De Supermarine Spitfire was een Brits jachtvliegtuig. Het toestel werd in 1938 in productie genomen door Supermarine Division, Vickers Armstrong Ltd.. Het toestel werd gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog ingezet door de geallieerden, voornamelijk door de RAF. Er werden in totaal 20 340 stuks gebouwd.www.supermarine-spitfire.co.uk/production.html Daarnaast bestond ook nog de variant Seafire, waarvan er 2594 werden gebouwd.
De Spitfire valt op door zijn stroomlijn en ellipsvormige vleugels. De versie Mk. XIV haalde een maximumsnelheid van op een hoogte van 8000 meter. Het vliegtuig is vooral bekend door de beslissende rol die het speelde tijdens de Slag om Engeland.
De meeste deskundigen zijn van mening dat de vliegeigenschappen van de Spitfire en zijn Duitse tegenstander, de Messerschmitt Bf 109 elkaar maar weinig ontliepen. De voordelen van de Spitfire waren de bijzondere vleugels, die een betere manoeuvreerbaarheid gaven. Ook had het toestel een groter motorvermogen en een beter zicht vanuit de cockpit. De bolvormige kap bood de mogelijkheid om zowel naar beneden als naar boven in het rond te kijken. Een aanvankelijk nadeel van de Spitfires was dat de erin toegepaste Rolls-Royce Merlin-motor ter verkrijging van een maximaal vermogen met carburateurs was uitgerust, terwijl de Messerschmitt over een injectiemotor beschikte. Door de carburateurs kon de Spitfire geen lange tijd ondersteboven vliegen of steile duiken uitvoeren, doordat bij negatieve g-krachten de motor te weinig brandstof kreeg en daardoor kon uitvallen.
Ontstaansgeschiedenis Prototypes In 1931 gaf het Britse Air Ministry opdracht tot het ontwerpen van een eendekker jachtvliegtuig met acht machinegeweren en een Rolls-Royce PV-12-motor die een snelheid van 350 mijl (580 km) per uur diende te kunnen ontwikkelen. Vliegtuigbouwer Reginald Mitchell, ontwerper van onder andere de Sea Lion II en winnaar van een Schneider Trophy, ontwierp een prototype, de Type 224. Dit was een eendekker met een lage vleugel en een open cockpit. Het toestel bestond volledig uit metaal. Het landingsgestel was niet intrekbaar. De bewapening bestond uit vier machinegeweren, twee vooraan in de cockpit en twee in de vleugels, die de vorm hadden van meeuwenvleugels. Tijdens testvluchten bleek het koelsysteem sterk onvoldoende. Het ontwerp werd daarom door het Air Ministry afgekeurd.
Mitchell gaf echter niet op en bleef met steun van de eigenaar van Supermarine, Vickers-Armstrong Ltd, het prototype verbeteren. Een nieuw model was voorzien van een aantal grote verbeteringen, waaronder een intrekbaar landingsgestel, zuurstofapparatuur, een gesloten cockpit en een andere motor. Naast deze ingrijpende veranderingen werden de vleugels ook nog dunner en werd de spanwijdte verkleind. Het vliegtuig was ook niet meer volledig uit metaal gebouwd, maar werd grotendeels bespannen met textiel.
Type 300 In 1935 gaf het Air Ministry opnieuw een order uit voor de bouw van een eendekker. De nieuwe Supermarine werd echter afgewezen, aangezien de specificaties eisten dat er acht machinegeweren werden geïnstalleerd en de Supermarine plaats had voor vier machinegeweren.
Er kwam echter een oplossing voor dit probleem. Mitchell paste de vleugels aan, naar het voorbeeld van enkele Heinkels. De vleugels kregen een elliptische vorm, waardoor er meer plaats was voor de machinegeweren maar ook de voordelen van het eerdere vleugelontwerp gehandhaafd bleven. Deze aanpassing was voldoende voor het Air Ministry, dat prompt een nieuwe specificatie, uitgaf, in volledige overeenstemming met het ontwerp van de nieuwe Supermarine, het Type 300.
In maart 1936 was het prototype (K5054) klaar voor de eerste vlucht, die plaatsvond op 5 maart.www.supermarine-spitfire.co.uk/prototype.html Het Air Ministry was onder de indruk van de proefvluchten en bestelde op 3 juni 1936, nog voor het officiële einde van de tests, 310 vliegtuigen van het nieuwe model, dat de naam Spitfire kreeg. De naam was een verwijzing naar een meisje of vrouw met een sterk temperament.Spitfire (en.wiktionary.org)
Varianten thumb|Een Seafire Mk. XVII, in 2006 thumb|Merlin thumb|Griffon De eerste grote onderverdeling in de Spitfire is het onderscheid tussen de varianten bedoeld voor de luchtmacht, onder de naam Spitfire; en de varianten bedoeld voor de marine, de Seafires. De naam Seafire werd afgeleid van de naam Supermarine Sea Spitfire. Hoewel deze varianten zich op verschillende wijze verder ontwikkelden, bleef er toch een constante, namelijk de gebruikte motor. Tot 1942 werd uitsluitend de Merlin-variant gebruikt, zowel bij de Seafire als bij de Spitfire. Vanaf dat jaar schakelde men echter over op de Griffon-variant. In totaal waren er 24 Marks bij de Spitfire.www.supermarine-spitfire.co.uk/spitfire_variants.html Het talrijkst waren de Mk V's, met in totaal 6479 exemplaren.
Merlin Tot aan Mk XII maakten alle Spitfires gebruik van de Merlin-motor, die ook in het prototype werd ingebouwd. Iedere versie had ook een aantal verschillende wapensystemen, samengebracht in vier vleugelvarianten, van A tot en met E, met uitzondering van variant D. Het verschil bij deze varianten zat in het aantal en het soort wapens waarover het toestel kon beschikken. De A-variant beschikte over acht .303 machinegeweren, de B over vier .303-machinegeweren en twee 20 mm Hispano Suiza-kanonnen. De C-variant was de meest gebruikte, vandaar ook de verwijzing Universal Wing. Deze variant beschikte ofwel over vier 20 mm-kanonnen ofwel twee 20 mm-kanonnen en vier .303-machinegeweren. Als laatste werd de E-variant ontwikkeld, die beschikte over twee 20 mm-kanonnen en twee .50 inch Browning-machinegeweren.
Griffon In 1942 kwam een nieuwe versie, de Mk XII, in gebruik, die gebruik maakte van de Griffon-motor. Deze kwam echter pas in 1943 in volle dienst. De nieuwe versies had enkele belangrijke verbeteringen, zoals een grotere maximumsnelheid en een krachtige motor, die het toestond om tot 10 000 m (30.000 voet) te stijgen in minder dan acht minuten. Het grote probleem van de Spitfire was en bleef het feit dat de brandstoftanks en dus het vliegbereik onvoldoende waren voor langeafstandsvluchten. Uitsluitend de types gebruikt als verkenners kregen extra brandstoftanks, maar dit ging ten koste van de bewapening.
Deze belangrijke tekortkoming was mede de reden dat Amerikaanse toestellen het escorte over lange afstand van bommenwerpers op zich moesten nemen. De Griffons werden nog ingezet als onderscheppingsjagers tegen Duitse V-1's en jachtbommenwerpers. De Merlins daarentegen werden zelf ingezet als jachtbommenwerpers boven vijandelijk gebied.
Operationele geschiedenis Slag om Engeland
Toen de Spitfires eenmaal besteld werden, duurde het tot 4 augustus 1938 voordat ze werkelijk geleverd werden. De eerste werden geleverd aan het 19e Squadron van de RAF in Duxford. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden er nog eens 400 geleverd en er waren er 2000 extra besteld.
In september 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit. Echte oorlogshandelingen kwamen er voor het nieuwe type niet tot in 1940, toen de Slag om Engeland begon. De Spitfires worden samen met de Hawker Hurricanes genoemd als de overwinnaars van de Slag om Engeland en de Spitfire als het beste vliegtuig van de oorlog. De Hurricane werd echter in grotere aantallen gebruikt tijdens de slagen van 1940.
De bewapening van de oudste Spitfires en Hurricanes was gelijk; ze hadden elk acht 7,696 mm-machinegeweren, maar bij de Hurricane waren ze zo geplaatst dat ze geconcentreerder konden vuren. De Spitfire had dan weer het voordeel dat hij sneller was en beter wendbaar op grote hoogtes. De standaard RAF-tactiek was dan ook om de Hurricanes de trage Duitse bommenwerpers te laten aanvallen en de Spitfires de escortes, die meestal uit Messerschmitt Bf 109's bestonden. Dit vliegtuig bleek een taaie tegenstander, hoewel het iets trager was dan de Spitfire. In totaal hebben de Hurricanes meer toestellen van de Luftwaffe neergeschoten dan de Spitfires, maar dit kan verklaard worden door het grotere aantal Hurricanes in de lucht. 70% van de Duitse verliezen kwamen op het conto van de Hurricanes, maar hun verliezen waren ook aanzienlijk hoger dan die van de Spitfires.
Een groter nadeel van beide types was dat ze de .303 Browning-machinegeweren gebruikten, die niet effectief door het pantser van de Duitse toestellen konden boren. Naarmate de slag om Engeland voortging kregen de vijandelijke vliegtuigen namelijk extra pantser in de kritieke delen van het toestel. De oplossing voor dit probleem was het monteren van minder wapens, maar wel van een groter kaliber in de latere versies van de Spitfire. Zo kwam de Mark V in 1941 in dienst met twee 20 mm-kanonnen en vier .303-machinegeweren, wat de standaard zou worden tijdens de oorlog.
De sterkste tegenstander was de Duitse Messerschmitt Bf 109. Dit toestel was ongeveer gelijkwaardig aan de Spitfire, zowel qua grootte als bewapening.B.L. Hart e.a. Standaard Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, vol. 1, Antwerpen, 1968, p. 328-329 Er waren echter enkele kleine verschillen die de strijd in het voordeel van de Spitfire beslechtten.
De Spitfire was sneller en wendbaarder dan de Messerschmitt en de cockpit van de Spitfire was ruimer en de perspexkap boller. Dit zorgde voor een beter uitzicht en was een belangrijk voordeel op zijn Duitse tegenstander.
De Messerschmitt had echter een groot voordeel op de Spitfire (en de Hurricane), namelijk dat daarmee een erg steile duikvlucht gemaakt kon worden. De Merlinmotor had namelijk geen brandstofinjectie. Bij een steile duikvlucht werd de brandstof door de negatieve g-kracht in de vlotterkamer van iedere carburateur naar boven geduwd zodat de motor te weinig brandstof kreeg. Na enige tijd viel dan de vlotter zelf op de bodem van de vlotterkamer en werd juist een veel te rijk mengsel aangeleverd waardoor de motor meteen 'verzoop' en daardoor helemaal uitviel. Door deze tekortkoming kon de Spitfire geen negatieve g-manoeuvres uitvoeren. De piloten van de RAF vonden hiervoor een oplossing: ze maakten eerst een halve rol en voerden de duikvlucht aldus boogvormig uit. Dat kostte evenwel tijd en zo konden de tragere Messerschmitts veelal toch ontkomen. In maart 1941 kwam een eerste technische oplossing, bestaande uit een metalen ring met gekalibreerde opening die halverwege de vlotterkamer werd gemonteerd, waardoor nooit méér dan de bij vol vermogen benodigde hoeveelheid brandstof, kon passeren. Deze werd door de piloten Miss Shilling's orifice gedoopt, naar de vrouwelijke ingenieur Beatrice "Tilly" Shilling die het dingetje in al zijn briljante simpelheid - het onderscheidde zich niet wezenlijk van een gewone sluitring met een klein gaatje - had bedacht. Een nadere verbetering werd later gevonden in de verplaatsing van de brandstofuitloop van de bodem van de vlotterkamer naar de zijkant ervan, precies halverwege. In 1943 werd ten slotte een vorm van brandstofinjectie ingevoerd, maar al in 1942 werd begonnen met het bouwen van een nieuwe motorvariant, de Griffon.
Europa (1941 - 1943) thumb|Spitfires Mk XII van het 41e squadron