thumb|300px|Metingen van het absolute zeeniveau over de afgelopen 130 jaar laten een geleidelijke stijging zien van in totaal ongeveer 20 cm. thumb|Projecties van zeespiegelstijging in de 21e eeuw.

Zeespiegelstijging is een relatieve of absolute stijging van de zeespiegel. Absolute zeespiegelstijging is daadwerkelijke stijging, zoals die bijvoorbeeld vanuit de ruimte gemeten kan worden. Relatieve stijging is de zeespiegelstijging ten opzichte van de bodemhoogte. Relatieve zeespiegelstijging is dus een lokaal/regionaal verschijnsel, terwijl absolute zeespiegelstijging vooral een wereldwijd fenomeen is, hoewel ook daar lokale verschillen in zijn. In (het westen van) Nederland is er sprake van bodemdaling. Als de zeespiegel stijgt terwijl de bodem daalt, is de relatieve stijging groter dan de absolute stijging. Op sommige plaatsen in Scandinavië stijgt de bodem sneller dan de zeespiegel. Op die plaatsen daalt de relatieve zeespiegel terwijl de absolute zeespiegel stijgt.

Bepaling van zeespiegelstijging Voor de komst van satellieten werden veranderingen in de zeespiegel vastgesteld met peilschalen. Hiermee kunnen alleen relatieve veranderingen worden bepaald. Om ook absolute veranderingen te meten zijn gegevens over bewegingen van het land nodig. Sinds omstreeks 1990 kunnen veranderingen in de hoogte van de zeespiegel nauwkeurig worden bepaald met behulp van satellieten zoals Envisat. Op basis van deze metingen en natuurkundige en geologische principes kunnen computersimulaties worden opgezet waarmee toekomstige veranderingen kunnen worden voorspeld.

Zeespiegel door de eeuwen heen miniatuur|Zeespiegelstijging gedurende de laatste 24.000 jaar Onder meer uit grondboringen waarbij oude kustgebieden zijn terug te vinden, is gebleken dat de hoogte van de zeespiegel altijd aan veranderingen onderhevig is geweest. Tot 25 duizend jaar geleden is de hoogte van de zeespiegel met redelijke zekerheid bekend. Tot 20 duizend jaar terug lag deze ongeveer 120 meter lager dan tegenwoordig. Historiek.net Tussen 20 duizend jaar geleden en het einde van de laatste ijstijd (die het Holoceen inluidde) is een sterke stijging tot wel 10 mm per jaar zichtbaar. Daarna gaat de stijging aanmerkelijk langzamer met gemiddeld 0,1 à 0,2 mm per jaar. Het is moeilijk vast te stellen hoe groot de wereldwijde fluctuaties zijn in deze periode, maar niveauwisselingen tot 30 cm zijn niet uit te sluiten. Vanaf ongeveer 1850 is er echter weer een temperatuurstijging merkbaar waardoor de zeespiegel ongeveer 20 cm is gestegen. In de 20e eeuw steeg het zeeniveau met ongeveer 1,74 mm/jr, waarbij aangetekend moet worden dat de stijging in de tweede helft van de eeuw (1,45 mm/jr) lager was dan in de eerste helft (2,03 mm/jr).Holgate, S. J. (2007), On the decadal rates of sea level change during the twentieth century, Geophys. Res. Lett., 34, L01602, doi:10.1029/2006GL028492. Vanaf halverwege jaren '90 van de vorige eeuw vertoont zich aan de Nederlandse kust een versnelde zeespiegelstijging aan 2,7 (+/-0,4) mm/jr. Zeespiegelstijgingschattingen met behulp van satelliethoogtemeting sinds 1993 zijn in het bereik van 2,9-3,4 mm / jaar.Compendium voor de LeefomgevingNerem, R. S. et al. (2010). "Estimating Mean Sea Level Change from the TOPEX and Jason Altimeter Missions". Marine Geodesy 33: 435–446. doi:10.1080/01490419.2010.491031.CUSLRG (2011-07-19). "2011_rel2: Global Mean Sea Level Time Series (seasonal signals removed)". CU Sea Level Research Group (CUSLRG). Colorado Center for Astrodynamics Research at the University of Colorado at Boulder. Retrieved 2011-02-10.CNES/CLS (2011). "AVISO Global Mean Sea Level Estimate". Centre National d’Etudes Spatiales/Collecte Localisation Satellites (CNES/CLS): Archiving, Validation and Interpretation of Satellite Oceanographic data (AVISO). Retrieved 2011-07-29.White, N. (2011-07-29). "CSIRO Global Mean Sea Level Estimate". Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (CSIRO) / Wealth from Oceans National Research Flagship and the Antarctic Climate and Ecosystems Cooperative Research Centre (ACE CRC). Retrieved 2011-07-29.

Waterstandsmetingen in Nederland miniatuur|Waterstandsmetingen aan de Nieuwmarkt in Amsterdam Pas vrij laat is men begonnen met het meten van waterstanden. Zelfs het van oudsher grote en belangrijke Hoogheemraadschap Rijnland (dat in elk geval in 1255 al bestond) heeft geen gegevens die verder terug gaan dan begin 18e eeuw. Trouwens in heel Europa lijken aflezingen van voor 1670, voor zover al ooit vastgelegd, verloren te zijn gegaan of in slapende archieven begraven te liggen (een enkele losse waarneming daargelaten). Rond 1670 begon men wel met waarnemingen langs rivieren, maar niet aan zee.

Op 1 januari 1700 begon een reeks waarnemingen aan het Stadswaterkantoor te Amsterdam, welke reeks geruime tijd volstrekt enig in haar soort was. Het waterkundig onderzoek in de Republiek was in de 18e eeuw toonaangevend. Omdat er geen landelijk referentievlak was vervulde elk peilmeetstation dan ook eigenlijk alleen een lokaal belang. Afgezien van de reeks van Amsterdam hebben de verrichte metingen in het algemeen dan ook weinig bijgedragen tot verdieping der kennis van de waterbeweging.

Het duurde voor wat betreft de waarnemingen van waterstanden door het Rijk tot 1829 eer het eerst nodige was bereikt,en wel de aanvaarding van één referentievlak (het Amsterdams Peil), één wijze van aflezen van peilschalen (ten opzichte van dit AP) en één maatstelsel (het decimale meterstelsel). Vrij snelle waterstandsveranderingen en veelvuldig optredende windgolven bemoeilijken het verrichten van getijwaarnemingen: deze vonden plaats in de marinehavens Den Helder vanaf 1832 en Vlissingen in 1833. Een belangrijke stap vooruit was verder de plaatsing van een peilschrijver, die van 1858 tot in 1932 op Urk heeft gewerkt. miniatuur|Waargenomen gemiddeld zeeniveau in Nederland Vanaf 1865 begon men met systematische waterstandsmetingen langs de kust. Vanaf dat jaar zijn metingen beschikbaar in Vlissingen, Hoek van Holland, Den Helder, Harlingen en Delfzijl. In 1872 is IJmuiden daar nog bij gekomen. Deze reeksen worden nog steeds aangevuld. Bijgaande grafiek geeft de waarnemingen over de periode tot 2021 weer. Van elk station is de gemiddelde waterstand over ieder jaar berekend (slotgemiddelde) en geplot. De stippellijn geeft de gemiddelde stijging van de waterstand in Hoek van Holland over deze periode weer. Dit is een stijging van 24 cm per eeuw. Door de gemiddelde waarde van alle basisstations te nemen, krijgt men de gemiddelde zeestand in Nederland, en dus ook de gemiddelde waargenomen zeespiegelstijging. Dit is in de figuur daaronder weergegeven. miniatuur|De gemiddelde zeestand in de Nederlandse basisstations Voor een goede analyse van de metingen is het zinvol om onderscheid te maken tussen de stijging van de gemiddelde waterstand door klimaateffecten en bodemdaling enerzijds, en het effect van getij en windopzet. Het getij kan vrij exact worden berekend, en heeft ook langjarige componenten. Omdat deze effecten goed berekend kunnen worden, kan de gemeten waterstand hiervoor goed gecorrigeerd worden. Er zijn getijcomponenten met een periode van 9 jaar, van 19 jaar en van 16 jaar, waardoor het jaarlijkse gemiddelde kan variëren. Soms vallen deze componenten zo dat het bij een beperkt waarnemingsinterval ( bijv. 10 jaar) lijkt alsof de zeespiegel versneld stijgt. Daarnaast wordt de waterstand door de wind beïnvloed. Omdat we meer westenwind dan oostenwind hebben, is er meer verhoging dan verlaging door de windopzet. Deze opzet varieert van jaar tot jaar en kan niet voorspeld worden, maar wel achteraf bepaald worden. In de Zeespiegelmonitor 2023 zijn de gemeten waterstanden hiervoor gecorrigeerd.

De stijging van de op deze manier gecorrigeerde gemeten waterstand op basis van data tot en met 2022 is in onderstaande tabel gegeven (stijging in mm/jaar). Het blijkt hieruit dat vanaf 1993 er een snellere zeespiegelstijging is. Door Voortman is in 2023 aangetoond dat die conclusie wat prematuur is door een onjuiste interpretatie van waterstandsgegevens van voor ca. 1940 en een onjuiste behandeling van det windeffect. +stationtrend voor 1993trend na 1993Vlissingen2,12,8Hoek van Holland2,33,1IJmuiden2,12,3Den Helder1,42,7Harlingen1,13,3Delfzijl1,83,9Nederland1,83,0 Overigens is de vraag of men het station Delfzijl wel moet meenemen in deze analyse door de bodemdaling door de aardgaswinning in dit gebied.

Hoewel men eerst geen harde aanwijzingen kon vinden van de zeespiegelstijging ten gevolge van de opwarming zoals verwacht door klimaatmodellen (zoals bijv. het KNMI1984 scenario), bleek deze toch het geval. Vanaf halverwege jaren '90 in de vorige eeuw nam deze toe met 1,0 mm./jr. (+/- 0,5), van 1,7 mm./jr (+/- 0,3) naar een stijging van 2,7 mm./jr. (+/- 0,4). Overigens betreft dit vooral een stijging in de stations Harlingen en Delfzijl, in de andere stations was deze stijging niet significant aantoonbaar. Voor de Noordzeekust werd in de periode 1890-2020 een stijging van 2mm per jaar gevonden.Zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust en mondiaal, 1890-2018 In de dataset tot en met 2022 blijkt deze trend nu wel aantoonbaar. De dataset is nog te kort om te kunnen constateren of die toegenomen stijgingsnelheid van 2 naar 3 mm/jaar blijft toenemen.

Onderzoeksbureau Deltares stelt echter dat sinds 2005 nog nergens in de wereld een versnelde zeespiegelstijging is te zien. Eerdere voorspellingen van het KNMI zijn nog nooit uitgekomen.Deltares-onderzoek 2019CLO Zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust en mondiaal, 1890-2018

Metingen in België Het team Vlaamse Hydrografie, behorend tot het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust, voert peilingen uit van de zeebodem en de Schelde. Metingen aan de Belgische Kust wijzen op een gemiddelde stijging van het zeeniveau met 1,7 mm/jaar, en 3,0 mm/jaar sinds begin jaren ’90.

Oorzaken Opwarming van de aarde veroorzaakt een stijging van de zeespiegel volgens twee mechanismen: Water zet uit bij verwarming en daardoor stijgt automatisch de zeespiegel; gegeven de gemiddelde oceaandiepte van 3790 meter betekent dit per graad Celsius minder dan een meter niveaustijging; Door het afsmelten van landijs komt er meer water in de oceanen; al het ijs op Groenland verdeeld over de oceanen zou bijvoorbeeld goed zijn voor zeven meter water; een theoretische situatie waarbij al het ijs op Antarctica zou smelten, zou een stijging van 61 meter geven.How stuff works: If the polar ice caps melted, how much would the oceans rise? De huidige bijdrage van het massaverlies van het ijs op Groenland aan de zeespiegelstijging is zo'n 0,7 mm per jaar, dit is echter zeer ongelijk verdeeld over de oceanen.

Een niet te onderschatten neveneffect van het overvloedig oppompen van grondwater draagt ook bij tot het stijgen van de zeespiegel. Water dat zeer langdurig opgesloten heeft gezeten in diepe ondergrondse aquifers, wordt aangewend voor het bevloeien van akkers. Dit water verdampt deels, een ander deel vloeit af. Zo komt dit water in de bovengrondse waterkringloop en doet het watervolume in de oceanen ook stijgen. Overigens is de bodemdaling door het oppompen van dit grondwater op veel plaatsen in de wereld vele malen groter dan het stijgen van de waterspiegel. De relatieve zeespiegelstijging is daardoor heel groot. Bijvoorbeeld bij Jakarta is deze relatieve zeespiegelstijging in de orde van 7 cm per jaar.

Anderzijds heeft het massaal aanleggen van stuwmeren een omgekeerd effect. Regenwater dat anders in de oceanen zou verdwijnen, wordt door stuwdammen op het land vastgehouden, zodat het watervolume in de oceanen vermindert. Als alle stuwmeren op aarde geleegd zouden worden, zou de zeespiegel met 3 cm stijgen.

Gevolgen thumb|Kwetsbaarheid voor zeespiegelstijging bij locaties aan de Noordzee thumb|Moet jij straks op de eerste verdieping gaan wonen om droge voeten te houden? - Universiteit van Nederland

Diverse modellen