thumb|Elfde-eeuws mozaïek van Christus-Pantocrator in Dafni, Athene
De traditioneel-christelijke benadering van Jezus (Oudgrieks: ) is de visie van de (orthodox-christelijke) traditie van het christendom, namelijk dat hij de Zoon van God is en daarmee deel uitmaakt van de goddelijke drie-eenheid of triniteit. In de traditioneel-christelijke benadering wordt Jezus aangeduid als Jezus Christus; soms ook als Jezus de Messias. Het gaat hierbij om de opvattingen zoals die feitelijk in meeste kerkgenootschappen heersen.
Het unitarisme is daarentegen een christelijke stroming die de leer van de goddelijke drie-eenheid verwerpt. Deze visie werd veroordeeld op het Concilie van Nicea in 325 maar vond verdere vertegenwoordiging in het Arianisme, dat gehandhaafd werd door verschillende Germaanse koninkrijken tot ruwweg de 6e-7e eeuw.
Christelijke visie Volgens de christelijke leer is Jezus de eniggeboren Zoon van God en de door God in het Oude Testament (Tenach) bij monde van de profeten beloofde messias (o.a. Jesaja 53:3 en verder), de Gezalfde van God, die de mensen verlost van hun zonden en de harmonie tussen God en mensen, die verbroken was als gevolg van de zondeval van de eerste mensen in het paradijs, herstelt. Volgens de Bijbel is Jezus geboren om de mensen te redden van hun zonden. Volgens de uitleg in de evangeliën maakte zijn dood de verzoening met God de Vader mogelijk, doordat hij de straf voor de zonden van de mensheid op zich nam: Jezus is "het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt." De opvatting dat Jezus met zijn kruisdood de mens verzoent met God, wordt beschreven als verzoeningsleer. Het abrahamitische principe van de rechtvaardiging door geloof kreeg daardoor een nieuwe betekenis: ieder die Jezus navolgt, zal voor God gerechtvaardigd (gerehabiliteerd) zijn.
Centraal in de theologie van het christendom staan: de in het Nieuwe Testament beschreven geboorte van Jezus (Kerstmis), zijn dood aan het kruis (Goede Vrijdag), de opwekking uit de dood (Pasen), de hemelvaart (Hemelvaartsdag), het neerdalen van de Heilige Geest op zijn discipelen (Pinksteren) en de terugkeer (de Wederkomst).
De opstanding uit de dood wordt door de meeste christenen letterlijk genomen. Deze gebeurtenis neemt in het christendom een cruciale plaats in, omdat het voor hen de uiteindelijke overwinning over de dood, en daarmee een open toekomst, tot uitdrukking brengt. Ook Paulus noemt in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe de letterlijk genomen opstanding van Jezus het centrale punt in het evangelie: "als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos".1 Korintiërs 15:12-22 Met andere woorden: het hele christelijke geloof staat of valt met de opstanding. Het is daarmee een zeer belangrijk symbool van de hoop op 'nieuw leven', 'leven na dit leven' en 'eeuwigheid bij God'.
Levensloop van Jezus volgens de Bijbel 300px|thumb|Het Isenheimer altaar, met scènes uit het levensverhaal van Jezus, door Matthias Grünewald (1512-1516) Om het levensverhaal van Jezus te reconstrueren gebruiken christenen de teksten die gaandeweg deel zijn gaan uitmaken van het Nieuwe Testament uit de Bijbel, en dan vooral de vier evangeliën: Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Elk evangelie heeft een eigen karakter. Het Johannes-evangelie wijkt het sterkst af. Hoewel een aantal verhalen bijna letterlijk overeenkomt, vooral bij Matteüs en Marcus, komen andere gebeurtenissen slechts in één of twee van de evangeliën voor.
De vier evangeliën gezamenlijk bevatten voor 4% verhalen over de geboorte en jeugd van Jezus, voor 62% verhalen over het optreden van Jezus inclusief de leer van Jezus (dat loopt door elkaar) en voor 32% het verhaal over de kruisiging en opstanding. Daarnaast zijn er nog enkele inleidende stukken die niet over Jezus' levensbeschrijving als zodanig gaan (de geslachtsregisters, het optreden van Johannes de Doper, de proloog van het evangelie van Johannes).
De geboorte van Jezus
left|thumb|Rust tijdens de vlucht (naar Egypte) van Adrian Ludwig Richter Volgens het Evangelie van Lucas woonden Jozef en Maria in Nazareth in de streek Galilea gelegen in het noorden van Israël, maar werd Jezus in Bethlehem (de stad van David) geboren, omdat omstreeks die tijd een Romeinse volkstelling werd gehouden. Iedere inwoner van het gebied waar Herodes de Grote (37 - 4 v. C.), de Romeinse vazalkoning, regeerde moest zich laten inschrijven in de oorspronkelijke geboortestad van de voorvaderen. Jozef, de verloofde van Maria, was een Judeeër die van koning David afstamde. Hij kwam oorspronkelijk uit Bethlehem. Daarom moest hij met Maria, die hoogzwanger was, naar Bethlehem reizen om zich te laten registreren. Ze probeerden daar onderdak te vinden. De herberg was overvol. Uiteindelijk werd Jezus geboren in een ruimte waar een voederbak (kribbe is een oud woord hiervoor) stond, wat volgens traditionele interpretaties betekent dat deze ruimte een veestal moet zijn geweest.Deze interpretatie wordt tegenwoordig in twijfel getrokken, aangezien kribbe een verkeerde vertaling zou zijn van het Griekse woord phatne, wat bewaarbak voor voedsel betekent. In die dagen zou een Jood hierbij direct aan bewaarbakken voor brood denken. Wat ook een toepasselijker symbolische betekenis heeft met betrekking tot Jezus als het brood des levens. Men kan zelfs een overeenkomst zien met de toonbroden die in de tabernakel bewaard werden als herinnering aan de exodus door de woestijn en symbool van God die in alle levensbehoeften voorziet.
Jozef en Maria kregen vervolgens bezoek van plaatselijke herders, die door een menigte engelen van de geboorte van de Messias op de hoogte waren gesteld.
Volgens het Evangelie van Matteüs kregen zij later bezoek van wijzen (Nieuwe Bijbelvertaling: magiërs, wat juister vertaald is) uit het Oosten, geleerden die een verre reis hadden ondernomen om de, door een nieuw ontdekte ster aangegeven, geboorte van een koning te verifiëren. Het aantal wijzen wordt niet genoemd in de Bijbel.Matt. 2:1-12
Herodes I was de koning van de vazalstaat Judea van het Romeinse Rijk. De wijzen brachten hem een bezoek ter nadere oriëntatie, omdat zij uit de stand van de ster begrepen dat er een koningszoon geboren moest zijn. Herodes ontbood daarop een aantal schriftgeleerden om nauwkeurig na te gaan in welke plaats deze koning kon zijn geboren. De schriftgeleerden konden op grond van een passage uit het oudtestamentische boek van de profeet Micha, aan de koning meedelen dat het om Bethlehem ging.
thumb|Jezus en Johannes de Doper als kind van Bartolomé Murillo Herodes liet de wijzen beloven hem te vertellen waar deze koning zich precies bevond, wanneer zij hem hadden gevonden. Herodes was namelijk direct beducht voor zijn troon toen hij vernam dat er een mogelijke concurrent was geboren en wilde dit gevaar in de kiem smoren. De wijzen werden echter in een droom gewaarschuwd dat Herodes kwaad in de zin had. Daarom gingen zij, nadat zij Jezus en zijn ouders hadden bezocht, via een omweg terug naar waar zij vandaan waren gekomen. Als voorzorgsmaatregel liet Herodes toen alle kinderen in Bethlehem van twee jaar en jonger vermoorden. Deze gebeurtenis staat bekend als de kindermoord van Bethlehem. Maar Jezus ontsnapte aan deze moordpartij, doordat zijn ouders tijdig met hem naar Egypte waren gevlucht, na in een droom te zijn gewaarschuwd. Na de dood van Herodes keerden zij niet naar Judea terug, maar zij trokken naar Galilea en vestigden zich toen in de Galilese plaats Nazareth.
Dateren van de geboorte van Jezus Aangezien Jezus werd geboren toen Herodes de Grote nog leefde, moet hij uiterlijk 4 v.Chr. zijn geboren. Omdat Herodes alle kinderen van twee jaar en jonger liet vermoorden, wordt het geboortejaar van Jezus traditioneel geplaatst tussen 6 v.Chr. en 4 v.Chr.
De jeugd van Jezus Over de jeugd van Jezus staat weinig in de Bijbel. Het Israëlitische gezin woonde in het dorp Nazareth in de provincie Galilea. De Bijbel verhaalt dat de jonge Jezus naar joods gebruik op de achtste dag werd besneden en werd opgedragen aan God in de tempel. Nadat zijn ouders hem op twaalfjarige leeftijd, bij een bezoek aan Jeruzalem, kwijtraakten en vervolgens terugvonden in de Tempel in Jeruzalem, waar hij discussieerde met de daar aanwezige schriftgeleerden, begrepen zij niet wat hij zei: "Wist U niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn" (Lukas 2:49). Verder is in het Evangelie van Lucas te lezen dat hij opgroeide, krachtig en wijs werd, en dat de genade Gods op hem was. Hij was dus niet wijs omdat hij Gods Zoon is, maar moest dit leren. Dat zegt ook Hebreeën 5:8: “heeft Hij toch gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij heeft geleden”. Lukas 3:23 vertelt dat hij ongeveer dertig jaar was toen hij aan zijn openbare optreden begon.
Jezus groeide op met familie. Hij wordt, tijdens zijn prediking in zijn geboortestreek, de timmerman genoemdMarcus 6:3 en men somt zijn verwanten op: Jacob, Jozef, Simeon en Juda en niet met name genoemde vrouwen. Deze worden zijn "broers en zussen" genoemd. Er is echter een overlevering die teruggaat tot de derde eeuw, dat Maria altijd maagd is gebleven. In dat geval zijn het óf kinderen uit een eerder huwelijk van Jozef geweest, óf verdere verwanten. De evangelisten vertellen dat Jezus' broers pas na zijn opstanding in hem gingen geloven. Omdat Jozef in de evangeliën geheel buiten beeld blijft, neemt men aan dat hij overleden is voor Jezus zijn prediking begon. Het gebruikte woord voor timmerman, tektoon, kan ook een andere werksoort in de bouw betekenen, bijvoorbeeld aannemer.Bijbelse Encyclopedie, Kok Kampen 1975, blz. 696; New Bible dictionary, IVP 1962-1987; R.T.France, p 575
Het openbare optreden van Jezus thumb|De doop van Christus van Piero della Francesca Het openbaar optreden van Jezus (door alle vier evangelisten beschreven) begint bij Johannes de Doper. Deze verzamelt veel aanhang bij de Jordaan en roept de mensen op tot berouw over hun zonden en tot bekering met het oog op het laatste oordeel en de naderende eindtijd. Sommige volgelingen van Johannes de Doper horen kennelijk bij de latere discipelen van Jezus. Ook Jezus laat zich door hem dopen, waarbij hij de Heilige Geest van God ontvangt in de gedaante van een duif welke Johannes op hem ziet neerdalen.
thumb|left|Jezus verjaagt geldwisselaars en kooplieden van het tempelplein- El GrecoAls Johannes de Doper later gevangengenomen en onthoofd wordt door koning Herodes Antipas (zoon van Herodus I), neemt Jezus zijn taak over. In tegenstelling tot Johannes predikt Jezus niet het oordeel maar de genade van God. De evangeliën verhalen over de tijd dat Jezus als een religieuze leraar en prediker door het door de Romeinen bezette Judea reist. Daarbij begon hij in Galilea en predikte in synagogen, maar ook op allerlei plaatsen in de buitenlucht. Hij ging onder meer ook openlijk om met algemeen geminachte mensen, zoals prostituees en tollenaars (belastinginners), in de ogen van de traditionele gelovigen verschoppelingen.
Zijn vriendelijkheid jegens deze twee groepen, de belastinginners en de prostituees, maakt hem tot een onbegrepen en omstreden persoon, die vooral werd gehekeld door de farizese schriftgeleerden, de meest fanatieke geloofsijveraars die dweepten en pronkten met de meest strikte naleving van de religieuze regels, zoals de joodse reinheidsregels. Hij toont zich ook barmhartig jegens de overspelige vrouw uit Johannes 8:1-11, bezoekt de tollenaar Levi in Marcus 2:13-17, en in Lukas 19:1-10 inspireert hij de tollenaar Zacheüs ertoe de helft van zijn bezittingen aan de armen te schenken.
Deze vriendelijkheid wordt echter door de gevestigde religieuze leiders geïnterpreteerd als een zwakte of zelfs een schande. Als een prostituee bijvoorbeeld Jezus' voeten komt zalven met parfum, spotten de religieuze leiders: "Als deze man echt een profeet was, zou hij weten dat de vrouw die hem aanraakte een zondares was" (Lucas 7:39).