thumb|Het Sanhedrin, uit een encyclopedie van 1883 De term sanhedrin (ook wel sanhedrien, Hebreeuws: סַנְהֶדְרִין) duidde in het jodendom een bijeenkomst aan. De aard van een dergelijke bijeenkomst is afhankelijk van de context en kan uiteenlopen van een raadpleging tot een proces.
Het woord is afgeleid van het Griekse: συνέδριον, synedrion, "samen zitten" (Latijn: synedrium). De rabbi's leenden het Griekse woord en gebruikten het in de Misjna bij hun behandeling van rechtszaken en processen. Het Sanhedrin uit de Misjna bestond uit 71 mannen: een voorzitter, de nasi (soms was dit de hogepriester), een vicevoorzitter juridische zaken (Av Beit Din) en 69 algemene leden. Om deze reden duidt "het sanhedrin" in moderne Europese talen het joodse gerechtshof aan of een ander opperste gerecht of hoge raad in het eerste-eeuwse Palestina.
De één-sanhedrin theorie Onder het Romeinse bestuur had iedere polis (onafhankelijke stad) een boulè of raad. De leden van deze boulè werden gekozen door alle daartoe gerechtigde burgers. Een boulè was groot: het vroege Athene had een boulè met 400 leden, later uitgebreid tot 500 leden, en de Romeinse Senaat (ook boulè genoemd) had in de tijd van Julius Caesar 900 leden. Palestina kende in de eerste eeuw één grote boulè, namelijk die van Tiberias, met 600 leden.Josephus: De Joodse Oorlog, 2.641 Een boulè werd met enige regelmaat door heersers bijeen geroepen om zaken te besluiten, maar uiteindelijk lag de beslissende macht bij de ekklèsia, de vergadering van alle burgers.
Flavius Josephus vermeldde de boulè van Jeruzalem verschillende keren: driemaal noemde hij concrete daden van deze raad (zie verderop), hij verwees naar de dood van de secretaris van de boulèJosephus: De Joodse Oorlog, 5.532 en een brand in de vergaderzaal ervan (de bouleutèrion).Josephus: De Joodse Oorlog, 6.354 Echter, Jeruzalem was waarschijnlijk geen polis; een polis had altijd een gymnasion, meestal een theater en soms een hippodroom. Jeruzalem had geen gymnasion en geen enkele bron maakt melding van jaarlijkse verkiezingen van de leden van de boulè. Bovendien zou de rol van de hogepriester lastig in te passen zijn in de constitutie van een polis. Om die reden kan worden aangenomen dat de boulè van Jeruzalem uit veel minder dan honderden leden zou kunnen hebben bestaan; het zouden er rond de zeventig hebben kunnen zijn.Martin Goodman (1987): The Ruling Class of Judaea
Tot eind jaren tachtig dachten veel onderzoekers dat alle aanwijzingen in een "één-sanhedrin theorie" konden worden samengevoegd op basis van de volgende aannames: Josephus' boulè is het sanhedrin uit de Misjna en ook het synedrion uit het Nieuwe Testament. Het bestond uit 70 of 71 mannen en diende als zowel een wetgevende vergadering als een hooggerechtshof. De farizeeën werden toegelaten tijdens de regering van Salome Alexandra. Omdat zowel de Farizeeën als de sadduceeën er deel van uitmaakten, was het een 'representatief nationaal lichaam'.Alon: The Jews in their Land I, blz. 44 Zo nu en dan wisselde de meerderheid. Na de regering van Salome Alexandra werden de farizeeën steeds meer erkend als 'religieuze' autoriteit. Sommigen dachten dat de priesters tegen deze tijd alle belangstelling voor de wet hadden verloren.Rajak: Josephus, blz. 19 Het sanhedrin werd door een farizeeër voorgezeten als het een religieus onderwerp betrof (zoals in de Misjna staat)Safrai: Jewish Self-Government, blz. 384, en door de hogepriester als het een 'regeringskwestie' betrof (zoals in het Nieuwe Testament, waar het hof beslist over de religieuze kwestie inzake godslastering).Safrai: Jewish Self-Government, blz. 388ff Het sanhedrin bestond gedurende de hele periode van 135 v.Chr. tot 66 n.Chr.; de leden werden voor het leven benoemd en bleven in functie als het staatshoofd wijzigde.
Drie kort na elkaar verschenen werken hebben de onhoudbaarheid van deze theorie aangetoond.Deze drie werken zijn: E.P. Sanders (1985): Jesus and Judaism, Martin Goodman (1987): The Ruling Class of Judaea en James McLaren (1990): The Jews and the Governing of their Land, 100 BC – AD 70 In elk geval staat vast dat verwijzingen naar "het sanhedrin" van vóór de Misjna bijzonder zeldzaam zijn en geen basis vormen voor de verregaande conclusies in de "één-sanhedrin theorie".
De rol van het sanhedrin in de eerste eeuw v.Chr. en n.Chr. Het sanhedrin in de werken van Josephus In de werken van Josephus komt het sanhedrin twee keer voor:
Het proces tegen Herodes Het proces tegen Herodes wordt in zowel De Joodse Oorlog als De oude geschiedenis van de Joden beschreven. In De Joodse Oorlog (1.208-211) wordt verteld dat in de periode dat Herodes Galilea bestuurde, hij een bendeleider en zijn volgelingen had gevangen en geëxecuteerd. De adviseurs van de ethnarch Hyrkanus II spoorden Hyrkanus aan tot handelen, omdat Herodes de nationale wet had gebroken door executies uit te voeren zonder toestemming van het staatshoofd.Josephus noemt Hyrkanus onterecht "koning". Hyrkanus ontbood daarop Herodes, die inderdaad kwam, met gewapende mannen. De legaat van Syria voorkwam een desastreus conflict door Hyrkanus op te dragen Herodes vrij te spreken, wat hij deed.
In het parallelle verslag in De oude geschiedenis van de Joden (14.163-184) zijn het de "leidende Joden" of "de eersten onder de Joden" die er bij Hyrkanus op aandringen Herodes te vervolgen. In dit verslag zeiden zij niet (zoals in De Joodse Oorlog) dat Herodes toestemming nodig had van het staatshoofd, maar dat de wet "ons verbiedt een man te doden, zelfs een kwaaddoener, voordat hij eerst door het synedrion is veroordeeld tot dit lot". Hyrkanus daagde Herodes vervolgens voor het synedrion. Net als in het andere verslag gebood de legaat Hyrkanus om Herodes vrij te laten, maar in dit verslag moest Herodes wel voor het synedrion verschijnen. Tijdens het verhoor waarschuwde Samaias dat als Herodes zou worden vrijgelaten, zoals Hyrkanus wilde, hij de aanhangers van Hyrkanus ook zou straffen.Volgens De oude geschiedenis van de Joden 15.4 werd deze waarschuwing door Pollion gedaan. Er zijn verschillende varianten van deze tekst. De slotsom was dat het synedrion Herodes wilde executeren, maar Hyrkanus verdaagde het proces een dag. Vervolgens adviseerde hij Herodes zich terug te trekken, wat hij deed. Later, toen Herodes overwoog Jeruzalem aan te vallen om zich van Hyrkanus te ontdoen, drongen zijn vader en broer erop aan zich te herinneren dat Hyrkanus hem had vrijgesproken.Josephus: De oude geschiedenis van de Joden 14.163-184
Hoewel de verslagen zich onderling slecht verdragen, blijkt uit het tweede verslag dat Josephus, toen hij De oude geschiedenis van de Joden schreef, dacht dat er een hof was dat in het Grieks het synedrion heette en rechtszaken behandelde die mogelijk tot de doodstraf zouden leiden, dus niet alleen het staatshoofd.
Het proces tegen Hyrkanus In De oude geschiedenis van de Joden (15.161-173) vermeldde Josephus dat hij het volgende verslag had ontleend aan de memoires van Herodes zelf. Het betrof de periode na de overwinning van Octavianus op Marcus Antonius. Marcus Antonius had Herodes altijd ondersteund en Herodes dacht dat de enige kans die hij had om koning te blijven was door ervoor te zorgen dat er geen alternatieven voor hem waren waaruit Octavianus zou kunnen kiezen als hij Herodes zou laten executeren. Hyrkanus II was weliswaar zwak, maar wel een Hasmoneeër en daarmee een bedreiging voor Herodes. Hyrkanus werd op het dreigende gevaar gewezen en schreef een brief aan een bevriende Arabier met het verzoek daar te mogen schuilen. De boodschapper gaf de brief aan Herodes, die de brief liet passeren. Herodes onderschepte echter ook het antwoord, waarin voldoende soldaten werden beloofd om Hyrkanus veilig te laten reizen. Herodes toonde de brief aan het synedrion en liet de voormalige koning executeren.
Hierna vertelde Josephus dat er nog een andere versie van deze geschiedenis was, namelijk dat Herodes Hyrkanus tijdens een banket verleidde tot het vertellen over een gift van vier paarden van de Arabische vorst. Herodes beschouwde deze gift als omkoping en liet Hyrkanus wurgen.Josephus: De oude geschiedenis van de Joden 15.174-176
Historici twijfelen er niet aan dat de tweede versie de juiste is. De memoires van Herodes dienden als een soort propaganda en tonen aan dat Herodes wist of dacht dat er een proces zou hebben moeten plaatsvinden.
Overige vermeldingen van sanhedrin in Josephus Synedrion kan onder andere "hof" betekenen en er zijn verschillende plaatsen in Josephus' werken waar een heerser een dergelijk synedrion verzamelde, zonder het bepaald lidwoord. In deze gevallen wordt synedrion gebruikt in de zin van een voor die gelegenheid samengesteld hof, bijeengeroepen om een beslissing over een speciaal geval te nemen. Elke heerser kon een dergelijk synedrion bijeenroepen en de deelnemers naar eigen voorkeur aanwijzen.Zie bijvoorbeeld Augustus in De oude geschiedenis van de Joden 17.301
Joodse leiders deden hetzelfde, zoals Herodes deed om een proces te voeren tegen zijn eigen zoonsJosephus: De Joodse Oorlog 1.537 of om het probleem inzake zijn niet met name genoemde schoonzus (de vrouw van Pheroras) te behandelen.Josephus: De Joodse Oorlog 1.571-573 In deze gevallen bepaalde Herodes op voorhand de uitkomst en stelde het synedrion zo samen dat deze uitkomst gegarandeerd was (zoals door het benoemen van zijn vrienden of door hem aangestelde gouverneurs als deelnemers).
In 62 riep de hogepriester Ananus "een synedrion van rechters" bijeen; de omstandigheden lijken sterk op die van Herodes, want de meeste rechters waren hoogstwaarschijnlijk priesters en als zodanig aangesteld door de hogepriester. Hoe dan ook, dit synedrion werd samengesteld en veroordeelde Jakobus, de broer van Jezus, tot executie, hoewel velen bezwaar maakten.
In 64 of 65 riep Herodes Agrippa II een synedrion bijeen om een kwestie inzake de kleding van de Levieten te beschouwen. Zij hadden gevraagd witte kleding te mogen dragen en dit werd toegestaan. Sommigen wilden ook het recht hebben psalmen uit hun hoofd te zingen, om niet de zware boekrollen te hoeven dragen.Josephus: De oude geschiedenis van de Joden 20.216-218 Agrippa II was geen koning of ethnarch over Judaea, maar bestuurde een gebied in het noorden van Palestina en had het recht de hogepriester aan te stellen. Hij had invloed in Jeruzalem, maar geen formele rol in de regering ervan. Aangezien hij dit synedrion voorzat, was dit in elk geval niet het synedrion (sanhedrin). Toch kon dit synedrion uitspraken doen over behoorlijk belangrijke vraagstukken met betrekking tot wat in de tempel plaatsvond. Agrippa II bepaalde ook de uitkomst, terwijl Josephus schreef dat hij (zelf een priester) de uitspraak ernstig betreurde.Josephus: De oude geschiedenis van de Joden 20.218 Aangezien de argumentatie van Josephus ongetwijfeld werd gedeeld door andere priesters, kon Agrippa alleen zeker zijn van de door hem gewenste uitkomst door zelf de deelnemers van dit synedrion te benoemen.
Vergelijkbare bijeenkomsten in Josephus Herodes organiseerde nu en dan bijeenkomsten, vooral wanneer hij iemand wilde laten executeren. Josephus toonde meermaals aan dat Herodes de verzamelde menigte bars zijn wil kon opleggen, aangezien het negeren van zijn wensen zou kunnen leiden tot massaal bloedvergieten. In minstens één geval kreeg hij de vergadering zo ver dat zijzelf de beschuldigde dood knuppelden en stenigden.Josephus: De Joodse Oorlog 1.550, verg. De oude geschiedenis van de Joden 16.393