Het Evangelie volgens Marcus (vaak kortweg Marcus of Markus genoemd) is, volgens de meeste Bijbelwetenschappers, het oudste evangelie in het Nieuwe Testament van de christelijke Bijbel. Zoals alle teksten in het Nieuwe Testament werd ook Marcus in eenvoudig Grieks geschreven, mogelijk om verspreiding te vereenvoudigen. Met zijn 16 hoofdstukken die samen ongeveer 11.250 woorden bevatten is het ook het kortste van de vier evangeliën. Het is een van de drie synoptische evangeliën en werd geschreven in het Koinè-Grieks. In de standaardvolgorde van Bijbelboeken is Marcus het tweede boek van het Nieuwe Testament.
Marcus is een belangrijke bron voor biografische gegevens over de historische Jezus. Als, aangenomen oudste evangelie staat het het dichtst bij de beschreven periode. De evangeliën Matteüs en Lucas gebruikten waarschijnlijk veel materiaal uit Marcus (het synoptische vraagstuk) en vullen dit aan met eigen materiaal. Johannes lijkt aanzienlijk jonger en is waarschijnlijk geschreven met een theologische doorwerking.
Auteur Het Marcusevangelie is - zoals veel geschriften uit de joodse en vroegchristelijke literatuur - oorspronkelijk anoniem overgeleverd. Het opschrift "Evangelie volgens Marcus" werd pas later toegevoegd.Hans F .Bayer (2018): Das Evangelium des Markus, in: Historisch-Theologische Auslegung, deel 5, 3e druk, Brockhaus, ISBN = 978-3-417-29725-6, pag. 19 Misschien waren de betrokken auteurs meer bezig met doctrine of traditie dan met hun eigen roem als schrijver en bleven ze daarom liever onbekend.Joachim Gnilka (1994): Das Evangelium nach Markus, deel 1 pag. 32. Het is typerend voor oude teksten dat de auteur of auteurs vaak niet meer duidelijk kunnen worden geïdentificeerd.Silke Petersen (2008): Brot, Licht und Weinstock: Intertextuelle Analysen johanneischer Ich-bin-Worte, Brill, , pag. 70
Traditie
links|150px|thumb|De evangelist Marcus. Jusepe Leonardo (1630). Volgens Eusebius schreef Papias, bisschop van Hiërapolis in het begin van de 2e eeuw, het werk toe aan ene 'Marcus'. Deze werd op zijn beurt geïdentificeerd met diverse personen in het Nieuwe Testament, zoals Johannes Marcus en de man die water bracht naar het huis waar het Laatste Avondmaal plaatsvond (Marcus 14:13)Jose Maria Casciaro (1999): The Navarre Bible: Saint Mark’s Gospel, Four Court’s Press, University of Navarre, Dublin, blz. 172 () en/of de jongeman die kwam kijken naar Jezus' arrestatie (Marcus 14:51-52).Jose Maria Casciaro (1999): The Navarre Bible: Saint Mark’s Gospel, Four Court’s Press, University of Navarre, Dublin, blz. 179 () Omdat al deze identificaties speculatief zijn, wordt - als het gaat om deze Marcus - daarom vaak gesproken over de evangelist Marcus.
Wetenschappelijke consensus De consensus onder Bijbelwetenschappers is dat de auteur een onbekende christen was, die mogelijk Marcus heette. In elk geval was de auteur van het Marcusevangelie zelf geen ooggetuige van de verhaalde gebeurtenissen, maar baseerde hij zich op overlevering en andere reeds bestaande bronnen, perikopen, zoals verhalen over conflicten (Marcus 2:1–3:6), apocalyptische bronnen (Marcus 13:1–37) en verzamelingen uitspraken.M. Eugene Boring (2006): Mark: A Commentary, Presbyterian Publishing Corp, , pag. 13-14 Hieraan voegde Marcus andere gegevens uit de Jezustraditie toe. Aan het geheel gaf hij een sterke literair-theologische structuur mee, mogelijk naar voorbeeld van de antieke Grieks-Romeinse biografie.
Vanuit het oogpunt van historisch-kritisch onderzoek blijft onduidelijk of de evangelist een niet-joodse christen kan zijn geweest of een joodse christen uit de regio van Palestina, zoals zou worden aangenomen in het geval van Johannes Marcus en een metgezel van Paulus en Petrus. Aan de ene kant wordt zijn Grieks zonder Semitische taalinvloeden gezien als een indicatie van een hellenistische of Romeinse achtergrond, aan de andere kant wordt erop gewezen dat hij tal van Aramese uitdrukkingen correct vertaalde (bijvoorbeeld Effata in 7:34) en daarom waarschijnlijk Aramees kon spreken. Daar staat tegenover dat de auteur geen goede kennis had van joodse gebruiken. Zo spreekt Marcus 7:3,4 over ritueel wassen dat "door de farizeeën en alle Joden" zou worden gedaan, terwijl dit uitsluitend door de farizeeën werd gedaan. Ook maakt de auteur geografische foutjes, zoals in 7:31: "Hij vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van Dekapolis". Aangezien Sidon zo'n veertig kilometer ten noorden van Tyrus en Galilea ligt, is dat wel een heel grote omweg. Voorstanders van de veronderstelling dat Marcus een heidense christen was, wijzen ook op zijn herhaalde kritiek op het jodendom en zijn positieve houding ten opzichte van de Romeinse autoriteiten; anderen betwijfelen daarentegen of een voormalige heiden zo vroeg in de christelijke geschiedenis zo'n grote invloed kan hebben gehad.
Alles bij elkaar genomen suggereren deze overwegingen dat de evangelist niet identiek kan zijn aan Johannes Marcus uit Handelingen.Ingo Broer (2006): Einleitung in das Neue Testament. Studienausgabe, Echter Verlag, Würzburg, pag. 79–82 Over de identiteit van de auteur is geen overeenstemming bereikt op basis van historisch-kritisch onderzoek.
Plaats van ontstaan Sinds de tijd van Clemens van Alexandrië hebben theologen aangenomen dat het evangelie in Rome geschreven is, hoewel ook Antiochië als mogelijke plaats wordt genoemd. Het evangelie veronderstelt dat Alexander en Rufus, de zonen van Simon van Cyrene die Christus’ kruis droeg, bij de lezers bekend waren (Marcus 15:21). In de gemeente te Rome was een Rufus aanwezig (Romeinen 16:13) en als dat dezelfde is, is er een extra argument voor Rome als plaats van herkomst. Als deze Simon dezelfde is als in Handelingen 13:1 pleit dit voor Antiochië.Mark, Cole A.R., Tyndale New Testament Commentaries, IVP 1988.
Datering Het Marcusevangelie wordt door vrijwel alle Bijbelwetenschappers gedateerd tussen 66 en 73. Deze tijdsvork heeft te maken met de Joodse Oorlog, waarvan Marcus weet lijkt te hebben. Zijn weergave van de voorspellingen door Jezus over de eindtijd in hoofdstuk 13, waarin Marcus de vernietiging van de Tweede Tempel en de onrust daaromheen becommentarieert, is voor veel exegeten een argument dat het evangelie vlak voor, in of kort na 70 is opgesteld. Omdat Ireneüs meldt dat Marcus het evangelie schreef na Petrus' dood is het, ook wanneer we vasthouden aan Marcus (de tolk van Petrus, al dan niet dezelfde persoon als Johannes Marcus) als auteur, mogelijk om het jaar 65 als vroegste datum aan te houden.
Voor aanhangers van de tweebronnentheorie speelt de datering van Matteüs en Lucas een rol in hun datering van Marcus, aangezien deze theorie stelt dat zij zich allebei, onafhankelijk van elkaar, hebben gebaseerd op Marcus. Marcus moet dan dus de oudste van de drie zijn.
De lijdensgeschiedenis en de begrafenis zijn mogelijk een traditie van nog oudere datum. Een aanwijzing hiervoor is dat de naam van de hogepriester in tegenstelling tot de andere evangeliën nergens genoemd wordt, wat erop wijst dat deze traditie nog tijdens de ambtsperiode (18–37) van Kajafas werd opgesteld.
Doelgroep Joodse namen, Aramese uitdrukkingenVoorbeelden van Joodse namen en Aramese uitdrukkingen in het Evangelie volgens Marcus: "Boanerges" (3:17); "Talitha Koem" (5:41); "Korban" (7:11); "Bartimeus" (10:46); "Abba" (14:36); "Eloi" (15:34). en Joodse gebruikenVoorbeelden van Joodse gebruiken in het Evangelie volgens Marcus: 7:3; 14:3; 14:12; 15:42. worden in dit evangelie altijd verklaard (zij het niet altijd helemaal correct), wat op een (voornamelijk) niet-Joodse doelgroep wijst. Ook bevat dit evangelie minder verwijzingen naar en citaten uit het Oude Testament dan bijvoorbeeld Matteüs. Deze referenties zouden voor Joden juist van belang zijn geweest.
Het gebruik van een aantal Latijnse woorden (dat niet in de andere evangeliën voorkomtVoorbeelden van Latijnse termen in het Evangelie volgens Marcus: "spekulatoura" (6:27, SV: scherprechter), "xestes" (vergelijk sextarius, 7:4,8, SV: drinkbekers), "quadrans" (12:42, SV: penningen), "centurio" (15:39, 44, 45).) wijst op een doelgroep en/of omgeving van de schrijver met sterk Romeinse trekken. Dit stemt overeen met verklaringen van oude kerkvaders, dat Marcus zijn evangelie in Rome voor de christenen uit de heidenen schreef. Ook worden plaatsen als Antiochië in Syrië of Egypte geopperd.
Het evangelie was waarschijnlijk bedoeld om voorgelezen te worden. Dit zou ook een aantal typische eigenschappen van de tekst kunnen verklaren, zoals het gebruik van herhalingen.
Handschriften Het oudste handschrift van de tekst is Papyrus 137 (ca. 150-250), op de voet gevolgd door Papyrus 45 (ca. 250). Andere belangrijke handschriften zijn Papyrus 84, Papyrus 88 en de grote Codices. Het belangrijkste tekstkritische probleem is hoofdstuk 16 vanaf vers 8, het slot (zie hieronder).
Relatie met andere synoptische evangeliën thumb|De tweebronnentheorie, die door de meeste wetenschappers wordt geaccepteerd
Van de 662 verzen in het evangelie heeft Marcus er 406 gemeen met zowel Matteüs als Lucas, en nog eens 145 met Matteüs alleen, en 60 met Lucas alleen; slechts 51 verzen komen dus alleen in Marcus voor. De relatie tussen de synoptische evangeliën (Marcus, Matteüs en Lucas) wordt het synoptische vraagstuk genoemd. Veel exegeten nemen aan dat het Marcus-evangelie het oudste van de drie evangeliën is. Aanhangers van de tweebronnenhypothese nemen aan dat zowel Matteüs als Lucas onafhankelijk van elkaar de beschikking hebben gehad over Marcus en een andere geschreven bron (bron Q genoemd), en dat zij hun tekst op deze twee bronnen gebaseerd hebben. Het is mogelijk dat zij daarbij over een oudere versie van Marcus beschikten dan die wij kennen. Het gebruik van deze oudere versie, een oer-Marcus, zou dan een aantal verschillen tussen de Marcus die wij kennen enerzijds en Matteüs en Lucas anderzijds kunnen verklaren.
Structuur De proloog van Marcus opent met de doop en het bevestigen van de volwassen Jezus in het openbare ambt van verkondiger van het naderende koninkrijk van God (Marcus 1:1-15). Hierna volgt een geografische driedeling: Galilea (Marcus 1:16-8:27) "Weg" van de oorsprong bij de Jordaan naar Jeruzalem (Marcus 8:27-10:52) Passie in Jeruzalem (Marcus 11:1-15:47) - dit deel wordt soms onderverdeeld in Jezus' werken in Jeruzalem (11:1-13:37) en de Passie (14:1-15:47) De epiloog beschrijft de grafgeschiedenis (Marcus 16:1-8). Marcus 16:9-20 is vrijwel zeker een latere toevoeging.
Uit deze driedeling kunnen ook theologische zwaartepunten worden afgeleid: In Galilea overwegen de heilsverkondigingen en genezingen. Op de "weg" vindt hoofdzakelijk onderwijs plaats aan de leerlingen en het meereizende volk.W. Fritzen (2008): Von Gott verlassen? Das Markusevangelium als Kommunikationsangebot für bedrängte Christen, Stuttgart, pag. 263-312 In Jeruzalem overheersen afwijzing en hartstocht.
De handelingen in Marcus kunnen worden geplaatst in twee grote bogen. Deze bogen worden gemarkeerd door hemelse stemmen. Aan het begin en in het midden van de handelingen verkondigt een hemelse stem Jezus als Zoon van God (Marcus 1:11; 9:7). Aan het slot verkondigt de engel "Jezus, de man uit Nazaret" als gekruisigd en opgewekt (Marcus 16:6).
Einde