente één kieskring.
België
In België zijn de kieskringen verschillend naargelang de verkiezing.
Europees Parlement België telt in 2014 21 leden in het Europees Parlement. Deze worden door drie kiescolleges verkozen, een Nederlands kiescollege voor 12 parlementsleden, een Frans kiescollege voor 8 parlementsleden en een Duitstalig kiescollege voor 1 parlementslid.
Enkel in de administratieve arrondissementen Brussel-Hoofdstad, Halle en Vilvoorde - die tot 2012 het kies- en gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde vormden - kon naar vrije keuze een stem voor het Nederlands of het Frans kiescollege worden uitgebracht. In alle overige gebieden kan enkel voor het kiescollege van dat taalgebied een stem worden uitgebracht. Vanaf 2014 blijft deze keuzemogelijkheid beschikbaar voor de kieskring Brussel-Hoofdstad en het kieskanton Sint-Genesius-Rode.