thumb|Voorpagina van "Du Contract Social" uit 1762, gedrukt in Amsterdam. Jean-Jacques Rousseau (Genève, 28 juni 1712 – Ermenonville, 2 juli 1778) was een baanbrekend filosoof en schrijver. Hij heeft invloed uitgeoefend op de literatuur, pedagogiek en politiek. Rousseau was behalve filosoof en pedagoog ook componist. Hij componeerde zeven opera's en andere muziekstukken. Tevens was hij een liefhebber van plantkunde. Hij is ook bekend om zijn persoonlijkheid. Rousseau begon zijn loopbaan als lakei, secretaris, huis- en muziekleraar.

Tot de meest spraakmakende en invloedrijke staatkundige geschriften uit de achttiende eeuw behoort zijn Het Maatschappelijk Verdrag, (originele titel 1762: Du contrat social) dat van invloed was op de Verklaring van de rechten van de mens en de burger uit 1789 in de Franse Revolutie en daarmee indirect op de veel latere Universele verklaring van de rechten van de mens (1948), en de Franse grondwet van 1791.

Vanaf begin deze eeuw zijn wereldwijd discussies op gang gekomen onder het Engelse verzamelbegrip new social contract. Deze behandelen uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken als de noodzaak van hervorming van overheidsbestuur, de maatschappelijke rol van multinationale ondernemingen en de belangenbehartiging van steeds groter wordende groepen burgers die onvoldoende gezien en gehoord worden. Daarmee is de denker ook in onze tijd in figuurlijke zin dus nog steeds springlevend.Ook het boek Een nieuw sociaal contract van de Nederlandse politicus Pieter Omtzigt uit 2021 en de politieke partij met dezelfde naam die hij in 2023 oprichtte, voert direct terug op het gedachtegoed van Rousseau en zijn voorgangers.

Als een van de eersten schreef hij een literaire autobiografie. Met zijn liefde voor de natuur stond Rousseau aan het begin van de Romantiek. Zijn briefroman Julie was in de achttiende eeuw een van de best verkochte boeken. In zijn roman Emile zet Rousseau zijn visie op de menselijke natuur uiteen en stelt hij de volgens hem ideale opvoedingsmethode voor. Het boek heeft een enorme invloed gehad op de filosofie van de opvoeding en belangrijke pedagogen. Rousseau kon goed en innemend schrijven; al zijn boeken vallen op door gedenkwaardige openingsscènes.Damrosch, Leo (2011) p. 386.

De filosoof-schrijver Goethe was een van zijn vele bewonderaars, maar de filosoof Voltaire bespotte hem. Rousseau behoorde tot het tijdperk van de Verlichting, maar hield er deels afwijkende meningen op na.

Rousseau was een autodidact. Hij had een moeilijk karakter en zijn hele leven last van urineretentie, een kwaal die hem vaak veel pijn bezorgde. In zijn autobiografie schreef hij over zijn vele leugens, waanvoorstellingen, zijn masochistische neigingen, maar ook over het in zijn kinderjaren met veel plezier lezen van de Griekse filosoof Plutarchus.

Biografie Kinderjaren thumb|Het geboortehuis van Rousseau aan Grand Rue 40 in Genève

De familie van Rousseau komt oorspronkelijk uit Montlhéry, ten zuiden van Parijs.Trousson Raymond (1998) Jean-Jacques Rousseau. Tallandier, Parijs (twee delen), p. 19Zijn oudouder Didier Rousseau kwam in 1549 naar Genève waar hij een herberg opende. Zijn vader Isaac Rousseau (Genève, 1672 – Nyon, 1747) was horlogemaker, een gerespecteerd en lucratief beroep. Na de geboorte van zijn eerste kind François vertrok hij in 1705 voor zes jaar naar Istanbul, waar hij naar eigen zeggen als horlogemaker werkzaam was voor de sultan. De ongewone en opvliegende man speelde goed viool. Hij was korte tijd dansleraar, maar dat werd door de calvinistische overheid van Genève verboden.Damrosch, Leo (2007) Jean-Jacques Rousseau: restless genius, p. 8

Zijn moeder Suzanne Bernard (Genève, 1673 – Genève, 1712) was ook het kind van een horlogemaker. Deze overleed toen zij negen jaar oud was. Zij kwam toen onder de hoede van een broer van haar vader, een welgestelde predikant.Damrosch, Leo (2007), p. 9-10 Zij stierf negen dagen nadat ze van Rousseau was bevallen aan kraamvrouwenkoorts. Jean-Jacques had een min, een meisje van zestien jaar.Damrosch, Leo (2007), p. 13 De eerste tien jaar van zijn leven kwam de jongste zus van zijn vader, Suzanne genaamd, bij het gezin inwonen om te helpen met de opvoeding.In zijn autobiografie Les Confessions noemt hij haar Suzon.

Met zijn vader las de jonge Rousseau romans, soms tot aan het ochtendgloren. Hij haalde graag kattenkwaad uit, zoals het plassen in de kookpot van de buurvrouw.Damrosch, Leo (2007), p. 21 Toen hij tien jaar oud was, kreeg zijn vader ruzie met een landeigenaar. Hij verwondde hem en werd daarvoor veroordeeld. Om aan de gevangenis te ontsnappen vluchtte hij naar de stad Nyon, zijn zonen achterlatend. Toen ook tante Suzanne vertrok, werd Jean-Jacques ondergebracht bij een predikant in het nabijgelegen dorp Bossey.Damrosch, Leo (2007), p. 23-24

thumb|Meer van Annecy

Madame de Warens thumb|Het buitenhuis "Les Charmettes" van Madame De Warens, later een museum Vanaf zijn twaalfde was Rousseau in Genève werkzaam als leerjongen bij een notaris. Hij werd ontslagen, omdat zijn patroon vond dat hij nergens goed in was. Hij ging vervolgens in de leer bij een graveur. Het werk beviel hem, maar zijn baas was grof en gewelddadig. Tot tweemaal toe ontving hij een pak slaag, omdat hij op een vrije dag te laat terugkwam en de stadspoorten gesloten vond. Toen hem dit in maart 1728 een derde keer overkwam, wachtte hij de aframmeling niet af en nam voorgoed de benen.

Een pastoor adviseerde hem onderdak te vragen bij de 29-jarige Madame de Warens die jonge protestanten tot de Rooms-Katholieke Kerk wilde doen terugkeren. Zij stuurde hem drie dagen later naar Turijn, waar hij herdoopt werd. Hij werkte er een blauwe maandag als graveur, langere tijd als lakei en keerde na ruim een jaar naar Madame de Warens terug. Zij werd zijn weldoenster, tutor en vanaf de herfst van 1732 zijn minnares. Rousseau schreef aan het eind van zijn leven dat zij hem had ingewijd in de liefde, cultuur en muziek. Volgens Rousseau was hij zonder haar mogelijk een heel ander mens geweest. In zijn autobiografie schreef Rousseau dat hij haar 'maman' ging noemen.Maman is Frans voor mama. Hij zag haar als een moeder, een die hij zelf nooit gekend had.

Ter voorbereiding op een priesteropleiding, ging hij Latijn studeren, maar aangezien hij weinig vorderingen maakte werden de lessen stopgezet.Rousseau, Jean-Jacques; (1782) Les Confessions Hij las de klassieken, zong in een kerkkoor en trok een half jaar in bij de plaatselijke alcoholische dirigent om de muzieknotatie onder de knie te krijgen. Hij vestigde zich als muziekleraar in Vevey, trok naar Parijs en Lyon en werkte bij het kadaster in Chambéry.

Rousseau kreeg interesse voor de manier waarop kinderen leerden en werd in 1739 huisonderwijzer voor de zonen van een rechter in Lyon. Daar leerde hij ook hun neef, de filosoof Etienne Bonnot de Condillac, kennen.

Muzieknotatie thumb|De stad Sion, waar Rousseau een week verbleef, inspireerde hem voor zijn roman Julie

In 1742 trok hij naar Parijs. Hij wilde belangstelling wekken voor een door hem ontwikkelde muzieknotatie die gebaseerd was op getallen, punten en komma's. Hij werd in de intellectuele kringen welwillend ontvangen en ontmoette de natuuronderzoeker René-Antoine Ferchault de Réaumur, de filosoof en pedagoog Bernard le Bovier de Fontenelle, de schrijver Pierre Carlet de Marivaux, de filosoof en schrijver Denis Diderot en de componist Jean-Philippe Rameau.

Zijn notatiesysteem werd afgewezen door de Académie des Sciences. Met zijn systeem kon hij melodie, maar geen harmonie aangeven. De academie stelde verder dat zijn manier van notenweergave al door iemand anders bedacht was.Op 22 augustus 1742 gaf hij aan de academie een toelichting op zijn muzieknotatie, onder de titel Projet Concernant de Nouveaux Signes pour la Musique. In: Projet Concernant de Nouveaux Signes pour la Musique Rousseau werd opnieuw huisleraar.

In juli van dat jaar vertrok hij als secretaris van de Franse ambassadeur Montaigu naar de Republiek Venetië.Cranston, Maurice (1991) Jean-Jacques: The Early Life and Work of Jean-Jacques Rousseau, 1712-1754 Rousseau kwam in Venetië in aanraking met de plaatselijke cafés, carnaval, prostituees, theater, de ontvoering van de balletdanseres Barbara Campanini en de opera seria. Hij nam ontslag, naar eigen zeggen omdat de ambassadeur hem beschuldigd had van het verkopen van de code van een geheim cijferschrift.

Thérèse Levasseur miniatuur|Louise d'Épinay, door Jean-Étienne Liotard (1759) (Musée d'art et d'histoirie, Genėve).

In 1745 leerde hij in een pension te Parijs Thérèse Levasseur kennen, de jonge dochter van een ontslagen ambtenaar. Hij begon een verhouding met deze wasvrouw, naaister en dienster. Toen zij in 1746 zwanger raakte, haalde hij haar over de baby af te staan aan een tehuis voor vondelingen. Dat was destijds in Parijs niet ongewoon; jaarlijks werden 6.000 kinderen afgestaan. Daarvan stierf zeventig procent. Vier volgende baby's, waarvan de laatste in 1751 geboren werd, werden eveneens afgestaan. Er is geen definitief uitsluitsel dat het om in totaal vijf kinderen zou zijn gegaan. In zijn Bekentenissen toonde hij spijt over dit 'noodlottige gedrag',Rousseau, Jean-Jacques (1996) Bekentenissen, p. 650. Vertaald en bezorgd door Leo van Maris. Arbeiderspers. dat in 1764 was onthuld door Voltaire.In Sentiments des Citoyens schreef Voltaire over Rousseau en Levasseur: "Nous avouons avec douleur et en rougissant que c'est un homme qui porte encore les marques funestes de ses débauches, et qui, déguisé en saltimbanque, traîne avec lui de village en village, et de montagne en montagne, la malheureuse dont il fit mourir la mère, et dont il a exposé les enfants à la porte d'un hôpital en rejetant les soins qu'une personne charitable voulait avoir d'eux, et en abjurant tous les sentiments de la nature comme il dépouille ceux de l'honneur et de la religion". Zie voor de context: Ian Davidson (2010) Voltaire. A Life, p. 445. Gearchiveerd op 16 augustus 2023.

Tussen 1746 en 1751 werkte Rousseau als onderzoeksassistent voor monsieur Dupin, eigenaar van het Kasteel van Chenonceau. Nadat hij ontslag had genomen, betrok hij in Parijs een woning aan de Rue Platrière, nu Rue Jean-Jacques Rousseau.

Encyclopédie thumb|Madame de Pompadour zong een partij in Le devin du village. Op haar tafel staat deel IV van de Encyclopédie. Pastel door Maurice Quentin de La Tour

Rond 1749 vroeg Diderot hem mee te werken aan zijn Encyclopédie. Rousseau schreef artikelen over politiek en muziek en nam deel aan de bijeenkomsten die de filosoof Paul Henri Thiry d'Holbach tweewekelijks bij hem thuis hield. Hier ontmoetten de scherpste geesten van de Verlichting elkaar en kwam hij onder andere in contact met de filosoof en wiskundige Nicolas de Condorcet, de filosoof Jean Le Rond d'Alembert en de Duitse diplomaat en auteur Friedrich Melchior Grimm. Er werd vrijelijk gesproken over onder meer gelijkheidsbeginselen, vrijheid van godsdienst en meningsuiting en het ontkennen van het bestaan van God. De radicale filosofie die er tot bloei kwam, is van uiterst groot belang geweest voor de ontwikkeling van het sceptische moderne denken, in een periode waarin twijfelen aan de beginselen van de Rooms-Katholieke Kerk levensgevaarlijk was.Blom, Philip (2010) Het verdorven genootschap

Toneelstukken en opera's