thumb|Eupen is een Duitstalige gemeente met faciliteiten voor Franstaligen thumb|Tweetalige straatnaam in Bever, een Nederlandstalige gemeente met faciliteiten voor Franstaligen Een faciliteitengemeente is een Belgische gemeente, gelegen in een eentalig gebied, waarvan grondwettelijk is vastgelegd dat ze gemeentelijke diensten, als burgers daar om vragen, ook in een andere taal moet aanbieden dan in de officiële taal van het taalgebied waarin de gemeente ligt. Deze anderstalige diensten worden (taal)faciliteiten genoemd. Zo moeten Vlaamse en Duitstalige faciliteitengemeenten Franse taalfaciliteiten aanbieden en moeten Waalse faciliteitengemeenten Nederlandse of Duitse taalfaciliteiten aanbieden.

Zowel de faciliteitenregeling als de gemeenten zelf vormen regelmatig het onderwerp van tegenstellingen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen. Veel Vlamingen vinden dat de faciliteiten hun oorspronkelijke doel niet meer dienen en daarom afgeschaft moeten worden. De meeste Franstaligen zien de faciliteiten echter als fundamenteel recht. Daar de wet die de faciliteiten regelt niets zegt over het doel van de faciliteiten of de eindigheid ervan, hetzij in tijd hetzij in doelgroep, blijven deze tegenstellingen bestaan. In Vlaanderen worden de faciliteiten sinds de jaren 90 strikter toegepast volgens de omzendbrief-Peeters.

Overzicht van de faciliteitengemeenten thumb|405px|right|Gemeente: 1. Komen-Waasten 2. Mesen 3. Moeskroen 4. Spiere-Helkijn 5. Ronse 6. Vloesberg 7. Bever 8. Edingen 9. Drogenbos 10. Linkebeek 11. Sint-Genesius-Rode 12. Wemmel 13. Kraainem 14. Wezembeek-Oppem 15. Herstappe 16. Voeren 17. Malmedy 18. Weismes 19-22. Lontzen, Raeren, Eupen, Kelmis 23-27. Burg-Reuland, Sankt Vith, Amel, Bütgenbach, Büllingen

Nederlands - Frans Gemeenten in het Nederlandse taalgebied met faciliteiten voor Franstaligen thumb|Gemeenten met faciliteiten rond het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Nr. Gemeente Bevolking2022, bron: AD Statistiek(1/1/2022) Oppervlakte (km²) Provincie 7 Bever (Biévène) 2.266 19,78 9 DrogenbosEen randgemeente (faciliteitengemeente) rond het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De negentien Brusselse gemeenten zijn tweetalig maar het gebied eromheen hoort bij Vlaams-Brabant. De overige gemeenten (die aan de taalgrens liggen) worden 'taalgrensgemeenten' genoemd. Sint-Genesius-Rode is de enige Vlaamse gemeente met faciliteiten voor Franstaligen die zowel aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als het Waals Gewest grenst. De zes randgemeenten, Voeren en Komen-Waasten hebben nog een speciaal statuut. Bijvoorbeeld het OCMW wordt er rechtstreeks verkozen. 5.756 2,49 15 Herstappe 79 1,35 13 Kraainem 13.888 5,80 10 Linkebeek 4.716 4,15 2 Mesen (Messines) 1.056 3,58 5 Ronse (Renaix) 26.693 34,48 11 Sint-Genesius-Rode (Rhode-Saint-Genèse) 18.622 22,77 4 Spiere-Helkijn (Espierres-Helchin) 2.052 10,78 16 Voeren (Fourons) 4.283 50,63 12 Wemmel 17.480 8,74 14 Wezembeek-Oppem 14.480 6,82 Totaal 111.371 171,37

Gemeenten in het Franse taalgebied met faciliteiten voor Nederlandstaligen Nr. Gemeente Bevolking(1/1/2022) Oppervlakte (km²) Provincie 8 Edingen (Enghien) 14.223 40,59 1 Komen-Waasten (Comines-Warneton) 18.120 61,09 3 Moeskroen (Mouscron) 59.141 40,08 6 Vloesberg (Flobecq) 3.451 23 Totaal 94.935 164,76

Frans - Duits Gemeenten in het Franse taalgebied met faciliteiten voor Duitstaligen Nr. Gemeente Bevolking(1/1/2022) Oppervlakte (km²) Provincie 17 Malmedy 12.851 99,96 18 Waimes (Weismes) 7.417 96,93 Totaal} 20.268 196,89

Gemeenten in het Duitse taalgebied met faciliteiten voor Franstaligen Dit zijn alle gemeenten van het Duitse taalgebied: Nr. Gemeente Bevolking(1/1/2022) Oppervlakte (km²) Provincie 25 Amel (Amblève) 5.569 125,15 27 Büllingen (Bullange) 5.476 150,49 23 Burg-Reuland 3.936 108,96 26 Bütgenbach (Butgenbach) 5.604 97,31 21 Eupen 19.862 103,74 22 Kelmis (La Calamine) 11.217 18,12 19 Lontzen 5.948 28,73 20 Raeren 10.983 74,21 24 Sankt Vith (Saint-Vith) 9.967 146,93 Totaal 78.562 853,64

Gemeenten in het Franse taalgebied waar mogelijk faciliteiten voor Duitstaligen of Nederlandstaligen kunnen komen Gemeente Bevolking(1/1/2022) Oppervlakte (km²) Provincie Baelen 4.460 85,73 Plombières (Duits: Bleiberg, Nederlands: Blieberg) 10.679 53,18 Welkenraedt (Duits: Welkenrath, Nederlands: Welkenraat) 10.430 24,47 Totaal 25.569 163,38

Zie artikel 16 van de Wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken (18 juli 1966). Zie ook artikel 3 van de Wet op het gebruik van de talen in het onderwijs (30 juli 1963).

Officieel zijn hier geen faciliteiten, maar deze gemeenten bieden ze toch vrijwillig aan onder voorwaarden.

Geschiedenis

De faciliteitengemeenten zijn ingesteld na de vaststelling van de taalgrens op 1 september 1963. Bepaalde gemeenten waar zowel Nederlandssprekende of Duitssprekende als Franssprekende burgers woonden, werden faciliteitengemeenten. Een gemeente verkreeg dit statuut (in principe) indien de taalminderheid er minstens 30% bedroeg. De bedoeling was dat hiermee zowel immigranten als historische taalminderheden in deze gemeenten, aan de taalgrens en in de Rand rond Brussel, ruim de tijd kregen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Voordien konden gemeenten namelijk na elke talentelling veranderen van taalrol: een gemeente kreeg een tweetalig statuut als de taalminderheid groter was dan 30% en een eentalig statuut als de minderheid kleiner was dan 30%. In de praktijk lag dit iets complexer door een omstreden vraagstelling bij sommige talentellingen, waarbij men uitging van de taal die het meest gesproken werd. Zo is vanuit Vlaamse hoek opgemerkt dat in Terhulpen en Waterloo ten tijde van de vaststelling van de taalgrens meer dan 30% Nederlands sprak, maar velen ingedeeld werden bij de groep die "meestal Frans" sprak, waardoor deze gemeenten geen faciliteiten kregen. Ook is later gebleken dat in een aantal gemeenten bij de talentelling geen eerlijke ondervraging heeft plaatsgevonden, doordat mensen onder druk werden gezet hun keuze te wijzigen. Zo werd in Edingen de bevolking aangespoord om zich als Franstalig of toch minstens als tweetalig (met als eerste taal het Frans) te laten registreren, niettegenstaande de bevolking onderling een Nederlands (Brabants) dialect sprak. Hierdoor is de gemeente uiteindelijk aan de Franstalige kant van de taalgrens beland, met faciliteiten voor Nederlandstaligen.

De telling van 1957 werd niet gehouden wegens protest van de betrokken Vlaamse burgemeesters. Bij de wettelijke vastlegging van de taalgrens in 1962 werd dan ook beslist dat de officiële tienjaarlijkse talentelling afgeschaft werd.

Talentellingen De uitkomst van de talentellingen in de zes faciliteitengemeenten van de Brusselse Rand tonen het effect van de verfransing van Brussel; voor al deze gemeentes opgeteld waren de cijfers als volgt:

+Gekende taal (Nederlands, Frans, of Duits) Jaar enkel NL Aantal NL & FR Aantal enkel FR Aantal FR & D Aantal enkel D Aantal D & NL Aantal NL & F & D Aantal Geen Aantal enkel NL Aandeel NL & FR Aandeel enkel FR Aandeel FR & D Aandeel enkel D Aandeel D & NL Aandeel NL& FR & D Aandeel 1846 7.204 261 1 96,5% 3,5% 0,0% 1866 7.175 359 106 0 0 0 2 37 93,9% 4,7% 1,4% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 1880 7.776 930 89 7 9 0 12 2 88,1% 10,5% 1,0% 0,1% 0,1% 0,0% 0,1% 1890 8.416 1.773 125 0 1 11 25 2 81,3% 17,1% 1,2% 0,0% 0,0% 0,1% 0,2% 1900 8.890 2.173 187 14 4 0 48 753 78,6% 19,2% 1,7% 0,1% 0,0% 0,0% 0,4% 1910 11.271 2.062 424 29 3 13 67 767 81,3% 14,9% 3,1% 0,2% 0,0% 0,1% 0,5% 1920 11.767 3.001 770 6 0 0 61 713 75,4% 19,2% 4,9% 0,0% 0,0% 0,0% 0,4% 1930 12.924 5.429 2.338 52 7 14 143 884 61,8% 26,0% 11,2% 0,2% 0,0% 0,1% 0,7% 1947 10.220 11.170 4.790 143 27 41 956 909 37,4% 40,8% 17,5% 0,5% 0,1% 0,1% 3,5%

+Taal die meestal of uitsluitend gesproken wordt Jaar NL Aantal FR Aantal D Aantal NL Aandeel FR Aandeel D Aandeel 1910 12.936 908 25 93,3% 6,5% 0,2% 1920 14.279 1.326 0 91,5% 8,5% 0,0% 1930 16.726 4.101 13 80,3% 19,7% 0,1% 1947 17.520 9.416 43 64,9% 34,9% 0,2%

Europees verdrag De Vlaamse overheid heeft ervoor gekozen het Europees verdrag voor minderheden niet te ratificeren.

Begin december 2008 veroordeelde de Raad van Europa de Vlaamse Overheid voor de niet-benoeming van 3 burgemeesters van faciliteitengemeenten in de Brusselse rand. In reactie hierop heeft de verantwoordelijke minister Marino Keulen gereageerd door deze niet bindende uitspraak naast zich neer te leggen en de betrokken drie burgemeesters opgeroepen een beroep in te stellen bij de Raad van State. Aangezien de faciliteitengemeenten (toen) onder de bevoegdheid vallen van een van de Vlaamse kamers van de Raad van State, hebben de Franstalige burgemeesters deze piste niet gevolgd. Sinds de staatshervorming van 2011 (het Vlinderakkoord), dat in 2014 in werking trad, worden dergelijke dossiers behandeld door de Algemene Vergadering van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die bestaat uit een gelijk aantal Nederlandstalige en Franstalige rechters.

Doel van de faciliteiten In 1988 werden de faciliteiten 'gebetonneerd' in de grondwet. Vreemd genoeg bleef nochtans ook later de discussie bestaan of de faciliteiten in de faciliteitengemeenten al dan niet een uitdovend karakter hebben. Bepaalde Vlamingen en Franstaligen hebben tegengestelde visies ontwikkeld in de loop van de geschiedenis. Voor een voorgeschiedenis van de taalwetgeving in België, zie Taalwetgeving in België.

Volgens de Vlaamse journalist Jos Bouveroux en historicus Luc Huyse, had "de wetgever van 1962-1963 met geen woord gerept over enige beperking in de tijd. Noch in de wet zelf, noch in de Memorie van Toelichting, noch tijdens de parlementaire debatten werd er gewag gemaakt van enig tijdelijk karakter".Het Onvoltooide Land, 2009, Jos Bouveroux & Luc Huyse, pagina 49

Nederlandstalig standpunt Volgens de huidige Vlaamse opinie zijn de faciliteitengemeenten, ingesteld als integratiebevorderende maatregel, zo bedoeld dat de taalminderheid een aanpassingsperiode kon doorlopen en zich na verloop van tijd de officiële taal meester kon maken, zonder veel problemen door de taalachterstand te krijgen. Uiteindelijk zouden de faciliteiten afgeschaft moeten worden en zouden de faciliteitengemeenten weer eentalig Nederlands/Frans/Duits worden.

Tientallen jaren na invoering van de faciliteitengemeenten werd deze visie door Vlaams minister Leo Peeters omgezet in een omzendbrief: "De faciliteiten zijn bedoeld als integratiebevorderende maatregel; dit houdt in dat zij per definitie, voor de individuele betrokkenen, een uitdovend karakter hebben." De Franstaligen hebben deze omzendbrief aangevochten bij de Raad van State, maar de bezwaren zijn verworpen.

Franstalig standpunt Franstaligen beroepen zich erop dat er nooit vermelding is geweest van het tijdelijk karakter, noch in de wetteksten noch in de memories van de wetteksten of in de besprekingen. De faciliteitengemeenten werden in 1988 zelfs in de grondwet verankerd en kunnen volgens hen dus zeker niet van tijdelijke aard zijn. Ook waren een deel van de faciliteitengemeenten, met name die in de Brusselse rand, voor 1970 (hervorming van de grondwet) niet binnen het Nederlands taalgebied. Ze waren deel van geen enkel taalgewest maar van de Brusselse Agglomeratie (bestuur). Vooral in die zes faciliteitengemeenten rond Brussel beschouwen veel Franstaligen deze gemeenten als de facto tweetalig en ijveren velen voor aansluiting bij het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Faciliteiten in de praktijk In faciliteitengemeenten worden berichten in beide talen opgesteld, waarbij de taal van het taalgebied als eerste wordt gebruikt. Op de stations van de NMBS gebruikt men beide talen. Daarnaast mogen alle wegwijzers en vertaalbare straatnamen tweetalig weergegeven worden.