thumb|150px|Titelblad van het verdrag. De Godsdienstvrede van Augsburg was een vredesovereenkomst die op 25 september 1555 – na veertig jaar van religieuze twisten in het Heilige Roomse Rijk, met als hoogtepunten de Schmalkaldische Oorlog (1546-1552) en de Vorstenopstand – in de vrije rijksstad Augsburg getekend werd tussen de Habsburgse keizer Karel V, vertegenwoordigd door zijn broer Ferdinand, en de katholieke rijksgroten aan de ene kant, en het Schmalkaldisch Verbond aan de andere kant.
De vrede van Augsburg ging uit van het principe cuius regio, eius religio (van wie het land is, is ook de godsdienst). Dit hield in dat iedere rijksvorst zelf besliste welke godsdienst in zijn gebied opgelegd werd en daarom ook de kerkgoederen mocht beheren. In het verdrag werd bewerkstelligd dat bisschoppen die zich tot het protestantisme bekeerden, afstand moesten doen van hun geestelijke macht. Protestantse onderdanen mochten onder betaling van losgeld verhuizen uit een katholiek landsgedeelte en omgekeerd.
De godsdienstvrede maakte definitief en officieel een einde aan de geloofseenheid in het Heilige Roomse Rijk, waarvan feitelijk al enige tijd geen sprake meer was. Het was ook een overwinning van de Duitse vorsten op het centrale gezag van de keizer en heeft wellicht bijgedragen aan de decentrale structuur die Duitsland sindsdien gehouden heeft.
Categorie:1555 Augsburg Augsburg Categorie:Geschiedenis van Augsburg Categorie:Reformatie