Het zionisme (Hebreeuws: , ) is een etnoculturele, nationalistische beweging en ideologie die een Joodse staat ondersteunt in het gebied waar in Bijbelse tijden de Israëlitische koninkrijken Israël en Juda hebben gelegen. De term werd voor het eerst gebruikt in 1890 door Nathan Birnbaum in het tijdschrift Selbstemanzipation. De term Zion gaat terug naar de tijd van de Joodse ballingschap in Babylonië die in de Bijbel wordt beschreven. Die naam verwijst naar de berg Zion, die stond voor 'Jeruzalem'. Het zionisme ontstond na de Joodse verstrooiing ten gevolge van de opstand van Sjimon bar Kochba.Paul Morren (2004) Theodor Herzl: grondlegger van het politieke Zionisme (1860-1904) Antwerpen/Apeldoorn: Garant, p. 25 De twee pijlers van de beweging zijn de Joodse diaspora en het mislukken van de emancipatie van de Joden in de 19e eeuw.
Theodor Herzl, geboren in Boedapest, gaf in 1896 met zijn pamflet 'Der Judenstaat' de aanzet tot de georganiseerde kolonisatie van Palestina. In 1897 riep hij het eerste Internationale Zionistencongres te Basel bijeen, waar de World Zionist Organization (WZO) werd opgericht.The Jewish State — Der Judenstaat. Theodor Herzl, 1896, p.1.. Vertaling MidEastWeb
thumb|Theodor Herzl: Een "Oplossing van het Joodse Vraagstuk" in The Jewish Chronicle op 17 januari 1896 thumb|Delegaties op het eerste Zionistische Congres in 1897
Componenten van zionisme Het zionisme heeft politieke, culturele, socialistische en religieuze componenten.
Politiek Het politieke zionisme ontstond in het 19e-eeuwse Europa onder seculiere Joden, en kwam vooral voort uit de visie dat de emancipatie van Joden in Europa mislukt was doordat ze geen eigen staat hadden, en ook door hun afwijkende positie in de maatschappij (met vooral beroepen in de dienstensector). Moorden op Joden en vernietiging van Joods eigendom door pogroms in Oost-Europa versterkten deze visie maar ook in West-Europa groeide het antisemitisme.
Cultureel Het culturele zionisme, dat vaak samenging met het politieke zionisme, wilde de Hebreeuwse taal en Joodse cultuur behouden en versterken, die door de vergaande assimilatie van Joden in met name West-Europa verloren dreigde te gaan.
Asher Zvi Hirsch Ginsburg (1856-1927), (pseudoniem Ahad Ha’am, (Hebr.): één (van) het volk) neemt in een artikel over zionisme een eigen positie in. Hij was tegen het beginnend politieke zionisme, dat de joden uit de diaspora naar Palestina wilde brengen. Wel hoopte hij dat in Palestina een renaissance van joods leven zou ontstaan, een licht dat de joodse diaspora zou aansteken. Een voorbeeld voor een verdeeld rakende diaspora. De tijd was nog niet rijp voor een messiaanse terugkeer van het volk naar het land. Het volk moest eerst rijper worden. Dan zouden geleidelijk joden er heen kunnen gaan om een spiritueel centrum van Hebreeuwse cultuur te vormen. Na zijn eerste bezoek aan Palestina schreef hij in 1891 over zijn ervaringen daar en waarschuwde hij zijn medejoden: weergave van het hoofdstuk “Zionist activism” in het Engelstalig Wikipedia-artikel Ahad Ha’am
de woede van de inheemse bevolking niet op te wekken door hen kwaad te doen ... we moeten voorzichtig zijn in onze omgang met een vreemd volk onder wie we zijn teruggekeerd om te leven, deze mensen met liefde en respect behandelen en, onnodig te zeggen, met gerechtigheid en gezond verstand. En wat doen onze broeders? Precies het tegenovergestelde! Ze waren slaven in hun diaspora, en plotseling vinden ze zichzelf met onbeperkte vrijheid, wilde vrijheid die alleen een land als Turkije (het Ottomaanse Rijk) kan bieden. Deze plotselinge verandering heeft despotische neigingen in hun hart geplant, zoals altijd gebeurt met voormalige slaven ('eved ki yimlokh - wanneer een slaaf koning wordt - Spreuken 30:22). Zij behandelen Arabieren met vijandigheid en wreedheid, slaan hen schandelijk zonder voldoende reden en scheppen zelfs op over hun daden. Er is niemand om de vloed te stoppen en een einde te maken aan deze verachtelijke en gevaarlijke neiging. Onze broeders hadden inderdaad gelijk toen ze zeiden dat de Arabier alleen hem die moed en dapperheid toont respecteert. Maar als deze mensen het gevoel hebben dat de wet aan de kant van hun rivaal staat en, nog meer, als ze gelijk hebben te denken dat de acties van hun rivaal onrechtvaardig en onderdrukkend zijn, dan houden ze, zelfs als ze zwijgen en eindeloos gereserveerd, hun woede in hun harten. En deze mensen zullen wraakzuchtig zijn als geen ander.Wrestling with Zion, Grove Press, 2013 PB,p.15 (citaat in Engelstalig wiki-artikel Ahad Ha’am, hoofdstuk Visits to Palestine, gevonden op 28-11-2020)
Socialistisch Socialistisch zionisme domineerde vanaf de jaren 20 tot in de jaren 70 van de 20e eeuw in het mandaatgebied Palestina en speelde een hoofdrol in het opbouwen van een Joodse staat. Zij stond aanvankelijk een socialistische maatschappij voor en benadrukte dat Joden zich de beroepen in landbouw en industrie (weer) eigen moesten maken om een volledige zelfvoorzienende natie te kunnen vormen.
Religieus
Religieus zionisme was in de 19e eeuw nog uiterst marginaal, daar de meeste godsdienstige Joden ervan overtuigd waren dat alleen de toekomstige joodse Messias de Joden naar hun 'Beloofde Land' kon terugleiden. Het heimwee naar Zion en verlangen naar een eigen Joods vaderland komt in het lied Hatikwa tot uitdrukking.
Sinds de jaren dertig van de 20e eeuw groeide echter de aanhang van dit religieus zionisme. Bij de oprichting van de staat Israël en met name na (de Zesdaagse Oorlog) van 1967 is het een bepalende factor geworden in de politiek van Israël. Samen met de seculiere revisionistische zionisten (een afsplitsing uit de jaren twintig) streven ze een groter grondgebied voor die staat na, Streven naar een Groot-Israël/Eretz Israël ook al zijn hier uitzonderingen op zoals de Israëlische filosoof Yeshayahu Leibowitz. Het religieus zionisme, vrijwel identiek aan wat bekendstaat als modern-orthodox jodendom, combineert een liberale interpretatie van orthodox jodendom met zionisme. In tegenstelling tot charedische joden dragen de mannen 'normale' westerse kleding, geen hoed, maar enkel een (meestal gekleurde) keppel.
Houding van Joden tegenover het zionisme Aanvankelijk had het zionisme maar weinig aanhang onder Joden in Europa en Amerika. Vooral religieuze Joden vinden dat herstel van de Joodse heerschappij in het land van Israël pas na het verschijnen van de Messias kan plaatsvinden, en dat het bijna godslasterlijk is om dit op seculiere gronden te willen bereiken. Seculiere Joden geloofden in meerderheid dat liberalisme ofwel socialisme uiteindelijk het antisemitisme zou overwinnen en hen veiligheid en gelijkheid zou bieden in de landen waar zij woonden. Voor een meerderheid van de Joden die vervolging in Oost-Europa ontvluchtten, was Amerika een aantrekkelijker toevluchtsoord dan het onherbergzame Palestina. Er was veel scepsis over de haalbaarheid van het zionistische project.
De voortdurende vervolging in Oost-Europa vanaf eind 19e eeuw en nadien de Shoa (Holocaust) tijdens het nazibewind, waarbij ruim een derde van alle Joden in de wereld werd vermoordVital Statistics: Jewish Population of the World (1882 - Present), Jewish Virtual Library. Van de 16,728 miljoen Joden in 1939 kwamen bij de Holocaust ongeveer 6 miljoen om het leven, leidden ertoe dat ook onder minder religieuze Joden de mening groeide dat, met het oog op zelfbehoud, een thuisland nodig zou zijn. Zo ontstond bij deze groep alsnog meer steun voor het verkrijgen van een eigen land.
Van de religieuze Joden is er vanuit de ultraorthodoxie verzet tegen het zionisme, gebaseerd op de joodse wet (halacha) die een Joodse staat vóór de komst van de Messias strikt verbiedt; veel religieuze Joden vinden het bijna godslasterlijk om dit op seculiere gronden te willen bereiken. Chareidische (ultraorthodoxe) rabbijnen en hun volgelingen blijven tegenstanders van het zionisme; sommigen sterker dan anderen.
De grootste en een van de felste antizionistische bewegingen tot op de dag van vandaag is de Satmar-beweging. De vorige rebbe (leider) ervan, grootrabbijn Joel Teitelbaum, is de schrijver van het antizionistische boek Vayoel Moshe. Ook de Edah HaChareidis, de extreem-orthodoxe rabbinale raad van Jeruzalem, is fel antizionistisch, evenals de kleine ultraorthodox-joodse groep Neturei Karta die fel gekant is tegen een eigen Joodse staat.
Geschiedenis Opkomst zionisme De zionistische ideologie werd hoofdzakelijk ontwikkeld door joden in Midden-Europa. De feitelijke emigratie naar Palestina in de 19e en vroege 20e eeuw vond vooral plaats vanuit Oost-Europa, waar discriminatie en vervolging van joden het hevigst was. De Duitse socialist Moses Hess (1812 - 1875) riep in 1862 in zijn boek Rom und Jerusalem op tot het vormen van een Joodse nationale beweging en vestiging in Eretz Yisrael. De Russische arts en vroegere assimilationist Leon (Yehuda Leib) Pinsker (1821-1891) schreef in 1882 in het Duits het pamflet Selbstemanzipation, waarin hij eveneens Joden opriep zichzelf te bevrijden door vestiging in een eigen land. Pinsker richtte daarna Hovevei Tzyion in Rusland op om het zionisme te bevorderen. De Weense journalist Nathan Birnbaum (1864-1937) bouwde op de ideeën van Pinsker voort onder andere in zijn eigen tijdschrift (1884-1894) dat eveneens Selbst-Emanzipation! heette. Theodor Herzl, een stads- en vakgenoot van Birnbaum, presenteerde in 1896 in zijn boek Der Judenstaat een praktisch plan en een visie hoe een Joodse staat te verwezenlijken zou zijn. Een jaar later richtte hij de internationale zionistische beweging op.
Zionistische beweging In augustus 1897 kwam te Bazel onder leiding van Herzl en Birnbaum het eerste Internationale Zionistische Congres bijeen met zo'n 200 deelnemers, die het Basle Program aannamen waarin Eretz Yisrael als thuisland voor Joden werd nagestreefd.Mission Statement. World Zionist Organization (maart 2025 bekeken). Gearchiveerd op 23 okt 2012 Naast het stimuleren en faciliteren van daadwerkelijke emigratie naar Palestina, was de hoofdzorg van de zionistische beweging steun en legitimiteit te verkrijgen van de toenmalige grootmachten. Herzl sprak met de sultan van Turkije, de Duitse keizer en de Russische regering, en zelfs met de paus, maar geen van hen wilde medewerking verlenen aan het zionistische project. Het Ottomaanse Rijk dat Palestina al eeuwen overheerste, stond negatief tegenover het zionisme en wierp obstakels op tegen immigratie en landaankopen.
Niet alle zionisten zagen het toenmalige Palestina als de enige plaats waar een thuisland voor Joden kon worden gevestigd. Ook vestiging in Argentinië, Brits-Guiana en Oeganda werd aanvankelijk overwogen, maar na de oprichting van de zionistische beweging in 1897 verdwenen deze opties al snel van het toneel. Een uitzondering hierop was het Saramaccaproject uit omstreeks 1946. Een thuisland in Palestina sloot aan bij het gedurende bijna 2000 jaar diaspora 'nimmer gedoofde verlangen naar Zion' en kon dus op het grootste draagvlak rekenen.
Het Britse mandaatgebied Palestina Tijdens de Eerste Wereldoorlog sprak de Britse regering bij monde van Lord Balfour zich onder druk van de Zionistische Wereldorganisatie uit voor het oprichten van een "Joods nationaal tehuis" in Palestina: (de Balfour-verklaring). Dit was in tegenspraak met de zogenoemde Hoessein-McMahon-correspondentie, waarin de Britten onafhankelijkheid toezegden aan de Arabieren in een groot deel van het Midden-Oosten, met uitzondering van de kuststrook westelijk van Syrië. De Arabische leider Faisal I sloot op de Vredesconferentie van Parijs in 1919 een overeenkomst met de zionistische leider Chaim Weizmann, waarin beiden elkaar steun toezegden voor hun nationale aspiraties. Faisal maakte zijn deel van de overeenkomst echter afhankelijk van het verkrijgen van Syrië: een Britse toezegging die niet werd nagekomen.