thumb|right|260px|Monument in Bari met een standbeeld van Niccolò Piccinni, op de piazza Prefettura. Niccolò Piccini (ook: Niccolò Vito Piccini, maar eigenlijk: Vito Niccolò Vincenzo Marcello Antonio Giacomo Piccinni) (Bari, 16 januari 1728 – Passy, bij Parijs, 7 mei 1800) was een Italiaans componist.

Piccinni was een leerling van Leonardo Leo en Francesco Durante aan het Conservatorio di Sant'Onofrio a Capuana in Napels en debuteerde in 1755 met Le Donne Dispettose. Dit was de eerste van zijn 127 opera’s op zowel Italiaanse als Franse libretti. In zijn tijd was hij zeer succesvol.

Leven en werken Piccinni vervulde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de opera buffa, waarin hij plaats inruimde voor het sentiment. Europese vermaardheid verwierf hij met de opera buffa La cecchina ossia la buona Figliuola, die in 1760 in Rome in première ging. Vanaf 1776 verbleef hij voornamelijk in Parijs, waar hij zijn eerste Franse opera, Roland (1778), componeerde. Hij verwierf daar onverwacht veel aanhang uit de kringen die zich verzetten tegen de revolutionaire denkbeelden ten aanzien van de opera van Christoph Willibald Gluck (1714-1787). Na het uitbreken van de Franse Revolutie keerde Piccinni naar Napels terug, waar hij – net als in Parijs – in politieke moeilijkheden raakte. In 1798 vestigde hij zich opnieuw in Parijs.

Het conservatorium van Bari noemt zich: Conservatorio di Musica Niccolò Piccinni. In Bari is verder een straat naar hem vernoemd "Via Piccinni" en de plaatselijke opera draagt zijn naam. Een volledige werklijst is te vinden in Rivista musicale italiana, viii. 75.

Piccinni versus Gluck In Parijs ontstond een krachtmeting tussen Piccinni en de grote Christoph Willibald Gluck (1714-1787), vanwege diens terugkeer naar de idealen van de vroege barokopera. Er ontstond een dispuut tussen de zogenaamde gluckisten en piccinnisten over de vraag of de Franse dan wel de Italiaanse operavorm te prefereren was. De gluckisten verdedigden de Franse opera, de piccinnisten de Italiaanse belcanto-opera. Gluck en Piccinni zelf zochten de twist niet op. Beide meesters stonden er in zekere zin buiten en waardeerden elkaars werk. De strijd werd voornamelijk gestreden tussen hun aanhangers voor wie patriottistische motieven niet vreemd waren, waardoor ze elkaar letterlijk naar het leven stonden. Beiden schreven een Iphigénie en Tauride, wat in het voordeel van Gluck uitviel.

Composities Werken voor orkest Concert in D-groot, voor fluit en orkest Spiritoso Andante maestoso Allegro con brio Giove piacevole nella reggia di Partenope Sinfonia in D-groot Allegro assai Andante con moto Allegro presto Sinfonia in G

Werken voor harmonieorkest 1799 Hymene e l’Hymen pour la célébration des mariages, voor twee zangsolisten en harmonieorkest – tekst: Pierre-Louis Ginguené Ouverture uit de opera «La Buona Figliuola»

Missen, Cantates, Oratoria en geestelijke muziek Salve Regina Dixit Dominum

Muziektheater Opera's