Montauban (Occitaans: Montalban) is een gemeente in het Franse departement Tarn-et-Garonne in de regio Occitanie. Het is de prefectuur van het departement en met 64.048 inwoners (per 1 januari 2025) ook de grootste stad.
De stad ligt aan de Tarn en werd in 1144 gesticht als bastide. Voor de Franse Revolutie was Montauban een van de grootste en belangrijkste steden van het zuidwesten van Frankrijk. Het was de zetelplaats van een bisdom en werd na de reformatie een bolwerk van de hugenoten. De tegenstelling tussen katholieken en protestanten was bepalend voor Montauban. In de moderne tijd kende de stad niet de groei die gelijkaardige steden in Frankrijk wel hadden; pas eind twintigste eeuw werd Montauban een groeipool.
Montauban is de stad van schilder Jean-Auguste-Dominique Ingres en van beeldhouwer Antoine Bourdelle. Het Musée Ingres Bourdelle is gevestigd in het voormalig bisschoppelijk paleis uit de zeventiende eeuw. Bezienswaardig zijn verder de kathedraal Notre-Dame, de kerk Saint-Jacques en de Place Nationale, het hoofdplein met op arcaden gebouwde huizen.
Geschiedenis Montauriol In de late oudheid of de vroege middeleeuwen ontwikkelde zich een landbouwdomein op de oever van de Tescou. Dit domein werd in de negende eeuw geschonken aan de benedictijnen die het omvormden tot een abdij, gewijd aan Sint-Maarten. De heilige Theodardus van Narbonne overleed in 893 in deze abdij en werd er begraven. Zijn graf lokte veel bedevaarders en de abdij nam zijn naam aan. Naast de rijke abdij ontstond in de eeuw erna een nederzetting, Montauriol. , Promenades à Montauban, pp. 21-23
miniatuur|links|De bouw van Montauban(1830), François Georgin, BnF
Stichting van Montauban Montauban werd in 1144 gesticht als bastide door de graaf van Toulouse, Alphonse Jourdain. De plaats, een heuvel aan de weg tussen Toulouse en Cahors, dicht bij de noordelijke grens van het graafschap, werd gekozen om strategische redenen. De ligging aan een belangrijke weg en aan de Tarn, die een verbinding met de zeehaven van Bordeaux bood via de Garonne, was ook economisch interessant. Alphonse Jourdain gaf de stad de naam Montalba ("witte berg") als verwijzing naar de vlakbij gelegen Abdij van Montauriol ("gulden berg"). Montauban groeide snel ten koste van Montauriol, tot afgunst van de abt. Die wist te bereiken dat de graaf de helft van zijn eigendomsrechten over de nieuwe stad afstond aan de abdij.
Zoals andere bastides werd de stad gebouwd volgens een rechthoekig stratenpatroon met een centraal plein. Er kwam ook een grafelijke kasteel in de stad. Door de stadskeuren van 1144 en 1195 kreeg Montauban handelsprivileges en een bestuur van zes consuls die jaarlijks werden verkozen. , Atlas de l'histoire de France IXe-XVe siècle, , p. 49 De katharen kregen een zekere aanhang in de stad, maar Montauban bleef trouw aan de graaf van Toulouse. Dit kon niet verhinderen dat Simon IV van Montfort tijdens zijn kruistocht tegen de katharen de stad een tijd bezet hield. Bij de dood van de laatste graaf van Toulouse in 1271 viel de stad toe aan het kroondomein van de Franse koning.
miniatuur|links|De Zaal van de Zwarte Prins. De Engelsen begonnen na 1360 met de bouw van een fort op de Tarn, maar konden het niet afwerken voor de stad in 1369 weer Frans werd.
Bloeitijd De dertiende en het begin van de veertiende eeuw vormden een bloeitijd voor de stad. De handel, vooral in wijn, floreerde. Handelaars uit Montauban deden Engeland en de jaarmarkten van Champagne aan. De inkomsten zorgden ervoor dat er grote bouwwerken werden ondernomen. De kerk Saint-Jacques werd ingewijd en de Pont Vieux, een eerste brug over de Tarn, werd gebouwd. Vanaf 1317 was Montauban de zetelplaats van het bisdom Montauban en op de plaats van de oude abdijkerk van Montauriol werd een nieuwe gotische kathedraal gebouwd. Fantômes de briques, les monuments diparus, brochure van het Centre du patrimoine, 2010 De bevolking groeide en vanaf de dertiende eeuw ontstonden wijken buiten de stadsmuren. Daar vestigden ook de nieuwe bedelorden hun kloosters (karmelieten, franciscanen, dominicanen en clarissen).
De Zwarte Dood en de Honderdjarige Oorlog betekenden het einde van deze bloeitijd. Montauban lag op de grens tussen gebieden die door de Engelsen werden gecontroleerd en gebieden die door de Franse koning werden gecontroleerd. De stad viel door het Verdrag van Brétigny (1360) kort onder het gezag van de Engelse Zwarte Prins, Eduard van Woodstock, maar in 1369 was Montauban weer in Franse handen. De handel viel door de oorlog grotendeels stil en herstelde zich pas aan het einde van de vijftiende eeuw.
Reformatie miniatuur|Op 21 augustus 1629 moest het protestantse Montauban de poorten openen voor het katholieke leger van de Franse koning. De reformatie kende veel aanhangers in de streek. In 1561 kwam de stad onder protestants bestuur en de bisschop, de clerus en de katholieke burgers moesten de stad verlaten. Montauban vormde samen met La Rochelle een van de bolwerken van de hugenoten. De kathedraal en het bisschoppelijk kwartier werden in de as gelegd en gesloopt. Er kwamen een nieuwe, grote kerk (Temple Neuf), een protestants college, een drukkerij en een protestantse academie. Op deze academie, gesticht door Michel Bérauld, werd theologie op universitair niveau onderwezen. Hendrik van Navarra, de latere koning Hendrik IV van Frankrijk, maar toen een boegbeeld van de hugenoten, verbleef geregeld in Montauban. De stad werd een place de sûreté voor de hugenoten en kreeg een nieuwe stadsomwalling met bastions die ook de buitenwijken Villebourbon en Villenouvelle omvatte. Montauban werd in 1621 gedurende drie maanden belegerd door een leger van koning Lodewijk XIII, maar gaf zich niet gewonnen.
Na de val van La Rochelle in 1628 moest ook Montauban zijn poorten openstellen voor kardinaal de Richelieu. Hij wijdde persoonlijk de kerk Saint-Jacques weer in als katholiek kerkgebouw en als tijdelijke kathedraal. In de eerste jaren werden de protestanten nog met rust gelaten en mochten ze hun kerkgebouwen verder gebruiken. Maar hun situatie verslechterde geleidelijk aan en de protestantse kerken werden afgebroken. In 1659 verhuisde de protestantse academie naar Puylaurens en in 1683 verbood het Parlement van Toulouse de uitoefening van de protestantse godsdienst, gevolgd door het Edict van Fontainebleau dat iedere publieke uiting van protestantisme verbood. De vooraanstaande calvinisten verlieten de stad of legden zich voortaan enkel toe op de handel. Fantômes montalbanais, illustres et méconnus, brochure van het Centre du patrimoine, 2011
Contrareformatie miniatuur|Het voormalig jezuïetencollege In het kader van de contrareformatie werden een nieuwe kathedraal en een nieuw bisschoppelijk paleis gebouwd en werd een jezuïetencollege opgericht. Ook de kloosterorden keerden terug. Montauban werd in 1633 een belangrijk administratief centrum als hoofdstad van de generaliteit Haute-Guyenne. De intendant, de koninklijk commissaris die de generaliteit leidde, werd naast de bisschop de leidende figuur van de stad. Montauban verloor in de loop van de zeventiende en de achttiende eeuw zijn middeleeuws uiterlijk onder impuls van de intendant en van de bisschop. Het centrale plein werd vanaf 1614 heraangelegd en de dubbele arcaden van de Place Nationale verrezen. Focus: la Place Nationale, brochure van het Centre du patrimoine, 2018 Er kwamen kaden langs de Tarn. Rijke burgers bouwden stadspaleizen en buiten de stadsomwalling, die werd geslecht, kwamen er nieuwe wijken. De industrie bloeide in de achttiende eeuw met grote watermolens, de productie van bakstenen en aardewerk uit de lokaal gewonnen klei, zijdeateliers en wolnijverheid. Ook de Verlichting deed haar intrede; zo werd in 1744 de Académie de Montauban opgericht. Montauban met zijn 27.000 inwoners kon rivaliseren met Toulouse, dat 48.000 inwoners telde.
Moderne tijd miniatuur|Groei van het stedelijk gebied in en om Montauban (in de middeleeuwen, in de 17e eeuw, aan het begin van de 20e eeuw en in 2006) Bij de oprichting van het departement Lot na de Franse Revolutie werd Montauban gepasseerd en werd Cahors de prefectuur (hoofdstad). De stad verloor zijn bestuursfunctie en ook nog eens zijn bisdom. Bovendien was al aan het einde van de achttiende eeuw de uitvoer van wollen stoffen (cadis) en vaten met bloem naar de verloren Franse kolonies in Amerika weggevallen. Dit leidde tot politieke en sociale onvrede die in 1790 culmineerde in een oproer, waarbij vijf leden van de Nationale Garde werden gedood. Deze gebeurtenissen wekten beroering in het hele land.
In 1808, toen het departement Tarn-et-Garonne werd gecreëerd, kreeg Montauban toch een prefectuur. De stad bleef dus een belangrijk administratief centrum en ook een centrum voor landbouwproducten en de voedingsindustrie. Ook kwamen er legerkazernes. De stad beschikte over een verbinding met het Canal de Garonne (1844) en over een spoorwegstation (1856), maar toch ging de industriële revolutie voor een deel aan Montauban voorbij.
In maart 1930 werden de lager gelegen wijken Sapiac en Villebourbon getroffen door een zware overstroming van de Tarn die meer dan 1000 huizen vernielde en 29 mensenlevens eiste. De stad breidde zich daarna uit naar het oosten en het noorden, op hoger gelegen grond, waar nieuwe wijken werden gebouwd voor de groeiende bevolking. Vooral de tertiaire sector groeide. Tijdens de periode van de Trente Glorieuses waarin de stad een economische bloei kende, werden nieuwe wijken aangelegd. Een gevolg hiervan was dat het oude centrum, met zijn kleine en verouderde woningen, leegliep. De bewoners trokken naar de nieuwe villawijken en in hun plaats kwamen bewoners van diverse etnische achtergrond. Dit zorgde voor integratieproblemen. Gelijkaardige problemen deden zich voor in enkele nieuwe wijken met sociale woningen. De Cité des Chaumes, bestaande uit tien woonblokken te midden van groen, werd aangelegd in de vroege jaren 1970. Hoewel oorspronkelijk bedoeld als een leefomgeving met veel groen, ontstond er in de loop der jaren gettovorming, voornamelijk als gevolg van hoge werkloosheid onder de bewoners. Deze situatie escaleerde in zware rellen die plaatsvonden in december 1999. Als reactie hierop werden in de daaropvolgende jaren stappen ondernomen om dergelijke probleemwijken aan te pakken. Dit resulteerde uiteindelijk in het afbreken van de meeste woontorens in de Cité des Chaumes, die werden vervangen door kleinere appartementsgebouwen die naar verwachting een betere leefomgeving zouden bieden., Promenades à Montauban, pp. 156-157
Geografie miniatuur|De monding van de Tescou in de Tarn, met op de achtergrond de Pont Vieux Montauban is centraal gelegen in het departement Tarn-et-Garonne. De stad ligt op 55 km van Toulouse, 60 km van Cahors, 72 km van Agen en 76 km van Albi.
Montauban is naar Franse normen een erg uitgestrekte gemeente. e.a., Montauban, le guide, p. 107 De oppervlakte van Montauban bedraagt ; de bevolkingsdichtheid was op inwoners per vierkante kilometer.
De gemeente is relatief vlak. Het meeste reliëf is te vinden in het zuidoosten langs beide oevers van de Tescou. Het hoogste punt van de gemeente bevindt zich op 207 meter boven zeeniveau.
miniatuur|none|400px|De ligging van Montauban met de belangrijkste infrastructuur en aangrenzende gemeenten
Rivieren De gemeente ligt in de brede riviervlakten van de Tarn en de Aveyron. De Tarn stroomt van zuid naar noord door de gemeente om 30 kilometer verderop uit te monden in de Garonne. Het stadscentrum ligt op de rechteroever aan een meander van de Tarn, waar de Tescou uitmondt in deze rivier. De Aveyron vormt de noordelijke grens van de gemeente en mondt enkele kilometers verderop bij Lafrançaise uit in de Tarn. Verder is er op de linkeroever het Canal de Montech, geopend in 1844, dat de Tarn verbindt met het Canal de Garonne.