Jan Koetsier (Amsterdam, 14 augustus 1911 - München, 28 april 2006) was een Nederlandse componist, muziekpedagoog en dirigent.
Levensloop Hij was een zoon van het echtpaar Jan Koetsier en Jeanne Muller.Jan Koetsier (1879-1955) voegde de achternaam van zijn vrouw toe en werd Jan Koetsier Müller, docent ademgymnastiek, hygiënisch spreken, hulp bij spraakstoornissen en voordracht; Alida Adriana Müller (1883-1972) was concertzangeres en zangdocente; het echtpaar was woonachtig en werkzaam op het adres Johannes Verhulststraat 85, aldus Algemeen Handelsblad, 23 september 1912 Hijzelf was enige tijd (1936-1947) getrouwd met Dolly Rödern/Roedern (Gravin Beatrix Erdmute Wanda Etelka Rödern) en stomme-filmactrice Hilde Wörner.Biodata op de internetpagina van de Jan Koetsier stichting aan de Hoge school voor muziek en theater in München. Gearchiveerd op 19 januari 2023. Na haar overlijden hertrouwde hij met stemactrice Margarete Trampe.
Koetsier vertrok met zijn ouders in 1913 naar Berlijn, waar zijn vader een aanstelling aan de toneelschool van het Duitse theater kreeg en zijn moeder een studiebeurs voor een zangopleiding kreeg. Gedurende de Eerste Wereldoorlog had zijn moeder een baan bij de opera in Leipzig en Jan Koetsier leefde een bepaalde tijd bij verwanten in Nederland. Vermoedelijk heeft hij daar eerste impressies verzameld voor zijn later belangrijk oeuvre voor koperblaasinstrumenten. Van 1927 tot 1934 studeerde hij compositie aan de Hochschule für Musik Berlijn bij Waldemar Lütschg (piano), bij Walther Gmeindl, Julius Prüwer en Alexander von Zemlinsky (orkestdirectie). Verder studeerde hij klarinet bij zijn medestudent Harald Genzmer. Hij raakte bevriend met Artur Schnabel, Leonard Shure en Siegfried Borris, die hem vooral in zijn stijl van componeren alsook bij zijn werkzaamheden als dirigent beïnvloedden.
Daarna was hij kapelmeester aan het stedelijk theater in Lübeck en Berlijn (Deutsche Musikbühne, Deutsche Landesbühne en een omroepmaatschappij) alvorens hij in 1942 bij de nieuw opgerichte Kameropera in Den Haag kwam. Later dat jaar werd hij tweede dirigent onder Willem Mengelberg bij het Amsterdamse Concertgebouworkest. In de periode 1937 tot en met 1948 zou het orkest 34 keer een werk van hem spelen; meest onder zijn leiding, maar ook onder leiding van Eugen Jochum en Eduard van Beinum. Na de Tweede Wereldoorlog werd Koetsier door een ereraad voor één jaar uitgesloten van de uitoefening van zijn beroep omdat hij zich te weinig zou hebben verzet tegen de Kulturpolitik van de bezetter.Ruud van Capelleveen, Jan Koetsier, Cultuurarchief.nl. Geraadpleegd op 8 oktober 2014.
In 1949-50 was hij korte tijd werkzaam bij het Residentie Orkest en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, maar in 1950 toog Koetsier weer naar Duitsland en was vervolgens tot 1966 dirigent van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks naast Eugen Jochum en Rafael Kubelik. Van 1966 tot 1976 was hij bij de Hochschule für Musik in München professor in orkestdirectie. Vanaf 1966 richtte hij zich meer op componeren dan op dirigeren. Koetsier werd in 1994 onderscheiden met de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland. Jan Koetsier werd 94 jaar oud.
Werk Hij heeft diverse werken gecomponeerd die nog worden uitgevoerd, met name zijn koperblazers- en kamermuziek. Ook schreef hij een drietal symfonieën, een opera (Frans Hals, naar een blijspel van Frederik van Eeden), een oratorium (Der Mann Lot) en een ballet (Demeter). Vanwege zijn samenwerking met de Britse trompettist Philip Jones schreef hij ook tal van werken voor koperblazers, zoals een Brass Symphony.
Koetsier werd in zijn werk met name beïnvloed door Paul Hindemith. Verder was hij een bewonderaar van laatromantische componisten als Gustav Mahler en Richard Strauss. Zo streefde hij in zijn functie als dirigent van de Beierse radio-omroep ernaar dat er meer muziek van Mahler ten gehore zou worden gebracht, die toen niet vaak werd gespeeld.
Composities Werken voor orkest Symfonieën 1945 rev. 1968: - Symfonie nr. 1, voor orkest, op. 29 - première: 1947 in Amsterdam 1946: - Symfonie nr. 2, voor gemengd koor en orkest, op. 30 - première: 1948 in Amsterdam 1955: - Symfonie nr. 3, voor orkest, op. 40
Concerten voor instrumenten en orkest 1938: - Celloconcert 1938 rev.1954: - Concertino, voor piano en orkest, op. 15 nr. 2 1939 rev.1962: - Concert voor trompet, trombone en orkest op. 17 1939 rev.1975: - 2e Suite concertante, voor cello en strijkorkest, op. 18 nr. 2 1940 rev.1955: - Concertino voor altviool en orkest, op. 21 Allegro energico Andante cantabile Lento, quasi recitativo - Allegro vivace 1942: - Siciliano e rondo voor twee hobo's en orkest, op. 14 nr. 2 - gecomponeerd voor Jaap en Haakon Stotijn 1965: - Kreislerianina, concertino voor 2 piano's en orkest 1968: - Concerto lirico, voor viool, cello en orkest, op. 50 1974: - Concertino, voor hoorn en strijkorkest, op. 74 1978 rev.1982: - Concertino, voor tuba en strijkorkest, op. 77 1980: - Concertino, voor trompet en strijkorkest, op. 84 1983: - 2e Duo concertante, voor cello, fagot en orkest, op. 92 1984: - Concert, voor 4 hoorns en orkest, op. 95 1984: - Französisches Konzert, suite voor 2 dwarsfluiten en strijkorkest, op. 98 1988: - Fantasia, voor harp en orkest, op. 113 1988: - Concertino, voor 4 trombones en strijkorkest, op. 115 1990: - Concertino, voor trombone en strijkorkest Allegro moderato Andante strascicato "In memoriam Duke Ellington" Rondo 1992 rev.1994: - Concert, voor koperkwintet en orkest, op. 133 Andante sostenuto - Allegro con brio Andante sostenuto Allegro vivace 1996: - Döblinger Jagdvisionen - 7 Abwandlungen eines Themas aus der "Eroica", voor 3 hoorns en strijkorkest
Andere werken voor orkest 1936: - Barocksuite, voor orkest op. 10 1936 rev.1952: - Adagietto e Scherzino, op. 12 1937 rev.1954: - Vision pastorale, voor althobo en strijkorkest, op. 15 nr. 1 1940: - Symphonische Muziek, voor orkest, op. 19 1942 rev.1966: - Ouverture Valerius, op. 22 1943 rev.1960: - Symphonietta op. 26 1943: - Demeter, symfonisch ballet op. 25 1944 rev.1957: - Muziek voor vier orkesten op. 28 1944: - Divertimento, op. 27 1948: - Muziek voor kamerorkest, op. 37 1948 rev.1969: - Homage to Gershwin, voor orkest, op. 54 1954: - Trauermusik, voor kamerorkest 1971: - Hymnus Monacensis, voor orkest 1971: - March of twins, scherzo voor 2 slagwerkers en groot orkest 1971: - Mühldorfer serenade, voor orkest 1980: - Variationen über ein Altniederländisches Minnelied, voor strijkorkest, op. 83 1981: - Skurrile Elgie auf Richard W., voor wagnertuba (of basklarinet) en strijkorkest, op. 86 nr. 2 - ook in een versie voor strijkkwartet 1985: - Tanzsuite, voor orkest, op. 103b 1989: - Vor- und Nachspiel, voor 4 obligate hoorns en orkest ad libitum, op. 114a 1991: - Konzertantes Rondo, voor piano en strijkorkest, op. 123 1995: - Sinfonische Fantasie - Metamorphosen über ein lyrisches Thema aus der "Neunten", voor groot orkest, op. 143
Werken voor harmonieorkest of koperensemble 1971: - Intrada Classica, voor 2 dwarsfluiten, 2 hobo's, 2 klarinetten, 2 fagotten, 2 hoorns, 2 trompetten, 4 trombones, harp en pauken, op. 62 1979: - Brass Symphony, voor 4 trompetten, hoorn, 4 trombones en tuba, op. 80 1985: - Les adieux - Farewell to P.J., voor 3 trompetten, bugel, hoorn, 4 trombones en tuba, op. 105 nr. 2 1986: - Grassauer Zwiefacher, voor 4 trompetten, hoorn, 4 trombones en tuba, op. 105 nr. 3 1991: - Concert, voor 4 trombones en harmonieorkest, op. 115A 1991 rev.1992: - Zauberflöte-Variationen über "Bei Männern, welche Liebe fühlen", voor 2 hobo's, 2 klarinetten, 2 fagotten, contrafagot en 4 hoorns, op. 128 1993: - Philip Jones Story, voor 4 trompetten, hoorn in F, 4 trombones en tuba, op. 135 1994: - Introduktion und Variationen über ein Thema aus dem Violinkonzert op. 77 (Johannes Brahms), voor koperensemble, op. 139 1995: - Brass Memorial to Brahms, voor 4 trompetten, hoorn, 4 trombones en tuba 1995: - Sonata praeclassica, voor 4 trompetten, hoorn, 4 trombones en tuba, op. 142 1996: - Sonata da chiesa, voor 4 trompetten, hoorn, 4 trombones en tuba, op. 146 Variationen über ein Lied von Karl Löwe (1827) Andante molto sostenuto über "O Welt, ich muss dich lassen" von Heinrich Isaak (1505) Allegro moderato über "So nimm denn meine Hände" von Friedrich Silcher (1842) 1997: - Mundus juventutis, hymnische fantasie voor tien koperblazers (4 trompetten, hoorn, 4 trombones en tuba), op. 148 1999: - Don Giovannis Höllenfahrt, scherzo macabre voor tuba (solo), 4 trompetten, hoorn en 4 trombones, op. 153 2000: - Canon ostinato, voor 2 piccolo-trompetten, 3 trompetten, bugel, 4 hoorns, 4 trombones, 2 tubas en slagwerk (3 spelers), op. 157 2001: - Corale variato, voor 2 piccolo-trompetten, 3 trompetten, bugel, 4 hoorns, 4 trombones, 2 tubas en slagwerk (3 spelers), op. 158 - Ländliche Festmusik
Muziektheater Opera Voltooid in titel aktes première libretto 1946-1949 Frans Hals, op. 39 3 bedrijven 1951, München van de componist, naar een blijspel "De zonderlinge bekering van Frans Hals" van Frederik van Eeden
Vocale muziek Oratorium 1962: - Der Mann Lot, oratorium voor bariton, spreekstem, mannenkoor en orkest
Werken voor koor 1973: - Gesang der Geister über den Wassern, voor gemengd koor, dwarsfluit, klarinet, hoorn, trompet, trombone, cello en contrabas - tekst: Johann Wolfgang von Goethe 1984: - Missa in honorem Sancti Antonii de Padua, voor twee gemengde koren, op. 100 1998: - Prolog im Himmel, voor gemengd koor (SSAATTBB) en 10 koperblazers (4 trompetten, hoorn, 4 trombones en tuba), op. 150 - tekst: Johann Wolfgang von Goethe - Segel nach der Ewigkeit, vijf lyrische gezangen voor gemengd koor en piano, op. 2 - tekst: Karl Bernhard Capesius - Gesichte des Herzens, voor gemengd koor en piano, op. 7 - tekst: Ruth von Ostau
Liederen 1932 rev.1956: - Anfang und Ende - Gesänge der Nacht, voor alt, altviool en piano, op. 1 - tekst: Karl Bernhard Capesius, Ruth von Ostau, Rainer Maria Rilke Anfang und Ende Nacht Mädchen am Fenster Nocturn I Nocturn II Schlußstück 1938: - Drie liederen, voor hoge zangstem en piano, opus 8 nr. 1 - tekst: Joannes Reddingius 1970: - Vor Bildern Lyonel Feiningers, 12 liederen voor midden zangstem en piano - tekst: Walter Helmut Fritz 1974: - 3 Chansons uit "Strategen der Liebe", komedie van George Farquhar en Robert Gillner, voor tenor en piano Black is the colour Es war in Herbst Aux marches du Palais 1986: - Three songs of Ellen from "The lady of the lake" by Sir Walter Scott, voor mezzosopraan en orgel, op. 106 1992: - Galgenlieder, voor sopraan (of tenor) en tuba, op. 129 - tekst: Christian Morgenstern 1997: - Choral: "Vom Himmel hoch da komm ich her", voor zangstem, koperensemble (3 trompetten en 4 trombones) en orgel 2000: - Der schlesische Schwan, 12 liederen voor hoge zangstem en koperkwartet (2 trompetten, hoorn en trombone) - tekst: Friederike Kempner Lyrik Arglos und harmlos Nach Süden Als ich heut Edelweiss Der müde Wandrer Dumme Jungen Amerika Faust Wallenstein Kepler Eins ist mir klar
Kamermuziek 1936: - Petite suite champêtre, voor dwarsfluit, hobo, viool, altviool en cello, op. 13 nr. 1b 1937: - Divertimento, voor dwarsfluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn, op. 16 nr. 1 1937: - 6 Bagatellen, voor hobo, klarinet en fagot, op. 16 nr. 2 1938: - Trio - kleine ländliche Suite, voor dwarsfluit, hobo en piano, op. 13 nr. 1a 1947: - Petite suite, voor koperkwartet, op. 33 nr. 1a 1947: - Kleine Suite, voor koperkwartet, op. 33 nr. 1b 1947: - Quartettino, voor koperkwartet, op. 33 nr. 2 1947 rev.1997: - Koraal en fuga over "Neem, heer, mÿn beide handen", voor koperkwartet (2 trompetten, hoorn en trombone), op. 33 nr. 3 1947: - Cinq nouvelles, voor 4 hoorns, op. 34a 1953: - Divertimento nr. 2, voor blaaskwintet 1954: - Partita, voor althobo en orgel, op. 41 nr. 1