Saint Lucia is een onafhankelijke eilandnatie in het Caribisch gebied. Het eiland, dat een landoppervlakte heeft van 606 km² en inwoners telt, behoort tot de Bovenwindse Eilanden en ligt ten noorden van Saint Vincent en de Grenadines en ten zuiden van Martinique.
Oorspronkelijk werd het eiland bewoond door de Arowakken en daarna door de Cariben, die zich jarenlang verzet hebben tegen de Europese kolonisten. De koloniale tijd werd gekenmerkt door de import van slaven uit Afrika om op de bananen- en suikerplantages te werken. Het bestuur over Saint Lucia vormde eeuwenlang een twistappel tussen de Fransen en de Engelsen, waardoor de kolonie veertien keer van eigenaar wisselde voordat ze uiteindelijk in Britse handen viel. Dit verlangen om Saint Lucia te bemachtigen, alsmede de schoonheid van het land, leverde Saint Lucia de bijnaam Helena van West-Indië op, naar de Griekse mythologische figuur Helena.
Op 22 februari 1979 werd het eiland onafhankelijk, met de Britse koningin Elizabeth II als staatshoofd van het Commonwealth realm. Tegenwoordig wordt Saint Lucia jaarlijks door honderdduizenden toeristen bezocht vanwege het aangename klimaat, de zandstranden en de natuur. Het toerisme is dan ook de belangrijkste tak geworden van de Saint Luciaanse economie. In 2022 werd Charles III koning van Saint Lucia.
Geografie Ligging en landschap miniatuur|De Petit Piton. Saint Lucia is een eiland in het Caribisch gebied en maakt deel uit van de Bovenwindse Eilanden. Het eiland ligt 42 km ten noorden van Saint Vincent en de Grenadines, waarvan het gescheiden wordt door de Saint Vincentpassage, 37 km ten zuiden van Martinique, waarvan het gescheiden wordt door de Saint Lucia Channel, en 180 km ten noordwesten van Barbados. Saint Lucia wordt omringd door de Caribische Zee in het westen, de Atlantische Oceaan in het oosten, de Straat van Saint Lucia in het noorden en de Passage van Saint Vincent in het zuiden.
Het eiland is maximaal 43,5 km lang en 22,5 km breed. De kustlijn is in totaal 158 km lang en de totale oppervlakte bedraagt 616 km².De totale oppervlakte van Saint Lucia bedraagt 616 km² (zie bijvoorbeeld het CIA World Factbook, ), haalt men hier het wateroppervlak vanaf, dan komt men op een landoppervlak van 606 km². Het Demographic Yearbook van de VN () vermeldt echter een oppervlakte van 539 km² omdat het Central Forest Reserve, als zijnde een onbewoonbaar gebied, niet meegerekend wordt. Daarmee is het land ongeveer 3,5 keer zo groot als het eiland Texel. Naast het hoofdeiland behoren tot Saint Lucia ook een paar zeer kleine eilandjes die vlak voor de Saint Luciaanse kust liggen. Het bekendste eiland is het 0,17 km² grote Pigeon Island dat sinds 1972 met het hoofdeiland verbonden is.
Saint Lucia is net als de meeste andere Bovenwindse Eilanden opgebouwd uit vulkanische rots, maar het eiland is wel veel bergachtiger dan de meeste andere Caribische eilanden. Het hoogste punt is de 950 meter hoge Mount Gimie. Deze berg bevindt zich in het bergachtige met regenwouden bedekte binnenland. Aan de zuidwestkust van het eiland liggen twee vulkanische pluggen, de Pitons, die op de werelderfgoedlijst van de UNESCO staan. De Pitons maken net als de Sulphur Springs deel uit van de caldera Qualibou (ook wel Soufrière Volcanic Centre genoemd), die 32.000 tot 39.000 jaar geleden ontstaan is door een grote eruptie. De laatste eruptie van de Pitons, een freatische eruptie, stamt uit 1766. http://www.uwiseismic.com/General.aspx?id=74 - Website van de University of the West Indies, geraadpleegd op 15 oktober 2011. Tussen de vele bergen in bevinden zich vruchtbare valleien, waar zich onder andere bananenplantages bevinden en waardoor de vele rivieren stromen die vanuit het binnenland naar de kust lopen. Aan de kust liggen diverse zandstranden.
De grootste plaats op Saint Lucia is Castries aan de noordwestkust van het eiland. Castries is de hoofdstad van Saint Lucia en hier woont een derde van de bevolking. De andere grotere plaatsen liggen ook aan de kust. Soufrière ligt in het westen, Gros Islet in het noorden en Vieux Fort in het zuiden. Het centrale deel van het eiland is slechts dunbevolkt.
Klimaat Saint Lucia ligt in de tropische zone en heeft een tropisch regenwoudklimaat (Af-klimaat). Het is over het algemeen warm, maar de temperatuur wordt op de stranden aan de noordkant van het eiland enigszins gematigd door de noordoostelijke winden. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur ligt op 27 °C. In Castries, dat op 205 m boven zeeniveau ligt, varieert de maximumtemperatuur van 31 °C in de warmste maand (september) tot 27 °C in de koudste maand (januari). De minimumtemperatuur varieert er van 24 °C in januari tot 27 °C in juni. In het hoger gelegen binnenland liggen de temperaturen over het algemeen wat lager.
Het regenseizoen op Saint Lucia begint in juni en duurt tot december, waarna het drogere seizoen begint. De gemiddelde jaarlijkse neerslag bedraagt 2300 mm aan de kust tot 3800 mm in het binnenland (ter vergelijking: in Nederland en België ligt het gemiddeld rond de 800 mm per jaar). Het land wordt soms getroffen door orkanen, maar van de zwaarste orkanen blijft het gebied meestal bespaard. De hevigste orkaan in de recente geschiedenis was de orkaan Allen, die in 1980 het landbouwgebied zwaar trof en 27 mensen het leven heeft gekost. De kans op orkanen is het grootst in de maanden juli en augustus.
Flora en fauna De combinatie van veel zonneschijn, veel regenval en een vruchtbare bodem zorgen voor een grote verscheidenheid aan tropische flora, waaronder de hibiscus, de flamboyant, de plumeria, de magnolia, de orchidee, de jasmijn en de bougainvillea. Het tropische regenwoud bestaat verder uit onder andere de Swietenia mahagoni (mahonieboom) en de rubberboom. Ongeveer 28% van het landoppervlak is bebost.
Er bevinden zich geen grote dieren op Saint Lucia. Veelvoorkomende dieren zijn vleermuizen, leguanen en diverse soorten kleine slangen. Daarnaast zijn er ook knaagdieren als agoeti's en zuidelijke opossums. De megalomys luciae leefde alleen op Saint Lucia, maar is in de tweede helft van de 19e eeuw uitgestorven. In de centrale hooglanden zitten veel vogels, waaronder tirannen, kolibries, duiven, Saint Luciaanse grondvinken en de zeer zeldzame, mogelijk al uitgestorven Sempers zanger (leucopeza semperi). De beroemdste vogel van het eiland is echter de Sint-Lucia-amazone (Amazona versicolor), die dankzij speciale beschermingsmaatregelen voor uitsterven is behoed.
In de zeeën rondom Saint Lucia zitten onder andere zeekreeften, schildpadden, zeeslakken, Caribische lamantijnen, dolfijnen en vele verschillende soorten vissen, zoals blauwe marlijnen, tarpons, gratenvissen en barracuda's.
Net zoals op vele eilanden het geval is, worden veel oorspronkelijke, inheemse planten en dieren van St. Lucia sterk verdrukt door invasieve soorten planten en dieren (exoten) zoals mangoesten. Dit heeft grote gevolgen voor zowel land- en tuinbouw als de biodiversiteit.https://web.archive.org/web/20150402190825/http://www.ciasnet.org/2013/03/07/invasive-alien-species-confronting-the-threat/ Voedselveiligheid en behoud van biodiversiteit zijn dan ook een belangrijke onderwerpen voor de overheid.
Geschiedenis Prekoloniale tijd De oorspronkelijke bewoners van Saint Lucia waren de Arowakken. Zij zijn waarschijnlijk tussen 200 en 400 na Christus vanuit Zuid-Amerika naar het eiland geëmigreerd. Zij noemden het eiland Iouanalao, dat land van de leguanen betekent. Op het eiland zijn op verschillende plaatsen aardewerken potten teruggevonden uit de Arowakkentijd.
Tussen 800 en 1000 hebben de Cariben langzaamaan de plaats van de Arowakken ingenomen. Zij noemden het eiland Hewanarau, en later Hewanorra. De Cariben hadden een complexe samenleving opgebouwd op het eiland met koningen en sjamanen. Ook beschikten ze over kano's waar meer dan 100 mensen in konden en snel genoeg waren om een zeilschip bij te kunnen houden. Door de Europeanen werden de Cariben gevreesd om hun strijdlust.
Koloniale tijd miniatuur|Kaart van Saint Lucia uit 1758 Het is onduidelijk wanneer de eerste Europeanen in Saint Lucia aankwamen. Mogelijk zette Columbus in 1492 al voet aan wal, maar dat kan ook omstreeks 1500 geweest zijn.
Het verhaal over de oorsprong van de naam Saint Lucia gaat terug op Franse schipbreukelingen die op 13 december 1502 op Saint Lucia zouden zijn gestrand. Deze Franse zeelui zouden het eiland Sainte Alousie genoemd hebben, naar de heilige Lucia van Syracuse, omdat 13 december de naamdag van deze heilige is. De waarheid van dit verhaal wordt in twijfel getrokken, maar wel staat vast dat op Spaanse documenten uit 1511 het eiland wordt geclaimd voor de Spaanse Kroon onder de naam Sancta Lucia.
De Franse piraat François Le Clerc, die vanwege zijn houten been bekendstond onder de naam Jambe de Bois (Houtenbeen), bezocht Saint Lucia herhaaldelijk in de jaren 1550. Zowel de Nederlanders, de Engelsen, als de Fransen probeerden in de 17e eeuw een handelspost op te zetten op Saint Lucia, maar ze stuitten allemaal op hevig verzet van de Cariben. Rond 1600 werd door de Nederlanders het eerste Europese kamp gebouwd in wat nu Vieux Fort heet. In 1605 raakte het Engelse schip Olive Branch door de wind uit koers op zijn weg naar Guyana. De 67 opvarenden begonnen een nederzetting op Saint Lucia, maar na vijf weken waren er, door ziekte en conflicten met de Cariben, nog maar 19 van hen in leven en ontvluchtten ze het eiland.
In 1635 claimden de Fransen het eiland, maar het waren de Engelsen die in 1639 weer probeerden een nederzetting te bouwen op Saint Lucia. Ook ditmaal werden de Engelsen echter weer snel verdreven door de Cariben.
In 1643 slaagde de gouverneur van Martinique, Jacques Dyel du Parquet, er als eerste Europeaan in om een permanente nederzetting te bouwen op Saint Lucia. De eerste gouverneur werd De Rousselan. Hij trouwde met een Caribische vrouw en bleef tot aan zijn dood in 1654 op het eiland wonen. In 1660 werd er een verdrag met de Cariben gesloten.
In 1664 claimde Thomas Warner (de zoon van de gelijknamige gouverneur van Saint Kitts) Saint Lucia voor Engeland. Hij bracht 1000 man naar het eiland om het te verdedigen tegen de Fransen, maar van hen waren er, voornamelijk door toedoen van ziektes, na twee jaar nog slechts 89 in leven. In 1666 kwamen de Fransen terug en herwonnen ze de controle over het eiland. Sindsdien is het eiland diverse malen van de Fransen op de Engelsen en vice versa overgegaan naar aanleiding van verschillende verdragen en veroveringen, maar de Franse nederzetting bleef bestaan en halverwege de 18e eeuw was het eiland de facto een Franse kolonie.
miniatuur|links|160px|Postzegel uit 1953 ter gelegenheid van de kroning van koningin Elizabeth II
Zowel de Fransen als de Engelsen vonden Saint Lucia aantrekkelijk voor de suikerindustrie. Deze werd in 1765 door de Fransen opgezet, nadat ze in 1763 Saint Lucia hadden verkregen bij de Vrede van Parijs (de Britten hadden het eiland in 1762 nog op de Fransen veroverd). Tijdens de Slag bij Morne de la Vierge op 18 december 1778, die volgde op de Slag bij Saint Lucia, werd het eiland weer door de Britten bezet. Bij de Vrede van Parijs van 1783 kwam Saint Lucia echter alweer toe aan Frankrijk.
Na de Franse Revolutie werd er een revolutionair tribunaal naar Saint Lucia gestuurd onder aanvoering van kapitein La Crosse, met als opdracht om met de guillotine diverse royalisten te executeren. In 1794 verklaarde de gouverneur alle slaven op het eiland vrij. Een korte tijd later vielen de Britten Saint Lucia binnen als reactie op de zorgen van rijke plantagehouders over de beslissing de slaven vrij te verklaren. Na jarenlange gevechten, waarbij in 1796 Castries voor een groot deel afbrandde, werd de slavernij hersteld. De Britten wonnen in 1803 en verkregen Saint Lucia in 1814 definitief. In 1807 schaften de Britten de slavenhandel af, maar de slavernij zelf werd pas in 1834 afgeschaft.
Zelfbestuur en onafhankelijkheid