miniatuur|Eerste generatie CTA: de bandaanwijzer (Utrecht CS) De centraal bediende treinaanwijzer (afgekort CTA) of perronbord is een op afstand bediend paneel dat vaak op stations boven perrons voor reizigerstreinen hangt. Het is een deel van de dienstregelinginformatie over treinen in Nederland. Op de CTA staan de gegevens van de trein die binnenkort van dat spoor gaat vertrekken. Daarnaast staat het spoornummer en vaak is de CTA gecombineerd met een stationsklok. Bij de nieuwste generatie staat de daarna vertrekkende trein ook aangekondigd. thumb|Een huidige toegepaste digitale CTA en een oude CTA palettenaanwijzer in Utrecht

Geschiedenis thumb|Perronopzichter die de koersborden verwisselt op station Amsterdam CS in 1949 Voor de komst van de CTA, op sommige stations nog tot in de jaren zeventig, werd er gewerkt met metalen bordjes die door de perronopzichter aan een paal werden gehaakt. Aan de paal bevond zich een klok met wijzerplaat waarop de vertrektijd kon worden aangegeven. Op sommige stations in België, waaronder station Blankenberge, gebeurde dit tot voor kort nog steeds.

De CTA's worden tegenwoordig bediend door NS Reizigers afdeling Reisinformatie. Die afdeling verzorgt ook de omroepberichten op de verschillende stations.

Typen Eerste generatie CTA's: bandaanwijzers miniatuur|CTA-bandaanwijzer type A op station Amersfoort Centraal miniatuur|Interieur van een CTA-bandaanwijzer type F van station Sittard miniatuur|174x174px|Loop van de bestemmingsband van een CTA-bandaanwijzer De eerste generatie CTA's bestonden in de basis uit een witte ondoorzichtige film met bestemmingen die op- en afgerold werd. De CTA-bakken zijn na een proef vanaf 1961 op Utrecht CS, geïnstalleerd op Amsterdam CS (rond 1964), en daarna ook op Amersfoort en Arnhem. De CTA’s werden door de Duitse firma Krone gefabriceerd en werden Zuglaufanzeiger (bij de fabrikant) of bandaanwijzer (bij Nederlandse Spoorwegen) genoemd.

De eerste serie geïnstalleerde bandaanwijzers waren de meest uitgebreide en waren voorzien van vertrektijd-, treinsoort- en bestemmingsaanduiding. Omdat op een bestemmingsband maar maximaal 99 posities beschikbaar waren was de treinsoortaanduiding voor de grote stations een uitkomst. Hiermee waren verschillende combinaties te maken van bestemming en treinsoort. Met name Utrecht CS en Amsterdam CS waren, in tegenstelling tot banden van andere stations, oorspronkelijk voorzien van meer algemenere bestemmingsaanduiding, zonder voor bijvoorbeeld stoptreinen alle tussenliggende stations te vermelden. Hiermee konden met een beperkt aantal posities toch alle treinen aangeduid worden. Bij deze stations werd al gauw 40 van de 99 posities ingenomen door bestemmingen voor internationale treinen. Omdat zelfs op deze wijze niet alle bestemmingen opgenomen konden worden, was de inhoud van de CTA's op Amsterdam -oost en westzijde en Utrecht CS spoor 1-3 en 4-15 verschillend van elkaar. Naast de eerder genoemde stations is later alleen Den Haag CS nog voorzien van een CTA met treinsoortaanduiding.

Kleinere stations hadden voldoende aan alleen een bestemmings- en vertrektijdaanduiding of alleen een bestemmingsaanduiding. Vanwege het ontbreken van een treinsoortaanduiding werd bij intercity's deze treinsoort opgenomen boven de bestemming op de bestemmingsband. Elk type CTA was voorzien van een kap met TL-verlichting welke de bestemmingsaanduiding aanscheen. Om ook bij ijsvorming een betrouwbare werking te garanderen was de CTA, onder de bestemmingsband, voorzien van een verwarmingselement.

Vanaf eind jaren 1980 werden deze systemen geleidelijk vervangen door palettenaanwijzers. Uitzondering hierbij was Hoek van Holland Haven waar tot na 2000 nog een functionele bandaanwijzer aanwezig was.

+Toegepaste typen bandaanwijzers bij de Nederlandse SpoorwegenTypeAanduiding(en)Afmeting l×h×d (mm)OpmerkingABestemming, vertrektijd en treinsoort1410 × 1080 × 315hoge smalle uitvoeringBBestemming, vertrektijd en treinsoort2345 × 1080 × 315 brede uitvoering met klokDBestemming, vertrektijd en treinsoort2140 × 720 × 315lage brede uitvoering voor perrontoegang in stationshal Utrecht CSF(E)Bestemming en vertrektijd1550 × 720 × 315G(E)Bestemming1550 × 720 × 315

Bestemmingsband en mechanisme De witte kunststof bestemmingsbanden werden gemaakt door firma C.W.C. uit Culemborg (later onder de naam Lanxmeer Zeefdruk en I.B.C. Zeefdruk). Er waren banden van een lengte van 30 m voor 60 aanduidingen (plus een blanco positie) en banden met een lengte van 45 m voor 99 aanduidingen (plus een blanco positie). Voor kleine stations zonder veel verschil in de treinloop waren er banden van 15 m voor 30 verschillende aanduidingen. Normaliter zat de blanco positie in het midden van de band zodat de looptijd om naar een uiterste bestemming niet te groot was. Bij eerdere installaties met rollen van 30 m of korter zat deze veelal aan het begin van de band. Bij beperkt aantal opdrukken werd een band ook wel eens ingekort. De band had een breedte van 600 mm en had een hart op hart afstand tussen de teksten van 410 mm. Het oorspronkelijke lettertype was naar alle waarschijnlijkheid afkomstig van leverancier Krone. Vanaf de jaren 70 werd over gegaan naar het beter leesbare lettertype Univers. Een band werd bij aanpassingen aan bestemmingen veelal hergebruikt: Niet meer van toepassing zijnde bestemmingen werden verwijderd en nieuwe bestemmingen werden aangebracht. In de jaren jaren 70 bestonden er zodoende ook banden met zowel het oude als nieuwe lettertype. Wanneer het aantal aanduidingen op één positie beperkt was werd een tekst met het grootste formaat gedrukt. Bij meer bestemmingen werd de grootte verkleind. De eindbestemming was hierbij altijd groter dan de voorgaande opgenomen stationsnamen. Standaard was tekst in zwarte kleur opgenomen. Wanneer een tekst een attentiewaarde had (bijvoorbeeld vooraan instappen) werd dit met rode tekst aangegeven.

Elke CTA was voorzien van maar één bestemmingsband. Door de zig-zag loop over de rollen werden beide kanten van de rol getoond aan beide zijden van de CTA. Als gevolg hiervan waren de teksten op de band aan voor- en achterzijde versprongen aangebracht. De aandrijving bestond uit een 3-fase motor 380 V die met een kettingsysteem de twee eindrollen aandreef. Hiermee werd de band op- en afgerold. Omdat de motor maar één draairichting kende werd de draairichting bepaald door het bekrachtigen van een van de twee elektromagnetische koppelingen op de eindrollen. Om te bepalen welke positie werd getoond was de rol voorzien van zwarte vlakjes. Door middel van een fotocel kon bepaald worden hoeveel posities van de band afgerold waren.

Tijdaanduiding De tijdsaanduiding bestond per CTA uit twee keer vier verschillende eenheden die door één 3-fase motor van 380 V werden verdraaid. Elke cijferpositie was van een elektromagnetische koppeling voorzien: Deze werd alleen bekrachtigd als de betreffende cijferpositie de gewenste stand nog niet had ingenomen. In tegenstelling tot de bestemmingsband was de looprichting van de tijdcijferband horizontaal. Om ervoor te zorgen dat de tijdcijferband gedurende de levensduur niet faalde was het materiaal elastischer en dikker dan de bestemmingsband. Hiervoor werd een gecoat doek type Sepelon 280 gebruikt.

Treinsoortenaanduiding Bij CTA’s met treinsoortenaanduiding bevond zich aan weerszijden van de CTA een aparte unit met aparte band met elk 10 posities. Hierop stonden standaard de teksten "Stoptrein", "Sneltrein", "Intercity" (na invoering van dit treintype) en "D-trein met toeslag". Omdat er tussen de unit aan de voor- en achterzijde slechts één tandwiel werd toegepast was de looprichting aan de voorzijde tegengesteld aan de achterzijde. Afhankelijk van het station werd dit aangevuld met treinsoorten, zoals "Voortrein", "Semi-Sneltrein", "Kindertrein", "Gereserveerde trein", "TEE alleen eerste klas", "Militairentrein", "Voetbaltrein", "Reisbureautrein" en "Boottrein".

Aansturing miniatuur|Bediening van CTA-bandaanwijzers via kiesautomaat te Utrecht CS De aansturing van de CTA vond plaats via een bedieningstoestel op het seinhuis. Hiermee konden handmatig of met een kiesautomaat een losse of alle CTA’s van één spoor aangestuurd worden. Handmatig gebeurde dit door met een kiesschijf een code in te voeren. Voor de normale treinenloop werd echter de kiesautomaat gebruikt. Met voorgedrukte ponskaarten konden met één simpele handeling de CTA's worden aangestuurd.

Bij kleine stations waarbij het seinhuis (post T) op het emplacement was gevestigd werd de CTA vaak alleen handmatig aangestuurd door het selecteren van de bandpositie.

Tweede generatie CTA's: palettenaanwijzers thumb|CTA type palettenaanwijzer type 2 (drie regels), boven het perron van Amsterdam Bijlmer ArenA thumb|CTA type palettenaanwijzer type 1 (vier regels), op station Utrecht Centraal. Links een vertreklicht. miniatuur|Voorbeeld van opdrukken van een palettenaanwijzer van Amersfoort De tweede generatie CTA's waren ook nog mechanisch van aard en werkte door middel van valbladen, bij NS paletten genoemd. 64 paletten vormde samen een zogeheten boekje. Met een 48V stappenmotor werden de paletten van een boekje doorgebladerd, totdat de juiste positie werd bereikt. Palettenaanwijzers waren er in drie verschillende formaten: met twee, drie of vier regels. Het formaat dat werd toegepast was afhankelijk van de beschikbare hoogte onder een perronoverkapping en de hoeveelheid informatie die moest kunnen worden weergegeven. Bij perrontoegangen op grote stations werden vaak ook palettenaanwijzers van het kleinste soort geïnstalleerd. Hiermee werden reizigers in de stationshal al voorzien van reisinformatie. De eerste palettenaanwijzers waren in 1983 als proef op Amersfoort geplaatst. Enkele jaren later werden de bandaanwijzers van andere stations ook vervangen door palettenaanwijzers. Sommige stations die eerder geen CTA type bandaanwijzer hadden werden nu voorzien van een CTA. Net zoals de bandaanwijzers werd dit type CTA ook door de Duitse firma Krone gefabriceerd.

+Toegepaste typen palettenaanwijzers bij de Nederlandse SpoorwegenTypeRegelsAfmeting l×h (zonder klok) (mm)151800 × 788241800 × 644331800 × 500 De eerste regel van palettenaanwijzer bestond uit twee boekjes voor de vertrektijd en één boekje voor de treinsoort (intercity, sprinter, etc.), eventueel aangevuld met de grootte van een vertraging. Op de regels eronder werden de stations waar de trein stopte en de eindbestemming vermeld. Als de trein een omweg maakte naar de eindbestemming werd soms een eerder station als eindbestemming vermeld (vooral bij de stoptrein Dordrecht-Schiphol-Hilversum-Utrecht hing de aangegeven bestemming sterk af van het station waar de CTA hing).

Daarnaast kon het bord zaken aangeven als het verplicht zijn van een toeslag, de locatie van de eersteklasrijtuigen en de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen in de trein. CTA's werden ook gebruikt om aan te geven dat een trein niet voor vertrekkende reizigers bedoeld is ("Niet instappen"). Was er iets aan de hand dat niet door de CTA kon worden aangegeven, dan werden de wachtenden geattendeerd op omroepberichten met aanvullende informatie ("Let op omroepbericht"). Als lettertype voor de opdruk werd Univers 67 gehanteerd met een stokhoogte 32 mm (klein corps), 45 mm (middelgroot corps) en 65 mm (groot korps). Als standaardkleur werd gekozen voor blauw (RAL 5002). Net als bij de bandaanwijzers werden teksten met een attentiewaarde in rood (RAL 2002) uitgevoerd.

De aansturing van CTA vond plaats met BEPAC (Bediening PAletten Cta's). Dit systeem was geïntegreerd met het verkeersleidingsysteem. Tussen 2010 en 2012 zijn op alle stations de palettenaanwijzers op de perrons vervangen door nieuwe "InfoPlus"-tft-schermen, de derde generatie CTA's.

Centraal bediende Hal Aanwijzer (CHA) miniatuur|CHA van station Utrecht Centraal