miniatuur|Transgender Pride-vlag miniatuur|Universiteit van Nederland - lezing 'Hoe is het om een vrouw te zijn, terwijl je je een man voelt?' door Mark Hommes, psycholoog bij de Open Universiteit Een transgender persoon,Zie over de taalkundige kant in het algemeen ook: of kortweg trans persoon, is iemand van wie de genderidentiteit verschilt van de genderidentiteit die doorgaans geassocieerd wordt met het geslacht dat bij de geboorte werd aangeduid. Onder de transgender personen vallen ook de transseksuele personen, mensen die besluiten tot medisch ingrijpen.
Transgender wordt soms ook als een bredere parapluterm gebruikt en omvat als zodanig ook non-binaire genderidentiteiten.
Iemand die als man is geboren, maar zich vrouw voelt, is een transgender vrouw, terwijl iemand die als vrouw is geboren, maar zich man voelt, een transgender man is. Vaak worden wel de Engelse afkortingen MTF (male-to-female) en FTM (female-to-male) gebruikt als toevoeging bij het woord transgender, of ook los, in de context van dit onderwerp. Mensen die voelen dat geen van beide traditionele genderidentiteiten goed bij ze passen zijn non-binair. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat ze zichzelf als genderloos (agender) ervaren, of afwisselend meer als man of als vrouw (genderfluïde), of dat ze zichzelf als horende bij een aparte derde genderidentiteit ervaren, los van man of vrouw (derde geslacht), zoals het geval kan zijn bij iemand die intersekse is. Soms gebruiken mensen ook wel het woord "queer" om opzettelijk het gebruik van een specifieker label te vermijden.
Bij mensen die transgender zijn kan sprake zijn van genderdysforie, dit is een gevoel van psychisch lijden en onvrede met het geboortegeslacht. Dit kan samengaan met psychische klachten zoals depressie, angststoornissen, psychosomatische verschijnselen en zelfbeschadiging. Mensen die transgender zijn, kunnen ervoor kiezen om een gehele of gedeeltelijke transitie te ondergaan. Dit houdt in dat ze hun uiterlijke genderpresentatie gelijkmaken aan de innerlijke. Dit kan door de kleding horende bij de eigen genderidentiteit te gaan dragen, en door middel van medische behandelingen de uiterlijke kenmerken van het geslacht dat bij de innerlijke genderidentiteit hoort aan te nemen. In het laatste geval spreekt men van transseksualiteit. Niet iedereen die transgender is, kiest ervoor om elke stap in dit proces te ondergaan.
Het tegenovergestelde van transgender wordt aangeduid met de term cisgender: mensen met een genderidentiteit die overeenkomt met het bij geboorte aangeduide geslacht.
Ontstaan van de term transgender Naast de oudere aanduidingen travestiet en transseksueel kwamen in de jaren 1980 en 1990 ook de termen transgenderisme en transgenderist in gebruik. Het ging daarbij om mensen met een identiteit tussen man en vrouw in of bij wie de mannelijke en vrouwelijke identiteit ongeveer even sterk zijn. Tegenwoordig zou zo iemand zich eerder non-binair noemen. Dit resulteerde destijds in de volgende driedeling die als een continuüm werd gezien:Paul Vennix: Transgenderisme, in: Tijdschrift voor Seksuologie, 1999, 23, p. 211-217. Travestieten: mensen die tevreden waren over hun geslachtskenmerken, maar die wel de behoefte voelden om bijvoorbeeld kleding van de andere sekse te dragen. Transgenderisten: mensen die zich niet wilden beperken tot slechts de mannelijke dan wel de vrouwelijke genderidentiteit, wat gepaard kon gaan met een gedeeltelijke onvrede over hun geslachtskenmerken. Transseksuelen: mensen die hun oorspronkelijke geslachtskenmerken als dermate problematisch ervoeren dat zij permanent en geheel van geslacht wilden veranderen of zijn veranderd.
Ook later werden de termen 'transgenderisme' en 'transgenderist' nog wel gebruikt, maar in een andere betekenis, zoals door het Nederlandse kenniscentrum Rutgers in 2011 en het Belgische Transgender Infopunt (TIP) in 2018.
Het begrip transgender maakte in de jaren 1980 opgang in de Verenigde Staten en werd rond het jaar 2000 ook steeds gangbaarder in de Nederlandse taal. Het woord werd bedacht door mensen die zich niet konden vereenzelvigen met hun geboortegeslacht, maar moeite hadden met de term transseksueel die toen gebruikelijk was. Voor hen verwees die term naar het idee dat sommige mensen in het verkeerde lichaam zijn geboren en eigenlijk tot de andere sekse behoren.
Al snel werd transgender een parapluterm waarmee een heel scala aan variaties in gendergevoelens en -gedrag kan worden aangeduid. De gemene deler is steeds: een mismatch tussen het geboortegeslacht en de eigen beleving (genderidentiteit) of gewenste uiting van geslacht (genderexpressie). Om niemand buiten te sluiten, wordt ook wel de schrijfwijze trans* (met asterisk) gebruikt.
Bij het grote publiek is de diversiteit binnen het transgenderspectrum vaak nog onbekend, aangezien de transgender personen die in de media verschijnen doorgaans transvrouwen (transseksuele vrouwen) zijn. Daarbij gaat de aandacht vaak uit naar de weinig subtiel beschreven lichamelijke transitie; transmannen en vooral personen met een non-binaire identiteit zijn veel minder vaak in beeld.
Het woord transgender kan worden gebruikt als zelfstandig naamwoord en als bijvoeglijk naamwoord. In de Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal (de Dikke van Dale) is het zelfstandig naamwoord toegevoegd in 2008 en het bijvoeglijk naamwoord in 2018. Bij gebruik in combinatie met het woord persoon heeft het bijvoeglijk naamwoord gewoonlijk de voorkeur, dus transgender persoon met een spatie.
Cijfers Volgens een onderzoek van het SCP uit 2017 had 0,6% van de mannen en 0,2% van de vrouwen problemen met het eigen geboortegeslacht.Historiek.net: 'Transgender in Nederland. Een buitengewone geschiedenis', 24 januari 2018 Een rapport van de Rutgers Stichting uit 2018 zegt dat 0,6 tot 0,7% van de Nederlandse volwassenen en middelbare scholieren transgendergevoelens hadden. In de leeftijd tussen de 12 en 24 jaar gaven 1,7% van de jongens en 2,9% van de meisjes aan een non-binaire of fluïde genderidentiteit te hebben of het nog niet te weten.Rutgers Stichting: 'Sexual and gender diversity in SRHR, Towards inclusive sexual and reproductive health & rights through mainstreaming', december 2018, p. 11
Volgens onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in 2023 ongeveer 151.000 transgender personen in Nederland, oftewel 1% van de bevolking van 15 jaar en ouder. Daaronder waren ongeveer 45.000 personen met non-binaire/genderqueer (NBGQ) identiteit, wat overeenkomt met 0,3% van de bevolking van 15 jaar en ouder.
Geslachtsaanduiding In 2021 waren er in Nederland in totaal 5820 mensen die hun geslachtsaanduiding hebben laten wijzigen in de Basisregistratie Personen. Voor België wordt het aantal personen met een andere genderidentiteit dan het bij de geboorte vastgestelde geslacht geschat op rond de 30.000. Een wijziging van de geslachtsaanduiding is onder andere nodig om identiteitsbewijzen te kunnen vernieuwen.
Genderidentiteit versus seksuele oriëntatie Het begrip transgender heeft uitsluitend te maken met genderidentiteit: tot welk gender iemand zichzelf rekent. Het staat dus los van seksuele oriëntatie: tot welke andere mensen iemand zich fysiek, romantisch of emotioneel aangetrokken voelt. Het is een misverstand dat bijvoorbeeld een transvrouw automatisch ook homoseksueel is.
De woorden homoseksueel en heteroseksueel kunnen in dit verband enigszins verwarrend zijn. In de wetenschappelijke literatuur wordt de seksuele oriëntatie van iemand die transgender is vaak aangeduid met de term androfiel (aangetrokken tot mannen), gynefiel (aangetrokken tot vrouwen), biseksueel (aangetrokken tot beide) of aseksueel (aangetrokken tot geen van beide).
Al deze seksuele oriëntaties komen voor onder mensen die zich als transgender identificeren. In één studie werd gevonden dat onder transmannen ca. 90% zich seksueel aangetrokken voelt tot vrouwen, ongeveer 5% zich aangetrokken voelt tot mannen, ca. 3% tot zowel vrouwen als mannen en een enkeling voelt zich slechts aangetrokken tot andere personen die ook transgender zijn. Onder transvrouwen voelde ca. 30% zich aangetrokken tot vrouwen, ongeveer 46% voelde zich aangetrokken tot mannen, ca. 15% voelde zich aangetrokken tot beide en ongeveer 10% voelde zich enkel aangetrokken tot andere transgender personen.
Ondanks alle verschillen zijn er ook overeenkomsten tussen transgender personen en holebi's, namelijk op psychosociaal gebied: mensen in beide groepen kunnen worstelen met zaken als zelfacceptatie en uit de kast komen en te maken krijgen met discriminatie. Vanuit de emancipatiebeweging worden beide groepen tegenwoordig vaak onder één noemer gebracht: lhbt, waarbij de T voor transgender staat en de andere letters voor lesbische vrouwen, homoseksuelen en biseksuelen.
Filosofie van gender miniatuur|Judith Butler, 2012 Een pionier in genderonderzoek is de Amerikaanse professor John Money. Via onder andere een omstreden onderzoek op een eeneiïge tweeling deed hij onderzoek naar seksualiteit en gender. Boeken van Judith Butler, Kate Bornstein, Patrick Califia, Judith Lorber en Camille Paglia verwoordden een genderbegrip dat voorheen betiteld werd als genderbender: het spelen met uitgesproken seksespecifieke elementen van gedrag.
Butler ging bijvoorbeeld ver in de kritiek op de sekse-tweedeling. Zij formuleerde de politieke stellingname dat gender via rollenspel tot stand komt (genderperformativiteit). Het startpunt voor Butlers werk is dat genderidentiteit niet biologisch kan worden bepaald. Butler borduurt daarmee voort op de uitspraak van Simone de Beauvoir: "On ne naît pas femme, on le devient" (Men wordt niet geboren als vrouw, men wordt een vrouw). (1949): Le Deuxième Sexe, Gallimard De Beauvoir maakt een onderscheid tussen gender en sekse, waarbij gender moet worden gezien als een sociaal construct gecentreerd rond de natuurlijke of de biologische verschillen tussen de seksen (zie ook Gender (identiteitsaspect)).
Voor Butler is gender niet zozeer een ding, maar een proces waarbij patronen in taal en handeling zichzelf herhalen. De realiteit van gender is het doen, hoe iemand zich kleedt, beweegt, spreekt en eruitziet.
Ontwikkeling en emancipatie Waarschijnlijk zijn er altijd al mensen geweest die tegenwoordig met de term transgender zouden worden aangeduid. In andere culturen werden en worden zij soms al als een aparte groep gezien, zoals de katoey in Thailand, de xanith in Oman, de muxes in Mexico, de fa'afafine op Samoa, de hijra's in Zuid-Azië, de tombois op Sumatra, de māhū op Tahiti en bij meerdere Noord-Amerikaanse stammen de two-spirit.
De westerse cultuur onderscheidt traditioneel alleen de geslachten man en vrouw. Wel zijn er historische voorbeelden van individuele personen die zich zoals het andere geslacht kleedden, zoals de Romeinse keizer Elagabalus, de Franse (mannelijke) spion, diplomaat en soldaat Chevalier d'Éon en de Nederlandse (vrouwelijke) soldaat Maria van Antwerpen. Hierbij is vaak niet duidelijk of het ging om travestie of (gewenste) transseksualiteit en evenmin valt na te gaan in hoeverre er een innerlijk beleefde identiteit aan ten grondslag lag.
Vanaf de 18e eeuw kwamen er aparte woorden voor deze mensen, te beginnen met eonisten naar Chevalier d'Éon en travestieten bedacht door Magnus Hirschfeld, gevolgd door transseksisten, transseksualisten en transseksuelen. In de jaren 1980 kwam de huidige term transgender op.
Internationaal miniatuur|Transgender personen tijdens de optocht van de WorldPride in Madrid in 2017