thumb|Een frenologische weergave van de hersenen. Frenologie behoorde tot de eerste pogingen om de mentale functies te verbinden met specifieke delen van de hersenen.
De filosofie van de geest (Engels: Philosophy of Mind) is de filosofische studie van de geest, de mentale processen, de mentale functies, de mentale eigenschappen en het bewustzijn en hun verhouding tot het fysieke lichaam: het zogenoemde lichaam-geestprobleem. Het domein is vooral ontwikkeld binnen de traditie van de analytische filosofie.Kim, J., "Problems in the Philosophy of Mind". In: Oxford Companion to Philosophy. Ted Honderich (ed.) Oxford, Oxford University Press. 1995.
Dualisme en monisme Twee van de grote denkstromingen die pogen het lichaam-geestprobleem op te lossen zijn het dualisme en het monisme. Het dualisme veronderstelt een afzonderlijk bestaan voor zowel de geest als het lichaam. Deze opvatting kan in de westerse wereld tot PlatoPlato, Phaedo, ed. E.A. Duke, W.F. Hicken, W.S.M. Nicoll, D.B. Robinson and J.C.G. Strachan, Oxford: Clarendon Press, 1995. en AristotelesAristoteles, 4e eeuw v.Chr., On the Soul (De anima), redactie R.D. Hicks, Cambridge: Cambridge University Press, 1907; Books II-III vertaald door D.W. Hamlyn, Clarendon Aristotle Series, Oxford: Oxford University Press, 1968. worden teruggevoerd en in de oosterse cultuur, bij de Hindoeïstische filosofie tot de school van samkhya. René Descartes heeft in de 17e eeuw deze opvatting het meest precies geformuleerd.Descartes, René, Discourse on Method and Meditations on First Philosophy, Hacket Publishing Company. Het monisme werd in het westen voor het eerst geformuleerd door Parmenides en in de moderne tijd door Spinoza en stelt dat er slechts één substantie bestaat. In het oosten kan de vergelijking worden gemaakt met het hindoeïstische concept van de brahman of de tao, die onder andere door Laozi is geformuleerd.Spinoza, Baruch, Tractatus Theologico-Politicus, 1670.
Substantiedualisten stellen dat de geest een onafhankelijk bestaande substantie is. Eigenschapsdualisten, daarentegen, stellen dat de geest een chaotisch samengaan is van onderling afhankelijke eigenschappen die uit de hersenen emergeren en er niet toe zijn te herleiden, hoewel het geen onderscheiden substantie is.Hart, W.D., Dualism, in: Samuel Guttenplan, origineel, A Companion to the Philosophy of Mind, Blackwell, Oxford, 1996, p.265-7. Fysicalisten stellen dat alleen de hersenen feitelijk bestaan, idealisten stellen dat alleen de geest feitelijk bestaat en neutrale monisten hangen de opvatting aan dat er een andere, neutrale substantie is en dat zowel geest als materie eigenschappen zijn van deze onbekende substantieKim, J., "Mind-Body Problem", Oxford Companion to Philosophy, in: Ted Honderich, redactie. Oxford, Oxford University Press. 1995.. De meest voorkomende vormen van monisme in de 20e en de 21e eeuw zijn alle variaties van het materialisme, of fysicalisme, inclusief het behaviorisme, de identiteitstheorie en het functionalisme.
De meeste moderne filosofen nemen ofwel een reductionistisch ofwel een niet-reductionistisch fysicalistisch standpunt in, waarbij men op verschillende manieren het idee verdedigt dat het menselijk brein de enige bestaande substantie is. Reductionisten stellen dat alle mentale modi en eigenschappen uiteindelijk door neurowetenschappelijke verklaringen van hersentoestanden en eigenschappen zullen worden verklaard.Churchland, Patricia, Neurophilosophy: Toward a Unified Science of the Mind-Brain., MIT Press, 1986. Churchland, Paul, Eliminative Materialism and the Propositional Attitudes, In: Journal of Philosophy, 1981, p67-90Smart, J.J.C., Sensations and Brain Processes, In: Philosophical Review, 1956. Niet-reductionisten redeneren dat, hoewel alleen de hersenen bestaan als substantie, de predicaten en de woordenschat die voor een mentale beschrijving en verklaring worden gebruikt noodzakelijk en onvermijdbaar zijn en niet tot de taal en de verklaringen op een lager niveau kunnen worden herleid, die door de natuurwetenschappen kunnen worden gegeven.Davidson, Donald, Essays on Actions and Events, Oxford University Press, 1980. ()Putnam, Hilary, "Psychological Predicates", in W. H. Capitan and D. D. Merrill, eds., Art, Mind and Religion, Pittsburgh, University of Pittsburgh Press, 1967. Aanhoudende neurowetenschappelijke vooruitgang heeft geholpen om enkele van deze kwesties op te helderen, maar ze zijn verre van opgelost. Moderne filosofen, actief in de filosofie van de geest, stellen zich nog steeds de vraag hoe de subjectieve eigenschappen en de intentionaliteit van mentale toestanden en eigenschappen op een naturalistische manier kunnen worden verklaard.Dennett, Daniel C., The intentional stance, MIT Press, Cambridge, Mass.,1998. ()Searle, John, Intentionality. A Paper on the Philosophy of Mind,Nachdr. Suhrkamp, Frankfurt a. M.,2001
Het lichaam-geestprobleem Het lichaam-geestprobleem is strikt genomen het probleem met betrekking tot de verklaring van de relatie tussen geesten, of mentale processen, en lichamelijke toestanden of processen. Onze perceptuele ervaringen zijn afhankelijk van stimuli die onze verschillende zintuigen bereiken vanuit de buitenwereld. Deze stimuli liggen aan de basis van veranderingen in de toestanden van onze hersenen en veroorzaken uiteindelijk het gevoel van een prettige of onprettige indruk (sensation). Iemands verlangens naar een bepaald iets zullen de neiging opwekken bij die persoon om diens lichaam op een bepaalde wijze te bewegen in een zekere richting in een poging om datgene te bereiken waar men naar verlangt. Maar hoe is het mogelijk dat bewuste ervaringen (experiences) kunnen voortkomen uit een inerte massa van grijze materie met bepaalde elektrochemische eigenschappen? Hoe kan iemands verlangen het proces opwekken waarbij de neuronen van die persoon actief worden en de spieren op precies de juiste manier samentrekken? Dit zijn enkele van de belangrijkste puzzels waarmee de filosofen van geest en cognitie geconfronteerd worden, al sinds de tijd van René Descartes.
Dualistische oplossingen voor het lichaam-geestprobleem
Dualisme is een verzameling van standpunten over de relatie tussen de geest en stoffelijke materie, die aanvangt met de bewering dat mentale fenomenen, in sommige opzichten, niet-fysisch zijn.
Een van de vroegst bekende formuleringen van het lichaam-geest dualisme is die van de oosterse Sankhya-school in de Hindoeïstische filosofie, ca. 650 v.Chr., die de wereld onderverdeelde in de geest, purusha, en materie, prakrti. In de Westerse filosofische traditie vinden we voor het eerst gelijkaardige ideeën terug in de geschriften van Plato en Aristoteles, die - elk met eigen redenen - stelden dat de "intelligentie" (een eigenschap van de geest of de ziel) van een mens niet verklaard kunnen worden in termen van lichaam of materie.
De bekendste versie van het dualisme is echter de variant die door René Descartes vooropgesteld werd in 1641 en stelt dat de geest een niet-fysische substantie is. Descartes was de eerste die de geest duidelijk heeft geïdentificeerd met het bewustzijn en zelfbewustzijn en de eerste die de geest onderscheidde van de hersenen, die werden gezien als de zetel van de intelligentie. Bijgevolg was hij de eerste die het lichaam-geestprobleem formuleerde in de vorm waarin het vandaag nog steeds bestaat.
Argumenten voor het dualisme Het centrale argument voor het dualisme is eenvoudigweg dat het de common-sense-intuïtie van de grote meerderheid van niet-filosofisch opgeleide mensen aanspreekt. Wanneer hem gevraagd wordt wat de geest is, zal de gemiddelde persoon gebruikelijk antwoorden door het te identificeren met hun eigen zelf, hun persoonlijkheid, hun ziel, of een andere soortgelijke entiteit. Ze zullen bovendien bijna zeker ontkennen dat de geest eenvoudigweg gelijk is aan de hersenen of omgekeerd en stellen dat het idee dat er slechts één ontologische entiteit werkzaam is, ofwel te mechanistisch, ofwel onintelligibel is. De meerderheid van de moderne filosofen van de geest verwerpt het dualisme en stelt dat deze intuïties, zoals vele andere, waarschijnlijk misleidend zijn. We zouden onze kritische instelling, alsook de empirische bewijzen uit de wetenschappen moeten aanwenden om deze veronderstellingen te onderzoeken en met zekerheid te bepalen of er een reële basis voor bestaat.
Een ander erg belangrijk, meer modern argument ter verdediging van het dualisme bestaat uit het idee dat het domein van het mentale en het fysische zeer verschillende en misschien zelfs onverzoenbare eigenschappen lijken te hebbenJackson, F. (1982) "Epiphenomenal Qualia." Reprinted in Chalmers, David ed. :2002. Philosophy of Mind: Classical and Contemporary Readings. Oxford University Press.. Mentale gebeurtenissen hebben een zekere subjectieve eigenschap, terwijl fysische gebeurtenissen dat overduidelijk niet hebben. Bijvoorbeeld: Hoe voelt een verbrande vinger? Hoe ziet een blauwe hemel eruit? Hoe klinkt mooie muziek? De filosofen van geest en cognitie noemen de subjectieve aspecten van mentale gebeurtenissen "Qualia". Er is iets dat lijkt op hoe het voelt om pijn te ervaren, op het zien van een bekende tint van blauw, etc; er zijn qualia betrokken in deze mentale gebeurtenissen. De dualisten beweren dat deze qualia moeilijk gereduceerd kunnen worden tot iets op fysisch niveau.Nagel, T., "What is it like to be a bat?", In: Philosophical Review, (83), 1976, p435-456.
Een hedendaags argument dat pleit in de richting van dualisme, en ten nadele van vormen van monisme, is geformuleerd door de filosoof Saul Kripke.Kripke, Saul, Naming and Necessity, Cambridge, MA, Harvard Unversity Press, 1980, p. 144-145. Hij stelt dat als het monisme juist is, de identiteit tussen lichaam en geest noodzakelijk moet zijn. Het zou met andere woorden dan niet mogelijk zijn dat het een zonder het ander voorkomt. Nu, het is best mogelijk dat het lichaam zonder de ziel voorkomt, of de ziel zonder het lichaam. Dus is het monisme fout, en moet de oplossing liggen in een vorm van dualisme. Belangrijk hierbij op te merken is dat Saul Kripke noodzakelijkheid definieert als het geval in alle werelden en contingent als het geval in sommige werelden. De lichaam-geestrelatie lijkt echter onder de tweede categorie te vallen, en aldus kan men hier niet spreken over werkelijke identiteit.
Interactionistisch dualisme thumb|René Descartes door Frans Hals, 1648
Interactionistisch dualisme, of eenvoudig 'interactionisme', is de specifieke variant van het dualisme die het eerst vertegenwoordigd werd door Descartes in diens Meditaties. In de 20e eeuw waren de bekendste vertegenwoordigers van deze stroming Karl Popper en John Carew EcclesPopper, Karl and Eccles, John, The Self and Its Brain, Springer Verlag, 2002 (). Het interactionisme stelt dat mentale toestanden, zoals overtuigingen en verlangens, causaal verbonden zijn met fysische toestanden. Descartes' beroemde argument voor deze positie kan samengevat worden als volgt: Jan heeft een helder en onderscheiden idee (une idée claire & distincte) van zijn eigen geest als een denkend ding dat geen ruimtelijke uitgebreidheid kent. De geest is een Res cogitans, geen Res Extensa. De geest kan met andere woorden niet gemeten worden in termen van lengte, gewicht, hoogte, kleur etc. Daarnaast heeft Jan een helder en onderscheiden idee van zijn lichaam als iets dat wel ruimtelijk uitgebreid is, onderhevig aan kwantificatie en zonder de capaciteit tot denkactiviteit. Hieruit volgt dat, volgens Descartes, geest en lichaam niet identiek zijn, aangezien zij radicaal verschillende eigenschappen hebben.