Hiëronymus van Beverningh (Gouda, 25 april 1614 – Warmond, 30 oktober 1690) was een Gouds regent, diplomaat en thesaurier-generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de Gouden Eeuw.
Van Beverningh groeide op in Gouda en studeerde aan de Universiteit Leiden. Hij nam als Statenlid deel aan de Eerste Grote Vergadering van de Staten-Generaal en was een naaste medestander van Johan de Witt in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. Tijdens het rampjaar 1672 was hij als gedeputeerde van de Staten-Generaal met stadhouder Willem III betrokken bij de verdediging van de Republiek.
De Staten-Generaal benoemden Van Beverningh herhaaldelijk tot gezant om de Republiek te vertegenwoordigen bij vredesonderhandelingen. In deze functie was hij onder meer betrokken bij de vredesverdragen die een einde maakten aan de Eerste en Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, en de Hollandse Oorlog. De Gouwenaar werkte eveneens aan de totstandkoming van de Akte van Seclusie in 1654, het Partagetraktaat van 1661 en de Spaans-Nederlandse Alliantie van 1671. Tijdens deze diplomatieke missies had hij veelal een leidende rol en onderhield hij de correspondentie met de Staten-Generaal en de raadpensionaris van Holland. Diverse keren sprak hij direct met de staatshoofden van Engeland, Spanje en Frankrijk.
Van Beverningh bracht veel tijd door op zijn buitenplaats Lockhorst, waar hij een tuin met uitheemse planten verzorgde. Hij was daarnaast als curator betrokken bij de Universiteit Leiden. Hiëronymus van Beverningh overleed op 30 oktober 1690, op 76-jarige leeftijd. Hij werd begraven in een grafkapel in de Sint-Janskerk in zijn geboorteplaats Gouda.
Biografie Vroege jaren (1614–±1648) Hiëronymus van Beverningh (of BeverningkEr bestaan diverse variaties van de naam. Van Beverning, Van Beverningk en Van Beverningh zijn alle drie veelvuldig gebruikt door historici. Van Beverningk heeft op eigentijdse documenten de voorkeur; maar omdat Van Beverningh tegenwoordig in Gouda de meest gangbare variant is, zoals bij de Van Beverninghkapel en de Van Beverninghlaan, wordt deze spelling gebruikt.) werd geboren op 25 april 1614 in Gouda. Zijn vader Melchior en zijn grootvader Johan vochten in het Staatse leger tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Zijn vader was kapitein bij de infanterie, zijn grootvader luitenant-generaal van de artillerie.Schotel, 1847, p. 1 Zijn Duitse grootvader Johan kwam in dienst van Filips van Hohenlohe-Neuenstein naar de Nederlanden en bleef daar na een huwelijk met de dochter van de Goudse burgemeester Dirck Janszoon Loncq wonen.Conradi, 1777, p. 199Hooft, 1827, p. 2Kalff, 1902, p. 179 De familie van zijn moeder Sibilla Standert was eveneens militair actief; haar vader Leonard Standert was kapitein bij de infanterie en gouverneur van fort Knodsenburg.Schotel, 1847, p. 2 Hiëronymus had vijf zussen: Catharina, Agnes, Atelia, Maria en Klara.Ballhausen, 2013, p. 684Catharina trouwde met Gerard Pieterszoon Cincq, een Gouds regent. Agnes trouwde met Pieter van Someren, Heer van Vrijenes. Maria trouwde met Mattheus Snels, raadsheer in de Raad van Brabant. Klara trouwde met Jan Rietvelt, dijkgraaf van Stommer. (Ballhausen, 2013, p. 684) Melchior van Beverningh was als militair vaak en langdurig van huis; via brieven hield hij contact met zijn zoon. De brieven die bewaard zijn gaan veelal over Hiëronymus' opleiding.Schotel, 1847, p. 2-10
Opleiding
Van Beverningh bezocht in zijn geboortestad de Latijnse School aan de Groeneweg. Daar leerde hij onder leiding van rector Jacobus Hovius Grieks en Latijn. Uit een van de brieven die zijn vader in 1630 aan Hiëronymus stuurde blijkt dat hij een boek van Plutarchus wilde kopen; zijn vader gaf hiervoor toestemming 'op hoope, day ghy sult u werck daer van maken denselven te doorlesen, in plaets van op straet te knickeren'. Latere brieven gaan over Hiëronymus' wens om in Leiden aan de universiteit te studeren. Zijn vader maande hem tot rust, en verzekerde hem dat hij ook in Gouda nog veel kon leren.
Toch vertrok hij naar Leiden voor een studie in de rechten. Over zijn studietijd is weinig bekend. Biograaf Gilles Schotel speculeerde dat Van Beverningh in Leiden waarschijnlijk te vinden was in de collegezalen van professoren als Daniël Heinsius, Petrus Cunaeus en Arnoldus Vinnius, die destijds in Leiden college gaven. Na zijn studie reisde hij voor zijn grand tour naar Frankrijk. Hij vestigde zich daarna als advocaat in Gouda, waar hij deel werd van de bestuurlijke elite van de stad.Schotel, 1847, p. 10-11Schotel speculeerde dat Van Beverningh mogelijk ook Zwitserland en Italië bezocht; zeker is dit niet (Schotel, 1847, p. 10).
Gouda Van Beverningh werd in 1644 opgenomen in de vroedschap van Gouda.Walvis, 1713, p. 314 In 1646 werd hij schepen van de stad.Walvis, 1713, p. 96Hier is de voorkeur gegeven aan de jaartallen genoemd door Ignatius Walvis. Conradi noemt 1645 als het jaar waarin Van Beverningh schepen van Gouda werd, en deze datering wordt ook door latere schrijvers gehanteerd. Walvis heeft in zijn stadsgeschiedenis een jaarlijks overzicht van belangrijke ambten in Gouda opgenomen. Pas in 1646 noemt hij mr. Hieronimus Beverningh als schepen. In de korte biografie van Van Beverningh noemt Walvis 1644 als het jaar waarop hij zitting nam in de vroedschap, en 1647 als het jaar waarin hij schepen werd. Mogelijk is deze tegenstrijdigheid te verklaren uit het feit dat Walvis in zijn overzicht diverse keren vermeldt dat benoemingen laat in het jaar (november/december) werden gedaan (Conradi, 1777, p. 200; Walvis, 1713, p. 96 & 314). Hij werd in 1646 ook een van de meesters van de librije van Gouda. Deze stadsbibliotheek was gevestigd in de Sint-Janskerk en Van Beverningh leidde in 1646 en 1647 een verbouwing van de locatie. Ter herinnering hieraan liet hij een bord maken waarop de namen en familiewapens van de librijemeesters stonden vermeld.Van Dolder-de Wit, 2013, p. 69-70Het 'Librijebord' was een van de topstukken in de tentoonstelling 'Uitgelezen: over boekdrukkunst, boeken en lezen' die in 2015 in Museum Gouda te zien was. Sindsdien wordt onderzocht of het bord weer permanent in de Sint-Janskerk kan worden geplaatst: Gouds Librijebord uit 1648 terug in de Sint-Janskerk?. Gearchiveerd op 1 december 2021.
Eerste Stadhouderloze Tijdperk (±1648–1672) thumb|Hiëronymus van Beverningh was tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk een van de naaste medestanders van raadpensionaris Johan de Witt (Portret van De Witt, in 1652 geschilderd door Adriaen Hanneman). Een jaar na zijn benoeming tot schepen werd Van Beverningh aangewezen om de stad Gouda te vertegenwoordigen in de Staten van Holland. Daar werkte men op dat moment aan de onderhandelingen over de Vrede van Münster, en volgens Schotel toonde Van Beverningh al direct zijn 'buitengewone schranderheid'.Schotel, 1847, p. 11 Tijdens de Eerste Grote Vergadering van de Staten-Generaal in het voorjaar van 1651 was hij een van de afgevaardigden van de Staten van Holland. Voorafgaand overtuigde hij samen met Joan Wolfert van Brederode en Jacob van Beveren de Staten van Utrecht om deel te nemen aan de vergadering.Conradi, 1777, p. 200Hooft, 1827, p. 5
Twee jaar na de Grote Vergadering trad Van Beverningh toe tot de Staten-Generaal. In hetzelfde jaar, 1653, werd Johan de Witt benoemd tot raadpensionaris van Holland en West-Friesland. Van Beverningh en de ongeveer tien jaar jongere De Witt raakten spoedig goed bevriend. Vanzelfsprekend was dit allerminst: de militaire kringen waar Van Beverningh uit voortkwam waren doorgaans prinsgezind terwijl De Witt binnen enkele jaren uitgroeide tot de voorman van de staatsgezinden.Bylandt, 1863, p. 1Bylandt noemt de ouders van Van Beverningh expliciet 'prinsgezind' (Bylandt, 1863, p. 1). Andere biografen doen dit niet. Hij behoorde desalniettemin lange tijd tot de 'intiemste vertrouwelingen' van de raadpensionaris.Van Deursen, 2006, p. 289 Hij was te gast op de bruiloft van De Witt en Wendela Bicker in februari 1655 en wierf in Gouda steun voor de benoeming van De Witts vader Jacob de Witt tot rekenmeester van Holland in 1657.Panhuysen (DWV), 2012, p. 168-169 & 182
Eerste Engels-Nederlandse Oorlog
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in 1653 in oorlog met het Engelse Gemenebest. De Staten benoemden Van Beverningh als lid van een delegatie die de Hanzesteden moest overhalen om de Republiek in het conflict te steunen. Deze diplomatieke missie vond echter nooit plaats.Schotel, 1847, p. 19 In plaats daarvan arriveerde de Gouwenaar op 27 juni in Londen om verkennende gesprekken te voeren met het Engelse staatshoofd Oliver Cromwell.Van Wyn, 1793, p. 113-114Panhuysen (DWV), 2012, p. 146 Zodra bleek dat de Engelsen bereid waren om te onderhandelen stelden de Staten-Generaal een volwaardige delegatie samen die met het Engelse parlement en Cromwell een vredesverdrag moest opstellen.Panhuysen (DWV), 2012, p. 150 De keuze van de Staten-Generaal viel op Van Beverningh en Willem Nieuwpoort (Holland), Allart van Jongestall (Friesland) en Paul van der Perre (Zeeland). Volgens historicus Petrus Conradi werden Van Beverningh en Nieuwpoort gekozen omdat zij bekendstonden als mannen die weinig op hadden met het Huis Oranje-Nassau.Conradi, 1777, p. 201
Van Beverningh had tijdens de onderhandelingen regelmatig schriftelijk en persoonlijk contact met De Witt, soms zonder medeweten van de andere gezanten. Van der Perre overleed in Londen, waardoor het de Hollanders Van Beverningh en Nieuwpoort weinig moeite kostte om Jongestall buitenspel te zetten.Bylandt, 1863, p. 2Israel, 1998, p. 722Panhuysen (DWV), 2012, p. 150-153
Akte van Seclusie
thumb|Hiëronymus van Beverningh onderhandelde in Londen met de Engelse lord protector Oliver Cromwell (Portret van Cromwell, in 1656 geschilderd door Samuel Cooper). De Vrede van Westminster bevatte de Akte van Seclusie, waarin de Staten van Holland verklaarden dat zij Willem III en zijn eventuele nakomelingen nooit tot stadhouder of kapitein-generaal zouden benoemen.Abels, 2002, p. 323 Deze bepaling was in eerdere Engelse voorstellen opgenomen en steeds afgewezen in de Staten-Generaal. De gezanten in Londen, waaronder Van Beverningh, hadden tevergeefs pogingen gedaan de Engelsen op andere gedachten te brengen. In december 1653 bleek dat een afzonderlijke en geheime afspraak met alleen Holland voor Cromwell ook acceptabel was. Er zouden twee vredesverdragen worden gesloten: een met de Staten-Generaal, en een met de Staten van Holland waarin de Akte van Seclusie was opgenomen.Troost, 2001, p. 41Panhuysen (DWV), 2012, p. 152-153
Van Beverningh schreef in februari 1654 in een brief aan De Witt dat hij 'het point van den Prince van Orangien op de beste ende gevoechlijckste maniere hebbe voorgestelt'.Fruin, 1919, p. 90 In april liet Cromwell aan Van Beverningh weten dat hij het vredesverdrag pas zou tekenen als hij de Hollandse Akte van Seclusie had gezien. De Akte kon op deze manier onmogelijk lang geheim blijven, en de andere gewesten wilden het vredesverdrag pas tekenen nadat Holland dit had gedaan. De vredesonderhandelingen dreigden zo opnieuw te mislukken. Cromwell was bereid tot een compromis: Van Beverninghs mondelinge toezeggingen waren voldoende om hem op 15 april de Vrede van Westminster met de Staten-Generaal te laten tekenen.Panhuysen (DWV), 2012, p. 153-154 Na de ondertekening werd Van Beverningh in Gouda op feestelijke wijze onthaald. Een loflied prees zijn triomf over Mars, als personificatie van de oorlog.Walvis, 1713, p. 315