Het graafschap Henegouwen (1071–1794) was een graafschap dat tegenwoordig ongeveer samenvalt met de Belgische provincie Henegouwen en de Franse arrondissementen Valenciennes en Avesnes.

Ontstaan (1062–1071)

De gebiedsnaam gaat terug op de Henegouw, een gouw die in 964 verdeeld raakte in het graafschap Bergen en het markgraafschap Valencijn. In 1033 werden beide restanten herenigd in een personele unie dankzij een gebiedsruil van Reinier II van Bergen. Deze onderlinge gebiedsruil was het voorwerp van een langdurige onenigheid tussen Boudewijn V van Vlaanderen en keizer Hendrik III, maar ontving keizerlijke bevestiging in 1062. Op dat moment bestond de personele unie uit vier graafschappen: Bergen en Chièvres, twee rijksonmiddellijke graafschappen in het Heilige Roomse Rijk. Het markgraafschap Valencijn. Sinds de tijd van Arnulf van Valencijn was het leenroerig aan de prins-bisschop van Luik. De Oosterbant, een graafschap van het koninkrijk Frankrijk.

In 1070 vererfden deze graafschappen, samen met het graafschap Vlaanderen, naar de minderjarige Arnulf III van Vlaanderen. Een deel van de adel verzocht diens oom Robrecht om hun graaf te worden. Door de Slag bij Kassel (1071) kon deze bezit nemen van de erflanden. De moeder van Arnulf, Richilde, zocht steun bij Dietwin van Luik, haar leenheer inzake Valencijn, en bracht een bijkomende in-leen-opdraging inzake het graafschap Bergen met alle wereldlijke en kerkelijke aanhorigheden.Baron J. de Chestret de Haneffe (1890). Numismatique de la principauté de Liège, p. 74. Meteen daarna droeg Dietwin beide graafschappen op aan Godfried III van Lotharingen.Charles Verlinden (1932). Souveraineté flamande et souveraineté hennuyère à Douai à la fin du XIe siècle, p. 6-8. Godfried gaf ze in achterleen ten gunste van Boudewijn II van Henegouwen en zijn nakomelingen, in de vorm van één leengoed waarvoor spoedig de overkoepelende benaming "Henegouw(en)" terugkeerde.

Geschiedenis (1071–1794)

Onder druk van Godfried ontruimde Robrecht Henegouwen. Wel bleef hij vasthouden aan het graafschap Vlaanderen, waardoor Boudewijn en zijn opvolgers nog herhaaldelijk de graventitel zouden opeisen. Om de opvolgingsstrijd voorgoed te beëindigen trouwde een zus van Filips van de Elzas met een zoon van Boudewijn IV van Henegouwen (1169). Hierdoor begon een nieuwe personele unie tussen Henegouwen en Vlaanderen (van 1191 tot 1278). Van 1299 tot 1419 stond Henegouwen in een personele unie met het graafschap Holland en het graafschap Zeeland.

In 1433 kwam Henegouwen bij de Bourgondische Nederlanden. Filips de Goede vertrouwde het bestuur toe aan de "grootbaljuw van Henegouwen". Zijn zoon Karel de Stoute won de Luikse Oorlogen en kon zo de opheffing van de Luikse leenroerigheid afdwingen (1469). De Oosterbant bleef een Frans leengoed tot 1526. Vanaf dan was geheel Henegouwen een rijksonmiddellijk gebied binnen de Bourgondische Kreits van het Heilige Roomse Rijk.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden Valenciennes en Bergen ingenomen door Lodewijk van Nassau (1572). De bevolking in Henegouwen bleef echter trouw aan het Spaanse bewind. Valenciennes kwam al na enkele dagen opnieuw onder controle van de regeringstroepen, Bergen na een beleg van drie weken. Gedurende de periode 1654–1678 kon Lodewijk XIV van Frankrijk de helft van Henegouwen veroveren, het zogenaamde Frans-Henegouwen. Bergen en Aat fungeerden kortstondig als "Barrièresteden" (van 1698 tot 1701).

Van 1714 tot 1794 behoorde Henegouwen tot de Oostenrijkse Nederlanden. Ten tijde van de Franse overheersing werd het omgevormd tot het "arrondissement Bergen" (1794). Later werden de Nederlandstalige zones rond Everbeek, Tollembeek en Halle hiervan afgescheiden, het "arrondissement Doornik" werd toegevoegd. Zo kwam het "departement Jemappes" tot stand (1795). De Nederlandse Grondwet van 1815 hernoemde dit departement tot "provincie Henegouwen". Door de Belgische Revolutie (1830) werd de provincie een onderdeel van België.

Indeling thumb|Het graafschap Henegouwen omstreeks 1650, met de hedendaagse land- en provinciegrenzen in het rood

Omstreeks 1650 was het graafschap verdeeld in zeventien bestuurlijke onderdelen: De proosdijen (prévôtés) Valenciennes, Bergen, Le Quesnoy, Bavay, Maubeuge, Binche, Beaumont en Chimay De burggraafschappen (châtellenies) Bouchain, Aat en Brakel De baljuwschappen (bailliages) Edingen, Halle en Le Rœulx De heerlijkheden (terres) Landrecies en Avesnes Een baronie met de heerlijkheden Lessen en Vloesberg (la baronnie de Lessines oftewel les terres de Lessines et de Flobecq)

Een groot aantal plaatsen genoot stadsrechten en viel hierdoor buiten deze indeling, met een rechtstreekse afvaardiging in de hoogste bestuursorganen. Omstreeks 1400 waren er ongeveer 22 "Goede Steden".Connaître la Wallonie – Les bonnes villes du Hainaut Na het verlies van Frans-Henegouwen behoorden daarvan nog 13 steden tot de Nederlanden.

Bernard Desmaele, Jean-Marie Cauchies en Florian Mariage (eds.), Les Institutions publiques régionales et locales en Hainaut et Tournai/Tournaisis sous l'Ancien Régime, Brussel, 2009 Jean-Marie Cauchies en Françoise Thomas (eds.), Chartes-lois en Hainaut (XIIe–XIVe siècle). Édition et traduction, Mons, 2005 Claire Billen, Xavier Canonne en Jean-Marie Duvosquel (eds.), Hainaut, mille ans pour l'avenir , Antwerpen, Fonds Mercator, 1998, 517 p. Jean-Marie Cauchies en Jean-Marie Duvosquel (eds.), Recueil d'études d'histoire hainuyère offertes à Maurice A. Arnould, 2 dln., Hannonia, 1983 Andrée Scufflaire, Les fiefs directs des comtes de Hainaut de 1349-1504. Essai d'inventaire statistique et géographique, 6 dln., Brussel, 1978-1993 Maurice-Aurélien Arnould, Les dénombrements de foyers dans le comté de Hainaut (XIVe-XVIe siècle), Brussel, Palais des Académies, 1956, XXIII + 771 p. Léo Verriest, Corpus des records de coutumes et des lois de chefs-lieux de l'ancien comté de Hainaut, Mons, 1946 Léo Verriest, Le régime seigneurial dans le comté de Hainaut du XIe siècle à la Révolution, 2 dln., Leuven, Smeets, 1916-1917

Henegouwen