De Fogelsanghstate (ook wel: Fogelsangh State) is een van oorsprong 17e-eeuwse state in het Friese dorp Veenklooster. De state vormt de kern van het gelijknamige landgoed van 180 hectare.Nederlandse Landgoederen (2021). Fogelsangh State. [online] Beschikbaar via: Nederlandselandgoederen.nl. Gearchiveerd op 6 juli 2022. Het werd omstreeks 1650 gesticht door Dirck Fogelsangh nabij de voormalige locatie van het premonstratenzer klooster Mons Oliveti (de Olijfberg) dat in 1580 opgeheven werd.

In de 18e en 19e eeuw is de state herhaaldelijk verbouwd waardoor de Fogelsanghstate zijn huidige neoclassistische uiterlijk kreeg.Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2020). Monumentnummer: 408908 Fogelsangh State Kleasterwei 3 9297 WR te Veenklooster. [online] Beschikbaar via: Monumentenregister.cultureelerfgoed.nl. Gearchiveerd op 24 december 2022. Het park van de state werd door Gerrit Vlaskamp in Engelse landschapsstijl aangelegd naar een ontwerp van Lucas Pieters Roodbaard.Radetzky, R. (2021). Tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) en de landschapsstijl. PhD. Rijksuniversiteit Groningen. Beschikbaar via: Research.rug.nl. Zowel de state met haar originele 18e-eeuwse interieur als het bijbehorende koetshuis met koetsen en het park is opengesteld voor bezoekers.

Geschiedenis Voorgeschiedenis De state is gelegen in het dorp Veenklooster, een dorp dat eertijds een buurtschap was binnen het dorpsgebied van Oudwoude. Het landgoed ligt in het verlengde van de middeleeuwse ontginningsas nabij de aansluiting op een tracé over het voormalige heidegebied van Kollumerland en Achtkarspelen.Van den Berg (1989), p.177 Ten zuiden wordt het landgoed begrensd door de Zwadde, een grenssloot welke eertijds ook de scheiding vormde tussen de bisdommen Utrecht en Münster.Wal, J. van der (1987). De Zwadde, historisch grenswatertje bedreigd. Noorderbreedte, 11, pp.15-17.

thumb|links|Mogelijk restant van klooster Mons Oliveti door Jacobus Stellingwerff, 1723. Klooster Ter plaatse van de state bevond zich het premonstratenzer vrouwenklooster Mons Oliveti (Olijfberg). Het klooster zou echter bekend komen te staan onder de naam "Veenklooster".Mol, J.A. (2020). De namen van Friese kloosters. Historisch Tijdschrift Fryslân, 26(2), pp.16-20. Over het Veenklooster is echter niet veel bekend. Wel staat vast dat dit convent werd gesticht vanuit het Sint-Bonifatiusklooster te Dokkum. De eerste vermelding dateert van 1287.Vliet, K. van (2002). In kringen van Kanunniken. Munsters en kapittels in het bisdom Utrecht 695-1227. Zutphen: Walburg Pers. p.374. Het klooster werd bevolkt door zusters uit aanzienlijke families, zoals het geslacht Van Botnia. Echter zou het Veenklooster altijd relatief klein blijven.Backmund, N. (1952). Monasticon praemonstratense id est historia atque canoniarum candidi et canonici ordinis praemonstratensiss. Volume 2. Straubing: Attenkofersche Buchdruckerei. pp.225-226. Wel had het klooster een uithof in de buurtschap Westerburen. Bij de opheffing bleek het klooster 229 hectare te bezitten. Hiermee was het Veenklooster het op twee na minst bedeelde klooster in het tegenwoordige Friesland.Mol, J.A. (2002). De materiële grondslagen van de Premonstratenzer kloosters in Westlauwers Friesland. In: H. Janssens (Red.) (2002). Norbertijnen in Westlauwers Friesland, 10 (Bijdragen van de contactdag van de Werkgroep Norbertijner Geschiedenis in de Nederlanden, Averbode) pp.7-24. Naar alle waarschijnlijkheid stond dit klooster eveneens op het omgrachte, rechthoekige terrein waar de state later zou verrijzen.Andere voorbeelden van landgoederen op voormalige kloosterterreinen zijn: de Slotplaats te Bakkeveen (ter plaatse van een uithof van Mariëngaarde), het Huis te Aduard (ter plaatse van de Abdij van Aduard), de havezate Terheijl (ter plaatse van een uithof van de Abdij van Aduard) en het Huis te Bunne (ter plaatse van een huis van de Duitse Orde) (Mol, Noomen & Van der Vaart, 1990, p.69n). In 1580 werden de gebouwen en het bezit van het klooster door de Staten van Friesland geconfisqueerd. Dit voormalige kloosterbezit zou in eerste instantie door de Staten zelf verpacht worden tot verkoop van de gebouwen volgde vanaf 1638.Mol, J.A. (2004). De kloostergoederen in Friesland na de Reformatie. SIGNUM: Nieuwsbrief, 16, pp.87-98.

Fogelsangh/Doma De state ontleent zijn naam aan de vooraanstaande familie Fogelsangh, afkomstig uit Oosterwierum. Verondersteld wordt dat er een verwantschap zou kunnen bestaan met de families Van Doetichem/Vogelsang. Personen met deze achternaam komen veelvuldig voor als religieuzen in de omgeving van Veenklooster, onder meer in het klooster Jeruzalem te Gerkesklooster, als predikant te Oudwoude en als proost van het Veenklooster zelf.Kuiken, Postma & Van der Meer (2003), pp.66-68 De familie Fogelsangh pachtte in Oosterwierum boerderijen van het klooster Bloemkamp. Reeds in 16e eeuw verkreeg de familie bezit in de grietenij Kollumerland toen Dirck Fogelsangh (†1591) de Eysma State nabij Burum kocht.Noomen (2009), p.128 Zijn dochter Sjouck trouwde met Jacob Pybes Doma, ijzerhandelaar te Leeuwarden.Woudstra (2010), p.189 Ook de familie Doma pachtte aanvankelijk bezit van een klooster, te weten Mariëngaarde te Hallum. De zoons van Jacob en Sjouck zouden beiden studeren een aanzienlijke ambten bekleden. Hun zoon Dirck (Theodorus) Fogelsangh (1600-1663) noemde zich naar zijn moeder Fogelsangh terwijl hun zoon Pibo de familienaam uitbreidde tot "Van Doma".Woudstra (2010), p.180 Aanvankelijk werd gedacht dat Sjouck Fogelsangh de state gesticht zou hebben daar beide zoons een aandeel hadden in de goederen te Veenklooster. Dit blijken echter individuele aankopen te zijn geweest.Van den Berg (1989), p.181

In 1639 kocht zoon Dirck Fogelsangh (1600-1663) 144 pondemaat aan voormalig kloosterbezit te Veenklooster, dit betrof de voormalige Sterkenburg ter plaatse van de Brink.Vries, A. de (1980). Van der Land, een familie uit Kollumerland. Genealogysk Jierboekje, 1980, pp.5-81.Hoewel de open structuur in het centrum Veenklooster qua uiterlijk gelijkenissen vertoont met een brink is de ontstaansgeschiedenis anders. Waar de brinken elders ontstonden als verzamelplaatsen voor vee, is de brink van Veenklooster een voormalige locatie van een sate. In 1644 volgde de aankoop van 170 pondemaat, en later ruim 11 pondemaat. Dirck studeerde rechten in Franeker en Leiden waarna hij werkzaam was als advocaat aan het Hof van Friesland, secretaris van Franekeradeel en vroedsman van Franeker.Woudstra (2010), p.192 Hij was getrouwd met Ibeltje Wringer en na haar overlijden hertrouwde hij met Geertje van Scheltinga. Fogelsangh was ook weesvoogd van het Klaarkampster Weeshuis en was ook voogd van de schilder Jan Jansz. de Stomme welke waarschijnlijk ook zijn portretten vervaardigd heeft.Broos, B. (2015). Een vergeten leerling van Rembrandt: Jan Jansz. de Stomme. Oud Holland, 128(2/3), pp.125-138. Dirck zou de Fogelsanghstate omstreeks 1650 gesticht hebben. Door zijn betrekkingen in Franeker zal Fogelsangh zijn state enkel 's zomers bewoond hebben. De state werd onder meer bewoond door zijn dochter Geertje en haar man, Hubertus Struik, kapitein der infanterie.Woudstra (2010), p.193 Vanaf 1659 bewoonden zijn zoon Hilarius Doma van Fogelsangh en diens vrouw Rijcktjen van Rosema de state. Hilarius was reeds in 1666 naar Kollum verhuisd. Het landgoed te Veenklooster zou na het overlijden van Dirck in 1663 verkocht worden.

Dircks broer Pibo van Doma maakte echter gebruik van zijn niaarrecht en na een proces zou de Fogelsanghstate in 1666 zijn eigendom worden. Pibo zou met qua carrière zijn broer overvleugelen.Kuus (2012), p.73 Van Doma studeerde rechten in Franeker en Leiden waarna hij onder meer optrad als ontvanger en dijkgraaf van Kollumerland, landsecretaris en landsadvocaat. In 1666 werd hij daarnaast raadsheer aan het Hof van Friesland.Vries et al. (1999), p.306 Van Doma was driemaal getrouwd. Zijn eerste vrouw was Dodonea Tadema.Dodoneas moeder was een zuster van de tweede vrouw van Pibo's broer Dirck, Geerteke van Scheltinga. Via haar familie verwierf hij de Tadema State onder Kollumerpomp waar hij ook woonde.Van den Berg (1989), p.116 Zijn tweede vrouw was Josina van Aysma.De vader van Josina van Aysma, Albert van Aysma, was ontvanger-generaal van de kloostergoederen van Friesland in de periode 1624-1638. Ook Fogelsanghstate is gesticht op voormalig kloostergoed (Vries et al., 1999, p.295).

Van Rosema Van Doma's dochter Catharina van Doma (1642 - >1698) werd universeel erfgenaam. Na het overlijden van haar vader bewoonde zij Fogelsanghstate met haar man Petrus van Rosema, schansmeester van Friesland. Van Rosema was een broer van Rijcktjen, de vrouw van Hilarius Fogelsangh. Hun zoon Jacobus van Rosema overleed kinderloos en liet de na state na aan zijn drie achternichten Anna, Wisckje en Auckje van Scheltinga. Uiteindelijk krijgt de oudste dochter Anna (Aurelia) het landgoed in handen. Zij was getrouwd met Vincent van Glinstra. Na haar overlijden kwam de state toe aan haar dochter Wija Catherina van Glinstra, vrouw van Willem Hendrik van Heemstra.Van den Berg (1989), p.184

thumb|200px|rechts|Portret van Willem Hendrik van Heemstra door Bernard Accama. Van Heemstra Willem Hendrik van Heemstra was onder meer grietman van Kollumerland en Nieuwkruisland en stond bekend als oranjegezind, zo was hij een petekind van Willem III van Oranje. Kort nadat Van Heemstra eigenaar was geworden werd begonnen met de verbouw van de state. Hierbij kreeg het gebouw drie woonlagen en een symmetrisch uiterlijk.Rijksdienst voor de Monumentenzorg (1988), p.2 Na zijn overlijden in 1775 kwam de Fogelsanghstate toe aan zijn zoon Hector Livius, gehuwd met Lucia Catherina van Scheltinga. Hector Livius overleed reeds in 1783 waardoor zijn minderjarige dochter, Cecilia Johanna van Heemstra, de state erfde. In eerste instantie werd het bezit dan ook beheerd door haar moeder die een buitenhuis stichtte aan de Trekvaart tussen Oudwoude en Kollum: Vaartzicht.Van den Berg (1989), p.185 Hoewel dochter Cecilia Johanna had toegezegd te zullen trouwen met haar neef Willem Hendrik van Sytzama, besloot zij toch tegen de zin van haar moeder te trouwen met Willem Anne van Haren, grietman van Weststellingwerf.Fogelsangh State (2015). De bewoners. [online] Beschikbaar via: Fogelsangh-state.nl. Gearchiveerd op 2 juni 2023. Dit echtpaar bleef echter kinderloos waardoor zij het goed naliet aan haar 8-jarige neef Hector Livius van Heemstra.Mulder-Radetzky & De Vries (1986)

Het goed werd vervolgens beheerd door Age Tjepke Ruurd Sixma van Heemstra, de vader van Hector Livius. Het gezin was hiervoor woonachtig op de Hottingastate te Pietersbierum, maar verhuisde naar Veenklooster. De betrekking van grietman van Barradeel, verruilde hij voor dat van grietman van Kollumerland.Baerdt van Sminia, H.B. (1851). Naamlijst van de Grietmannen, die van 1816 tot 1851 Hoofden van de Gemeenten ten Platten Lande in Friesland zijn Geweest. Leeuwarden: W. Eekhoff. p.24. Van Heemstra heeft opdracht gegeven voor verschillende aanpassingen van de state waarvan hij een uitgebreid kasboek bijhield.Van der Laan-Meijer & Ottens (2018), p.15 Zo werd in de periode 1838-1843 de koepelkamer vernieuwd. Ook was Van Heemstra opdrachtgever voor de aanleg van de tuin in de Engelse landschapsstijl.Van der Laan-Meijer & Ottens (2018), p.13

Bouwgeschiedenis Hoofdgebouw