thumb|Berberse ruiters De Berbers of Imazighen (Tamazight: ⵉⵎⴰⵣⵉⵖⵏ) zijn een volk in het hedendaagse Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, in de Egyptische oases van Siwa en Gara, in Mauritanië en in Mali. Ook de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, de Guanchen, worden tot de Berbers gerekend. De Berbers zijn de eerste historisch beschreven bewoners van Noord-Afrika.

In de Oudheid werden de bewoners van Noord-Afrika Mauretaniërs en Numidiërs genoemd: ook werd de benaming Libiërs gebruikt. Hun leefgebied strekte zich uit van de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan in het westen, tot aan de oase Siwa in Egypte in het oosten, en van Tunesië tot aan de Sahel. Dit gebied werd vroeger ook aangeduid als Barbarije, wat afgeleid is van het Griekse woord barbaros. De genetische oorsprong is echter complex, zoals bij de bewoners van de Canarische eilanden, Libië, de Siwa-oaseDugoujon J.M., Coudray C., Torroni A., Cruciani F., Scozzari F., Moral P., Louali N., Kossmann M. The Berber and the Berbers: Genetic and linguistic diversities. en Egypte.Bosch, E: Calafell, F. Perez-Lezaun, A: Comas, D; Mateu, E: Bertranpetit, J. 1997. Popultaion history of North-Africa: Evidence from classical genetic markers. Human Biology 69 (3): 295-311.Cavalli-Sforza, L.L, P. Menozzi, and A. Piazza. 1994. The history and Geography of Human Genes. Princeton: Princeton University Press.Luis, J.R.; et al. (2004). 'The levant versus the Horn of Africa: Evidence for Bidirectional Corridors of Human Migrations'. American Journal of Human Genetics. Volume 74 (3): 532-544.DNA tribes of Africa. Lucas Martin. https://web.archive.org/web/20160804023614/http://www.dnatribes.com/dnatribes-digest-2009-02-28.pdf. Februari 28, 2009. Posted on 21-02-2009. Berbers hebben in hun geschiedenis verscheidene keren te maken gehad met kolonisatie door andere landen, maar ook onderling bevochten de verschillende stammen elkaar.

Het Berbers wordt na decennia van onderdrukking in Marokko onderwezen sinds 2003: in 2011 werd via het Marokkaans grondwetsreferendum van 2011 de officiële erkenning vastgelegd in de Marokkaanse grondwet. De taal heeft een gelijkwaardige officiële positie naast het Marokkaans-Arabisch. In Algerije heeft het Berbers sinds januari 2016 eveneens een officiële status.La promotion de tamazight langue nationale et officielle consolide l'identité nationale (2016)

Geschiedenis De oorsprong van de Berbers is onzeker. In het verleden werden relaties gelegd met de Kanaänieten, Feniciërs, Kelten, Basken en Kaukasiërs maar dat idee wordt door de meeste moderne archeologen verworpen. Tegenwoordig wordt er meestal van uitgegaan dat, hoewel met name de sedentaire kustbevolking nog grotendeels van eerdere vroeg-neolithische migranten uit de Levant en Zuid-Europa afstamt, de eigenlijke Berbertaal en -cultuur in essentie teruggaan tot pastorale volkeren uit Noordoost-Afrika.

Proto-Berbers

miniatuur|350x350px|Kaart van de verspreiding van de Afro-Aziatische talen; Proto-Berbers wordt aangegeven met het cijfer "6". Terwijl de afsplitsing van de andere bekende Afroaziatische takken zeer oud was, volgens glottochronologische studies in de orde van 10.000 tot 9.000 jaar BP, zou de opsplitsing van het Proto-Berbers zo recent kunnen zijn als 3.000 BP (1000 v.Chr.). Louali en Philippson (2003) stellen, op basis van de lexicale reconstructie van het hoeden van vee, een Proto-Berber-1-stadium voor (PB1), ongeveer 7000 BP, en een Proto-Berber-2-stadium (PB2) als de directe voorouder van de hedendaagse Berbertalen. In het 3e millennium v.Chr. verspreidden proto-Berbersprekers zich over een gebied van Egypte tot Marokko. In het laatste millennium v.Chr. ontstonden door een nieuwe expansie de Berbers die in Romeinse documenten vermeld worden. De laatste verspreiding vond plaats in het eerste millennium na Christus, toen de Toeareg, die nu over dromedarissen beschikten, naar de centrale Sahara trokken.

Historische periode Volgens beschrijvingen van Griekse en Romeinse schrijvers, waaronder Herodotus in de 5e eeuw voor Christus, ontstond er al vroeg een Amazigh-beschaving in Noord-Afrika. Zo werden Numidië en Mauretania door Imazighen gesticht.

Bekende Berbers waren Augustinus, Monica, Apuleius, Juba II, Jugurtha en Terentius Afer.

Libiërs thumb|Met farao Sjosjenq I begint de Berberse jaartelling. De Mesjwesj (in Oud-Egyptische bronnen vaak afgekort als Ma) en Liboe waren Berberse stammen, afkomstig uit het gebied ten westen van de Nijldelta. Teksten uit de 18e dynastie noemen de Mesjwesj als leveranciers van runderen voor het paleis van Amenhotep III te Malkata.

Gedurende de Ramessidische periode waren de oude Egyptenaren voortdurend in conflict met hun westelijke buren. Reliefs te Karnak uit de regeringsperiode van Seti I tonen de koning in gevecht met de Tehenoe. Zijn opvolger Ramses II bouwde een serie van verdedigingswerken in het kustgebied tot Marsa Matruh in het westen, onder andere bij El Alamein en Zawiyet Umm el-Rakham. Dit geeft aan dat er een serieuze dreiging vanuit het westen was. Meerdere teksten spreken van Ramses' overwinningen op de westelijke vijanden; de Mesjwesj worden hier echter niet specifiek genoemd. Onder zijn zoon Merenptah was er een invasie van de Liboe in de westelijke delta, waarbij ook de Mesjwesj en de Zeevolken betrokken waren. Merenptah verklaarde "9.100 zwaarden van de Meswesj" veroverd te hebben. Een verslag hiervan vindt men op de Stele van Merenptah.

Zo'n 25 jaar later, in de regeringsjaren 5 en 11 van Ramses III waren er opnieuw aanvallen van de Mesjwesj. Ramses III verklaarde overwonnen te hebben en liet de Mesjwesj zich in militaire nederzettingen in Midden-Egypte vestigen om hen als soldaten te kunnen gebruiken en aan de Egyptische cultuur aan te laten passen. Een tekst uit de derde tussenperiode noemt ten minste vijf "forten van de Mesjwesj" nabij Herakleopolis Magna.

Ondanks deze gedeeltelijke inlijving vermelden gedurende de 20e dynastie meerdere teksten aanvallen van de Mesjwesj. Zelfs de arbeiders van Deir el-Medina moesten schuilen in de tempels van Medinet Habu. Tijdens de late 21e dynastie vestigden steeds grotere aantallen Mesjwesj zich in de westelijke delta. Volgens de Stele van Pasenhor waren de vorsten van de Mesjwesj en de 22e dynastie de nakomelingen van Boejoewawa de Tehenoe. Met Osorkon de Oudere kwam een Mesjwesj op de Egyptische troon. Na een interregnum van 38 jaar waarin de inheemse Egyptische faraos Siamoen en Psoesennes II regeerden kwamen in de 22e dynastie de Mesjwesj te heersen over Egypte met farao's als Sjosjenq I, Osorkon I, Osorkon II en Sjosjenq III. Sjosjenq I noemde zichzelf Heer van de Mesjwesj (of Ma).

Door de Griekse kolonisten in Cyrenaica werd de naam Liboe als Libya overgenomen als benaming voor Noord-Afrika ten westen van Egypte. Sindsdien werd Libiërs een verzamelnaam voor alle daar wonende stammen.

Carthagers

Al vroeg emigreerden de Feniciërs naar Noord-Afrika en stichtten daar de 'nieuwe stad' (Fenicisch: qart'jago). Zij spraken een Semitische taal, het Punisch. Omdat Carthago het centrum van hun cultuur was, raakten zij bekend als Carthagers. Een wederzijdse beïnvloeding en gedeeltelijke samensmelting van hun cultuur en die van de Berbers vond daar plaats, wat leidde tot het ontstaan van een nieuwe Punico-Amazighische cultuur. De Carthager Hannibal Barkas stak met olifanten de Alpen over in zijn veldtocht tegen Rome, met een leger waaronder zich veel Berbers bevonden. Door de vernietiging van het Carthaagse Rijk door Rome is er weinig bewaard gebleven van de geschriften van deze cultuur, zodat we niet veel over Carthago weten, laat staan van haar buren. Er zijn van die buren wel veel inscripties overgebleven, soms ook in het Punisch of Latijn.

Garamanten thumb|Ruïne van de historische stad Garama

De Garamanten woonden langs een drietal rivierdalen in de Fezzan, het zuidwestelijk deel van Libië. Van 500 v.Chr. tot 600 n.Chr. hadden zij een eigen koninkrijk. Hun hoofdstad Garama is geïdentificeerd bij het huidige Germa, waar ook de (veronderstelde) koninklijke graven zijn gevonden.

Hoewel vroeger werd aangenomen dat zij nomaden waren, hebben recente opgravingen bewezen dat de Garamanten een lange en ontwikkelde stedelijke traditie hadden. Zij staan ook bekend om hun gebruik van een complex ondergronds irrigatiesysteem. Het gebied was ten tijde van hun opkomst nog niet zo ver aangetast door verwoestijning en kon door creatieve bewerkingen gebruikt worden voor landbouw. Herodotus beschreef ze als 'een groots en rijk volk'.

Numidië In het gebied grenzend aan het Carthaagse hartland ontwikkelde zich een Amazighische beschaving. De Numidiërs waren een van oorsprong nomadisch volk dat het noorden van het huidige Algerije en Tunesië bevolkte.

Met de opkomst van Massinissa ontstond in het gebied een onafhankelijk koninkrijk. Naar het voorbeeld van het Fenicisch alfabet ontwikkelde Massinissa het Numidisch schrift. Hij zette een geordend bestuur op, bouwde een vloot en een staand leger, dat bestond uit 50.000 man. Hij stichtte nederzettingen naar Fenicisch model en zorgde dat de Numidiërs akkerbouw gingen bedrijven en hun (semi-)nomadische leefstijl opgaven. Massinissa had grootse ambities en streefde naar om van zijn rijk een wereldmacht te maken. Ten tijde van zijn dood besloeg zijn rijk heel Noord-Afrika ten westen van Egypte, afgezonderd van een klein gebied rondom Carthago. Ook zijn achterkleinzoon Juba I had ambitieuze plannen om een groot Afrikaans rijk te bouwen, maar werd door de Romeinen verslagen en in Rome opgesloten. In 25 v.Chr. werd het rijk een Romeinse provincie.

Mauretania

Mauretania was een Amazighisch koninkrijk, dat in het jaar 44 werd ingelijfd in het Romeinse Rijk als de provincies Mauretania Tingitana en Mauretania Caesariensis. Het was gelegen in westelijk Noord-Afrika, ongeveer overeenkomend met het huidige noorden van Algerije en Marokko en de Spaanse Plazas de soberanía (dus niet met het tegenwoordige Mauritanië). De laatste koning, Ptolemaeus van Mauretania, werd in het jaar 40 door de Romeinse keizer Caligula vermoord.

Komst van de Islam thumb|De Berberse leider Tariq ibn Zijad veroverde Gibraltar. De verovering van de Amazighische gebieden door de islamitische legers kostte relatief veel tijd. Waar de Perzische en Griekse gebieden in het Midden-Oosten gemakkelijk vielen voor de Arabieren, werden zij ten Westen van Egypte onthaald met een semi-georganiseerd Romeins-Amazighisch verzet. De belangrijkste van de verzetsleiders was een vrouw: Lalla Dihya, Vrouwe Dihya. Zij was een verzetsleider, die na de dood van haar vader en broer het stokje over moest nemen. Na haar nederlaag rond het jaar 700 zou heel Noord-Afrika door de Arabieren veroverd worden en deel gaan uitmaken van het Islamitisch kalifaat van de Omajjaden. Later waren het voornamelijk tot de islam bekeerde Imazighen die Spanje bezetten onder leiding van Tariq ibn Zijad, die zijn naam zou geven aan Gibraltar (afgeleid van Jebl Tarik (جبل طارق), 'berg van Tarik').