Angelus Merula (Latijn voor Engel Willemszoon de Merle) (Brielle, 1482 – Bergen (Henegouwen), 26 juli 1557) was een priester in de parochie Heenvliet rond het jaar 1532. Hij is bekend geworden als een van de eerste geestelijken die het protestantse gedachtegoed aanhing en hiervoor ter dood werd veroordeeld.

thumb|Gebrandschilderd raam met Agelus Merula, in de Sint-Catherijnekerk in zijn geboorteplaats Brielle

Hij wordt wel de "ketterse pastoor van Heenvliet" genoemd en dat geeft zijn positie goed weer. Hij was, net als Luther, tegen de toenmalige aflatenpraktijk, was tegen heiligenverering en tegen bedevaarten. thumb|Ruïne Ravensteyn in HeenvlietOndanks het feit dat een eerste onderzoek in 1533 al aan het licht bracht dat hij "ketters" gedachtegoed uitdroeg, is hij daarna toch nog twintig jaar pastoor in Heenvliet kunnen blijven, onder andere dankzij de bescherming van Joost van Cruiningen, ambtsheer van Heenvliet. Toen deze in 1543 overleed, werd hij opgevolgd door zijn zoon Johan van Cruyningen. Hij gaf Merula minder bescherming dan nodig bleek.

Angelus Merula werd beschuldigd van ketterij en uiteindelijk veroordeeld tot de brandstapel. In afwachting van zijn eerste proces heeft hij gevangengezeten in Kasteel Ravestein in Heenvliet.

Leer Merula stond in zijn “ketterijen” verre van alleen. Hij was maar een van de zeer velen die instemden met ideeën van Maarten Luther. Dr. A. Bas zegt in het Reformatorisch Dagblad in een interview dat hij een echte protestant was: Hij beleed de typisch reformatorische stellingen. Hij beriep zich telkens weer op de Schrift, leerde de rechtvaardiging door het geloof en stelde Christus centraal.”Eerbetoon aan vroege Nederlandse reformator: Ds. A. Bas promoveert op vroege reformator Merula, Reformatorisch Dagblad, 15 januari 2011

Christus is volgens Merula de enige middelaar. Verder wees hij de transsubstantiatieleer en het aanbidden van heiligen af. Hij verklaarde dat een aflaat een overledene niet zou helpen en meende dat het vagevuur niet van toepassing kon zijn, omdat een ware gelovige naar de hemel zou gaan ongeacht zijn werken. Rechtvaardiging kan alleen plaatsvinden door geloof en niet door goede werken. Een christen moet wel goede werken doen, maar als consequentie van het geloof, niet om verdienste te halen. Het vereren en aanbidden van heiligenbeelden was volgens hem afgoderij. Bedevaarten waren volgens hem verderfelijk, vanwege het liederlijk gedrag en de losbandigheid die ermee gepaard gingen.

Ondanks dat was hij ook een echte rooms-katholiek. Hij heeft zich tot het einde toe geen ketter gevoeld en heeft verdedigd dat hij geen ketter was. Hij wilde de Kerk van Rome niet verlaten en heeft volgehouden dat afwijkende meningen hem niet tot ketter maakten. Volgens hem is iemand pas ketter als hij willens en wetens breekt met de kerk. In plaats daarvan wilde hij net als Erasmus de kerk van binnenuit weer gezond maken door misbruiken en slechte gewoontes tegen te gaan.

Volgens bronnen is die verzoenlijkheid in de verhoren door de inquisitie tegen hem gebruikt. De inquisiteurs Franciscus Sonnius en Ruard Tapperhttp://www.voornewiki.nl/geschiedenis-canon/15-angelus-merula/. Gearchiveerd op 8 januari 2010.https://www.kerkpleinenkhuizen.nl/7_PersKrant/2011-02-a.htmlhttp://www.leerhuislelie.be/7.%20Geschiedenis/1559.htm. Gearchiveerd op 10 maart 2016.http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/1_Jan_Gerritszoon_VerstegheJoannes_Anastasius_Veluanus. Gearchiveerd op 28 augustus 2016. deden verwoede pogingen om hem zijn ketterijen af te laten zweren. Ruard Tapper kreeg hem zo ver dat hij het leergezag van de kerk erkende, voor zover de leerstellingen afgeleid waren van de Heilige Schrift of in elk geval daar niet mee in strijd waren. Daarbij impliceerde Tapper de Bijbel volgens de officiële kerkelijke uitleg. De consequentie was uiteraard dat Merula alle afwijkende ideeën daarmee in één klap verwierp.

Merula zou het leergezag herhaalde malen hebben erkend en ook weer herroepen zodra hij zich realiseerde wat die erkenning inhield.

Het zou kunnen dat Merula door erkenning en herroeping van zijn standpunten dacht een veroordeling te kunnen ontlopen. Maar volgens sommigen zou Tapper die erkenning door knoeien met Merula’s verklaringen hebben bereikt.

left|thumb|De kerk van Heenvliet waar Merula preekteMerula zou in aanraking gekomen kunnen zijn met de ideeën van Luther door de geschriften van Philipp Melanchthon. Maar in die periode was er in de omgeving meer Lutherse activiteit. Zo preekte in het nabij gelegen Geervliet pastoor Jacob Neut Luthers. Er worden ook een aantal augustijnen genoemd die Lutherse ideeën aanhingen. (Luther was zelf augustijn en is door zijn orde lang beschermd en verdedigd.) Volgens de theoloog dr. Jan Weernerkers, die in 1983 promoveerde op de theologie van Merula, stond deze in zijn christologie dichter bij de Zwitserse reformator Zwingli dan bij Luther.Jan Weernekers, De theologie van Angelus Merula, met name onderzocht op invloeden vanuit de reformatie. Proefschrift Rijksuniversiteit te Utrecht. Boekuitgave: Amsterdam, Editions Rodopi, 1983, blz. 38-40. Met samenvatting in het Duits (blz. 136-142). Zie ook het los bijgevoegde blad met 15 stellingen, hier stelling 2. Merula was kennelijk geen eenzame pionier. Het lijkt erop dat hij lid was van een lutherse gemeenschap die op het hele eiland Voorne (en Putten) actief was en die een grote aanhang onder het volk had.

G. ’t Hart geeft in zijn boek over de Hoge Heerlijkheid van Heenvliethttps://web.archive.org/web/20120119151642/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/ aan dat Merula tijdens zijn prediking in Brielle te kampen had met een partij van “santendragers” (mensen die heiligenbeelden in processie mee wilden dragen). Toen hij in Heenvliet werkte, was die groep daar niet. Dat zou erop wijzen dat hij geen conservatief katholieke oppositie van betekenis had.

Concilie van Trente Toen keizer Karel V in 1548 zijn Interim van Augsburg uitvaardigde, schreef Merula in zijn commentaar aan bisschop George van Egmont van Utrecht dat het wel leek of het interim geschreven was opdat de oude afgoderij en beeldendienst in leven zou blijven. “Weg dan met de schrijver en zijn anti-Christ en zijn Rijk!”,https://web.archive.org/web/20120312002042/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/Binder8.pdf pag. 95 voegde hij eraan toe. Dat leverde hem een verkiezing op tot kerkelijk vertegenwoordiger van het bisdom bij het Concilie van Trente. Pas 5 jaar na zijn dood, in de 25e sessie van het concilie van Trente op 3 december 1563, zou uitspraak gedaan worden over de beeldendienst.https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=650&dos=21. Gearchiveerd op 28 november 2021. We kunnen ons afvragen wat Engel van artikel 3https://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=736. Gearchiveerd op 26 januari 2021. van die uitspraak gedacht zou hebben. Merula is nooit zover gekomen dat hij naar Trente zou kunnen vertrekken. Eerst werd hij ziek, daarna werd hij gearresteerd.

Merula’s voorganger in Heenvliet had al onder bescherming van Joost Van Cruyningen volgens de reformatie gepreekt. Ook Merula zelf genoot voordat hij door van Cruyningen in 1532 naar Heenvliet gehaald werd, al enige bekendheid als sympathisant van de reformatie. In het nog geen 9 km ver gelegen Brielle had hij al een reputatie opgebouwd. Onder bescherming van Van Cruyningen kon Merula zijn gang gaan. De heer van Heenvliet beschermde zelfs de anabaptisten in zijn gebieden, die als politiek zeer gevaarlijk werden gezien. Angelus maakte gebruik van die ruimte. Waardoor al in 1533 voor de eerste keer een onderzoek naar hem ingesteld werd door het Hof van Holland. Onderprior Henricus te Oudewater van het klooster te Rugge (waar later de martelaren van Gorcum werden terechtgesteld) verklaarde dat Angelus Merula de paus als de antichrist zag en vond dat de Roomse Kerk simonie bedreef. Kennelijk vond men het toen niet nodig om er een proces van te maken.https://web.archive.org/web/20120312002042/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/Binder8.pdf pp. 85-86

Pas nadat Johan van Cruyningen in 1549 heer van Heenvliet was geworden, zou het zover kunnen komen. Johan van Cruyningen trouwde in 1549 met Jacqueline van Bourgondië, een zus van Maximiliaan II van Bourgondië, die op dat moment stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht was. Maximiliaan was een trouw dienaar van keizer Karel V.https://web.archive.org/web/20120312002042/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/Binder8.pdf pag. 96 Je kan je afvragen of Maximiliaan (en zijn zus!) gecharmeerd waren van de uitlatingen van Merula over zijn meester en diens interim. Jacqueline van Bourgondië was vurig rooms-katholiek.https://web.archive.org/web/20120312002042/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/Binder8.pdf pag. 93 Dat zal de positie van Angelus ook niet hebben verbeterd.

In 1551 trad de Inquisitie in het geheim in contact met het drietal. Daarop stuurden zij in 1552 in het geheim een bericht naar landvoogdes Maria van Hongarije. Precies in die periode vroeg Merula ontslag aan wegens leeftijd en ziekte, om zich terug te trekken in zijn nieuw gestichte weeshuis in Brielle.https://web.archive.org/web/20120312002042/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/Binder8.pdf pag. 97 Johan van Cruyningen meende niets anders te kunnen doen dan dat ontslag herhaalde malen te weigeren.

Op 15 april 1553 arriveerde inquisiteur Franciscus Sonnius. De volgende dag al kreeg Merula een beschuldiging in 17 artikelen. Hij werd daarna vastgezet door van Cruyningen, volgens sommigen een tijdje in de ruïne van Kasteel Ravestein. Hoewel Johan van Cruyningen het recht en de plicht had om Merula zelf te berechten, durfde hij dat niet aan. Hij kon Merula niet meer vrijspreken, en bij een veroordeling zou hij de hele bevolking van Heenvliet en de meerderheid van Voorne tegen zich krijgen. Het volk was volledig op de hand van Merula. Hij begon met tijd rekken en deed alsof hij geen gelegenheid had voor de rechtszaak. Het aanbod van Sonnius om de zaak verder in Utrecht af te handelen (zeer ongunstig voor Merula), werd met hulp van het Hof van Holland als illegaal terzijde geschoven. Als compromis werd afgesproken dat Merula naar de Gevangenpoort overgebracht zou worden, zodat het proces in Den Haag zou kunnen plaatsvinden.

Toen een bode uit Den Haag de pastoor uiteindelijk op kwam halen (omdat hij maar niet gebracht werd), bleek dat geen van de schippers en vissers in de havenstad bereid “of in de gelegenheid” was om Merula over te varen. Een toevallig net binnenkomende vreemdeling werd toen ingehuurd. Hoewel die wel wilde weigeren toen hij eenmaal begreep waar het om ging, bleek dat niet meer mogelijk zonder een zware straf te riskeren. Uiteindelijk werd de overtocht pas midden in de nacht gewaagd, om de volkswoede te ontlopen.https://web.archive.org/web/20120312002042/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/Binder8.pdf pp. 102-103

Verhoord door de Inquisitie In Den Haag konden de verhoren door Franciscus Sonnius en Ruard Tapper beginnen. Artikel 12 van de beschuldiging luidde dat hij ”zeyt ende sustineirt die voirsz. pastoer, dat men anders niet en behoort te ghelooven, dan in twoord Godts (dat is die heilige schrifte) begrepen ende gescreven staet.”https://web.archive.org/web/20120312002042/http://www.heenvliet.nieuwesluis.nl/Binder8.pdf pag. 103 Hij werd er dus van beschuldigd dat hij beweerde dat men niets anders behoort te geloven dan in de bijbel staat. Sonnius viel hem daarop aan, maar kon hem niet overtuigen.