Adrianus VI, ook wel Adriaan VI en in het Latijn Hadrianus VI (Utrecht, 2 maart 1459 – Rome, 14 september 1523), geboren als Adriaan Floriszoon Boeyens, was paus van 9 januari 1522 tot zijn dood. Hij was de laatste niet-Italiaanse paus tot de verkiezing van de Pool Karol Józef Wojtyla in 1978 en geldt als de enige Nederlandse paus in de geschiedenis.Encyclopedia Britannica – Adrian VI Omdat de Nederlanden bij het Heilig Roomse Rijk hoorden, werd hij ook als een Duitse paus beschouwd.

Jeugd en familie 1459–1476 thumb|De plek van het geboortehuis van paus Adrianus VI, hoek Brandstraat-Oudegracht te Utrecht Adriaan Floriszoon Boeyens werd geboren in de Brandstraat te Utrecht als zoon van de scheepstimmerman Floris (of Florens) en Geertruid Boeyens. Zijn vader overleed toen Adriaan tien was. Een broer van Floris, Cornelis, steunde het gezin financieel. Adriaan had nog twee oudere broers, Klaas en Jan, die respectievelijk in 1491 en 1497 stierven. Daarna was Adriaan samen met zijn oom verantwoordelijk voor de zorg voor zijn moeder. Adrianus ontving zijn eerste onderwijs aan een van de negen Latijnse scholen die verbonden waren aan de verschillende kerken te Utrecht. Hij bleek leergierig en intelligent te zijn en ging in Zwolle naar de Latijnse school.Catholic Encyclopedia – Pope Adrian VI Hij kreeg les van de Broeders van het Gemene Leven en kwam zo in contact met de Moderne Devotie. Lange tijd werd aangenomen dat hij les had gekregen aan de Latijnse School in Deventer, waar zijn portret in 1992 zelfs op de gevel is aangebracht. Of hij hier echt onderwijs heeft genoten wordt echter sinds 2010 in twijfel getrokken., Geschiedenis van Deventer, deel 1, Walburg Pers, Zutphen, 2010, "Scholier in Deventer", blz. 319 en 320.

De naam van Adriaans grootvader van vaderskant was Boudewijn (ook wel Boeyen) Jansz. (Janszoon). Deze wordt vaak Boudewijn d'Edel of Dedel genoemd in een poging de afstamming van de Nederlandse paus terug te voeren op het adellijke en voorname geslacht Dedel. Het pauselijke wapen van Adriaan had enkele gelijkenissen met dat van de familie Dedel. De geslachtsnaam Boeyens is een patroniem afkomstig van voornoemde Boudewijn. Deze was gehuwd met Gouberga en had vier zoons: Cornelis, Floris, Jan en Antoon. Antoon had een zoon Jan. Als vader van Boudewijn noemt Caspar Burman Jan Dedel.: Hadrianus VI, sive, Analecta historica de Hadriano Sexto Trajectino, papa romano, Trajecti ad Rhenum [Utrecht] : Jacobum à Poolsum, 1727 op Googlebooks Een grafische versie:

Jan Dedel Boudewijn (Boeyen) Jansz., gehuwd met Gouberga Cornelis Boeyens, gehuwd met Maria Floris Boeyens (?-1469), gehuwd met Geertruid Klaas (Claes) Florisz. Boeyens (?-1491), gehuwd met Agatha Jan Florisz. Boeyens Adriaan Florisz. Boeyens (1459-1523) Jan Boeyens (?-1497), gehuwd met Margareta Antoon Boeyens Jan Antonz. Boeyens

Loopbaan 1476–1522 1476–1491 Student en doctor In 1476 ging Boeyens studeren aan de Universiteit van Leuven. De toenmalige rector Robert vanden Poele (in Latijn: de Lacu) schreef de 18-jarige student op de rol op 1 juni 1476. Zijn studie werd betaald door Jan van Marselaer uit Malderen, die dit zo in zijn testament had bepaald. Hij studeerde twee jaar lang aan de Artesfaculteit (Pedagogie Het Varken) en werd eerste van zijn jaar (1478). De kersverse magister artium wisselde van studierichting en studeerde theologie, maar doceerde tegelijk de Vrije Kunsten (=filosofie, dialectica en ethiek). Erasmus was een van zijn leerlingen. In 1489 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Artesfaculteit. Het daaropvolgende jaar behaalde hij zijn licentiaat in de theologie, gevolgd door zijn doctoraat in 1491. Zoals gebruikelijk toen schonk de stad Leuven een geschenk omwille van zijn doctoraat: meerdere vaten wijn uit het Rijnland.

1490-1515 Hoogleraar, vicekanselier, rector alsook kanunnik en deken De kerkelijke loopbaan van Adrianus begon met zijn priesterwijding op 30 juni 1490. Hij was er verbonden aan het Groot Begijnhof en zetelde in het kapittel van de Sint-Pieterskerk in Leuven. Daarbovenop werd hij van 1492 tot 1507 pastoor extra locum, dat wil zeggen: zonder er te wonen, van Goedereede en Ouddorp op Westvoorn. Hij was eveneens als kanunnik verbonden met het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Antwerpen, deze van Anderlecht en van Utrecht. In 1497 werd hij deken van de Leuvense Sint-Pieterskerk en daardoor ook vicekanselier van de universiteit. (red.) (2009), De Paus uit de Lage Landen, blz. 4-6 Door de frequente afwezigheid van de kanselier was dit een zeer belangrijke functie.

Als hoogleraar publiceerde hij twee theologische werken: de Quaestiones Sententiarum en de Quaestiones Quodlibeticae.Edward Van Even. Louvain dans le passé et dans le présent. Imprimerie-Editeur Auguste Fonteyn, Leuven 1895. Deze werken werden herdrukt aan de Universiteit van Parijs en leidden naar contacten met de toenmalige paus Julius II over theologische vraagstukken. Adrianus was de "ongekroonde koning der Leuvense theologen" van die tijd. (red.) (2009), De Paus uit de Lage Landen, blz. 6

Voorts was hij er ook tweemaal rector (in respectievelijk 1493 en 1500-1501). In 1515 verliet hij de Universiteit van Leuven (zie hieronder).

Leermeester van Karel V 1507 Door zijn stichtelijke en vrome levensstijl maakte hij naam. Deze eigenschap zorgde ervoor dat keizer Maximiliaan I hem in 1507 benoemde tot opvoeder en een van de leermeesters van zijn toen zevenjarige kleinzoon Karel, de latere keizer Karel V, die een jaar eerder landsheer van de meeste Nederlandse gewesten was geworden. Karel verbleef op het hertogelijk kasteel van de Keizersberg in Leuven bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, samen met zijn jonge broer Ferdinand. Adrianus gaf er onderricht aan de jonge Karel. Later zou de vriendschap die toen met Karel ontstond een obstakel blijken voor de verzoening van de Franse koning Frans I van Frankrijk met Karel.

1515 Toezicht op de handel in dijkaflaten In de nazomer van 1515 werd Boeyens door paus Leo X aangesteld tot pauselijk commissaris (toezichthouder) op de handel in dijkaflaten, een innovatie van de jonge landsheer Karel V. Onder zijn supervisie werden kerken aangewezen, waar gelovigen de aflaten konden verkrijgen. Ook moest hij erop toezien, dat er geen misbruik van de handel in aflaten werd gemaakt en dat de ingezamelde gelden hun uiteindelijke doel zouden bereiken: 1/3 deel was voor het Vaticaan ten behoeve van de bouw van de Sint-Pietersbasiliek, 2/3 deel ging naar de schatkist van Karel V met als beoogde bestemming de verbetering van de dijken.

1515 Diplomatieke missie naar Spanje In 1512 had de katholieke koning Ferdinand II van Aragón, na de dood van Isabella I van Castilië, een testament laten maken waarin hij zijn naamgenoot Ferdinand, de broer van Karel, benoemd had tot regent en opvolger. Voor Karel stond er veel op het spel: het verlies van de Spaanse landen, de Beide Siciliën en Amerika.

Karel vroeg Adrianus of hij wilde proberen het testament te laten veranderen en Karel erfgenaam te maken. In 1515 vertrok Adrianus naar Spanje, waar hij met argwaan werd ontvangen door Ferdinand van Aragón. Hoe de onderhandelingen liepen is niet duidelijk. Enkele bronnen beweren dat Adrianus beroemd was om zijn onderhandelingskunst. Hij zou ook nu goed werk geleverd hebben. Andere bronnen beweren het tegenovergestelde. Velen waren volgens hen namelijk teleurgesteld in de resultaten die behaald waren en ze beschuldigden hem daarom van onhandigheid en onbekwaamheid. Dit was echter wel zijn eerste diplomatieke ervaring.

Bisschop van Tortosa 1516, regeringsleider en kardinaal 1517 thumb|Paushuize te Utrecht gezien vanaf de Nieuwegracht Hoe het ook zij, het uiteindelijk behaalde resultaat moet Karel zeer tevreden hebben gestemd. Karel bleek bij de dood van Ferdinand van Aragón benoemd te zijn tot erfgenaam. Als dank voor zijn hulp bij de onderhandelingen, werd Adrianus benoemd tot gezant bij de kroon van Castilië. In 1516 werd hij bisschop van Tortosa. Mede op aandringen van zijn vroegere pupil Karel, die in 1516 koning Karel I van Spanje was geworden, creëerde paus Leo X hem op 1 juli 1517 tot kardinaal. Sindsdien leidde Boeyens de regering, samen met kardinaal Francisco Jiménez de Cisneros, en na diens dood in 1517 en het vertrek van Karel uit Spanje, alleen. Karel werd in 1519 namelijk tot keizer Karel V gekroond. Vanaf 1517 liet Boeyens in Utrecht een huis bouwen, het huidige Paushuize, waar hij nooit zou wonen.

Grootinquisiteur 1518 Op 4 maart 1518 werd Adrianus aangesteld tot grootinquisiteur van Castilië en Leon. Eerder waren Aragon, Valencia en Navarra al onder zijn toezicht gesteld. Veelal wordt hij niet als een wrede inquisiteur beschouwd. Enkele jaren later zou hij op aandrang van onder anderen Diego Velázquez het gewelddadige optreden van Hernán Cortés tegen de Azteken bestrijden.Allgemeine Deutsche Biographie – Hadrian VI., deutscher papst

Regent van Spanje 1520 Koning Karel I van Spanje werd op 23 oktober 1520 te Aken tot keizer Karel V van het Heilige Roomse Rijk benoemd. Voor Adrianus had dit twee belangrijke gevolgen. Ten eerste werd hij bij het vertrek van Karel V naar Aken als regent van Spanje benoemd. Dit beschouwde hij meer als een last dan als een gunst. Alleen uit loyaliteit tegenover Karel V accepteerde hij deze functie. Het tweede gevolg was dat hij nu eenzaam achterbleef in het voor hem vreemde Spanje. Hij wilde zich het liefst aan de woelige politiek onttrekken en terugkeren naar Leuven. Daarom schreef hij herhaaldelijk naar Karel V dat hij hem graag zou willen vergezellen op de reis naar Duitsland. Karel V verzocht hem echter te blijven.

Na het vertrek van Karel V uit Spanje faalde hij als regent in een groot aantal zaken. De politieke mislukkingen die hij onder ogen moest zien, waren vaak niet te wijten aan Adrianus. Toch zou hij er later in de geschiedenisboeken altijd mee in verband worden gebracht. Zo bemerkte hij dat de Spanjaarden hem bleven beschouwen als een vreemdeling. Ze wensten een Spanjaard als regent. De Spaanse steden sloten zich aaneen in de "Santa Junta" (="Heilig Verbond"). Ze weigerden de regent te erkennen. De opstand van de steden – Opstand van de comunidades – gesteund door de adel, brak twee maanden na het vertrek van Karel V uit. De 61-jarige Adrianus, die zich, zoals gezegd, het liefst buiten de politiek hield, stond voor een aantal moeilijke beslissingen. De belangrijkste was of hij met geweld zou moeten ingrijpen.

Nadat hij er niet in was geslaagd de opstand neer te slaan, vroeg hij zijn ontslag schriftelijk aan bij Karel V. Adrianus herhaalde dit verzoek in enkele andere brieven. Keizer Karel V voldeed uiteindelijk aan zijn wens en benoemde op 29 september 1520 twee Spaanse mederegenten. Adrianus was in zijn korte functie als regent eerlijk, loyaal en ijverig tegenover keizer Karel V geweest. Hij had dit ambt nooit geambieerd en was altijd meer geïnteresseerd in de wetenschap dan in de politiek. Het gebrek aan politieke aspiraties en zijn gebrek aan militaire en diplomatieke leidersgaven verklaren de mislukte acties die hij als regent coördineerde. Adrianus stond echter een nog zwaarder ambt te wachten.

Conclaaf 1521–1522 thumb|Paus Adrianus VI door Hendrik Bary (ca. 1671)

Anarchie De plotse en zeer onverwachte dood van paus Leo X (Giovanni de' Medici) op 1 december 1521 leidde in Italië tot een politieke en culturele omwenteling. Alles wat tot nu toe op politiek gebied opgebouwd was, werd plotseling opgegeven. Alle legers werden of op non-actief gezet of naar huis gestuurd. Dit kwam vooral doordat de pauselijke schatkist leeg was. Leo X had met zijn extravagante levensstijl al het geld uitgegeven dat ten tijde van paus Julius II nog in de schatkist aanwezig was.

De culturele omwenteling vond pas plaats na de verkiezing van Adrianus en zal dus later besproken worden.