miniatuur|Zuidelijk en Oostelijk Flevoland thumbtime=0:10|miniatuur|Bioscoopjournaal uit 1957 over het droogvallen van de polder Oostelijk Flevoland. thumbtime=0:39|miniatuur|Bioscoopjournaal uit 1957. De polder Oostelijk Flevoland is al gedeeltelijk drooggevallen en een man loopt met speciale schoenen over de polder. Op een zandplaat is een klein luchtvaartbedrijf ingericht, waar vandaan sproeivliegtuigen opstijgen met rietzaad, dat in de polder wordt uitgezaaid. Oostelijk Flevoland is de derde en grootste droogmakerij (of polder) die is aangelegd in het kader van de Zuiderzeewerken, en is heden onderdeel van de Nederlandse provincie Flevoland. Oostelijk Flevoland wordt omgeven door: het Ketelmeer, het Vossemeer, het Drontermeer, het Veluwemeer (de Randmeren), de Knardijk en het IJsselmeer. Op 1 januari 2007 had Oostelijk Flevoland 110.270 inwoners.
miniatuur|links|Dijkaanleg ten behoeve van de inpoldering omstreeks 1950. De mannen zijn bezig met het maken van zinkstukken, in elkaar gevlochten griendhout, dat wordt gebruikt om dijkvoeten, met name het deel onder de waterlijn, te beschermen De polder is aangelegd tussen 1950 en 1957 en heeft een grootte van 540 km². De ontwikkeling van dit gebied gebeurde door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). De aanleg van Oostelijk Flevoland begon in 1950, kort na de Tweede Wereldoorlog, toen Nederland herstelde van verwoestingen en voedseltekorten. Anders dan bij eerdere polders, waar vanaf de kust werd gewerkt, koos men hier voor een innovatieve aanpak: een kunstmatig werkeiland midden in het IJsselmeer. Dit eiland, gelegen op de plek waar later Lelystad-Haven zou ontstaan, diende als uitvalsbasis voor de dijkbouwers. Het werd opgebouwd door zand op te spuiten en te verstevigen, en al snel verrezen er barakken, een haven en werkplaatsen voor de arbeiders. Vanuit dit eiland begonnen de dijken te groeien in twee richtingen: naar het noorden richting de Noordoostpolder en naar het zuiden richting Harderwijk op de Veluwe. De ringdijk zou uiteindelijk zo'n 90 kilometer lang worden. De techniek van de dijkbouw was geavanceerd voor die tijd. Men gebruikte zandzuigers om materiaal uit de bodem van het IJsselmeer op te halen en op te spuiten tot een stevige basis. Daaroverheen kwamen lagen klei en stenen voor versteviging. De Knardijk, die later als scheiding zou dienen tussen Oostelijk en Zuidelijk Flevoland, werd al vroeg aangelegd en fungeerde als een tijdelijke weg voor materieel. Op 13 september 1956 werd de laatste opening in de dijk gesloten. Nu het gebied was afgesloten, kon het droogpompen beginnen. In november 1956 werd het gemaal Wortman bij Lelystad in bedrijf gesteld. Het duurde maanden, maar op 29 juni 1957 werd Oostelijk Flevoland officieel droog verklaard.
Lelystad is de grootste plaats in deze polder. Daarnaast liggen er nog Biddinghuizen, Dronten en Swifterbant. Oorspronkelijk waren er veel meer dorpen gepland. Namen als Roggebot, Zelhorst, Abbert, Ellerslenk, Larsen en Burchtkamp stonden op de tekentafel. De kavels in Oostelijk Flevoland zijn grotendeels rechthoekig en gestandaardiseerd: vaak 300 × 1000 meter (30 hectare per kavel). Dit was ideaal voor mechanische landbouw met grote tractoren en oogstmachines. Boerderijen liggen meestal solitair of in clusters van twee bij elkaar. Bijna een derde van de boerderijen werd door particulieren zelf gebouwd. Het hart van de polder bleef bewust vrij van dorpen, hierdoor ontstond het grootste aaneengesloten akkerbouwgebied van Nederland.
Bossen liggen vooral aan de randen, langs de randmeren vanwege de daar aanwezige zandgronden. Oostelijk Flevoland kreeg zo een heel ander karakter dan de Noordoostpolder: opener in het midden (maximale akkerbouw), groener en recreatiever aan de randen, met grotere kernen die profiteren van de auto-mobiliteit.
De belangrijkste weg door de polder is de A6, die Amsterdam via Lelystad met Emmeloord verbindt. Sinds 1988 is Lelystad per spoor via de Flevolijn vanaf Almere te bereiken. Sinds 2012 is ook de Hanzelijn naar Zwolle in gebruik.
Een klein deel van deze polder behoort tot de gemeente Zeewolde, die verder geheel in Zuidelijk Flevoland ligt: het gehucht Harderhaven, bestaande uit een klein haventje met een paar huizen. De Hardersluizen bij Harderhaven zijn als vaarverbinding in de oude dijk inmiddels vervangen door een aquaduct bij Harderwijk.
Namen van plaatsen en wegen zijn vaak afgeleid van plaatsen op het oude land, zoals zoals dat ook elders in FlevolandVergelijk bijvoorbeeld de plaatsnamen Emmeloord (naar een vroegere locatie op Schokland) en Zeewolde. Zie voorts Noordoostpolder. het geval is: Dronten (polder Dronthen bij Kampen), of de Bijsselseweg in Biddinghuizen (Hoge Bijssel of de buurtschap Lage Bijssel in de gemeente Elburg).
Categorie:Polder in Flevoland Categorie:Streek in Flevoland