Haroen ar-Rashid, Haroun ar-Rashid of Harun ar-Rasjid (Ray, ca. 766 - Toes, 24 maart 809) was kalief uit de dynastie van de Abbasiden. Onder zijn bewind bloeiden kunst en wetenschap. Ar-Rashid betekent 'de rechtvaardige' of 'de welgeleide'. Haroen is de Arabische versie van de voornaam Aäron.

Hij stichtte onder andere de door Sjiieten als heilig beschouwde stad Najaf in 791. Bagdad kreeg een bibliotheek, een universiteit en een vertalingscentrum. Hij nam van zowel de Perzen als van de Byzantijnen verschillende bestuurstechnieken over en liet irrigatiewerken aanleggen om de grondopbrengst te vergroten.

Familie Haroen ar-Rashid was de zoon van Muhammad bin Abdullah al-Mahdi (zoon van Jaffar al-Mansour, de stichter van Bagdad). Zijn moeder was Khaizuran van Jemenitische afkomst, een 'geschenk' van Mansour dat hij kocht in Mekka en aan zijn zoon Mahdi gaf met de opdracht aan haar om kinderen te krijgen. Khaizuran vergiftigde na Mahdi's overlijden (mogelijk werd hij door zijn favoriete concubine Hasanah vergiftigd) Haroens oudere broer Al-Hadi, nadat deze eerder zelf geprobeerd had zijn moeder en broer te vergiftigen.

Haroen ar-Rashid huwde zijn nicht Zubaidah. Hun grootvader Mansour had haar die naam ('klein boterklontje') als bijnaam gegeven. Ook zij werd in de sprookjes van Duizend-en-een-nacht vereeuwigd. Zij was de dochter van Khaizurans oudere zus Salsal, die Jaffar, Mahdi's halfbroer, verleidde. Moslims wordt vier wettige vrouwen toegestaan en al gauw na zijn troonsbestijging waren Azizah, dochter van Khaizurans broer Ghitrif, Ghadir, Hadi's vroegere concubine en Zubaidah zijn drie echtgenotes. Na de dood van Azizah en Ghadir trouwde Haroen ar-Rashid met Umm Mohammed, Abbasah en een meisje uit de familie van Othman, maar Zubaidah bleef zijn favoriete echtgenote.

Abassah en Ulaiyah waren zusters van hem.

Haroen ar-Rashid had veertien zonen, maar al gauw werd besloten dat alleen de twee oudste in aanmerking zouden komen voor de troonsopvolging: Abdallah (Al-Ma'moen) en Mohammed (Al-Amin). Abdallah, geboren in de nacht van 13 op 14 september 786, was de zoon van de Perzische slavin Marajil en de tweede werd zeven maanden later geboren in april 787 als zoon van Zubaidah. Zubaidahs zoon Amin was eerste in de lijn van troonopvolgers, al werd hij door Haroen ar-Rashid minder geschikt en deugdzaam geacht dan zijn oudere halfbroer.

De Sogdische slavin Maridah schonk hem vijf kinderen, waaronder Mamuns opvolger Al-Mutasim.

Leven Jeugd en opleiding Haroen ar-Rashid werd in februari 766 in Ray in Khorasan geboren, maar op zijn derde of vierde verhuisde hij met zijn vader Mahdi mee naar Bagdad, waar hij van zijn vijfde of zesde jaar tot zijn vijftiende onderwijs kreeg. Respect voor geestelijke zaken werd de prinsen van de Abassieden dynastie vanaf hun vroegste jeugd bijgebracht. Studie van de Koran, filosofie en wetgeving werd hoog gewaardeerd. De beschaving van de Abassieden had een hoog intellectueel niveau en bewaarde voor het Westen de erfenis van de Oudheid. Kitai, een vermaarde intellectueel, was Haroens 'gouverneur', die leiding had over zijn leraren. Haroens mentor was Yahya de Barmakied, die hij 'vader' noemde. Yahya was de zoon van Khalid ibn Barmak, onder wiens leiding de Barmakiden deelnamen aan de revolutie van de Abassieden om de dynastie van de Omajjaden omver te werpen. De naam Barmakied kwam van het Sanskriet Pramukha (leider, hoofdadministrateur). De Barmakieden hadden waarschijnlijk als hogepriesters van de boeddhistische tempel in Nawbahar (Nava Vihara, nieuw klooster) in Balkh een belangrijke positie gehad in Bactria, maar hadden zich tijdens de laatste jaren van de regering van de Omajjaden tot de Islam bekeerd.

Troonsbestijging Toen Haroen ar-Rashid in september 786 kalief werd, benoemde hij Yahya tot vizier. Ook diens twee zonen Fadl en Jaffar deelden de functie van hun vader als vizier. Yahya had nog twee zonen: Musa en Mohammed. Musa werd gouverneur van Syrië en Mohammed droeg net als zijn broer de titel emir. Yahya's broer Mohammed ibn Khalid was negen jaar op een rij 'kamerheer' van de kalief. De moeder van de jonge kalief Khaizuran stierf in 789 op vijftigjarige leeftijd. Haroen ar-Rashid woonde in zijn paleis al-Khuld, dat zijn vader Mahdi op de oever van de Tigris had gebouwd. Het was de privé-woning van de 'Bevelhebber van de Gelovigen' en het centrum van het officiële leven van het rijk.

Harem Zijn vrouwen en kinderen leefden in de harem. Hij had er tweehonderd vrouwen, waarvan er twintig hem kinderen schonken. De vrouwen in zijn harem waren van Arabische, Circassische, Turkse en Griekse afkomst. Zo waren er Dhat al-Khal (schoonheidsvlekje), Sihr (charme), Diya (pracht), Hailana (waarschijnlijk Helena, een Griekse) en de Arabische Inan.

Ondergang van de Barmakiden Om verschillende redenen verloren de Barmakiden aan Haroen ar-Rashids hof het vertrouwen van de kalief. Jaffar de Barmakied was de boezemvriend van de kalief geweest. Jaffar was ontwikkeld, een getalenteerd kalligraaf, jurist, auteur en spreker. Hij werd de gouverneur van Egypte en werd naar Syrië gestuurd om er de vrede te bewaren. Zijn belangrijkste functie was aan het hof, waar hij vaak met zijn vader Yahya en broer Fadl rechtsprak. Hij was enige jaren de drager van het 'grote staatszegel', droeg bevel over de wacht van de kalief, was hoofd van de geheime inlichtingendienst (barid) en zo meer. Uiteindelijk werd Jaffar belast met de opvoeding van Mamun. Waarschijnlijk speelde zijn populariteit bij de bevolking van Bagdad mee bij zijn ondergang. Jaffars broer Fadl had zelfs meer ervaring, kennis van handel en was daarbij minder hedonistisch, hij dronk minder wijn. Hij nam een tijd de plaats in van zijn vader Jahya als hoofd van de regering en hield het staatszegel vóór Haroen ar-Rashid dat aan Jaffar gaf. Hij nam de taken van gouverneur waar en was bevelhebber bij militaire expedities. Hij was gouverneur van Khorasan, waar hij vrede bewerkstelligde en populair was.

Hun grote tegenstander werd Fadl ibn al-Rabi. Zijn vader Rabi al-Yunus was van eenvoudige afkomst, maar was opgeklommen tot de hoge post van kamerheer en vizier aan Mansours hof. Fadl ibn al-Rabi zou Haroen ar-Rashids rechterhand worden. Hij kreeg het staatszegel en werd in 795 tot kamerheer benoemd en in 803 na de ondergang van de Barmakiden tot vizier. Hij werd door Zubaidah, de favoriete vrouw van Haroen ar-Rashid, erg gewaardeerd.

Haroen ar-Rashid probeerde de concurrentiestrijd tussen zijn twee oudste zonen in Mekka op te lossen en reisde januari 802 terug naar Raqqa, waar hij zich de laatste 13 jaar van zijn regering heeft gevestigd. Er werd in al-Umr bij Anbar enige dagen halt gehouden en op de vierde dag riep de kalief Yahya en diens zonen Fadl, Jaffar en Musa bij zich en gaf hen eremantels om de geruchten uit de wereld te helpen dat ze uit de gratie waren geraakt. Een paar uur later volgde de tragedie. Haroen zei tegen Jaffar zich te vermaken, net als hij in zijn harem zou doen en Haroen begon er te drinken. Hij stuurde iemand naar Jaffar om te kijken of die zich ook vermaakte, maar Jaffar ging onder melancholie gebukt. Jaffar werd bevolen een banket aan te richten en te drinken. Vol vrees gaf Jaffar orders om een banket aan te richten. Rond middernacht verliet Haroen de tent van zijn vrouwen en riep Mesrur de eunuch bij zich en beval hem Jaffar naar zijn tent mee te vragen en daar zijn hoofd af te hakken. Even later bracht Mesrur hem Jaffars hoofd. Daarna werden Yahya, diens drie zonen en broer Mohammed gearresteerd en werd hen al hun bezit afgenomen. Jaffars hoofd werd op de Middelste Brug van Bagdad tentoongesteld en zijn lichaam in delen gehakt op de Hoge Brug en Lage Brug. Leden van de Barmakiden familie werden gearresteerd. Yahya stierf op zeventigjarige leeftijd in 805 in de gevangenis van Raqqa en Fadl na te zijn gemarteld in 808, net als zijn broer Jaffar op vijfenveertigjarige leeftijd. Musa en zijn broer Mohammed werden na Amins troonsbestijging vrijgelaten uit de gevangenis. Dichters gaven het algemene verdriet weer door te betreuren dat deze wijze en gulle mannen ten onder waren gegaan.

De tijd van de Barmakiden gold al gauw als het 'gouden tijdperk van de Abbasiden' en werd verward met de regering van Haroen ar-Rashid.

Er is veel over gespeculeerd wat de ondergang van de Barmakiden teweeg heeft gebracht. De familie had drie generaties lang competent en toegewijd de Abbasiden gediend. De kalief heeft zelf nooit de redenen bekendgemaakt. Tegen zijn jongere zus Ulaiyah zei hij: "Als ik zou denken dat mijn shirt het wist, zou ik m'n shirt verscheuren" en een andere keer "Als ik zou weten dat m'n rechterhand de reden wist zou ik 'm afhakken." Waarschijnlijk werd het besluit tot hun ondergang na een periode van jaren genomen, onder invloed van mensen die negatief tegenover de Baramakiden stonden. Misschien had het verhaal dat Abbasah, de zuster van Haroen ar-Rashid, zwanger was geworden van Jaffar en volgens een andere versie hem twee zonen zou hebben gebaard, ermee te maken. Het zou Jaffar kwalijk zijn genomen dat hij tolerant stond tegenover de Aliden, de afstammelingen van Ali ibn Aboe Talib, ketters en andere vijanden van de orthodoxe Islam. Ook zijn broer Fadl leek het verstandiger de Aliden met rust te laten, omdat ze niet een werkelijke bedreiging vormden. Fadl was het eerst van zijn functies ontheven en bleef slechts mentor van Amin. Jaffars rijkdom en extreem luxe levensstijl irriteerde de kalief. De belangrijkste oorzaak lag in Fadl ibn al-Rabi's haat jegens Jaffar, die voor zijn ambitie een hinderpaal vormde. Fadl zorgde er voor dat de kalief Jaffar begon te wantrouwen en zelfs haten. Zubaidah had Jaffar ook nooit gemogen. Als mentor van de getalenteerde Mamun bedreigde hij de kansen op de troon van haar minder ontwikkelde zoon Amin. Yahya, zijn vroegere mentor, moet ten slotte een ondraaglijke last zijn geworden voor de kalief.

Duizend-en-een-nacht Ook ontstonden in de tijd van Haroen ar-Rashid de sprookjes van duizend-en-een-nacht, waarin hij veelal optreedt. Hierin wordt hij als een wijze heerser afgebeeld die vaak incognito zijn rijk verkende.

Byzantium Haroen ar-Rashid zag het als zijn levenstaak Constantinopel te veroveren. Dat is de enige verklaring voor het ontwikkelen van zo'n zware verdedigingslinie aan de voet van de Taurus, want Byzantium vormde geen bedreiging voor Haroens rijk, niet tijdens Irene's regering, noch tijdens de heerschappij van haar opvolger Nikephoros I.

Hij ondernam verscheidene veldtochten tegen het naburige Byzantijnse Rijk, zijn eerste expeditie was op vijftienjarige leeftijd, maar wist het uiteindelijk niet te veroveren. Wel dwong hij af dat de Byzantijnen jaarlijks een aanzienlijk geldbedrag aan hem betaalden om de vrede met hem te bewaren.

Wetenschap en filosofie In Haroen ar-Rashids tijd en de twee eeuwen die er op volgden bloeiden de wetenschap en filosofie zodanig op dat wel van 'het gouden tijdperk van de Arabische wetenschap' wordt gesproken. Kennis kwam niet alleen van de Academie van Gondesjapoer, maar ook van Antiochië en van Harran in Syrië, een centrum van gnosticisme en waar ook een Babylonische vorm van heidendom, gebaseerd op de studie van de hemel, was blijven bestaan. Ook was er invloed van Noord-India, Bactria en van Neoplatonisme en een sterk gehelleniseerde vorm van christendom.

Het kalifaat van Haroen ar-Rashid viel grotendeels samen met het patriarchaat van katholikos Timoteüs van de Nestoriaanse Kerk. Timoteüs volgde het hof naar de nieuwe hoofdstad Bagdad, toen de stad Seleucië ernstig in verval raakte. Timoteüs vertaalde Aristoteles' Topica van het Oudsyrisch naar het Arabisch. Hij was de belangrijkste geestelijke leider, gezien zijn aanzien en de geografische reikwijdte van zijn gezag, veel invloedrijker dan de westerse paus in Rome en vergelijkbaar met de oosters-orthodoxe patriarch in Constantinopel.Jenkins, P. (2008), Het vergeten christendom, Nieuw-Amsterdam, p.23,33,35