|thumb|Masker van ToejaEgyptisch Museum

Toeja (ook wel gespeld als Toejoe, Thuya, Thuyu of Tjoeyoe) was in de 18e dynastie van het oude Egypte de vrouw van de rijke zakenman Joeja. Samen met haar man werd ze begraven in graf DK 46 in de Vallei der Koningen.

Familie Toeja werd geboren als nakomeling van koningin Ahmose-Nefertari en had dus gedeeltelijk koninklijk bloed. Joeja en Toeja kregen één dochter, Teje, die de eerste vrouw van farao Amenhotep III werd en daarmee koningin werd. Daarnaast waren zij de ouders van een zoon Aänen, die de functie van hogepriester van Ra in Thebe had. Ook van Eje, die Toetanchamon als farao opvolgde, wordt gezegd dat hij een gevolg is van het huwelijk tussen Joeja en Toeja, maar dat is nog niet zeker. De latere invloedrijke farao Achnaton was de kleinzoon van Joeja en Toeja.

Amenhotep III werd farao tussen zijn zesde en twaalfde jaar. Hij trouwde met Teje in het tweede jaar van zijn regeringsperiode. Men neemt aan dat de feitelijke macht bij Joeja en Toeja heeft kunnen liggen.

Graf DK 46 Yuya en Toeja werden begraven in graf DK 46. Dat graf werd in februari 1905 gevonden door de egyptoloog James E. Quibell en was tot de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922 het best bewaard gebleven graf uit de Egyptische oudheid. Egyptoloog Arthur Weigall, die bij de ontdekking van het graf aanwezig was, schreef later aan zijn vrouw: Achnaton, pag. 55, 57

Reeves beweert dat Joeja en Toeja de mooiste mummies zijn die men ooit gevonden heeft.

Titels Ongetwijfeld genoot Toeja groot aanzien; haar naam werd genoemd op gedenkscarabee van het huwelijk van Amenhotep III en haar dochter, die de titel grote koningsvrouw kreeg. Haar eigen titels waren: koningsmoeder van de grote koninklijke gemalin hoofd van de harem van Min (mythologie) hoofd van de spelers van Min zangeres van Amon (mythologie) hoofd van de spelers van Amon zangeres van Hathor (godin)

Categorie:Oud-Egyptisch persoon Categorie:Godsvrouw van Amon Categorie:Persoon in de 14e eeuw v.Chr.