Adriaan Johan (Aad) de Mos (Den Haag, 27 maart 1947) is een Nederlands voetbaltrainer en voormalig voetballer.
De Mos begon na een bescheiden spelerscarrière bij onder meer ADO Den Haag en Excelsior aan een succesvolle loopbaan als trainer. De coach uit Den Haag maakte vooral furore in de seizoenen 1980/81 tot en met 1991/92, toen hij naast éénmaal een tweede plaats als interim-trainer (opgeklommen van een zesde plaats in de tussenklassering tijdens zijn debuut) en eenmaal een derde plaats zeer kort achter nummer twee, als hoofdtrainer drie* landstitels (één als assistent en twee* als hoofdtrainer) en een van de twee bekerfinales met Ajax won, vervolgens de Europacup II en Europese Supercup met KV Mechelen won en een landstitel met RSC Anderlecht veroverde. Na deze succesvolle periode, die vanaf maart 1981 tot en met half 1992 bijna 11½ jaar duurde, veranderde De Mos regelmatig van werkgever, hetgeen hem onder meer de bijnaam Aad Afkoopsom opleverde. Zo was hij nog actief bij onder andere Vitesse, PSV en Sparta Rotterdam en als bondscoach van de Verenigde Arabische Emiraten. Sindsdien is hij vooral werkzaam als tv-analist.
Spelerscarrière Aad de Mos sloot zich op 10-jarige leeftijd aan bij de jeugd van ADO Den Haag, waar zijn vader en oud-voetballer Henk de Mos een functie bekleedde. De Mos was bij de jeugd aanvoerder van een team dat verder ook Lex Schoenmaker, Harry Vos en Dick Advocaat bevatte. Hij kreeg een contract bij ADO, maar speelkansen leverde hem dat niet op.Aad de Mos - profiel De Haagse Voetbalhistorie, 2013. Gearchiveerd op 15 juli 2021. Na een incidentje werd de Mos door trainer Ernst Happel naast het tweede elftal gezet.AOW voor Aad de Mos: glorieuze & tumultueuze tijden VI, 27 maart 2012 De Oostenrijkse succescoach gaf hem ook de opdracht om de 10-jarigen van ADO te trainen, waar toen zijn zoon Ernst Happel junior speelde.
Nadien belandde De Mos bij RVC, een amateurclub uit Rijswijk waar toen onder meer oud-profvoetballer als Cock Clavan en Carol Schuurman speelden. In 1969 werd hij met RVC kampioen in de amateurafdelingen. Een jaar later stapte de 23-jarige De Mos, die inmiddels ook leerkracht was in het basisonderwijs, over naar VV Wilhelmus. Zijn carrière sloot hij af bij Excelsior Rotterdam. Een ernstige blessure aan de lies dwong hem om in 1973 te stoppen met voetballen.
Trainerscarrière Beginjaren De Mos ging vanaf dan aan de slag bij zijn ex-club Wilhelmus. Daar was hij voor het eerst volwaardig trainer. In 1975 nam hij De Valkeniers onder zijn hoede. Met de club uit Rijswijk werd hij twee jaar op rij kampioen. Eind jaren 70 keerde hij als coach terug naar zijn ex-club RVC.
Ajax left|thumb|220px|Johan Cruijff en assistent-trainer Aad de Mos (rechts) op 3-12-1981. 3 dagen later, op 6 december 1981 in het duel Ajax-Haarlem 4-1, maakte Cruijff zijn al sinds november 1980 verwachte rentree. Na 19 augustus 1973 (Ajax-FC Amsterdam 6-1) had Cruijff ruim acht jaar lang geen competitiewedstrijden meer voor Ajax gespeeld. In het seizoen 1980/81 kreeg de in Rijswijk woonachtige Hagenaar de kans om jeugdtrainer te worden bij Ajax. De Mos aarzelde niet en ging half 1980 in op het aanbod. Na het vertrek van hoofdcoach Leo Beenhakker begin maart 1981 nam De Mos voor bijna vier maanden de zaken waar als hoofdtrainer van de Amsterdamse club, samen met assistent-coach Bobby Haarms. Ajax had er toen al 20 van de 34 competitieduels op zitten. Terwijl namen als Ernst Happel, Tomislav Ivić en Kurt Linder genoemd werden, loodste De Mos Ajax, dat in december 1980/januari 1981 nog achtste stond in de competitie op het nippertje nog naar een 2de plaats en bovendien naar de bekerfinale, waarin met 3-1 verloren werd van landskampioen AZ'67. Zijn eerste wedstrijd was Ajax-Excelsior (7-2) op 15 maart 1981. Vlak voor dit duel stond Ajax zesde in de eredivisie. De wedstrijd FC Utrecht-Ajax, die op 21 december 1980 wegens een besneeuwd en beijzeld veld werd afgelast, werd op 1 april 1981 ingehaald. FC Utrecht, met trainer Han Berger, en spelers als Hans van Breukelen, Leo van Veen, Ton de Kruijk, Ton du Chatinier, Frans Adelaar, Jan Wouters, Gert Kruys, Jan van den Akker, Ben Rietveld en Willy Carbo, dat dat seizoen de hoogste eindklassering ooit haalde, namelijk derde, werd door De Mos in de maling genomen. De Mos had vlak voor de wedstrijd namelijk een verkeerde opstelling doorgegeven. Deze aanpak had succes, want Ajax behaalde in dit moeilijke en cruciale uitduel een zwaar bevochten 2-1 overwinning. Vier dagen later liet De Mos Gerald Vanenburg tijdens de wedstrijd Ajax-FC Den Haag (2-0) debuteren, zoals een maand later, op 3 mei 1981, Sonny Silooy zijn eerste kans kreeg (Ajax-Sparta 2-1). Vanaf 15 maart 1981 werd in de laatste 14 wedstrijden slechts eenmaal gelijkgespeeld en eenmaal verloren. Op 11 april 1981 bracht Ajax het toen zo superieure AZ'67 (met spelers als Ronald Spelbos, Peter Arntz, Jan Peters, Kristen Nygaard, Kurt Welzl, Kees Kist en Pier Tol) in Alkmaar de enige nederlaag van het seizoen in de eredivisie toe door een goal van Frank Arnesen. Een andere topper, op 24 mei 1981 thuis tegen Feyenoord, werd met 4-1 gewonnen door goals van Tscheu La Ling (2x), Frank Arnesen en Wim Kieft. Ajax eindigde dit moeilijke seizoen nog met 88 goals vóór en 54 goals tegen (doelsaldo +34). In de laatste 14 eredivisieduels in 1980/81 onder interim-trainer de Mos, werden er 12 gewonnen, 1 gelijkgespeeld, en 1 verloren, doelsaldo +23 (35-12).
Half 1981 vertrok vervolgens aanvoerder Frank Arnesen naar het Spaanse Valencia, welke beslissing hij eind maart 1981 al had genomen, na het vertrek van technisch adviseur Johan Cruijff naar het Spaanse Levante (nabij Valencia) en het daarop volgende vertrek van trainer Leo Beenhakker, die met een 3-1 uitnederlaag tegen PSV op 7 maart 1981 afscheid van Ajax nam. Ajax wist wel de andere Deense aanvallende middenvelder Søren Lerby te behouden, die de nieuwe aanvoerder van Ajax werd. Ook werd in juni 1981 de 20-jarige Deen Jesper Olsen aangetrokken als linkerspits. De periode van De Mos als interim-trainer tussen maart en juni 1981 beviel het Ajax-bestuur, dat hem de functie van hoofdtrainer beloofde na een stage onder Kurt Linder in het seizoen 1981/82. De Mos veroverde in 1982, als assistent van Linder, zijn eerste landstitel met Ajax, met 117 goals vóór en 42 goals tegen (doelsaldo +75).
Vanaf juni 1982 nam De Mos de taken van Linder over en kreeg hij spelers als Johan Cruijff, Marco van Basten, Wim Kieft, Gerald Vanenburg, Frank Rijkaard, Sonny Silooy, John van 't Schip, Jesper Olsen en Søren Lerby onder zijn hoede, alsmede nieuwe aankoop Jan Mølby. Het werd meteen een succesverhaal. In zijn eerste seizoen 1982/83 als hoofdcoach won Ajax de dubbel, in de eredivisie scoorde Ajax in de 34 duels 106 keer, en er werden 41 tegentreffers geïncasseerd (doelsaldo +65). Na het seizoen verloor De Mos Cruijff aan Feyenoord. Zijn sterspeler verliet de club na een conflict met voorzitter Ton Harmsen. Ook linkermiddenvelder en aanvoerder Søren Lerby, die al sinds de lente van 1981 in de belangstelling stond van Bayern München, vertrok half 1983. Centrumspits en Europees topscorer van het seizoen 1981/1982 Wim Kieft, ging half 1983 bij Pisa in Italië spelen. Doelman Piet Schrijvers vertrok na negen jaar naar PEC Zwolle, waar hij herenigd werd met ex-Ajacied Johnny Rep en ex-Ajax-trainer Cor Brom. Leo van Veen, Mister FC Utrecht, keerde na zijn eenjarig uitstapje bij Ajax, half 1983 terug bij FC Utrecht. Het lag vrijwel uitsluitend aan het vertrek van clubicoon en super-prestatieman Johan Cruijff, dat het seizoen 1983-1984 voor Ajax een moeilijker seizoen dan het voorgaande werd, doordat Feyenoord nu ineens veel sterker werd (1982-1983 54 punten, doelsaldo +33 (72-39); 1983-1984 57 punten, doelsaldo +65 (96-31), een verdubbeling van het doelsaldo, een toename met 32). Het lag niet zozeer aan het vertrek van alle andere spelers half 1983, al verloor Ajax met Søren Lerby wel een uitstekende, snelle, veelscorende aanvallende 25-jarige middenvelder, die ook verdedigend sterk was, een super-balheroveraar, met een uitstekende wedstrijdmentaliteit.
De aankopen Ronald Koeman en Felix Gasselich en de uit eigen jeugd afkomstige spelers John Bosman, 2de doelman Stanley Menzo en Winston Haatrecht waren hun vervangers in de selectie. En hoewel Ajax met een zeer talentvolle, onervaren selectie van gemiddeld 21 jaar en een uiterst talentvol 1ste elftal van gemiddeld 22 jaar in september 1983 nog verrassend met 8-2 van Feyenoord won en tot en met zaterdag 10 maart 1984 - soms afgewisseld door PSV - het beste doelsaldo in de eredivisie had, werd het Rotterdamse Feyenoord in het seizoen 1983/84 kampioen. Ajax werd 3de van de 18 clubs in de eredivisie, met 100 goals vóór en 46 goals tegen, met een uiterst minimale achterstand op nummer twee, PSV (2de. PSV 52 punten, doelsaldo +56 (88-32); 3de. Ajax 51 punten, doelsaldo +54 (100-46)). Ruwweg bezette Ajax ¼ van het aantal ronden de eerste plaats op de ranglijst, ¼ de tweede plaats en de helft de derde plaats. Ajax nam dit seizoen ook deel aan het zaalvoetbaltoernooi in sporthal Amsterdam-Zuid, waar PEC Zwolle (13-2) en de All Stars (11-1) eind december 1983 met een groot verschil werden verslagen. Ajax won ook met 6-5 van het Nederlands nationaal zaalvoetbalteam, maar verloor met 6-3 van Haarlem. Winston Haatrecht en vooral Gerald Vanenburg waren de uitblinkers tijdens dit toernooi. thumb|220px|De Mos (midden) dolt met Frank Rijkaard tijdens een training van Ajax (21-10-1984). Op de achtergrond v.l.n.r.: Felix Gasselich, Walter Meeuws, Stanley Menzo en Sonny Silooy.