Het heiligbeen, . Pinkhof Geneeskundig woordenboek, 2012. 12e druk of os sacrum Federative Committee on Anatomical Terminology. Terminologia Anatomica, 1998. is het grootste bot van de wervelkolom. Het is driehoekig van vorm, breed aan de bovenkant en versmallend naar onderen toe, An illustrated medical dictionary, 1891-1893. en bestaat uit vijf samengegroeide wervels, S1-5. Het ligt tussen de lendenwervels en het staartbeen. Door vier paar openingen komen zenuwen naar buiten. Het heiligbeen vormt een gewricht met het darmbeen. Dit gewricht is naar de Latijnse namen van beide botten genoemd, os sacrum en os ilium, en heet het SI-gewricht, sacro-iliacaal gewricht. In het SI-gewricht kunnen bewegingen om drie assen worden waargenomen: transversaal: nutatieNutatie en contra-nutatie bij bekkenklachten, 17 februari 2017. op Facebook. Gearchiveerd op 22 november 2022. en contranutatie, antero-posterieur: lateroflexie en verticaal: rotatie.
Naamgeving De Latijnse naam os sacrum . Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen, 1895 Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.), 1941. is een vertaling van de Oudgriekse naam ἱερόν ὀστοῦν, hierón ostoun. Deze naam komt voor bij de Griekse arts Galenus. en . A Greek-English Lexicon, revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of Roderick McKenzie, 1940. Zowel os als ὀστέον betekenen been of bot en zowel sacrum als ἱερόν betekenen heilig. en . A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary, 1879.
Het os sacrum wordt als grootste wervel bij de oude Grieken ook μέγας σπόνδυλος, mégas spóndulos . Lehrbuch der Anatomie des Menschen. Mit Rücksicht auf physiologische Begründung und praktische Anwendung, 1875. genoemd, van μέγας, groot en σπόνδυλος, wervel. In het Latijn komt overeenkomstig ook de naam vertebra magna voor, van vertebra, wervel en magna, groot. De vervorming van μέγας σπόνδυλος naar ἱερόν ὀστέον kan worden verklaard uit het veelvoorkomende gebruik in het Oudgrieks om voor μέγας, groot, ook ἱερός, heilig, te gebruiken'. Een andere bron verklaart ἱερόν echter vanuit het oude geloof dat dit bot onverwoestbaar zou zijn.
Behalve de bovengenoemde begrippen kwam men bij de oude Grieken het begrip κλόνις, klonis voor het heiligbeen tegen, in de anatomisch-Latijnse variant als clonis. Dit is onder andere terug te vinden bij de Griekse dichter Antimachus. Dit begrip is verwant aan het Latijnse clunes, billen. Het heiligbeen, maar ook de vijf wervels daarin, wordt in het Latijn ook ossa clunium, ossa, beenderen en clunium, van de billen, genoemd, maar ook het os latum genoemd, van latum, breed.
thumb|vooraanzicht thumb|bekken met heiligbeen zichtbaar in het midden
Categorie:Bekkengordel