Kortstaartkameleons (Brookesia) zijn een geslacht van kleine hagedissen uit de familie kameleons (Chamaeleonidae).
Alle soorten leven endemisch op het eiland Madagaskar ten zuidoosten van het vasteland van Afrika. Sommige soorten zijn alleen bekend van enkele omliggende eilanden. Alle soorten zijn overdag actief en leven op de bodem in de strooisellaag, de bodemlaag van bossen die voornamelijk bestaat uit afgevallen bladeren. Kortstaartkameleons slapen 's nachts in lagere delen van planten. Het zijn insecteneters die in een hinderlaag wachten tot prooien zich aandienen.
Kortstaartkameleons zijn in de regel bruin van kleur, in plaats van groen zoals de meeste kameleons. Alle soorten kennen een zeer goede camouflage, het lichaam doet sterk denken aan een verdord blad. De grootste soorten bereiken een lichaamslengte tot tien centimeter inclusief staart. De kleinste soorten echter worden nog geen drie centimeter lang inclusief staart en behoren tot de kleinst bekende gewervelde dieren. Het vermogen om van kleur te veranderen is zeer beperkt in vergelijking met andere groepen kameleons.
Het grootste deel van alle soorten kortstaartkameleons is pas in de jaren zestig tot de jaren negentig van de 20e eeuw voor het eerst wetenschappelijk beschreven.Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Brookesia - Website
Een aantal pas ontdekte kortstaartkameleons leeft in geïsoleerde of ontoegankelijke gebieden. De levenswijze van dergelijke soorten is nog niet goed onderzocht. Sommige soorten zijn wat bekender, zoals de pantserkameleon, die soms in de handel in exotische dieren wordt aangeboden. De meeste kortstaartkameleons hebben nog geen Nederlandstalige naam.
Naamgeving thumb|Decary's kortstaartkameleon (Brookesia decaryi) is vernoemd naar Raymond Decary. Kortstaartkameleons staan ook wel bekend als stompstaartkameleons en kortstaartdwergkameleons. De Nederlandstalige naam kortstaart- of stompstaartkameleons slaat op de relatief zeer korte staart in vergelijking met andere kameleons.
Ook in veel andere talen wordt een dergelijke naam gebruikt, zoals het Duitse 'Stummelschwanzchamäleons' en het Zweedse 'korthalekameleoner'. In de Engelse taal worden de kameleons 'leaf chameleons' (bladkameleons) genoemd, ook de naam 'stumptailed chameleons' wordt gebruikt.
De geslachtsnaam Brookesia is een eerbetoon aan de Britse natuuronderzoeker Joshua Brookes (1761–1833). Veel soorten hebben een wetenschappelijke soortnaam die eveneens een wetenschapper eert. Voorbeelden zijn Decary's kortstaartkameleon (Brookesia decaryi) die vernoemd is naar Raymond Decary en de stekelkameleon (Brookesia stumpffi) die zijn soortnaam dankt aan Antonio Stumpff.Andere soorten hebben een naam die verwijst naar hun verspreidingsgebied, zoals Brookesia antakarana, die werd aangetroffen in hetzelfde gebied als het volk Antakarana. Ten slotte zijn er ook soorten die vernoemd zijn naar een lichaamskenmerk, zoals de gestreepte Brookesia lineata (lineata = gestreept). De pantserkameleon (Brookesia perarmata) is voorzien van grote schilden op de huid en per-armata betekent 'sterk gepantserd'.Enkele soorten kortstaartkameleons hebben een wetenschappelijke naam gekregen die slaat op het feit dat ze sterk bedreigd zijn. De soortnaam van Brookesia tristis betekent 'treurend' en die van Brookesia desperata betekent 'wanhopig'. Brookesia tedi
Verspreiding en habitat thumb|left|280px|Verspreidingsgebieden van tien soorten in het rood. De verspreidingsgebieden van de soorten Brookesia peyrierasi en Brookesia ramanantsoai bestaan uit twee delen. Het verspreidingsgebied van Brookesia brunoi is sterk overdreven omdat het werkelijke areaal niet zichtbaar zou zijn op een kaart met deze schaal. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Het verspreidingsgebied verschilt sterk per soort, zie voor de verspreiding van alle soorten de tabel onderaan. Niet alleen de ligging van het areaal wijkt af, maar ook de grootte van het verspreidingsgebied en de populatiedichtheid van de verschillende soorten verschilt sterk. Ook de microhabitat kan heel verschillend zijn.
Kortstaartkameleons komen endemisch voor op het eiland Madagaskar. Ook andere kameleons komen vrijwel uitsluitend voor op Madagaskar, zoals vertegenwoordigers van de geslachten Calumma en Furcifer. Slechts enkele kortstaartkameleons zijn alleen bekend van omliggende eilandjes als Nosy Be. Van de soorten die op het hoofdeiland Madagaskar leven, komt het grootste deel uitsluitend voor in het noordelijke deel. Vrijwel alle soorten hebben een zeer klein verspreidingsgebied bestaande uit een enkele locatie.
Grootte van het areaal De grootte van het verspreidingsgebied verschilt sterk. De wenkbrauwkameleon bijvoorbeeld komt voor in een lange strook van het oosten van Madagaskar, bijna van het noorden tot het zuiden van het eiland. De grootte van het areaal wordt geschat op ongeveer 75.000 vierkante kilometer. De soort Brookesia brygooi heeft eveneens een groot areaal maar is juist te vinden in een groot deel van het westen van Madagaskar.
De soort Brookesia bonsi bijvoorbeeld is alleen bekend van Nationaal Park Tsingy de Namoroka. Het totale oppervlak van het verspreidingsgebied bedraagt volgens schattingen minder dan 100 vierkante kilometer. Bijna de helft van alle kortstaartkameleons is slechts van één enkele locatie bekend.
Populatiedichtheid Uit een onderzoek in 2010 door de Malagassische bioloog Joseph Christian Randrianantoandro bleek dat kortstaartkameleons vrij algemeen voor kunnen komen in vergelijking met andere kameleons.De soort Brookesia brygooi is een van de meer algemene kortstaartkameleons. Van deze soort werd de populatiedichtheid in Menabe in westelijk Madagaskar geschat op 35 exemplaren per hectare. Hierbij werd geen verschil gevonden in gebieden die door de houtkap waren aangetast en oorspronkelijke bossen die niet door de mens zijn aangepast. In sommige delen van oorspronkelijke bossen werd zelfs geen enkel exemplaar van Brookesia brygooi aangetroffen.Soorten uit het verwante geslacht Furcifer komen veel minder voor, het aantal exemplaren van de soort Furcifer labordi wordt geschat op gemiddeld 7,2 exemplaren. Van de soort Furcifer oustaleti werden gemiddeld 1,3 exemplaren per hectare aangetroffen. thumb|Nationaal park Marojejy is bergachtig en bebost, onder andere de soorten Brookesia vadoni, Brookesia thieli en de wenkbrauwkameleon (Brookesia superciliaris) kunnen hier worden aangetroffen. In het natuurreservaat Tsingy de Bemaraha werd in 2008 een onderzoek gedaan naar het voorkomen van de verschillende soorten kortstaartkameleons. De soort Brookesia brygooi kwam het meest voor (444 exemplaren), gevolgd door Brookesia perarmata (192 exemplaren) en Brookesia exarmata (98 exemplaren). Kameleons uit andere geslachten die werden aangetroffen zijn Furcifer nicosiai (22 exemplaren) en Furcifer petteri (2 exemplaren). Brookesia brygooi werd het meest aangetroffen in door de mens aangetaste delen van het bos buiten het park. De pantserkameleon ontbrak hier volledig en werd voornamelijk aangetroffen in onaangetaste delen van het bos met een strooisellaag en lage begroeiing.
Habitat Kortstaartkameleons zijn typische bodembewoners die niet klimmen maar leven in de strooisellaag. Deze bestaat uit bladeren, takjes, mos en andere plantendelen. In de strooisellaag verschuilen de hagedissen zich en daarnaast leven er veel insecten die als voedsel dienen. De verschillende soorten leven in beboste gebieden met een hoge luchtvochtigheid. De luchtvochtigheid is een belangrijke factor; doordat ze zo klein zijn hebben kortstaartkameleons een relatief groot huidoppervlak wat ze gevoelig maakt voor uitdroging. In gebieden waar de luchtvochtigheid het gehele jaar door vrij laag is kunnen de dieren niet overleven. Een korte periode van lage luchtvochtigheid doorstaan ze door zich ondergronds te verschuilen. Als de eieren worden blootgesteld aan een omgeving met te weinig vocht, drogen ze uit en zijn ze niet levensvatbaar.
De meeste soorten leven in het tropisch regenwoud van laaggelegen gebieden op zeeniveau tot in vochtige bergbossen op een hoogte van bijna 2000 meter boven zeeniveau. Ook zijn verschillende soorten bekend van de drogere bossen in het zuiden en westen van Madagaskar.
Uiterlijke kenmerken thumb|Wenkbrauwkameleon (Brookesia superciliaris). thumb|Kop van Brookesia thieli, met duidelijke kammen bovenaan de kop en een afwijkende dorsale kleur. Kortstaartkameleons blijven allemaal klein, enkele soorten worden niet langer dan drie centimeter. De reden waarom de kortstaartkameleons zo klein zijn kan misschien verklaard worden door eilanddwerggroei. Als een roofdier op een eiland terechtkomt waar geen vijanden voorkomen en genoeg prooidieren voorhanden zijn, hebben de dieren de neiging om langzaam kleiner te worden. Dit proces gaat heel langzaam en voltrekt zich pas na duizenden generaties. Bij de soort Brookesia micra is dit mogelijk twee keer gebeurd. Deze allerkleinste vertegenwoordiger komt namelijk geïsoleerd voor op het eilandje Nosy Hara, ten noorden van het eiland Madagaskar.
Het lichaam is zijdelings afgeplat zoals bij de andere kameleons en ook de ogen zijn typisch kameleonachtig, ze kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. Het lichaam is op verschillende manieren aangepast om maar zo veel mogelijk op een verdord boomblad te lijken. Sommige soorten gaan volledig in hun omgeving op door huidflappen op kop en rug, bladrand-achtige rugkammen of nerf-achtige lichaamspatronen. Er zijn wel meer hagedissen die sprekend op bladeren lijken door een dergelijke lichaamsconfiguratie, zoals de eveneens in Madagaskar voorkomende bladstaartgekko's uit het geslacht Uroplatus.
Kop De kop is vaak afgerond en stomp, sommige soorten hebben een verlenging aan de voorzijde van de kop bestaande uit huidweefsel. Verharde hoorns komen soms voor bij andere kameleonsoorten maar bij de kortstaartkameleons ontbreken dergelijke uitsteeksels altijd. Ook andere voor kameleons karakteristieke kenmerken van de kop ontbreken bij de kortstaartkameleons, zoals de oorkwabben en ook een keelzak komt nooit voor.
Kortstaartkameleons hebben vaak wel kleine, bultachtige uitsteekseltjes op de kop. Alleen de pantserkameleon heeft duidelijke stekels op de kop. Alle andere soorten bezitten vaak rijen bultjes op de bovenzijde van de kop. Soms is een klein doorntje aanwezig boven het oog, die bij een aantal soorten is uitgegroeid tot een soort kam die aan wimpers doet denken. De wenkbrauwkameleon dank zijn naam aan een driehoekige huidflap boven ieder oog.
Het binnenoor van kortstaartkameleons heeft een speciale structuur die als evenwichtsorgaan dienstdoet. De kameleon kan met behulp van het binnenoor kleine veranderingen in de versnelling waarnemen. Hierdoor kan de kameleon met behulp van het oor zijn lichaamshouding verbeteren.
Lichaam Alle soorten blijven in vergelijking met andere kameleons zeer klein. De grootste soort is Brookesia perarmata, die een totale lichaamslengte tot elf centimeter bereikt. De kleinste soort is Brookesia micra, de mannetjes bereiken een maximale lichaamslengte tot 23,6 mm.
Vrouwtjes van Brookesia micra zijn met een maximale lichaamslengte zonder staart 19,9 millimeter lang en een van de kleinste amniote gewervelden ter wereld. Alleen sommige soorten kogelvingergekko's zoals Sphaerodactylus ariasae (max. 18 mm lichaamslengte) blijven nog kleiner. Brookesia micra is wel de kleinst bekende kameleon. Wetenschappers vermoeden dat gewervelde dieren niet kleiner kunnen worden dan de kleinste kortstaartkameleons, omdat complexe ogen niet mogelijk zijn bij nog kleinere dieren. thumb|Alle soorten hebben een goede camouflage, afgebeeld is Decary's kortstaartkameleon (Brookesia decaryi). De lichaamskleur is meestal bruin tot donkerbruin, met lichtere en donkere strepen of vlekken. De enige uitzondering is de in noordelijk Madagaskar levende soort Brookesia vadoni, die juist overwegend groen van kleur is.