René I van Anjou (Angers, 16 januari 1409 - Aix-en-Provence, 10 juli 1480) die door zijn onderdanen in Provence le bon roi René werd genoemd, was de tweede zoon van Lodewijk II van Anjou en Yolande van Aragón. Als tweede in de opvolgingslijn was hij niet voorbestemd om te regeren, maar het lot zou hier anders over beslissen. Hij werd heerser over onder meer het hertogdom Bar, het graafschap Provence, Lotharingen, het hertogdom Anjou en was titulair koning van Napels, van Jeruzalem, van Sicilië en van Aragon. Naast zijn vrij ongelukkige politieke carrière was René een groot kunstliefhebber en de auteur van verscheidene boeken.

Biografie René werd geboren op 16 januari 1409 in het kasteel van Angers als derde kind van Lodewijk II van Napels en Yolande van Aragón.Jean-Michel Matz, Le Roi René 1409-1480 in Splendeur de l'Enluminure, le roi René et les livres. Rd. Marc-Édouard Gautier, François Avril, Ville d'Angers/actes Sud, 2009., pp. 1-17. Hij wordt opgevoed door zijn moeder samen met zijn broers en zussen in het kasteel van Angers en in Berry, samen met zijn achterneef (en toekomstige zwager en koning) Karel van Frankrijk graaf van Ponthieu, de zoon van koning Karel VI van Frankrijk en van Isabella van Beieren.

1417–1425 graaf van Guise Bij de dood van zijn vader Lodewijk II krijgt hij als erfdeel de heerlijkheid van Guise, die de bruidsschat was geweest van zijn grootmoeder Marie de Blois bij haar huwelijk met Lodewijk I van Anjou. Later zal zijn neef Karel VII de heerlijkheid verheffen tot graafschap. Maar de Anjous zijn medestanders van de dauphin en hun goederen ten noorden van de Loire worden aangeslagen door de hertog van Bedford die Guise toewijst aan Jan van Luxemburg, graaf van Ligny, die Guise op 18 september 1424 bezet.The Chronicles of Enguerrand de Mestrelet, translated by Thomas Jones, Esq., Londen 1860, pp. 512-514.

1430-1480 hertog van Bar Zijn moeder Yolande van Aragón speelde een belangrijke rol in het tweede Angevijnse huis na de dood van haar echtgenoot Lodewijk II. Ze deed haar uiterste best om haar tweede zoon van de nodige bezittingen en de daaruit volgende inkomsten te voorzien. Zo weet ze haar oom de kardinaal Louis de Bar, die als enige overblijvende mannelijke erfgenaam het hertogdom van Bar had geërfd, ervan te overtuigen René te adopteren en tot zijn opvolger te benoemen. Om de sinds eeuwen aanslepende geschillen tussen het hertogdom Lotharingen en het hertogdom Bar definitief uit de wereld te helpen regelt Louis de Bar een huwelijk van René met Isabella van Lotharingen, dochter en enige erfgename van hertog Karel II van Lotharingen. Het huwelijk werd gesloten op 20 oktober 1420, René was toen elf jaar oud. Louis de Bar belast zijn achterneef René met het bestuur van het hertogdom ter gelegenheid van het huwelijk en René werd hertog van Bar vanaf 1430 bij het overlijden van zijn oom.

1431-1453 hertog-gemaal van Lotharingen De periode van 1420 tot 1431 brengt René door aan het hof van Lotharingen, waar hij onder meer in contact komt met de Vlaamse en Duitse kunst die in Lotharingen erg werd geapprecieerd. Bij het overlijden van zijn schoonvader werd hij in 1431 hertog-gemaal van Lotharingen. Die erfregeling werd echter gecontesteerd door verscheidene concurrenten van wie de belangrijkste Antoine de Vaudémont was. Antoine was de neef van zijn vrouw Yolanda en eerste mannelijke troonopvolger. Zijn aanspraken werden gesteund door Filips III van Bourgondië. Bij de Slag bij Bulgnéville op 2 juli 1431 wordt René verslagen en gevangengenomen door Filips de Goede. Hij werd pas vrij gelaten nadat zijn zoontjes Jan (zes jaar oud) en Lodewijk (4 jaar oud) als gijzelaars zijn plaats innamen. Maar met de steun van keizer Sigismund bleef René zijn rechten op Lotharingen opeisen. Hij moest zich opnieuw in gevangenschap begeven en bleef de gevangene van Filips tot in 1437 wanneer hij vrijgekocht werd met een hoog losgeld.

Na langdurige onderhandelingen deed Antoine op 27 maart 1441 afstand van zijn aanspraken op Lotharingen in ruil voor de onafhankelijkheid van zijn graafschap en zijn zoon Ferry wordt uitgehuwelijkt aan Yolande, de dochter van René, waardoor later Antons kleinzoon, Rene II hertog van Lotharingen zou worden.

In 1453 bij de dood van zijn echtgenote Isabella van Lotharingen, installeert René zijn oudste zoon Jan II, hertog van Calabrië als hertog van Lotharingen. René hertrouwt met Jeanne de Laval in 1454.

1434-1480 hertog van Anjou, graaf van Provence en van Forcalquier Tijdens de gevangenschap van René was zijn broer Lodewijk III van Anjou op 12 november 1434 in Coszenza overleden aan malaria. Lodewijk liet geen erfgenamen na en René wordt dus hertog van Anjou, graaf van Maine en graaf van Provence en Forcalquier.

1435-1442 koning van Napels In 1435 wordt hij door koningin Jeanne II van Napels geadopteerd als erfgenaam, eveneens in opvolging van zijn overleden broer en wordt dus titulair koning van Napels. Tijdens de gevangenschap neemt Isabella de zorg voor de domeinen van haar echtgenoot op zich, zo reist ze onder meer naar Napels in 1435 om de rechten van haar man veilig te stellen. Na zijn vrijlating in 1437 zal René zich pas in 1438 bij zijn vrouw vervoegen omdat hij de nodige steun en fondsen moet verzamelen om zijn aanspraken op Napels waar te maken. In 1438 begint hij zijn campagne tegen Alfons V van Aragon, die Sicilië al had bezet. Door het gebrek aan geld en manschappen en wellicht ook aan politiek inzicht moet René in juni 1442 zijn nederlaag toegeven en na een belegering van Napels die zeven maanden had geduurd de stad opgeven. Hij trekt zich terug in Provence en later reist hij door naar Lotharingen. Aan zijn Italiaans avontuur houdt hij alleen de honoraire titels van koning van Napels, koning van Jeruzalem en koning van Sicilië over. Van midden 1453 tot februari 1454 trekt koning René voor een tweede maal naar Italië om zijn rechten te laten gelden, maar hij stopt de campagne vroegtijdig en keert terug naar Frankrijk. In de daaropvolgende periode besteedt hij zijn tijd aan de administratie en ontwikkeling van zijn domeinen in Anjou en Provence.

De Honderdjarige Oorlog Tijdens de eindperiode van de Honderdjarige Oorlog steunt René zeer trouw en consequent zijn neef Karel VII van Frankrijk in zijn strijd tegen de Engelsen, hij neemt onder meer deel aan de kroning van Karel VII tot koning van Frankrijk in Reims in 1429, die mogelijk was gemaakt door Jeanne d'Arc.

Als vriend en vertrouweling van de koning draagt hij bij aan het beëindigen van de vijandelijkheden tussen Engelsen en Fransen en speelt een actieve rol in de onderhandelingen van Tours. Hij laat in het kader van de onderhandelingen rond de wapenstilstand van Tours, zijn dochter Margaretha van Anjou in het huwelijk treden met Hendrik VI van Engeland op 23 april 1445. In deze overeenkomst werden ook de bezittingen in Maine van Karel van Anjou, de jongere broer van René, door de Engelsen vrijgegeven. Zijn dochter Margaretha speelde een belangrijke rol in de Rozenoorlogen en moest, nadat ze definitief verslagen was bij Tewkesbury en haar echtgenoot en zoon waren vermoord, voor een losgeld vrijgekocht worden (zie verdrag van Picquigny) voor ze terug kon keren naar haar vader in 1475.

Familie miniatuur|René en Jeanne de Laval uit een triptiek van Nicolas Froment in 1475 – Kathedraal van Aix-en-Provence. René was zeer jong gehuwd met Isabella van Lotharingen. Het paar had de volgende kinderen: Isabella, jong gestorven Jan II van Lotharingen (1425-1470), hertog van Opper-Lotharingen Lodewijk, markies van Pont-à-Mousson (1427-1445) Nicolaas (1428-1430) Yolande (1428-1483), die huwde met graaf Ferry II van Vaudémont Margaretha van Anjou (1430-1482), die huwde met koning Hendrik VI van Engeland Karel (1431-1432) Louise (1436-1438) Anna (1437-1450). René had daarnaast ook nog drie onwettige kinderen namelijk: Jan, bastaard van Anjou (+1536), markies van Pont-à-Mousson, gehuwd in 1500 met Marguerite de Glandeves-FauconRené Belleval, Les bâtards de la Maison de France, Librairie Historique et Militaire, 1901, 103. Jeanne-Blanche (+1470), vrouwe van Mirebeau, gehuwd in 1467 met Bertrand de Beauvau (+1474)René Belleval, Les bâtards de la Maison de France, 104. Madeleine (+ na 1515), gravin Montferrand, gehuwd in 1496 met Louis Jean, heer van Bellenave

In 1453 overlijdt Isabella en laat René in diepe rouw achter. Het overlijden van zijn geliefde vrouw zal de aanleiding zijn voor het schrijven van zijn werk Le mortifiement de vaine plaisance. René hertrouwt het jaar daarop in Angers op 10 september met Jeanne de Laval, die op dat moment eenentwintig is, René is 45, het paar krijgt geen kinderen meer. De tegenslag blijft de Goede koning René achtervolgen, zijn zoon Lodewijk sterft in 1445 en zijn schoondochter Marie de Bourbon in 1448. Alleen zijn oudste zoon Jan van Calabrië, die gehuwd was met Marie de Bourbon, is nog in leven en die heeft slechts één zoon Nicolas. Maar Jean zal het leven laten in 1470 bij een reis naar Barcelona waar hij de koningskroon wou opeisen die in 1466 aan zijn vader was beloofd door de Catalanen. De enig overgebleven erfgenaam van René, zijn kleinzoon Nicolas sterft drie jaar later op zijn vijfentwintigste. Er circuleren geruchten over vergiftiging, zoals trouwens ook bij de dood van zijn vader. Lotharingen gaat over op Yolande van Anjou die het hertogdom aan haar zoon René de Vaudemont schenkt, die de geschiedenis zal ingaan als René II van Lotharingen. Bij de dood van koning René in 1480 zal zijn dochter Yolande het hertogdom van Bar eveneens aan haar zoon René II overdragen.

Het verlies van Anjou Door het overlijden van al zijn rechtstreekse mannelijk erfgenamen vervalt het hertogdom van Anjou, dat in apanage gegeven was aan Lodewijk I van Anjou door Jan II van Frankrijk, terug aan de Franse kroon. Als in 1461 Karel VII overlijdt komt in Frankrijk diens zoon Lodewijk XI aan de macht die de grote hertogdommen alleen maar ziet als concurrenten voor de koninklijke macht.

Op 22 juli 1474 stelt René een testament op waarbij hij Anjou en Provence legeert aan zijn neef Karel III van Maine en het hertogdom Bar aan René II van Lotharingen de zoon van zijn dochter Yolande. Als Lodewijk XI lucht krijgt van dit testament laat hij het hertogdom Anjou bezetten op 31 juli 1474. René had zich al in oktober 1471 in zijn graafschap Provence teruggetrokken. Pas in 1476 geeft Lodewijk het hertogdom van Anjou terug aan René na een bespreking tussen beiden in Lyon, maar René moet zich engageren om de door Lodewijk opgerichte administratie te accepteren en het kasteel van Angers wordt bezet door een kapitein van de koning. Lodewijk XI houdt trouwens de inkomsten van het hertogdom voor zich.

Laatste jaren miniatuur|Grafmonument van René d’Anjou en Isabeau de Lorraine in de kathedraal van Angers – tekening van Louis Boudan (?) 1695. In zijn graafschap Provence slijt René in alle rust zijn laatste levensjaren omringd door zijn jonge echtgenote Jeanne de Laval, zijn onwettige kinderen en enkele getrouwen maar zonder enige twijfel ontgoocheld en gedesillusioneerd door alle tegenslagen en verliezen die hem getroffen hadden. Hij houdt zich bezig met het onderhoud van zijn residenties en vestingen en met de kunst, de literatuur en zijn verzamelingen. Het is in deze periode dat hij de bijnaam le bon roi krijgt van zijn onderdanen. Het is het begin van de legende, in de realiteit was René een mediocre politicus.