thumb|De "Curia Julia" op het Forum Romanumthumb|Zuilorden Marcus Vitruvius Pollio (± 85 – 20 v.Chr.), School of Mathematics and Statistics University of St Andrews, Scotland was een Romeins militair, architect en ingenieur.
Vitruvius (zijn pre- en cognomen zijn niet bewezen) is bekend als auteur van De Architectura libri decem, 'Klassieke letterkunde' van G.J.M. Bartelink, Utrecht 1964, 7e druk 2000, Pagina 221., 'Latin Literature' van Gian Biaggio Conte, 1987 (vertaald door Joseph B. Solodow in 1994), editie 1999, pagina 387 en 388. (2008) Handboek bouwkunde, Amsterdam: Polak & van Gennep, - NUR 302, 308 (De bouwkunst, in tien delen), een soort 'stalenboek' van de bouwkunde, breed opgezet vanuit eigen ervaring, maar ook vanuit oudere Griekse verhandelingen, die in Vitruvius' tijd voor een deel als ouderwets moeten hebben gegolden.
Dat Vitruvius zo'n langdurig Nachleben heeft gehad, is een gevolg van de omstandigheid dat zijn verhandeling de enige was van deze omvang en diepgang die uit de klassieke oudheid bewaard is gebleven. Vandaar ook dat het boek sinds de renaissance een bijzondere sterke invloed heeft uitgeoefend op geschriften die op hun beurt weer aan de basis lagen van de stijl die wij het 'neoclassicisme' noemen.
Biografie Van Vitruvius' leven is alleen bekend wat hij er in de inleidingen bij De Architectura zelf over heeft verteld. De iets jongere waterbouwkundige Sextus Julius Frontinus maakte dankbaar gebruik van zijn werk en noemde hem Vitruvius de architect. Plinius de Oudere parafraseert Vitruvius in een passage over mineralen, zonder echter expliciet zijn naam te vermelden.
Vitruvius' geboorteplaats is niet met zekerheid bekend, maar is hoogstwaarschijnlijk Fondi of Verona geweest.
Zeer waarschijnlijk diende Vitruvius in de jaren 50 van de eerste eeuw voor Christus als genie-officier (praefectus fabrum) in het leger van Julius Caesar., 'Het feest van Saturnus' van Piet Gerbrandy, Amsterdam, 2007, pagina 128, 129 en 130. Volgens boek I, 1,2,De Architectura. Boek 1, inleiding sectie 2 werkte hij als artillerist bij de Ballista, het derde soort wapen in het Romeinse leger. Als 'praefectus' stond hij aan het hoofd van de ballista en gaf hij leiding aan de doctores ballistarum (artillerie-experts) en aan de libratores die de machines bedienden.Yann Le Bohec "The Imperial Roman Army" Routledge, pg 49 2000,
Na de moord op Caesar in 44 v.Chr. sloot Vitruvius zich aan bij het kamp van Caesars achterneef Octavianus, de latere keizer Augustus. Op aandringen van zijn zus Octavia verleende de keizer Vitruvius een pensioen, wat hem financiële onafhankelijkheid garandeerde(De Arch., Boek i.preface.2) geraadpleegd mei 2014 Het verschafte hem bovendien de tijd om te werken aan zijn boek. Uit dankbaarheid hiervoor droeg Vitruvius zijn verhandeling aan de keizer op.
Vitruvius wordt terecht wel 'de eerste ingenieur' genoemd.The art of bridging the gap - The New Zealand Herald, Saturday 30 May 2009 Een benaming die het Romeinse architectus waarschijnlijk meer recht doet dan ons huidige architect of bouwmeester.
Behalve met zijn militaire werk heeft Vitruvius ook nog het nodige bijgedragen aan de waterhuishouding. Hij heeft namelijk in 33 v.Chr. en later aquaducten gebouwd.
Werk Het enige gebouw waaraan Vitruvius zijn naam heeft verbonden,(De Arch., Boek V.i.6) geraadpleegd augustus 2008 is de basilica van Fanum Fortunae, voltooid in 19 v.Chr.Fausto Pugnaloni en Paolo Clini "Vitruvius Basilica in Fano, Italy, journey through the virtual space of the reconstructed memory" GISdevelopment.net last accessed 3/8/2008 Na eeuwen vergeefs zoeken is deze in 2023 alsnog blootgelegd in het huidige Fano aan de Adriatische kust, tijdens de heraanleg van de Piazza Andrea Costa.Vitruvs Basilika nach Jahrhunderten der Suche in Fano entdeckt, Der Standard, 21 januari 2026 Eerder waren al pogingen gedaan de basilica in grote lijnen te reconstrueren op basis van Vitruvius nauwkeurige beschrijving.P. Clini "VITRUVIUS’ BASILICA AT FANO: THE DRAWINGS OF A LOST BUILDING FROM DE ARCHITECTURA LIBRI DECEM" The International Archives of the Photogrammetry, Remote Sensing and Spatial Information Sciences, Vol. XXXIV, Part 5/W12 pp121 - 126 2002 De afmetingen van de opgegraven funderingen bleken exact overeen te stemmen met deze gegeven door Vitruvius.
De architectura
De Architectura libri decem zijn niet de enige, maar wel de veruit meest uitvoerige brontekst over bouwkunde uit de Grieks-Romeinse Oudheid. Daarbij valt het zonder meer op dat bouwwerken uit de Augusteïsche tijd nauwelijks worden genoemd. Voor een belangrijk deel lijkt dit een gevolg van de Griekstalige verhandelingen die Vitruvius ter beschikking stonden, in tegenstelling tot een meer op de dagelijkse praktijk gerichte Romeinse traditie die, net als in de Middeleeuwen, vooral mondeling werd doorgegeven. Dat Vitruvius de Grieken als voorbeeld aanhaalde behoeft overigens geen verwondering: zij waren de uitvinders van de tot in de perfectie uitgewerkte Dorische, Ionische en Corinthische stijlen.A Handbook of Latin Literature van H.J. Rose, London 1936, oplage uit 1991 van de herziene en uitgebreide uitgave uit 1966, pagina 432, 433 en 434.
De Architectura is ook een verhaal over de oorsprong van het bouwen en moet wellicht gezien worden als een soort catalogus voor Augustus bij de opbouw van Rome. Met het samenstellen van dit boek wilde de auteur niet alleen dankbaarheid tonen aan de keizer, maar ook roem winnen bij het nageslacht. Toch vindt hij zichzelf geen stylist.(De Arch., Boek x.viii.6) geraadpleegd mei 2014
Volgens de literatuurhistorici voltooide Vitruvius het boek rond 25 v.Chr. In elk geval was Octavianus toen al (sinds 27 v.Chr.) keizer, zoals hij door Vitruvius ook wordt betiteld.
Met de naam Architectura bedoelde Vitruvius iets anders - en vooral méér - dan wat wij tegenwoordig onder architectuur verstaan. Voor hem was architectuur bijvoorbeeld ook een symbolische navolging van de orde in de natuur. Vogels en bijen bouwen nesten voor beschutting tegen elementen, dus bouwen mensen huizen van natuurlijke materialen, die hen beschutting geven.
De architectura is opgedeeld in 10 'boeken' of hoofdstukken, waarvan de oude handschriften geen titel vermelden. Algemeen kan gesteld worden dat Boek 1 (Architectuurtheorie en stadsaanleg) en Boek 2 (Bouwmaterialen) het ontstaan van de architectuur toelichten. Een belangrijke voorwaarde daarbij is, dat een architect volgens boek 1 over een zeer uiteenlopende kennis moet beschikken, zoals filosofie, natuurkunde, muziek, geneeskunde, recht en astronomie, een type mens die in de renaissance wel als 'Uomo universale' werd aangeduid.
Boek 3 en Boek 4 gaan over openbare religieuze gebouwen (De Dorische, Ionische en Tuscische tempel) met de daarbij passende 'symmetrie' (geen spiegelbeeld maar juiste maatverhouding!) zowel voor tempels als voor het menselijk lichaam.
Boek 5 gaat over profane openbare gebouwen en Boek 6 over particuliere gebouwen.
Boek 7 over wand- en vloerdecoraties omvat principes met betrekking tot de uiterlijke afwerking en het interieur.
Boek 8 handelt over watervoorzieningen. Door het bouwen van aquaducten kon Vitruvius hier teruggrijpen op zijn eigen ervaringen. In het boek staat waar men water kan vinden, wat water precies is, hoe regen ontstaat, hoe men een waterleiding kan aanleggen en hoe de kwaliteit van water kan worden gemeten. Dit laatste was zonder meer van levensbelang: omdat de binnenleidingen boven in de aquaducten vaak van lood werden gemaakt, was er na verloop van tijd steeds meer risico op loodvergiftiging. En omdat de gezondheid Vitruvius meermaals na aan het hart blijkt te liggen is het logisch dat hij pleit voor een regelmatige controle van de waterleidingen.
De laatste drie boeken vormen in zekere zin een verhaal apart, omdat ze bij uitstek de werktuigbouw behandelen, zoals uurwerken en (krijgs-)machines. Die technische projecten zijn onder andere: de Hodometer,(De Arch., Boek x.ix.1) geraadpleegd april 2015 de Schroef van Archimedes(De Arch., Boek x.vi.1) geraadpleegd april 2015 en het aquaduct.(De Arch., Boek viii.iii.1) geraadpleegd april 2015
Op 10 plaatsen verwijst Vitruvius naar begeleidende tekeningen, die helaas de traditie niet hebben overleefd.(De Arch., Boek iii.v.8) geraadpleegd mei 2014 Dit is zonder meer een verlies: niet alleen voor ons die dankzij de voortgang in de archeologie wat meer begrijpen van het specifieke idioom van de tekst, maar vooral voor de kopiisten van de vroege Middeleeuwen die het Latijn niet meer als moedertaal hadden en vaak maar moesten gissen naar de betekenis en vooral de juiste spelling.
Misschien wel het beroemdst zijn Vitruvius' drie basisprincipes voor goede architectuur: firmitas (stevigheid), utilitas (gebruiksvriendelijkheid) en venustas (schoonheid). Hij legt in zijn ontwerpen veel nadruk op de vuistregels waarop deze gebaseerd zijn, maar geeft ook aan dat een architect zich niet strikt aan deze regels hoeft te houden, al was het maar omdat de grondsoort en de beschikbare bouwmaterialen ter plaatse altijd konden verschillen.(De Arch., Boek i.iii.2) geraadpleegd april 2015
Ondanks het feit dat Vitruvius, als oudgediende in het leger, een Romeinse genieofficier was - en dus een man van de praktijk - vallen vooral zijn Hellenistische bronnen op wanneer hij zijn corpus een meer theoretische onderbouwing wil geven. Een noodzaak die hij zelf verklaart vanuit het ontbreken van adequate Latijnse geschriften in zijn eigen tijd. Vandaar ook dat hij meermaals een poging doet om voor een Grieks begrip een Latijns neologisme in te voeren, zoals 'commensus' voor het Griekse 'symmetria'.
Een groot voordeel was dat Vitruvius leefde in een tijd waarin bepaalde zaken nog bestonden die nu verdwenen zijn. Daarbij sluit aan dat hij, vooral in de inleidingen, zijn louter bouwkundige richtlijnen bewust afwisselt met filosofische kanttekeningen en cultuurhistorische overwegingen. Wellicht was dit ingegeven door de wens om tegenover keizer Augustus de bouw- of ingenieurskunst vanuit het loutere handwerk te verheffen tot een heuse wetenschap. (Een houding die wij ook aantreffen bij de Florentijnse bouwmeester uit de renaissance Leone Battista Alberti, die De architectura duidelijk als model nam voor zijn eigen verhandeling over de bouwkunst.) Het boek is daardoor goed te volgen. Aanwijzingen leren dat hij een lange tijd heeft gedaan over het verzamelen van gegevens en het maken van aantekeningen voor zijn boeken.
Uitspraken en gedachten Volgens Vitruvius is architectuur een imitatie van de natuur. Zoals vogels en bijen hun nesten bouwden, zo construeerden mensen huizen van natuurlijke materialen, die hen beschutting boden tegen de elementen.
Verhoudingen thumb|150px|Da Vinci's Vitruviusman Vooral de oorsprong van de stijlorden en de betekenis van het ornament nemen in het werk een vooraanstaande plaats in. De belangrijkste basisprincipes zijn ordinatio (afgeleide rangschikking) dat zorg draagt voor symmetria (de juiste onderlinge maatafstemming). Met behulp van dispositio (het tekenen op schaal) van deze ordening en van symmetrie ontstaat er een eurytmia (harmonische maatverhouding). Door bovendien distributio (het gebruik van de juiste materialen) in acht te nemen, doet de bouwmeester recht aan het principe van decor (een gepast voorkomen).