Gij, of onbeklemtoond ge, is een persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud en meervoud.

Naast jij/je/jullie en u (de beleefdheidsvorm) is gij een vorm die nu alleen nog gebruikt wordt in de spreektaal in het zuiden van het Nederlandse taalgebied (Brabant, Gelderland(-Zuid), Limburg en Vlaanderen).

Ontstaan Oorspronkelijk is gij de tweede persoon meervoud. De enkelvoudige tegenhanger was du. Vanaf de 16de eeuw werd gij ook als beleefdheidsvorm voor de tweede persoon enkelvoud. Na verloop van tijd heeft deze verschuiving geleidelijk het du uit het Nederlands verdreven. In het Noordelijke gedeelte van het taalgebied wordt nu jij gebruikt, in het zuidelijke gedeelte heeft in de spreektaal gij daarentegen nog altijd de overhand. In de geschreven taal is jij gebruikelijk. Beide vormen kenden aanvankelijk een aparte objectvorm: u. Als onderwerp heeft u echter een andere ontstaansgeschiedenis. Gij - (voornaamwoord), Etymologiebank.nl, Amsterdam 2003-2009. Gearchiveerd op 9 april 2023.

Gebruik Gij of ge is de in de spreektaal in Vlaanderen bijna uitsluitend gebruikte tegenhanger van jij in de schrijftaal. Als zodanig wordt er in Vlaanderen aan gij geen andere connotatie verbonden dan aan jij.

In het noorden van het taalgebied wordt gij evenwel zelden zonder afwijkende connotatie gebezigd. Van oudsher werd er in Bijbelvertaligen mee verwezen naar God. Met name de Statenvertaling heeft met dit gebruik de Nederlandse taal lange tijd beïnvloed. Buiten religieus gebruik heeft gij in het noorden van het taalgebied een (sterk) archaïsche connotatie.

Verbuigingen Subject Object Wederkerend voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Gij / ge u u uw

Vervoegingen met gij Het vervoegen van de persoonsvorm met gij als onderwerp vorm in het zuiden van het Nederlands taalgebied geen probleem, alleszins wat betreft de tegenwoordige tijd. Omdat in het noorden het gebruik van gij zeldzaam is, levert dit vaker problemen op.Griet Op de Beeck: 'Er staan géén dt-fouten in mijn boek' in De Standaard, 25 oktober 2017. Gearchiveerd op 14 april 2023., Algemene Nederlandse Spraakkunst, Groningen 1997. De verbuiging bij gij als meervoud is gelijk aan die bij het enkelvoud. Ook bij inversie blijft zij identiek.

De vervoeging van het werkwoord met gij als onderwerp loopt redelijk parallel aan de vervoeging van de beleefdheidsvorm (u) in het Algemeen Nederlands. In de onvoltooid verleden tijd kreeg de persoonsvorm altijd -(de)t/-(te)t, maar die is nu nog uitsluitend in gebruik bij sterke en onregelmatige werkwoorden als.Gij had/hadt op Taaladvies.net, geraadpleegd op 4 januari 2022. Gearchiveerd op 27 januari 2022.Overzicht van de vervoeging van de regelmatige werkwoorden, E-ANS, geraadpleegd 4 januari 2022. Gearchiveerd op 4 januari 2022. In het geval van zullen werd nog lange tijd de verbuiging die bij gij hoort eveneens gebruik het noord Nederlandse u (als (beleefdheid)vorm voor het onderwerp). In dat geval schreef men dus u zoudt.Zoudt u/zou u Onze Taal, geraadpleegd 6 januari 2022. Gearchiveerd op 2 februari 2022. Deze vorm kan verouderd voorkomen, maar geldt wel als correct en komt iets vaker voor bij inversie (zoudt u)Zoudt u/zou u Taaladvies.net, geraadpleegd op 6 januari 2022. Gearchiveerd op 6 januari 2022..

In Vlaanderen wordt er in de omgangstaal vaak de jij-vervoeging gebruikt in de verleden tijd, bijvoorbeeld: gij kwam, gij zagGij kwam / kwaamt Taaladvies.net, geraadpleegd op 7 april 2023. Gearchiveerd op 9 april 2023..

Werkwoord Tegenwoordige tijd Verleden tijd Zwakke werkwoorden JagenVerven jaagtverft joeg/jaagde(t)De vorm op -t bij zwakke werkwoorden is sterk verouderdverfde(t) Sterke werkwoorden met verlengde stam KomenLezenBreken komtleestbreekt kwaamtlaastbraakt Sterke werkwoorden met korte stam Hebbentredenvergeten hebttreedtvergeet hadttradtvergat Onregelmatige verbuiging Zijn zijt waart Mogen moogt mocht

Voorbeeld

Zie ook jij du

Categorie:Voornaamwoord in het Nederlands