Het Koninklijk Paleis Amsterdam (bekend als het Paleis op de Dam en soms als het Stadhuis op de Dam) is een paleis op de Dam in de binnenstad van Amsterdam. Het paleis is in gebruik door het Koninklijk Huis als ontvangstpaleis en wordt gebruikt voor tentoonstellingen.

Het werd tussen 1648 en 1665 gebouwd als stadhuis, naar ontwerp van architect Jacob van Campen, en ingewijd op 29 juli 1655. Het bouwwerk wordt gezien als Nederlands belangrijkste historische en culturele monument van de zeventiende eeuw. Het Paleis op de Dam is venster nummer 24 van de Canon van Amsterdam.

Beschrijving

thumb|Stadhuis in aanbouw door Johannes Lingelbach (1656) thumb|Het Stadhuis omstreeks 1670 naar Gerrit Berckheyde.

Stijl en vorm Het paleis is een monumentaal gebouw met barokke versiering, maar helder van opzet, in de stijl van het Hollands classicisme. Het beeldhouwwerk mocht nergens de aandacht afleiden van het grootse geheel.

Gevel De compositie van de gevel is harmonieus en voldoet aan de ideale barokke verhoudingen. De zware sokkel draagt twee pilasterorden die beide een hoog en een laag venster beslaan, overeenkomend met een hele en een halve verdieping erachter. In navolging van Vincenzo Scamozzi is een Korinthische orde boven een composiet geplaatst. De middenpartij met het fronton komt iets naar voren, evenals de hoekpaviljoens.

Beeldhouwwerk De heldere structuur van het gebouw is zo overheersend dat het fraaie beeldhouwwerk nauwelijks opvalt. We zien de festoenen op grachtenhuizen overal in de stad nagevolgd. Het indrukwekkendst zijn de timpanen (waarvan nog steeds de modellen in het Rijksmuseum te zien zijn), het beeldhouwwerk in marmer, en de bronzen beelden op de frontons.

De reliëfs boven de deuren van de vertrekken geven de functie ervan aan, zoals van de desolate boedelkamer, waar faillissementen werden uitgesproken, de assurantiekamer, waar geschillen over verzekeringen werden behandeld en de secretarie, waar processtukken werden opgesteld en gearchiveerd.

Koepel Boven de middenpartij rijst een hoge koepel op, van waaruit men de aankomst van de schepen op het IJ kon zien.

De koepel wordt bekroond door een windwijzer in de vorm van een koggeschip, het oude symbool van de stad Amsterdam. Volgens het oorspronkelijke plan zou de koepel bekroond worden door acht beelden: de acht windrichtingen. Dit plan is niet uitgevoerd.

Ingang Opvallend is het ontbreken van een monumentale ingangspartij en het enigszins ontoegankelijke karakter van het gebouw. De officiële ingang bevindt zich aan de Nieuwezijds Voorburgwal 147. Voor bezoekers en toeristen is een ingang beschikbaar aan de Damzijde. Voor alle vensters op de begane grond zitten zware tralies. In de vensters van de Vierschaar zijn de openingen, waardoor musketten konden worden gestoken om zo een mogelijk bestorming van de ingang af te weren, nog duidelijk zichtbaar. De monumentale burgerzaal (en daarmee de bestuursverdiepingen van het gebouw) was tot aan de verbouwing tot paleis slechts via twee smalle trappen achter de Vierschaar te bereiken, die op hun beurt weer op goed verdedigbare bronzen hekken stuiten.

Het getal zeven van de bogen werd ook wel gezien als symbool voor de zeven Gewesten van de Noordelijke Nederlanden, maar in de bouwtijd wordt daarvoor geen bewijs gevonden.Vgl. daartoe T.H.von der Dunk, 'De zeven bogen van het Paleis op de Dam', Maandblad Amstelodamum, 92 (2005) no.2, p.11-25.

Inrichting Het centrum van het stadhuis is de burgerzaal. Naast de burgerzaal lagen twee door galerijen omgeven binnenplaatsen. Prominent in de burgerzaal staat het beeld van Atlas. In de vloer zijn drie cirkels, met kaarten van het oostelijk en westelijk halfrond en een sterrenkaart, ingelegd. Voor de burgers van de stad lag de hele wereld, en de hemel, aan hun voeten. De burgerzaal moest laten zien dat Amsterdam het centrum van het universum was.

Ook bevindt zich in het stadhuis de Vierschaar. Dat is een monumentale zaal waar vroeger naar oeroude Germaanse rite doodvonnissen, waartoe elders in het gebouw al besloten was, in het openbaar uitgesproken werden. Aan de wand van de Vierschaar bevinden zich drie levensgrote reliëfs: de vonnissen van de Romeinse consul Lucius Junius Brutus, de Griekse koning Zaleucus en de Bijbelse koning Salomo. Deze vonnissen beelden een onpartijdig, barmhartig en wijs vonnis uit.

Govert Flinck is gevraagd een aantal grote schilderijen te leveren; zeven werken met de Bataven als thema en vier met afbeeldingen van goede patriotten. Toen Flinck in 1660 stierf kreeg Rembrandt de opdracht De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis te schilderen. Rembrandt kwam met een donker schilderij voor de dag, met relatief kleine figuren en veel lege ruimte. Het werk werd afgekeurd, of Rembrandt trok het terug na een meningsverschil, en Flincks voormalige medewerker Jurriaen Ovens werd aangezocht binnen vier dagen een voorontwerp (op basis van waterverf en uitermate dun doek) af te maken aan de hand van tekeningen van Flinck. Ferdinand Bol, Jan Lievens, Nicolaes de Helt Stockade, Jan Gerritsz. van Bronckhorst, Thomas de Keyser, Cornelis Holsteyn, Jacob Jordaens en Willem Strijcker leverden schoorsteenstukken.

thumb|Het Stadhuis van Amsterdam rond 1699 door Frederik de Wit. thumb|Jacob de Graeff en Sijbrand Valckenier legden met deze Zilveren troffel op 28 oktober 1648 de eerste steen

Indeling Souterrain Hoofdingang Achteringang Gevangenis (nu voorraadkamers) Binnenplaatsen Munitiekamer Vierschaar Gewapende wachten Wisselbank Conciërgewoning Pijnkamers Cipierswoning

Eerste verdieping Balkon Galerij Advocaten- en procureurskamers Burgemeesterskamer / antichambre Raadzaal / Salon van de Koning Vroedschapzaal Mozeszaal Troonzaal Vierschaar Justitiekamer / Gele Salon Secretariaat Burgerzaal Schepenzaal

thumb|De nog niet gedempte Nieuwezijds Voorburgwal met het Stadhuis, in 1686 door Gerrit Berckheyde thumb|220px|Het beeld van Atlas gegoten door de gebroeders Hemony op het dak van het paleis thumb|De burgerzaal in het paleis thumb|Een gedeelte van de marmeren vloer met de kaart van Europa thumb|Niet uitgevoerde ontwerptekening van het Stadhuis, tekening rond 1699-1706.

Burgerzaal thumb|Ingang burgerzaal Damzijde De burgerzaal is de grootste zaal van het paleis. De zaal is het middelpunt van het gebouw en stelt het universum in het klein voor. In de vloer zijn marmeren kaarten van het oostelijk en westelijk halfrond met daar tussenin de noordelijke sterrenhemel. De burgers in de 17de eeuw doorkruisten hier als het ware de wereld, zoals handelaars en zeelieden dat in werkelijkheid deden.

De burgerzaal heeft aan de Damzijde een ingang waarboven de Stedenmaagd van Amsterdam staat afgebeeld. Zij kijkt neer op de wereld aan haar voeten. Links van haar zit de 'Kracht', een vrouw met een leeuwenhuid over het hoofd, en rechts de 'Wijsheid', een vrouw met de uitrusting van Minerva, godin van de wijsheid. De twee vierkante reliëfs naast de beeldengroep stellen het 'Het Goede Bestuur' voor.

Aan de andere kant van de burgerzaal is de ingang naar de schepenzaal. Hierboven wordt de 'Gerechtigheid' afgebeeld met een zandloper en martelwerktuigen. De 'Gerechtigheid' vertrapt de 'Hebzucht', gerepresenteerd door koning Midas met ezelsoren, en de 'Nijd', uitgebeeld als Medusa met slangen als haar. Aan deze kant is ook het beeld van Atlas.

Boven de ingang van de galerijen zijn in de bogen de elementen 'Aarde', 'Water', 'Lucht' en 'Vuur' afgebeeld. In de 17e eeuw dacht men dat het universum uit deze vier elementen was opgebouwd. De grote beelden op de kroonlijst zijn de gietmodellen van de bronzen figuren op de frontons van de oostelijke en westelijke buitengevel. Zij stellen voor: 'Vrede' (oost), 'Voorzichtigheid' (zuidoost), 'Gerechtigheid' (noordoost), 'Atlas' (west), 'Waakzaamheid' (zuidwest) en 'Gematigdheid' (noordwest).

De houten kap is tussen 1700 en 1705 aangebracht en is opgebouwd uit balken en latten. Ze werd uit voorzorg tijdens de Duitse bezetting weggenomen en verborgen in de kelders. In 1946 is ze teruggeplaatst.Amstellodanum jrg. 1947 De kristallen kroonluchters zijn uit de tijd van koning Lodewijk Napoleon. Oorspronkelijk hingen aan iedere kroonluchter 12 olielampen. In 1937 zijn de kronen geëlektrificeerd.

Schepenzaal thumb|Schepenzaal In de Schepenzaal werd door de schout (Officier van Justitie en hoofd van de politie) en negen schepenen (rechters) van de stad Amsterdam recht gesproken.

Aan beide zijden van de zaal is een schoorsteen. Aan de zuidwand is er boven een schilderij van Ferdinand Bol met Mozes die met de tien geboden de berg Sinaï afdaalt. Het marmeren fries onder het schilderij beeldt de aanbidding van het Gouden Kalf uit. Aan de noordzijde is een schilderij van Jurriaen Ovens. Het beeldt de Gerechtigheid af met aan haar zijden Vrede en Voorzichtigheid.

Op twee middagen in de week vonden er in deze zaal huwelijksvoltrekkingen plaats. De architraaf onder de insteekkamer is daarom versierd met tortelduifjes en kinderkopjes.

Tweede verdieping Burgerzaal Krijgsraadszaal Galerij Vierschaar (ruimte waar vonnissen werden uitgesproken)

Geschiedenis thumb|Een zijgalerij in het paleis. Halverwege aan de rechterkant de ingang.

Bouw thumb|Maquette van de Dam, met het Stadhuis, er voor de Waag en rechtsachter de Nieuwe Kerk. Geëxposeerd in het Paleis op de Dam; 2005. thumb| Maquette van het Stadhuis, zijde Nieuwezijds Voorburgwal. Geëxposeerd in het Paleis op de Dam; 2005. Voor de vervanging van het bouwvallig geworden gotische stadhuis waren verschillende ontwerpen ingediend. De Vrede van Münster in 1648 bracht zo'n euforie met zich mee dat het meest ambitieuze plan werd uitgevoerd. Dit was in het midden van wat later de Gouden Eeuw werd genoemd. Het stadhuis werd gebouwd op een schaal die in Europa nog niet eerder was vertoond. Het werd het grootste niet-religieuze gebouw van de oude wereld. Het gebouw kan daarmee gezien worden als een belangrijk symbool van het vrijzinnige Amsterdam. Het "achtste wereldwonder" werd de parel in de kroon van Amsterdam. Het gebouw moest de rijkdom en het aanzien van de stad Amsterdam weerspiegelen. De bouw kostte 8,5 miljoen gulden, een gigantisch bedrag in die tijd.

Het gebouw rustte oorspronkelijk op 13.659 uit Noorwegen afkomstige houten heipalen, een aantal dat vroeger veel schoolkinderen leerden ('dagen van het jaar, eentje ervoor, negentje erachter'), hiervan zijn er twee palen verwijderd om te controleren of ze nog gaaf waren (en dat was het geval). In 1945 werden echter verzakkingen geconstateerd en werden er palen bijgeheid. Sindsdien staat het bouwwerk op 13.681 palen.Het Parool 11 maart 2010

Het werd geheel opgetrokken uit Bentheimer zandsteen (oorspronkelijk zeer licht gekleurd) en met name in het interieur veel marmer. Van Campen liet zich inspireren door de Romeinse bestuurlijke paleizen. Voor de burgemeesters van Amsterdam, die zich de consuls van een nieuw Rome waanden, werd een nieuw Capitool gebouwd. De zilveren troffel, die op 28 oktober 1648 bij het leggen van de eerste steen door de (klein)zonen en neef van de vier toenmalige burgemeesters werd gebruikt, wordt tentoongesteld in het Rijksmuseum.

Hoewel de architect van het stadhuis Jacob van Campen was, werd de technische uitvoering verzorgd door stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Van Campen kwam in 1654 in conflict met het stadsbestuur, waarna Stalpaert de volledige leiding kreeg.

Het beeldhouwwerk werd gemaakt door Artus Quellinus en zijn medewerker Rombout Verhulst. Op 29 juli 1655 werd het stadhuis feestelijk ingehuldigd, maar het was toen nog niet voltooid. Joost van den Vondel wijdde 1378 dichtregels aan de inwijding, in zijn gedicht Inwydinge van het Stadthuis.