thumb|250px|Hettitische strijdwagen (tekening van een Egyptisch reliëf) thumb|250px|Historische kaart van de verspreiding van de strijdwagen (bij benadering), 2000–500 v.Chr. Een strijdwagen is een door paarden, onagers, ossen of muildieren getrokken voertuig. De strijdwagen werd gedurende de Brons- en IJzertijd gebruikt in de oorlogvoering, en later nog voor reizen, processies en in spellen nadat zijn militaire rol was uitgespeeld. De cruciale uitvinding die de bouw van lichte, door paarden getrokken strijdwagens voor gebruik in de strijd mogelijk maakte was het spaakwiel in plaats van het oudere massieve wiel. In deze periode konden de meeste paarden het gewicht van een krijger niet dragen; het oorspronkelijk wilde paard was niet groter dan een grote pony. Wagens waren in de strijd alleen praktisch inzetbaar op tamelijk vlak, open terrein. Toen de paarden geleidelijk groter en sterker werden door selectief fokken, werd de strijdwagen verdrongen door de bereden cavalerie. De vroegste strijdwagens met spaakwielen zijn te dateren vanaf circa 2000 v.Chr.. Het gebruik hiervan bereikte een hoogtepunt rond 1299 v.Chr. (zie de Slag bij Kadesh). Wagenrennen bleven tot de 6e eeuw populair in Constantinopel.

In de moderne oorlogvoering wordt de tactische rol van de strijdwagen overgenomen door de tank of het pantserinfanterievoertuig. In de Eerste Wereldoorlog, net voor de introductie van de eerste tanks, waren motorfietsen met een machinegeweer dat op een zijspan bevestigd werd en pantserwagens de gemotoriseerde versies van de strijdwagen. De Russische Tatsjanka kan gezien worden als een korte herintroductie van de door paarden getrokken strijdwagens, gewapend met machinegeweer, maar deze waren eerder een lichte versie van de bereden artillerie die de Europese slagvelden meer dan honderd jaren heeft gekenmerkt.

Vroegste vormen 500px|thumb|Reliëf van vroege strijdwagens op de standaard van Ur, ca. 2600 v.Chr.De vroegste afbeelding van deze voertuigen in de context van oorlogvoering is op de standaard van Ur in zuidelijk Mesopotamië, ca. 2600 v.Chr. De afgebeelde voertuigen zijn meer - nog steeds dubbelassige - karren dan strijdwagens, getrokken door ossen, getemde ezels of onagers. Hoewel er soms een speerwerper en een wagenmenner op stond, waren dergelijke zware met huiden bedekte proto-strijdwagens waarschijnlijk deel van de achterhoede (bijvoorbeeld in koninklijke begrafenisstoeten) in plaats van wagens voor de strijd zelf. De Sumeriërs hadden ook een lichter, tweewielig type strijdwagen, getrokken door vier onagers, maar die had nog altijd massieve houten wielen. Het zesspakig wiel zou niet eerder dan rond het midden van het tweede millennium v.Chr. in Mesopotamië verschijnen.

Indo-Iraniërs thumb|250px| De vroegste bekende volledig ontwikkelde strijdwagens zijn die uit de strijdwagengraven van de Sintasjta-Petrovkacultuur in het huidige Rusland en Kazachstan vanaf circa 2000 v.Chr. Deze cultuur is op zijn minst deels afgeleid van de vroegere jamnacultuur. Men bouwde zwaar versterkte nederzettingen, hield zich bezig met een bronsmetallurgie op een tot dan toe ongeziene schaal en hadden complexe begrafenisrites die doen denken aan de Arische rituelen bekend van de Rig-Veda. De strijdwagengraven van Sintasjta-Petrovka bevatten strijdwagens met spaakwielen. De Andronovocultuur zou zich over de volgende eeuwen verspreiden over de steppen van de Oeral tot de Tiensjan, waarschijnlijk overeenkomstig de vroege Indo-Iraanse culturen die zich uiteindelijk zou verspreiden naar Iran en India in de loop van het 2e millennium v.Chr..

Strijdwagens spelen een prominente rol in de Indo-Iraanse mythologie. Strijdwagens zijn eveneens een belangrijk onderdeel van zowel Hindoe- als Perzische mythologie, met de meeste goden van hun pantheon afgebeeld als rijdend in een strijdwagen. Het Sanskrietwoord voor een strijdwagen is ratha, gemeenschappelijk Proto-Indo-Europees woord voor "wiel" dat ook in het Latijnse rota en het Germaanse rad doorklinkt.

Er zijn enkele afbeeldingen van strijdwagens onder de petrogliefen in de zandsteen van de Vindhyabergketen. Twee afbeeldingen van strijdwagens zijn gevonden in Morhana Pahar, in het Mirzapurdistrict. De ene toont een groep van twee paarden, met het hoofd van één menner zichtbaar. De andere wordt getrokken door vier paarden, heeft zesspakige wielen, en toont een rechtopstaande menner in een grote strijdwagenbak. Deze strijdwagen wordt onder vuur genomen, met een figuur die een schild hanteert en een staf in haar pad, en een andere figuur bewapend met pijl-en-boog die zijn rechterflank bedreigt.

De suggestie is gemaakt dat de afbeeldingen een inval weergeven, zeer waarschijnlijk daterend uit de vroege eeuwen v.Chr., vanuit een centrum in de Ganges–Yamunavlakte in het gebied van nog in een neolithisch stadium vertoevende jagende stammen.(, 1985, p. 87.) De afbeeldingen zouden dan een weergave zijn van een vreemde technologie, vergelijkbaar met het Arnhemland waar Aboriginalrotsschilderingen westerlingen afbeelden. De zeer realistische strijdwagens gegrift in de Sanchistoepa's worden ergens in de 1e eeuw gedateerd.

China De oudste strijdwagen in China werd ontdekt in 1933 te Hougang, in een graf nabij Anyang in Henan en dateert uit de regeerperiode van koning Wu Ding van de Shang-dynastie (ca. 1200 v.Chr.). Waarschijnlijk kende men al strijdwagens tijdens de Xia-dynastie (17e eeuw v.Chr.).China Daily, 14 maart 2002. Tijdens de Shang-dynastie, werden leden van de koninklijke familie begraven met een volledig huishouden en slaven, inclusief een strijdwagen, paarden, en een wagenmenner. Een Shang-strijdwagen werd vaak getrokken door twee paarden, maar er zijn er ook vierspannen gevonden in graven. Een eenheid bestond uit een boogschutter, een menner, en soms een derde gewapend met een speer of een dolk-bijl. Van de 8e tot de 5e eeuw, bereikte het gebruik van strijdwagens in China zijn piek.

De strijdwagen werd overbodig in de Periode van de Strijdende Staten. De voornaamste oorzaak hiervoor was de uitvinding van de kruisboog en het overnemen van nomadische cavalerie (bereden boogschutters), die effectiever was.

Oude Nabije Oosten Hettieten De oudste getuigenis van strijdwagens in oorlogvoering in het Oude Nabije Oosten is de Oud-Hettitisch Anittatekst (18e eeuw v.Chr.), die 40 groepen met paarden (40 ṢÍ-IM-DÌ ANŠE.KUR.RAḪI.A) bij de belegering van Salatiwara vermeldt. Daar enkel groepen zijn vermeld in plaats van expliciet strijdwagens, wordt de aanwezigheid van eigenlijke strijdwagens in de 18e eeuw als enigszins onzeker beschouwd. De eerste zekere bevestiging van strijdwagens in de Hettitische Rijk dateert van de late 17e eeuw (Hattusili I). Een Hettitische paardentrainingstekst bleef bewaard en is toegeschreven aan een zekere Kikkul uit Mitanni (15e eeuw v.Chr.).

De Hettieten waren vermaarde wagenmenners. Zij ontwikkelden een nieuw strijdwagentype, dat lichtere wielen had, met vier spaken in plaats van acht en die drie, in plaats van twee, strijders kon vervoeren. De Hettitische welvaart hing grotendeels af van hun controle over handelsroutes en natuurlijke hulpbronnen, meer bepaald, metalen. Toen de Hettieten de heerschappij over Mesopotamië verkregen, flakkerden spanningen tussen de naburige Assyriërs, Hurrieten en Egyptenaren op. Onder Suppiluliuma I veroverden de Hettieten Kadesj en uiteindelijk geheel Syrië. De slag bij Kadesh in 1299 v.Chr., waarin ongeveer vijfduizend wagens betrokken waren, is waarschijnlijk de grootste strijdwagenslag ooit geweest.

Egypte thumb|Relief van Ramses II in Aboe Simbel vechtend in de slag bij Kadesh. Merk op dat er twee boogschutters in de strijdwagen rijden, waarvan een de teugels om zijn lijf heeft gebonden om zijn handen vrij te maken. thumb|Gereconstrueerde fresco van een strijdwagen die twee Myceense vrouwen uit Tiryns vervoert, circa 1200 v.Chr. thumb|Sanherib, koning van Assyrië De strijdwagen, tezamen met het paard zelf, werd in het Oude Egypte geïntroduceerd gedurende de regering van de Hyksosdynastie in de 16e eeuw v.Chr. In wat ons rest van de Oud-Egyptische en Assyrische kunst zijn er talrijke afbeeldingen van strijdwagens, waarop men kan zien met welke rijkdom ze soms bekleed waren. De strijdwagens van de Egyptenaren en de Assyriërs, voor wie de boog het voornaamste aanvalswapen was, waren rijkelijk voorzien van pijlkokers vol met pijlen. De Egyptenaren vonden rond 1500 v. Chr het jukzadel voor strijdwagens uit. De best bewaarde exemplaren van Egyptische strijdwagens zijn de zes strijdwagens uit de tombe van Toetanchamon.

Myceners De Myceners maakten duidelijk gebruik van stijdwagen in hun gevechten. Administratieve lijsten in Lineair B, vooral in Knossos (op Kreta), vermelden strijdwagens (wokha) en hun reserve-onderdelen en equipage. Ze maakten ook een onderscheid tussen ineengezette en niet ineengezette strijdwagens. Het Lineair B-ideogram voor een strijdwagen (B240, Ì) is een abstracte tekening, die twee vierspakige wielen toont. De strijdwagens geraakten in onbruik met het eind van de Myceense beschaving, en zelfs in de Ilias gebruiken de helden de strijdwagens slechts als transportmiddel, en stappen af alvorens de vijand tegemoet te treden in de strijd. Strijdwagens werden enkel behouden in rennen tijdens publieke feesten, of voor processies, zonder blijkbaar enige verandering te ondergaan, met een vorm die overeenkwam met de beschrijving van Homeros, hoewel het licht van bouw was, daar het enkel de wagenmenner moest dragen. De Ilias beschrijft ook een strijdwagenren, bij de begrafenis van Patroclos (Ilias XXIII 262–613.).

Strijdwagens in de Bijbel Strijdwagens worden vaak vermeld in het Oude Testament, in het bijzonder door de profeten, als oorlogsinstrument of als symbolen van macht en glorie. Het eerst vermeld in het verhaal van Jozef (Genesis 50:9), "ijzeren strijdwagens" worden tevens vermeld in Jozua (17:16,18) en Richteren (1:19,4:3,13) als wapen van de Kanaänieten. I Samuel 13:5 vermeldt (met overdreven aantallen) strijdwagens van de Filistijnen, die soms geïdentificeerd worden met de Zeevolkeren of Myceners. Enkele voorbeelden uit de Nieuwe Bijbelvertaling (2004): Vriendin van mij, met een merrie voor farao’s wagen vergelijk ik jou! (Hooglied 1:9.) Ze vulden hun land met zilver en goud, hoe meer schatten, hoe beter. Ze vulden hun stallen met paarden, hoe meer wagens, hoe beter. (Jesaja 2:7.) Daar doemt de vijand op, als een jagende wolk, zijn wagens razen als een wervelwind, zijn paarden gaan sneller dan adelaars. "Wee ons! Het is met ons gedaan." (Jeremia 4:13.)

Mesopotamië tijdens de ijzertijd Waarschijnlijk doordat de Hettieten en Mitanni hem gebruikten, had de strijdwagen zich rond het 1e millennium v.Chr. over geheel Mesopotamië en Elam verspreid. Bij de Assyrische en Babylonische oorlogsvoering werd er nog steeds zeer veel gebruik van gemaakt, hoewel de bruikbaarheid ervan tijdens de late Bronstijd voorbij was. De strijdwagen werd meer een symbool van militaire macht en het voertuig waarop koningen en veldheren het slagveld inspecteerden.

Het Perzische Rijk volgde rond het midden van het 1e millennium Elam op. Zij waren misschien wel de eerste om vier (in plaats van twee) paarden voor hun strijdwagens te spannen. Ze ontwikkelden bovendien een type strijdwagen met scherpe, sikkelvormige uiteinden aan de wielassen (Perzische strijdwagens). Cyrus de Jongere gebruikte deze strijdwagens in groten getale. Herodotus vermeldt dat de Indussatrapie cavalerie en strijdwagens leverde voor Xerxes' leger. Desalniettemin, rond deze tijd was cavalerie veel effectiever en wendbaarder dan de strijdwagen, en de nederlaag van Darius III in de slag bij Gaugamela (331 v.Chr.), waar het leger van Alexander eenvoudigweg hun linie opende om de strijdwagens door te laten en vervolgens hen van achter aan te vallen, betekende het einde van de periode van de strijdwagen.

Noord-Europa left|thumb|150px|Een petroglief in het graf van Kivik, ca 1000 v.Chr.