De Slag bij Austerlitz of de Driekeizerslag (Tsjechisch: Bitva u Slavkova) vond plaats op 2 december 1805, tijdens de Derde Coalitieoorlog tegen het Franse keizerrijk van Napoleon. Napoleon versloeg de Oostenrijkse en Russische legers bij Austerlitz (tegenwoordig Slavkov u Brna in Tsjechië).

left|330px|thumb|De beginopstelling op het slagveld tussen Brünn (linksboven) en Austerlitz (rechts)

witte rechthoekjes: Franse troepen zwarte rechthoekjes: Oostenrijkse en Russische troepen

Aangezien slechts 75.000 Fransen het opnamen tegen 90.000 tegenstanders is het het militair genie van Napoleon dat beslissend bleek in de slag: door een opstelling in het dal te kiezen boven de strategisch beter gelegen hoogte lokte hij de Oostenrijkers naar een minder verdedigde flank, waardoor bij de hoofdmacht van de tegenstanders de aandacht verschoof. Na te hebben afgewacht tot de hoofdmacht uitdunde, startte Napoleon in de mist zijn befaamde "sprong van de leeuw". Een Franse troepenmacht van 17.000 man bezette de hoogte en splitste zo de troepen van de tegenstander in twee delen die vervolgens vanaf de hoogte beide werden aangevallen. Als noodgreep wierp de Russische tsaar zijn keizerlijke garde in de strijd die veel schade aanrichtte, maar te laat was om de Fransen te verdrijven.

Achtergronden In 1804 begon de Britse premier William Pitt de Jongere, die een Franse invasie van Groot-Brittannië vreesde, de Derde Coalitie te smeden tegen de hegemonie op het Europese continent van de Franse eerste consul, weldra keizer, Napoleon. Eerst lukte het hem om een anti-Frans verdrag te sluiten met Zweden, daarna met Rusland en uiteindelijk met het Oostenrijkse keizerrijk dat op 8 september 1805 met zestigduizend man het keurvorstendom Beieren binnenviel om een Franse opmars naar het oosten te blokkeren. In de zomer van 1805 zag Napoleon in dat als de Oostenrijkse en Russische legers zich zouden kunnen verenigen, het koninkrijk Pruisen zich daar vermoedelijk bij zou aansluiten wat een mogelijke overmacht aan vijandelijke troepen zou kunnen opleveren. Hij besloot Oostenrijk in een bliksemcampagne op de knieën te dwingen voordat de terughoudende Frederik Willem III van Pruisen zijn neutraliteit zou opgeven. Daarbij werd hij geholpen door de Oostenrijkse fout het grootste deel van hun leger in Italië in te zetten. In september 1805 zond Napoleon 194.000 troepen van zijn Grande Armée van 350.000 man die hij bij Boulogne voor de invasie geconcentreerd had, de Rijn over. In een grote omsingelende beweging omvatten de Fransen de Oostenrijkse troepen en dreven ze samen bij Ulm. Op 20 oktober gaf het garnizoen van Ulm zich vrijwel zonder slag of stoot over en lag de weg open voor een snelle Franse opmars, geleid door Napoleon zelf, naar Wenen dat op 13 november zonder noemenswaardige strijd viel.

Ondertussen was een Russisch expeditieleger onder Michail Koetoezov aangekomen in Oostenrijk. Eerst voorwendend dat hij samen met de restanten van de Oostenrijkse strijdmacht, elfduizend man, Wenen zou verdedigen, trok Koetoezov op 11 november zijn troepen ver naar het noordoosten terug in Moravië, gevolgd door Napoleon die op 23 november Brno bereikte. De toestand van het Franse leger was op dat moment niet onverdeeld gunstig. De snelle opmars was alleen mogelijk geweest door een beperkte strijdmacht in te zetten en gebruik te maken van de nieuwe oogst die in de landstreken waar de invasiemacht doorheen trok net binnengehaald werd. Het voedsel begon nu echter op te raken. Daarbij dreigde voor Frankrijk als geheel een nationaal bankroet wegens de hoge oorlogskosten. Napoleon wilde daarom een snelle overwinning afdwingen. Die leek echter niet voor de hand te liggen. Koetoezov had met een numerieke overmacht een sterke verdedigende positie ingenomen ten oosten van het riviertje de Litava en ten westen van het plaatsje Austerlitz dat de Fransen weer hadden moeten ontruimen. Daarbij was hij van plan om, mochten de Fransen echt in staat zijn de Russische stellingen te bedreigen, steeds verder terug te trekken, eerst over het Tatragebergte en desnoods tot in Galicië. Aan gebrek aan bevoorrading zou het Franse leger dan in de winter te gronde gaan.

Het lukte Napoleon echter om de geallieerde troepen zo te manipuleren dat ze tot een aanval overgingen. Koetoezov had namelijk geen vrijheid van handelen: zijn leger werd begeleid door keizer Frans II van het Heilige Roomse Rijk, en tsaar Alexander I van Rusland. Frans II, die de oorlog eigenlijk al verloren achtte, wilde zo snel mogelijk een regeling met Frankrijk, in de hoop de schade beperkt te houden. Alexander I, daarin gesteund door het grootste deel van het Oostenrijkse officierenkorps, wilde de kans niet laten liggen om Napoleon een nederlaag toe brengen nu hij in zijn vooruitgeschoven positie zo kwetsbaar leek. Napoleon speelde daar op 25 november handig op in door generaal Anne Jean Marie René Savary naar het geallieerde hoofdkwartier te sturen met het aanbod om een wapenstilstand te sluiten. Frans II ging daar op 27 november gretig op in. Alexander I zag zich hierdoor bevestigd in zijn oordeel dat Napoleon in het nauw gebracht was. Op 28 november zond hij generaal-adjudant Pjotr Dolgoroekov naar het kamp van Napoleon met de eis dat Frankrijk al het Oostenrijkse grondgebied zou ontruimen en heel Italië opgeven. Hoewel de Franse keizer haast van woede explodeerde, lukte het hem zijn uiterlijke kalmte te bewaren en een verslagen indruk te maken. Hierop liet Napoleon de hoogten van Prace of Prätzen ontruimen, de heuvelrug die ten westen van de Litava ligt, waarbij de troepen moesten voorwenden dat ze in paniek geraakt waren door de zich verzamelende vijand. Tijdens een geallieerde krijgsraad op 1 december kreeg tsaar Alexander de overhand en men besloot een plan van generaal-majoor Franz von Weyrother uit te voeren om zelf de hoogten van Prace te bezetten en daarna een veldslag aan te gaan waarbij men met 59.300 man, oprukkend in vijf elkaar volgende colonnes, de zwakkere Franse rechterflank zou doorbreken. Men meende daarbij zeer goede vooruitzichten te hebben op een overwinning gezien een algeheel numeriek overwicht van ongeveer negentigduizend tegenover vijftigduizend man en 278 tegenover 139 stukken geschut. thumb|Het leger juicht Napoleon toe in de nacht voor de slag In feite had Napoleon zijn rechterflank opzettelijk verzwakt om een aanval uit te lokken. Daarbij waren kort daarvoor twintigduizend man versterkingen gearriveerd, onder andere het Ie Korps onder maarschalk Jean-Baptiste Jules Bernadotte dat weer uit Bohemen was teruggetrokken, zodat de krachtsverhoudingen veel gunstiger voor hem waren dan de geallieerden dachten. Hoewel hij befaamd was om zijn geniale strategische manoeuvres tijdens de opmars van legers, paste Napoleon tijdens de eigenlijke veldslagen meestal dezelfde simpele tactiek toe: een zo groot mogelijke overmacht bleef op het zwakste punt van de vijand inhameren totdat de verdediging van de tegenstander het begaf. De Slag bij Austerlitz onderscheidt zich door de ongebruikelijke subtiliteit dat Napoleon nu de vijand zelf dat zwakke punt liet scheppen door zijn troepen uit te rekken in de achtervolging van de zogenaamd verslagen Franse rechterflank. Napoleon hoopte door een onverwachte troepenconcentratie de hoogten van Prace opnieuw te bezetten om van daaruit de oprukkende geallieerde linkerflank te verpletteren — hij hoopte zelfs dat het hele vijandelijke leger de route onder de heuvelrug door zou nemen.

Napoleon was niet heel zeker van een overwinning. Alles hing ervan af of de vijand zou handelen als hij voorspeld had. Indien het anders liep en een onbeslist treffen volgde, was het risico groot dat Pruisen, waarvan het leger al in Silezië mobiliseerde, zich in de strijd zou mengen. Ook was de hoofdmacht van het Oostenrijkse leger van Italië naar Hongarije getrokken en dreigde zijn verbindingen van de zuidkant af te snijden. Op 1 december inspecteerde Napoleon persoonlijk het leger, waarbij hij voor het eerst zijn beroemde grijze overjas droeg — vermoedelijk omdat het vrij koud was. Ruwe grappen makend met zijn veteranen, merkte hij dat het moreel van de troepen uitstekend was. In de avond stelde hij een proclamatie aan het leger op waarin hij uitzonderlijk genoeg de hele Franse strategie uit de doeken deed om te voorkomen dat de manschappen gedemoraliseerd zouden raken door de opmars van de geallieerde linkerflank. In de vroege nacht bezocht hij zijn rechterflank om die moed in te spreken en viel toen bijna in handen van een voorpost van kozakken.

Terugkerend in het hoofdkamp merkte hij tot zijn verbijstering dat de troepen hem met fakkels, vreugdevuren en toejuichingen begroetten ter viering van de eerste verjaardag van zijn kroning tot keizer. Eerst werd Napoleon hierom boos maar raakte al snel aangedaan door deze betuiging van trouw. Om 04:00 ging hij een paar uur slapen met de woorden "Dit is de beste avond van mijn leven" in een strooien hutje dat zijn garde speciaal voor hem in elkaar gezet had. Al deze romantische gebeurtenissen werden later geliefde onderwerpen voor romanciers en schilders.

De slag thumb|De Russen veroveren hun enige buitgemaakte vaandel Tegen 07:00, 2 december, begonnen de Russische troepen van hun positie op de hoogten van Prace af naar het zuidwesten op te rukken en rond 08:00 vielen ze de Franse rechterflank aan bij Telnice. Na eerste successen door de Russische voorhoede, bleken de Fransen veel meer weerstand te kunnen bieden dan verwacht door het arriveren van een versterkend IIIe Korps van achtduizend man onder maarschalk Louis Nicolas Davout dat in drie geforceerde dagmarsen van Wenen uit naar het noorden was opgerukt. Om de weerstand te breken bewogen de geallieerden steeds meer troepen naar deze sector. Dat gebeurde echter relatief langzaam omdat de verschillende eenheden gedesorganiseerd raakten. De geallieerde overmacht kon hierdoor niet effectief worden uitgebuit en het lukte ze niet de Franse defensieve lijn langs de Goldbach te breken. left|thumb|De hoofdmanoeuvres tijdens de slag Rond 09:00, toen tot zijn teleurstelling duidelijk was geworden dat de geallieerden sterke eenheden tegenover de Franse linkerflank en centrum bleven handhaven, gaf Napoleon bevel om de hoogten van Prace van het noordwesten uit te bestormen met drieëntwintigduizend man van het IVe Korps onder maarschalk Nicolas Jean-de-Dieu Soult. De Franse aanval werd gedekt door een ochtendmist. Toen de nevel optrok, en de beau soleil d'Austerlitz doorbrak, werden de zwakke Russische troepen die de heuvelkam nog hielden verrast door het onverwachte arriveren van een Franse overmacht.

Het zwaartepunt van de aanval lag bij Soults rechterdivisie geleid door generaal Louis-Vincent-Joseph Le Blond de Saint-Hilaire. Daarvan viel de voorhoede, een regiment onder brigadegeneraal Charles Morand, het hoogste punt van de rug aan, de Prätzeberg, terwijl de 1e brigade onder brigadegeneraal Paul Thiébault de vallei ten noorden daarvan moest bezetten. Bij de opmars van de brigade deed echter Russisch musketvuur uit de richting van het gehucht Prace het meest linkse bataljon op de vlucht slaan, waarna herhaalde Russische tegenstoten van bataljonssterkte wat Frans geschut veroverden, lichte vierponders. Thiébault zwenkte daarop naar links aan het hoofd van het volgende bataljon in lijn en zuiverde Prace terwijl zijn rechterregiment het geschut heroverde en daarna zes Russische bataljons op de vlucht deed slaan die tot de achterhoede van de geallieerde linkerflank bleken te behoren. Koetoezov zelf was nabij en probeerde zijn troepen weer in het gelid te brengen maar werd aan de wang gewond door een musketkogel. De tsaar, die zich vlak achter Prace bevond, was gewond geraakt door een granaatontploffing.